Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BG6688

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-12-2008
Datum publicatie
12-12-2008
Zaaknummer
06/460369-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Apeldoornse verdachte is voor het plegen van een reeks diefstallen en pogingen daartoe veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk. De verdachte is al eerder veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Er is sprake van een hoog recidiverisico. De rechtbank acht het van belang dat de verdachte de geadviseerde behandeling zal gaan volgen. Daarom heeft de rechtbank als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat het volgen van een ambulante behandeling betreft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460369-08

Uitspraak d.d.: 12 december 2008

Tegenspraak/ oip (aanzegging)

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1989],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring Doetinchem te Doetinchem.

Raadsman: mr. Nijboer te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 oktober 2008 en 28 november 2008.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 21 juli 2008

in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (op/aan [adres]) weg te nemen geld en/of goederen (televisie), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,

immers is verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) aldaar over de

schutting(poort) geklommen en/of gegaan en/of heeft verdachte en/of een of

meer van zijn mededader(s) (vervolgens) de/een glaslat(ten) van (een)

ra(a)m(en) met (een) schroevendraaier(s) en/of een breekijzer, althans met

(een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerpen en/of met een/de hand(en)

verwijderd en/of afgebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 10 juli 2008

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een laptop en/of een discman en/of een zonnebril en/of

twee tassen en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

in of omstreeks in de periode van 18 t/m 20 juli 2008

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een televisie (kleur zwart, merl panasonic), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij

op of omstreeks 09 juli 2008

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres])

heeft weggenomen twee laptops, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij

op of omstreeks 19 februari 2008

in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) weg te nemen

goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te n

goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen een ruit van de voordeur heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij

op of omstreeks 10 juli 2008

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een televisie met afstandbediening (zwart JVC) en/of een

DVD speler (Kodak) en/of drie spaarpotten en/of een fotolijst en/of een

dekbedovertrek en/of een laken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij

op of omstreeks 19 februari 2008

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres])

heeft weggenomen een televisie (zwart Phillips) en/of een laptop (zwart NEC)

een veeldscherm (zwart HP) en/of een fietstas (blauw), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming en/of een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij

op of omstreeks 10 juli 2008

in de gemeente Voorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres en plaats]) heeft weggenomen een damestas (grijs) en/of een cadeaubon en/of

een huissleutel en/of een televisie (zwart Pioneer) en/of twee laptops (een

Dell en een Micromax) en/of een zonnebril en/of twee toegangskaarten voor een

concert en/of een dekbedovertrek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer H], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

hij

op of omstreeks 30 januari 2008

in de gemeente Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een fiets (goudkleurige damesfiets met dubbele fietstassen), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

(parketnummer 460047/08)

art 310 Wetboek van Strafrecht

10.

hij

in of omstreeks in de periode van 10 t/m 11 februari 2008

in de gemeente Apeldoorn

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een scooter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(parketnummer 800398/08)

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

in of omstreeks in de periode van 10 t/m 11 februari 2008

in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

een scooter heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

scooter wist, in ieder geval redelijkerwijs moest vermoed=en, dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Bewijsoverweging

4.1 De aanleiding

Op 21 juli 2008 kwam er een melding bij de politie dat twee jongens hadden geprobeerd in te breken in een woning te [plaats], aan [adres]. Politieagenten hebben in de buurt uitgekeken naar personen die voldeden aan het signalement. Zij zagen twee personen lopen die daaraan voldeden en hebben hen aangehouden. Verdachte en zijn mededader hebben erkend dat zij hebben geprobeerd in te breken. Tijdens de verhoren heeft de medeverdachte verklaard over een groot aantal andere inbraken waarbij ook verdachte betrokken zou zijn geweest.

4.2 Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

Zij baseert zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op de aangifte door [slachtoffer A], de verklaring die de verdachte bij de rechter-commissaris heeft afgelegd en de verklaring die de [me[slachtoffer A] heeft afgelegd.

Een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit baseert zij op:

de aangifte door [slachtoffer B]; de verklaring van [slachtoffer A], onder meer dat hij een deel van de inhoud van de weggenomen portemonnee heeft gekregen; de verklaring van de [getuige A] dat zij een lichte jongen op de uitkijk heeft zien staan terwijl een donker getinte jongen langs de regenpijp naar binnen klom; de verklaring van [getuige B] die een lichte jongen en een donker getinte jongen heeft gezien waarvan opviel dat ze naar woningen aan het kijken waren;

het proces-verbaal van onderzoek van het voetspoor, waaruit blijkt dat een aangetroffen voetspoor overeenkomt met het voetspoor van de verdachte.

Een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer C]; de verklaring van [slachtoffer A] dat hij het feit met een ander heeft gepleegd; het ambtelijk verslag dat de aangetroffen schoenspoor overeen komt met het profiel en de maat van de schoen van verdachte.

Een bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer D]; de verklaring van [slachtoffer A] dat hij voor zijn mededader op de uitkijk heeft gestaan; de verklaringen van de getuigen [getuige C], [getuige D] en [getuige E].

Een bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer E]; de verklaring van [slachtoffer A]; de door [slachtoffer A] beschreven wijze van intrappen van de ruit; de verklaringen van de getuigen [getuige F] en [getuige G].

Een bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer F], de verklaring van [slachtoffer A]; de beschreven modus operandi, die overeen komt met de door [slachtoffer A] beschreven wijze waarop de woning is betreden.

Een bewezenverklaring van het onder 7 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer G]; de verklaring van [slachtoffer A]; de beschreven modus operandi.

Een bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer H] de verklaring van [slachtoffer A].

Een bewezenverklaring van het onder 9 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer I]; de verklaringen van de getuigen [getuige H] en [getuige I] die verdachte hebben gezien.

Een bewezenverklaring van het onder 10 ten laste gelegde feit baseert zij op de aangifte door [slachtoffer J]; de verklaring van de getuige [getuige K] die verdachte heeft zien rennen en verdachte later heeft herkend als de dader. De officier van justitie is van oordeel dat in ieder geval het subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, aangezien verdachte daarover een bekennende verklaring heeft afgelegd.

Ten aanzien van de onder 2 tot en met 8 ten laste gelegde feiten heeft hij vrijspraak bepleit. De verklaringen van de in het dossier genoemde [medeverdachte ] kunnen niet als bewijs worden gebruikt omdat deze verklaringen op verifieerbare punten niet kloppen en dus onbetrouwbaar zijn. Er mankeert het nodige aan de wijze van verslaglegging door de verbalisanten. Er zijn delen van het verhoor weggelaten en in het dossier ontbreken originele aantekeningen van hetgeen verdachte [slachtoffer A] tijdens de autorit heeft gezegd. [slachtoffer A] heeft de naam van verdachte meermalen genoemd, maar heeft diens naam vervolgens willen wijzigen in "maat". Het is uiterst curieus dat de verbalisanten daarin mee zijn gegaan door dit zo te wijzigen. De politie gaat er van uit dat degene die in de verklaringen van [slachtoffer A] als "maat" is aangeduid telkens verdachte zou betreffen.

Verder hebben getuigen gezegd dat zij verdachte op foto's zouden kunnen aanwijzen. Fotoconfrontaties zijn echter niet gehouden.

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank .

Ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is. Er zijn geen sporen van verdachte aangetroffen en er heeft

geen fotoconfrontatie door getuigen plaatsgevonden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 (voetnoot 1).

De bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit is gebaseerd op de aangifte (voetnoot 2) door

Kruijsbergen namens [slachtoffer A] en de bekennende verklaring van de verdachte tegenover de politie dat hij op 21 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn samen met zijn mededader [medeverdachte] heeft geprobeerd in te breken in een woning aan [adres].

Ten aanzien van de feiten 2 tot en met 8 heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer A] niet als bewijs gebruikt mogen worden.

De rechtbank overweegt als volgt.

De verbalisanten hebben op 11 augustus 2008 met verdachte [slachtoffer A] rondgereden in de wijk Zevenhuizen om deze verdachte in de gelegenheid te stellen woningen aan te wijzen waar hij had ingebroken. Van die rondrit hebben de verbalisanten aantekeningen gemaakt. Aan de hand van de aantekeningen is kort daarna een proces-verbaal gemaakt, dat op 13 augustus 2008 op ambtseed is gesloten. Aan het eind van dat proces-verbaal heeft de [verbalisant] opgemerkt dat hij zo veel als mogelijk heeft meegeschreven, en dat de citaten zo veel mogelijk letterlijk zijn genoteerd, maar tenminste met woorden van gelijke strekking.

De raadsman had, om de juistheid van het proces-verbaal te kunnen controleren, de originele aantekeningen die tijdens de rondrit zijn gemaakt kunnen opvragen. Ook had hij kunnen verzoeken om de verbalisanten en/of de verdachte [slachtoffer A] daarover te horen. Dit alles heeft hij nagelaten.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het onderhavige proces-verbaal op een transparante en aldus goede wijze de gang van zaken weergeeft en dat niet aannemelijk is geworden dat aan het proces-verbaal gebreken kleven, die voor de waarheidsvinding van belang zouden kunnen zijn.

De rechtbank heeft vastgesteld dat [slachtoffer A] in totaal 21 keer is verhoord. In de verklaringen die hij in de periode van 21 juli 2008 tot en met 30 juli 2008 heeft afgelegd, heeft hij ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit zijn mededader bij de naam [verdachte] genoemd, zijnde de verdachte. Verdachte heeft ook erkend bij dit feit betrokken te zijn geweest.

Op 30 juli 2008 is [slachtoffer A] ondervraagd(voetnoot 3)over waar hij nog meer heeft ingebroken. Hij heeft daarop geantwoord dat er veel werd ingebroken en dat hij dat niet allemaal heeft gedaan. Op de vraag hoe hij wist dat [verdachte] actief was, heeft [slachtoffer A] geantwoord dat er vast nog anderen actief waren. Daarbij heeft hij ook de opmerking gemaakt: Wij zijn niet de enige.

Op 30 juli 2008 heeft [slachtoffer A] verklaard dat hij schoon schip wilde maken.

In de verklaringen die hij vervolgens vanaf 5 augustus 2008 heeft afgelegd noemt hij zijn mededader "maat". Op vragen waar de buit werd opgeslagen heeft hij echter verklaard4(voetnoot 4) dat

alleen [verdachte] en hij wisten van die plek en dat mensen hen soms wel uit de bosjes zagen komen. Op vragen over de werkwijze van zijn maatje heeft [slachtoffer A] geantwoord: Er wordt ook wel geklommen. [verdachte] houdt van bakstenen. Ik klim niet graag in de regenpijp. [verdachte] doet dat wel.

Verder heeft [slachtoffer A] eigener beweging een brief (voetnoot 5)aan verdachte geschreven waarin hij hem adviseert net als hij schoon schip te maken over de dingen die zijn gebeurd, zonder dat daarbij een naam genoemd hoeft te worden.

Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het proces-verbaal (ambtelijk verslag) dat door de verbalisanten is opgemaakt naar aanleiding van de rondrit. Het proces-verbaal kan derhalve bijdragen aan het bewijs.

Feit 2

[slachtoffer B] heeft aangifte (voetnoot 6) gedaan van diefstal uit zijn woning aan [adres en plaats] op 10 juli 2008. Via een openstaand bovenraam aan de voorzijde is men de woning binnengeklommen en is een laptop, een discman, een zonnebril, twee tassen en een portemonnee weggenomen. Bij het raam waren sporen zichtbaar.

De [getuige A] heeft verklaard (voetnoot 7) dat zij op 10 juli 2008 heeft gezien dat een getinte jongen via de regenpijp een woning aan [adres] naar binnen klom. Het betrof een woning aan [adres]. Een blanke jongen bleef voor de woning staan. Na ongeveer vijf minuten kwam de donkere jongen achter het huizenblok vandaan, met een grote bruine tas in zijn hand. De blanke en de donkere jongen reden vervolgens weg.

De [getuige B] heeft verklaard (voetnoot 8) dat zij op 10 juli 2008 twee jongens zag staan, waarvan één jongen met een vermoedelijk donkere huidskleur. Beide jongens vielen op omdat ze erg naar de woningen aan het kijken waren.

De [me[slachtoffer A] heeft verklaard (voetnoot 9) dat hij met zijn maat heeft ingebroken in [adres], dat hij op de uitkijk heeft gestaan en heeft gedeeld in de opbrengst. Zijn maat had bij die inbraak onder andere een laptop in een tas en een portemonnee weggenomen.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 10) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen (voetnoot 11) blijkt dat het aangetroffen schoenspoor qua profiel en maat overeenkomt met de rechterschoen van de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 3

[slachtoffer C] heeft aangifte (voetnoot 12) gedaan van diefstal uit zijn woning aan de [adres en plaats] in de periode van 18 juli 2008 tot en met 20 juli 2008. Een raam aan de achterzijde van de woning is ingeslagen. Een televisie van het merk Panasonic is weggenomen.

De [medeverdachte ] heeft verklaard (voetnoot 13) dat hij heeft ingebroken in [adres]. Zij zijn via een poort de achtertuin ingelopen. Zijn maat heeft een ruit ingegooid. Zij zijn via het raam naar binnen geklommen en hebben een televisie meegenomen.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 14) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen (voetnoot 15) blijkt dat het aangetroffen schoenspoor qua profiel en maat overeenkomt met de rechterschoen van de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 4

[slachtoffer D] heeft aangifte (voetnoot 16) gedaan van diefstal uit zijn woning aan [adres en plaats] op 9 juli 2008. Via het platte dak is men door een slaapkamerraam naar binnen geklommen. Er zijn twee laptops weggenomen.

De getuige [getuige C] heeft verklaard (voetnoot 17) dat hij op 9 juli 2008 met zijn zoontje in een speeltuintje aan de Terrassen was. Twee jongens op een scooter kwamen voorbij gereden en stopten. De bestuurder was een blanke jongen en de passagier was een donkere jongen. Zij stonden even te kijken en reden weg. Even later kwamen zij lopend terug en gingen op een hekje zitten tegenover [adres]. Even later was de blanke jongen weg en zat de donkere jongen nog op het hekje.

De [getuige D] heeft verklaard (voetnoot 18) dat hij twee jongens op het hekje zag zitten voor de hoekwoning [adres]. Hij had daar geen goed gevoel bij. Het waren een blanke jongen en een jongen met een donkere huidskleur.

De getuige [getuige E] heeft verklaard (voetnoot 19) dat hij op de oprit van [adres] een jongen achterop de scooter zag zitten. Hij stond op een manier dat hij alle richtingen op kon rijden.

De [me[slachtoffer A] heeft verklaard (voetnoot 20) dat hij betrokken is geweest bij een inbraak aan [adres en plaats]. Hij heeft op de uitkijk gestaan. Een getuige met zijn kind kan dat bevestigen. Zijn maat is naar binnen geweest.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 21) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 5

[slachtoffer E] heeft aangifte (voetnoot 22) gedaan van inbraak in haar woning aan [adres en plaats] op 19 februari 2008. Toen zij om 13.10 uur thuis kwam zag zij een jongen in haar woning. Toen zij de deur van de poort had geopend zag zij bij de voordeur ook een jongen staan die schreeuwde in de richting van de voordeur. Het was een getinte jongen en hij liep gelijk weg. De ruit van de voordeur was vernield met een stenen kat. Volgens de buurvrouw zou het gaan om een blanke jongen en een getinte jongen. Vermoedelijk is de jongen die binnen was gevlucht door uit het raam te klimmen.

De getuige [getuige C] heeft verklaard (voetnoot 23) dat hij op 19 februari rond 13.00 uur heeft gezien dat twee jongen uit de oprit van [adres] kwamen lopen. Het waren een getinte en een blanke jongen.

De getuige [getuige F]n heeft verklaard (voetnoot 24) hij op 19 februari 2008 in zijn woning was op het adres [adres]. Hij heeft om omstreeks 13.00 uur een knal gehoord bij de woning [adres].

De [medeverdachte ] heeft verklaard (voetnoot 25) hij heeft ingebroken bij de woning [adres]. Hij heeft samen met zijn maat een ruit ingegooid bij de voordeur. Hij deed dat met een steen. Zij hebben in het huis rondgekeken, maar niets meegenomen. Zij werden betrapt want zijn maat kwam uit de woonkamer rennen en zei: wij moeten weg. Volgens hem was dat omdat er mensen aan kwamen.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 26) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 6

[slachtoffer F] heeft aangifte (voetnoot 27) gedaan van diefstal uit zijn woning aan [adres en plaats] op 10 juli 2008. Er is een kei door de achterruit gegooid. Het gat in de ruit was net naast de klink. Weggenomen zijn een televisie met afstandsbediening van het merk JVC, een fotolijst, een DVD-speler van het merk Kodak, drie spaarpotten, een dekbedovertrek en een laken.

De [medeverdachte ] heeft verklaard (voetnoot 28) dat hij heeft ingebroken in de woning [adres en plaats]. Hij was toen samen met zijn maat. Zij zijn over een schutting geklommen aan de zijkant van de woning. Zij zijn naar binnen gegaan via de achterdeur. Zijn maat heeft een stenen voorwerp door de ruit gegooid en via het raam de achterdeur geopend. De sleutels zaten aan de binnenzijde. Hij heeft de televisie losgehaald. Zijn maat is naar boven gegaan en is met een laken naar beneden gekomen. Hij weet niet of zijn maat meer heeft gepakt behalve het laken.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 29) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 7

[slachtoffer G] heeft aangifte (voetnoot 30) gedaan van diefstal uit haar woning aan de [adres en plaats] op 19 februari 2008. Er zijn een LCD televisie, een laptop, een beeldscherm en een blauwe fietstas weggenomen. Het lijkt er op dat de pergola als opstap is gebruikt om bij het doucheraam te komen. De buurvrouw heeft rond 12.00 uur gestommel gehoord.

De [medeverdachte ] heeft verklaard (voetnoot 31) dat hij in het voorjaar met zijn maat heeft ingebroken in de woning op het adres [adres en plaats]. Zij zijn via de achterkant in de woning geklommen. Er stond een raam op een kier. Hij heeft een televisie los gehaald. Het was een zwarte televisie. Zijn maat was boven bezig en kwam met een tas naar beneden. Zijn maat pakte in de kamer nog wat spullen, een camera of een laptop. Zij zijn via de achterdeur vertrokken.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 32) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 7 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 8

[slachtoffer H] heeft aangifte (voetnoot 33) gedaan van diefstal uit haar woning aan de [adres en plaats] op 10 juli 2008. Men is door een raam dat op een kier stond naar binnen geklommen.

Er zijn een plasma-tv, twee laptops, slopen, een dekbedovertrek en een grijze tas weggenomen. In de tas zaten twee zonnebrillen, een huissleutel en een cadeaubon. Op de laptop zaten twee digitaal ontvangen concertkaarten.

De [medeverdachte ] heeft verklaard (voetnoot 34) hij heeft ingebroken in een woning in [plaats]. Zijn maat zag dat een raam open stond, is daar via een plat dak door naar binnen geklommen en heeft de deur van binnen uit geopend met een sleutel. Aan de muur zat een platte tv. Hij heeft die van de muur getrokken, met beugel en al. Zijn maat heeft de woning doorzocht en heeft ook spullen gepakt: een laptop en een laken. Het zou goed kunnen dat er twee laptops, twee cadeaubonnen, een grijzen handtas zijn weggenomen.

Uit het proces-verbaal (voetnoot 35) - ambtelijk verslag - blijkt dat [slachtoffer A] met "maat" [verdachte] bedoelt.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 8 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 9 (voetnoot 36)

[slachtoffer I] heeft aangifte (voetnoot 37) gedaan van diefstal van haar goudkleurige fiets met dubbele fietstassen, gepleegd op 30 januari 2008 te Apeldoorn. Deze fiets stond bij [basisschool]. Van een ex-leerling van haar school heeft ze gehoord dat de dader [verdachte] heette. Zij is er achteraan gerend, maar de jongen was te ver om te achterhalen.

Getuige [getuige H] heeft verklaard (voetnoot 38) dat hij verdachte met een andere persoon bij de school heeft zien lopen. Zij liepen rond alsof zij wilden gaan inbreken. Opeens kwam [verdachte] achter de school vandaan op een fiets, met daarop zwarte fietstassen. Hij reed daarmee weg. Vervolgens zag hij [juffrouw] vanuit school achter [verdachte] aanrennen.

De getuige [getuige L] heeft verklaard (voetnoot 39) dat hij op 30 januari 2008 met verdachte bij [basisschool] liep. Verdachte pakte een goud/oranje kleurige damesfiets die daar stond en is daarmee weggereden.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend dat de verdachte het onder 9 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feit 10 (voetnootn 40)

[slachtoffer J] heeft aangifte (voetnoot 41) gedaan van diefstal van een zwarte scooter op 10 februari 2008 te Apeldoorn. De scooter stond op het stuurslot en was voorzien van een kettingslot waarmee deze op slot stond. Om omstreeks 22.00 uur was de scooter verdwenen.

De getuige [getuige N] heeft verklaard (voetnoot 42) dat hij op 11 februari 2008 een persoon heeft zien rennen met een donkerkleurige bromscooter aan zijn hand. Het was de jongen die woont aan [adres]. Van een buurman heeft hij gehoord dat het vermoedelijk om [verdachte] zou gaan.

De getuige [getuige K] heeft verklaard (voetnoot 43) dat hij op 11 februari 2008 omstreeks om 07.15 uur [verdachte] met een zwarte bromscooter in zijn handen langs zag rennen. [verdachte] is een donkere jongen die woont aan de [adres]. Na ongeveer vijf minuten kwam die [verdachte] terug. Hij had de scooter niet meer bij zich. Hij is in de richting gelopen waar [verdachte] vandaan kwam en zag de scooter staan. Hij heeft zijn vrouw gevraagd de politie te bellen.

Uit onderzoek door de politie is gebleken dat de 11 februari 2008 aangetroffen scooter op

19 februari 2008 is weggenomen bij Neijndorf. Verdachte woonde op het adres [adres].

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 10 primair ten laste gelegde diefstal van de scooter heeft begaan.

De rechtbank is van oordeel dat wel wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder 10 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan; de omstandigheid dat verdachte rennend met de scooter is gezien slechts enkele uren na de ontvreemding ervan, levert naar het oordeel van de rechtbank schuldheling op.

5. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 21 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen (televisie), toebehorende aan [slachtoffer A], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, immers zijn verdachte en zijn

mededader aldaar over de schutting(poort) geklommen en hebben verdachte en zijn mededader vervolgens glaslatten van een raam met schroevendraaiers en met de hand verwijderd en afgebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 10 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een laptop en een discman en een zonnebril en twee tassen en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer B], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

3.

hij in de periode van 18 tot en met 20 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (Beeldhouwershoeve 110) heeft weggenomen een televisie (kleur zwart, merk Panasonic), toebehorende aan [slachtoffer C], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij op 09 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) heeft weggenomen twee laptops, toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

5.

hij op 19 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) weg te nemen

goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer E], zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader, een ruit van de voordeur heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 10 juli 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een televisie met afstandbediening (zwart JVC) en een DVD speler (Kodak) en drie spaarpotten en een fotolijst en een dekbedovertrek en een laken, toebehorende aan [slachtoffer F], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

7.

hij op of omstreeks 19 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een televisie (zwart Phillips) en een laptop (zwart NEC), een beeldscherm (zwart HP) en een fietstas (blauw), toebehorende aan [slachtoffer G],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

8.

hij op 10 juli 2008 in de gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres en plaats])

heeft weggenomen een damestas (grijs) en een cadeaubon en een huissleutel en een televisie (zwart Pioneer) en twee laptops (een Dell en een Micromax) en een zonnebril en twee toegangskaarten voor een concert en een dekbedovertrek, toebehorende aan [slachtoffer H],

waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

9.

hij op 30 januari 2008 in de gemeente Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (goudkleurige damesfiets met dubbele fietstassen), toebehorende aan [slachtoffer I];

10.

hij in de periode van 10 tot en met 11 februari 2008 in de gemeente Apeldoorn, een scooter voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die

scooter redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Bewezen verklaarde feiten:

1.poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

5. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

6. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

7. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

8. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

9. diefstal;

10. subsidiair: schuldheling.

8. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9. Oplegging van straf en/of maatregel

9.1

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Zij heeft verder gevorderd als bijzondere voorwaarde aan de gevangenisstraf te verbinden dat de verdachte verplicht reclasseringscontact zal onderhouden, ook indien zulks zou inhouden het volgen van een behandeling bij Groot Batelaar of een soortgelijke instelling.

Ter toelichting op haar strafeis heeft de officier van justitie aangevoerd dat zij bij haar eis is uitgegaan van de richtlijnen die er zijn voor de ten laste gelegde feiten, het uittreksel van de justitiële documentatie waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport, waaruit blijkt dat behandeling noodzakelijk is om zo herhaling te voorkomen.

9.2

De raadsman heeft verzocht, indien de rechtbank zou komen tot een veroordeling, rekening te houden met de jonge leeftijd van de verdachte. Verder heeft hij verzocht een deels voorwaardelijk straf op te leggen conform het advies van de reclassering, daar verdachte bereid is mee te werken aan het voorgestelde plan van aanpak.

9.3

Bij de straftoemeting neemt de rechtbank het volgende in aanmerking:

De verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan een reeks gekwalificeerde diefstallen en pogingen daartoe, waardoor schade en overlast voor de benadeelden is veroorzaakt. Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking geweest voor het plegen van soortgelijke feiten en is vrij recent een aantal keren veroordeeld tot werkstraf en vrijheidsstraffen en liep nog in een proeftijd. Dat heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur is op zijn plaats.

Bij de bepaling van de duur van de onvoorwaardelijke vrijheidsstraf neemt de rechtbank de LOVS-richtlijnen als uitgangspunt. Verder heeft zij - evenals de officier van justitie - rekening gehouden met de eerdere veroordelingen van verdachte.

De rechtbank acht het van belang dat de verdachte de geadviseerde behandeling zal volgen. Uit het onderzoek dat door de reclassering is gedaan blijkt namelijk dat verdachte een persoon is met een hoog recidiverisico. Maximale toezichtregels zullen een plaats moeten krijgen en het toezicht zal intensief moeten zijn. De rechtbank zal daarom die bijzondere voorwaarde ook verbinden aan het voorwaardelijk op te leggen deel van de gevangenisstraf.

De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de rechtbank recht aan de bovengenoemde omstandigheden. Zij ziet geen aanleiding om daarvan af te wijken.

10. Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 453,47 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [naam] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 44,15 gevoegd in het strafproces.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de vordering niet ziet op een aan verdachte ten laste gelegd feit.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57, 310, 311 en 417 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 10 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 9 en het onder 10 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als

1.poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

5. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

6. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

7. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

8. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

9. diefstal;

10. subsidiair: schuldheling.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (éénentwintig)

maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens

reclassering, zolang als deze nodig oordeelt, ook indien zulks inhoudt dat veroordeelde zich ambulant die te laten behandelen bij Groot Batelaar of een andere door de reclassering aan te wijzen instelling;

- geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen;

- beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- verklaart de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Hödl, voorzitter, Varenhorst en Van Harreveld, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

12 december 2008.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, betreft dit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0623/08-206139, gesloten en ondertekend op 26 augustus 2008, of de daarbij gevoegde bijlagen.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam] namens de benadeelde [slachtoffer A], pag. 78-79

3 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte[slachtoffer A], pag. 188

4 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte[slachtoffer A], pag. 109 en 111

5 Brief van [slachtoffer A] aan [verdachte], pag. 340

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], pag. 194

7 Proces-verbaal van verhoor van de [getuige A], pag. 197

8 Proces-verbaal van verhoor van [getuige B], pag. 199

9 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 209

10 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 50

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C], pag. 275-276

13 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 282-283

14 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

15 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 50

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer D], pag. 223

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C], pag. 226

18 Proces-verbaal van verhoor van [getuige D], pag. 228

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige E], pag. 229

20 Processen-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 232 en 238

21 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

22 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer E], pag. 324

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C], pag. 326

24 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige F], pag. 328

25 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 332-333

26 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

27 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer F], pag. 354

28 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 357

29 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

30 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer G], pag. 342-343

31 Proces-verbaal van verhoor van (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 347-348

32 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

33 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer H], pag. 363-365

34 Proces-verbaal van verhoor van de (mede)verdachte [slachtoffer A], pag. 370-372

35 Proces-verbaal, ambtelijk verslag, pag. 51-55

36 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, betreft dit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0623/08-201531, gesloten en ondertekend op 15 februari 2008, of de daarbij gevoegde bijlagen.

37 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer I], pag, 26

38 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige H], pag. 28

39 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige L], pag. 67-68

40 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, betreft dit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0623/08-201592, gesloten en ondertekend op 18 februari 2008, of de daarbij gevoegde bijlagen.

41 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer J], pag. 17

42 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige N], pag. 23

43 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige K], pag. 25