Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BE8802

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
20-08-2008
Zaaknummer
06-460122-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor meerdere bedreigingen tegen het leven gericht, vrijheidsberoving, diefstal en twee vernielingen: 12 maanden gevangenisstraf waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460122-08

Uitspraak d.d.: 20 augustus 2008

tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [plaats] op [1976],

wonende te [adres en plaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 mei 2008 en 6 augustus 2008.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Het namens verdachte gedane verzoek tot opheffing van het bevel voorlopige hechtenis en de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte is toegewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 27 januari 2008 te Nunspeet [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd :"dan zet ik een gun op je hoofd en schiet ik je dood" en/of "ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(parketnummer 800446/08)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet, althans in Nederland opzettelijk [slachtoffer B] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk wederrechtelijk deze [slachtoffer B] gedwongen (samen met hem, verdachte) in haar auto plaats te nemen en naar een winkel in Nunspeet te rijden, waarbij de dwang bestond uit

-een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van verdachte op deze [slachtoffer B] en/of

-het opzettelijk duwen van die [slachtoffer B] naar haar auto en/of

-het opzettelijk dreigend de woorden toevoegen "Ik maak dat hoerenkind af" en/of "Ik moord je familie uit" en/of Ik steek zwaarden in je hoofd" en/of "ik doe je iets aan" en/of "Ik maak je hond dood", althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet, althans in Nederland [slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend [slachtoffer B]

-in/naar haar auto geduwd, en/of

-de woorden toegevoegd: "ik moord je familie uit" en/of "ik steek zwaarden in je hoofd" en/of "ik doe je iets aan" en/of "ik maak je hond dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet, althans elders in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (75 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, onverhoeds/mogelijk verzet brekend een portemonnee en/of geld (uit de handen) van die [slachtoffer B] heeft gegrist/gepakt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in de periode van 29 februari 2008 tot en met 01 maart 2008 te Nunspeet, althans elders in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een autoband heeft lekgestoken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (kapotgeslagen) fles richting die [slachtoffer D] gestoken, althans met een (kapotgeslagen) fles een stekende en/of snijdende beweging gemaakt, althans deze [slachtoffer D] een kapotgeslagen fles getoond, en/of daarbij de dreigende woorden gevoegd: "Ik maak je harststikke dood" en/of (vervolgens) met een houten stoel gezwaaid (richting deze [slachtoffer D]) en/of daarbij de dreigende woorden gevoegd: "ik ga jou kapot maken", althans woorden

van gelijk dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer E] (hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte tegenover die [slachtoffer E] opzettelijk een gevechtshouding, althans een dreigende houding aangenomen en/of heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer E] dreigend de woorden toegevoegd: "Neem me niet in de maling, kankerlijer", en/of "Ik zal je doodsteken" en/of "Je gaat eraan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 04 maart 2008 te Nunspeet opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, althans een toegangsdeur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering (voetnoot 1)

A. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot de bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde op basis van de aangiften en bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde acht de officier van justitie niet bewezen dat verdachte opzettelijk heeft gedreigd met een (kapotgeslagen) fles, danwel dat hij stekende en/of snijdende beweging heeft gemaakt met die fles.

B. Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezen kan worden verklaard, met uitzondering van de omstandigheid dat verdachte opzettelijk met een (kapotgeslagen) fles heeft gedreigd, danwel dat hij stekende en/of snijdende beweging heeft gemaakt met die fles.

C. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- de verklaringen van de verschillende aangevers.(voetnoot 2)

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen omstreeks 27 januari 2008 te Nunspeet [slachtoffer A] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer A] dreigend de woorden toegevoegd: "dan zet ik een gun op je hoofd en schiet ik je dood" en "ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op 4 maart 2008 te Nunspeet, opzettelijk [slachtoffer B] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk wederrechtelijk deze [slachtoffer B] gedwongen (samen met hem, verdachte) in haar auto plaats te nemen en naar een winkel in Nunspeet te rijden, waarbij de dwang bestond uit een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van verdachte op deze [slachtoffer B] en het opzettelijk duwen van die [slachtoffer B] naar haar auto en het opzettelijk dreigend de woorden toevoegen "Ik maak dat hoerenkind af" en "Ik moord je familie uit" en "Ik steek zwaarden in je hoofd" en "Ik doe je iets aan" en "Ik maak je hond dood", althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking;

3.

hij op 4 maart 2008 te Nunspeet, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (75 euro), toebehorende aan [slachtoffer B], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, onverhoeds/mogelijk verzet brekend een portemonnee uit de handen van die [slachtoffer B] heeft gegrist/gepakt;

4.

hij in de periode van 29 februari 2008 tot en met 1 maart 2008 te Nunspeet, opzettelijk en wederrechtelijk een autoband toebehorende aan [slachtoffer C], heeft vernield;

5.

hij op 4 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een houten stoel gezwaaid (richting deze [slachtoffer D]) en daarbij de dreigende woorden gevoegd: "Ik ga jou kapot maken", althans woorden van gelijk dreigende aard en/of strekking;

6.

hij op 4 maart 2008 te Nunspeet [slachtoffer E] (hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte tegenover die [slachtoffer E] opzettelijk een gevechtshouding, althans een dreigende houding aangenomen en heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer E] dreigend de woorden toegevoegd: "Neem me niet in de maling, kankerlijer", en "Ik zal je doodsteken" en "Je gaat eraan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7.

hij op 4 maart 2008 te Nunspeet opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, toebehorende aan [slachtoffer D], heeft vernield.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat uit de verklaringen van aangever [slachtoffer D], getuige [slachtoffer C] en verdachte onvoldoende duidelijk wordt wat de feitelijke omstandigheden van de situatie zijn geweest. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte opzettelijk met een (kapotgeslagen) fles heeft gedreigd, danwel dat hij stekende en/of snijdende beweging heeft gemaakt met die fles.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1, 5 en 6 (telkens): bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Feit 2: opzettelijk iemand van de vrijheid beroven/beroofd houden

Feit 3: diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren

Feit 4 en 7 (telkens): opzettelijk en wederrechtelijk enige goed dat geheel aan een ander toebehoort vernielen

Strafbaarheid van de verdachte

Er is over verdachte een psychiatrisch rapport opgesteld (d.d. 13 mei 2008) door psychiater H.E.M. van Beek. In het rapport wordt het volgende als conclusie vermeld:

"Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de vorm van afhankelijkheid van verschillende middelen (speed, cocaïne, alcohol, cannabis); tevens is hij lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven (met antisociale en borderline trekken). Aangezien verdachte ten tijde van het ten laste gelegde door zijn persoonlijkheidsstoornis maar voor een deel over zijn vrije wil beschikte, acht ik hem in verminderde mate toerekeningsvatbaar voor het hem ten laste gelegde voor zover dat zij bewezen."

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

1. De officier van justitie heeft - alle ten laste gelegde feiten bewezen achtend - een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling van zijn stoornissen, gevorderd.

2. Door en namens verdachte is bepleit een gevangenisstraf op te leggen die de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest niet zal overschrijden. Voorts is verzocht een korte voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met verplicht reclasseringscontact, ook als dat een ambulante behandeling van zijn psychische stoornissen zal inhouden.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

5. Op 27 januari 2008 heeft verdachte zijn vader met de dood bedreigd. Zijn vader heeft aangegeven dat hij zijn zoon in staat acht om de bedreiging daadwerkelijk uit te voeren. Vervolgens heeft verdachte in de periode van 29 februari en 1 maart 2008 een autoband van een medewerker van [pizzeria], te weten [slachtoffer C], lekgestoken.

6. Op 4 maart 2008 heeft verdachte, de hem bekende, mevrouw [slachtoffer B] gedwongen in haar auto te stappen en weg te rijden. Hij heeft zich daarbij zeer bedreigend jegens haar gedragen, waardoor hij een grove inbreuk heeft gemaakt op haar persoonlijke bewegingsvrijheid. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de meest vreselijke dingen tegen [slachtoffer B] heeft gezegd. Vervolgens reden ze naar een Chinees restaurant in Nunspeet. Tijdens de autorit naar het restaurant griste verdachte de portemonnee van [slachtoffer B] uit haar handen en pakte daaruit € 75,00. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het idee had dat hij "recht had op het geld", aangezien het geld hem was beloofd en vervolgens heeft hij zich het geld toegeëigend. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal, hetgeen schade heeft veroorzaakt bij [slachtoffer B].

7. Later die dag is verdachte naar [pizzeria] te Nunspeet gegaan. Daar heeft verdachte de eigenaar van de pizzeria, [slachtoffer D], bedreigd, waarna [slachtoffer D] verdachte heeft verzocht de pizzeria te verlaten. Voorts heeft verdachte een ruit van de toegangsdeur van de pizzeria vernield. Door het plegen van dit feit heeft hij [slachtoffer D] schade berokkend. Vervolgens heeft verdachte met een houten stoel gezwaaid, waarop [slachtoffer D] zei dat hij de politie had gebeld. Hierop heeft verdachte de stoel op de grond gegooid en is naar het station van Nunspeet gegaan. In de trein heeft verdachte jegens de hoofdconducteur, genaamd [slachtoffer E], een dreigende (boks)houding aangenomen en hem met woorden bedreigd, waaronder 'kankerlijer". Als gevolg daarvan heeft de hoofdconducteur psychische gevolgen ondervonden, waardoor hij enige tijd thuis is geweest en niet in staat geweest om te werken.

8. Uit het strafblad (voetnoot 3) van verdachte blijkt dat hij veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke strafbare feiten.

9. Door het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering (voetnoot 4) is - afhankelijk van de door de rechtbank op te leggen straf - een verplicht reclasseringscontact geadviseerd, ook als dat een klinische of ambulante behandeling van zijn psychische stoornissen en indien noodzakelijk aansluitend voor zijn verslaving (alcohol en drugs) inhoudt. Volgens de rapporteur zijn interventies noodzakelijk om recidive te voorkomen.

Uit het rapport blijkt dat de gepleegde delicten samenhangen met het emotioneel welzijn en het middelengebruik van verdachte. Verdachte is gemotiveerd om problemen met betrekking tot het alcohol- en drugsgebruik en zijn impulsiviteit aan te pakken. Verdachte heeft aangegeven voorkeur te hebben voor een behandeling in de Meerkanten, instelling voor geestelijke gezondheidszorg. De rapporteur heeft verdachte inmiddels bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: NIFP) aangemeld voor een indicatiestelling.

10. Uit de door het NIFP (voetnoot 5) opgemaakte indicatiestelling blijkt dat op basis van het ziektebeeld, risicoanalyse en gedragskenmerken, de richting is aangegeven van de noodzakelijke intensiteit van verblijf en het beveiligingsniveau. Er is sprake van een gemiddelde zorgintensiteit en een laag beveiligingsniveau. Verdachte heeft een intakegesprek gehad bij de Meerkanten en kan onder voorbehoud medio 2008 starten met de behandeling. De behandeling is in principe ambulant, maar zo nodig klinisch. Verdachte dient zich te houden aan behandel- en begeleidingsafspraken met Mobiel Team Medewerkers. Daarnaast zal hij een verplicht behandelcontact hebben met het CAD.

11. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven mee te willen werken aan een behandeling bij de Meerkanten in Ermelo, waarbij de voorkeur uitgaat naar een ambulante behandeling.

12. De rechtbank acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, om de redenen zoals deze hierboven zijn aangehaald.

13. De rechtbank ziet in het vorenstaande aanleiding om af te wijken van de door de officier van justitie gevorderd straf, in die zin dat zij een korter onvoorwaardelijk en een langer voorwaardelijk deel zal opleggen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte een behandeling zoals voorgesteld in het plan van aanpak ondergaat. Enerzijds dient het langere voorwaardelijke strafdeel ertoe verdachte te motiveren om deze kans te benutten en daadwerkelijk zijn problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van een -groter dan gevorderd- aantal maanden tot gevolg kan hebben.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaak, bekend onder het parketnummer 06/460122-08, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vorderingen tot schadevergoeding

14. [slachtoffer C], [adres en plaats] ([rekeningnummer]) heeft als slachtoffer terzake van de door hem, ten gevolge van hetgeen aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd, schade geleden ten bedrage van € 100,00.

15. [slachtoffer D], [adres en plaats] ([rekeningnummer]) heeft als slachtoffer terzake van de door hem, ten gevolge van hetgeen aan verdachte onder 5 en 7 is ten laste gelegd, schade geleden ten bedrage van € 665,30.

16. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer C] onvoldoende onderbouwd is, maar dat een bedrag van € 100,00 een redelijk bedrag is. De vordering kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van [slachtoffer D] is voldoende onderbouwd en kan geheel worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

17. De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering van [slachtoffer C] onvoldoende onderbouwd is en derhalve afgewezen dient te worden. De vordering van [slachtoffer D] is ten aanzien van de kosten van belettering van de ruit onvoldoende onderbouwd, zodat het gevorderde bedrag van € 200,00 dient te worden afgewezen. Er is, zoals reeds bepleit, geen sprake van immateriële schade en op dit punt dient te vordering eveneens afgewezen te worden.

18. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [slachtoffer C] is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 100,00 een redelijk bedrag. De vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen.

19. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [slachtoffer D] is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 5 en 7 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

- De vordering ziet ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde op immateriële schade waarvoor een bedrag van € 400,00 wordt gevorderd.

De rechtbank bepaalt de schade in billijkheid op een bedrag van € 50,00, uitgaande van het feit dat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte opzettelijk met een (kapotgeslagen) fles heeft gedreigd, danwel dat hij stekende en/of snijdende beweging heeft gemaakt met die fles.

- De vordering ziet ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde op het plaatsen van een nieuwe ruit in de toegangsdeur, waarvoor een bedrag van € 65,30 wordt gevorderd en de nieuwe belettering voor de ruit, waarvoor een bedrag van € 200,00 wordt gevorderd.

De rechtbank acht het gevorderde bedrag van € 65,30 voldoende onderbouwd en de door de benadeelde opgevoerde bedragen zijn niet buitensporig en alleszins gebruikelijk in het economisch verkeer. De rechtbank bepaalt de schade ten aanzien van de belettering van de ruit in billijkheid op een bedrag van € 50,00, aangezien het gevorderde bedrag voor het overige onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De verdachte is voor die schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk en de vordering is voor toewijzing vatbaar. De vordering zal tot een bedrag van € 165,30 worden toegewezen en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. De benadeelde partij kan voor het overige haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tevens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van de hiervoor vermelde bedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 282, 285, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden.

bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot zeven (7) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat een ambulante behandeling van zijn psychische stoornissen en indien noodzakelijk aansluitend voor zijn verslaving (alcohol en drugs) bij de Meerkanten inhoudt. De veroordeelde zal zich dan houden aan behandel- en begeleidingsafspraken met Mobiel Team Medewerkers. Daarnaast zal hij een verplicht behandelcontact hebben met het CAD.

geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen.

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer C], [adres en plaats] ([rekeningnummer]), van een bedrag van € 100,00, vermeerderd met de wettelijke rente van het moment van het schadeveroorzakende feit en de betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer D], [adres en plaats] ([rekeningnummer]), van een bedrag van € 165,30, vermeerderd met de wettelijke rente van het moment van het schadeveroorzakende feit en de betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer D] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C], een bedrag te betalen van € 100,00, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 2 (twee) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer D], een bedrag te betalen van € 165,30, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 3 (drie) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, mrs. De Bie en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 augustus 2008.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0613/08-201688, gedateerd 21 februari 2008.

Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's ten aanzien van het onder 2 tot en met 7 ten laste gelegde, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0613/08-202093, gedateerd 31 maart 2008.

2 Aangifte [slachtoffer A] (doorgenummerde dossierpagina 9-10), aangifte [slachtoffer B] (doorgenummerde dossierpagina 72-77), aangifte [slachtoffer D] (doorgenummerde dossierpagina 48-50), aangifte [slachtoffer C] (doorgenummerde dossierpagina 58-59), aangifte [slachtoffer E] (doorgenummerde dossierpagina 64-66).

3 Uittreksel justitiële documentatie d.d. 5 maart 2008.

4 Voorlichtingsrapport Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering d.d. 18 juni 2008.

5 Indicatiestelling Forensische zorg door het NIFP d.d. 28 juli 2008.