Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD8653

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-07-2008
Datum publicatie
29-07-2008
Zaaknummer
06/460045-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De dader van de overvallen op de Aldi winkels in Doetinchem en Dieren in 2007 en van een poging tot het overvallen van een Zeemanwinkel te Doesburg in januari 2008 is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarde is daarbij opgelegd dat de veroordeelde zich dient te laten behandelen aan de bij hem geconstateerde persoonlijkheidsproblematiek en zijn chronische pathologische gokverslaving, waardoor hij als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Verder dient de veroordeelde aan een aantal benadeelden schadevergoeding te betalen, in totaal ruim € 12.000,--.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460045-08

Uitspraak d.d.: 29 juli 2008

Tegenspraak/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1965],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Ooyerhoekseweg – Zutphen te Zutphen.

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 mei 2008, 4 juli 2008 en 15 juli 2008.

2. Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 9 mei 2008 zijn de volgende beslissingen gegeven:

- de rechtbank heeft ambtshalve besloten een getuige/deskundige te horen;

- de rechtbank heeft besloten een voorlichtingsrapport over verdachte op te laten maken door de reclassering en de zaak daartoe aan te houden.

3. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 18 januari 2007

in de gemeente Doetinchem, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van Euro 1.300, althans een geldbedrag, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Dit is een overval",

althans soortgelijke (dreigende) woorden, en/of

- (daarbij) een (bivak)muts op zijn hoofd heeft gedragen, en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heef gezegd en/of

geschreeuwd: "Doe de deur open. Allebei naar binnen. Schiet op" en/of "Open

de kluis" en/of "Papiergeld. Paper geld. Meer, meer" en/of "Ik weet dat er

meer is. Schiet op" en/of "Tas, heb je een tas? Je hebt 10 seconden",

althans soortgelijke (dreigende) woorden, en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (steeds) een geweer (met

afgezaagde loop), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft

getoond en/of tegen de/het licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedrukt en/of gehouden;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 18 januari 2007

in de gemeente Doetinchem, althans in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen Euro 1.300,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Dit is een overval",

althans soortgelijke (dreigende) woorden, en/of

- (daarbij) een (bivak)muts op zijn hoofd heeft gedragen, en/of

- (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heef gezegd en/of

geschreeuwd: "Doe de deur open. Allebei naar binnen. Schiet op" en/of "Open

de kluis" en/of "Papiergeld. Paper geld. Meer, meer" en/of "Ik weet dat er

meer is. Schiet op" en/of "Tas, heb je een tas? Je hebt 10 seconden",

althans soortgelijke (dreigende) woorden, en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (steeds) een geweer (met

afgezaagde loop), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp heeft

getoond en/of tegen de/het licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedrukt en/of gehouden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 5 februari 2007 te Dieren, gemeente Rheden, althans in

Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5], heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer Euro 5217,59,

althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi Ommen B.V.,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft

gezegd:"Dit is een overval. We gaan weer terug naar binnen" en/of "Snel,

snel" en/of "Zet het alarm af", althans soortgelijke (dreigende) woorden,

en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] (steeds)

een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 5 februari 2007

te Dieren, gemeente Rheden, althans in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen Euro

5217,59, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan Aldi

Ommen B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft

gezegd:"Dit is een overval. We gaan weer terug naar binnen" en/of "Snel,

snel" en/of "Zet het alarm af", althans soortgelijke (dreigende) woorden,

en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] (steeds)

een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op of omstreeks 4 januari 2008 in de gemeente Doesburg, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Zeeman, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte:

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd: "Ik wil het geld hebben" en/of "Doe de kassa open",

en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 6] een (deel van) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

getoond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 4 januari 2008 in de gemeente Doesburg, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten

dele toebehorende aan Zeeman, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te

doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen [slachtoffer 6],

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers

heeft verdachte:

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd: "Ik wil het geld hebben" en/of "Doe de kassa open",

en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 6] een (deel van) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft getoond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Bewijsoverweging

5.1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, onder 2 primair en onder 3 primair ten laste gelegde feiten.

5.2.

De raadsman van verdachte heeft zich dienaangaande gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien verdachte bekennende verklaringen heeft afgelegd.

Bewijsmiddelen

5.3

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de - navolgende - overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0640/08-201073, gesloten en ondertekend op

1 februari 2008.

De bewezenverklaring van het onder 1 primair, het onder 2 primair en het onder 3 primair

ten laste gelegde is gebaseerd op de bekennende verklaringen van verdachte ter terechtzitting van 9 mei 2008 en 15 juli 2008 dat hij op 18 januari 2007 de Aldi te Doetinchem heeft overvallen, dat hij op 5 februari 2007 de Aldi te Dieren heeft overvallen en dat hij op 4 januari 2008 heeft gepoogd de Zeeman te Doesburg te overvallen.

Voorts is de bewezenverklaring mede gebaseerd op:

- feit 1: de aangiften van [slachtoffer 1] (pag. 21-24) en [slachtoffer 2] (pag. 46-49);

- feit 2: de aangifte van [slachtoffer 3] (pag. 52-56), de verklaringen van de getuigen [slachtoffer 4] (pag. 60-62) en [slachtoffer 5] (pag. 63-65)

- feit 3: de aangifte van [slachtoffer 6] (pag. 72-73).

6. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, het onder 2 primair en het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank acht bewezen dat:

1.

hij op 18 januari 2007 in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van Euro 1.300, toebehorende aan Aldi, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Dit is een overval", en

- daarbij een (bivak)muts op zijn hoofd heeft gedragen, en

- vervolgens tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heef gezegd en geschreeuwd: "Doe de deur open. Allebei naar binnen. Schiet op" en "Open de kluis" en "Papiergeld. Papier geld. Meer, meer" en "Ik weet dat er meer is. Schiet op" en "Tas, heb je een tas? Je hebt 10 seconden", en

- daarbij die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] steeds een geweer met afgezaagde loop heeft getoond en tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gedrukt;

2.

hij op 5 februari 2007 te Dieren, gemeente Rheden, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer Euro 5.217,59,

toebehorende aan Aldi Ommen B.V., welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] heeft gezegd: "Dit is een overval. We gaan weer terug naar binnen" en "Snel, snel" en "Zet het alarm af", en

- daarbij die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] steeds een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond;

3.

hij op 4 januari 2008 in de gemeente Doesburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag,

toebehorende aan Zeeman, immers heeft verdachte:

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd: "Ik wil het geld hebben" en "Doe de kassa open", en

- daarbij die [slachtoffer 6] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

7. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. afpersing;

2. afpersing;

3. poging tot afpersing.

9. Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport van psychologisch onderzoek opgemaakt d.d. 1 mei 2008, door drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog.

Met de conclusie van dit rapport, te weten dat er sprake is van ernstig en chronisch pathologisch gokken bij een man met een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline, narcistische en antisociale kenmerken, waardoor hij in relatie tot het ten laste gelegde als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

10. Oplegging van straf en/of maatregel

10.1

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar ten aanzien van de algemene voorwaarden. Zij heeft een proeftijd van 3 jaar gevorderd ten aanzien van de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht reclasseringscontact (afdeling verslavingszorg) zal onderhouden, ook indien zulks zou inhouden het volgen van een ambulante behandeling in een verslavingskliniek.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat zij bij haar eis rekening heeft gehouden met het over verdachte opgemaakte rapport van psychologisch onderzoek. Zij heeft de conclusie overgenomen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Anderzijds heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde feiten, de gevolgen die de feiten voor de betrokken slachtoffers en hun gezinnen hebben gehad en de omstandigheid dat de kans op recidive hoog wordt ingeschat indien er geen behandeling zal plaatsvinden. Voorts heeft zij er rekening mee gehouden dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat overeenkomstig artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening moet worden gehouden met de veroordeling van verdachte door de politierechter op 21 september 2007.

10.2

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich kan vinden in de conclusie dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is te achten. Er is gevaar voor herhaling, hetgeen verdachte erkent. De verdachte heeft zichzelf gemeld bij de politie omdat hij behandeld wil worden. Hoewel er voldoende tijd is geweest om te zoeken naar een geschikte plaats waar verdachte

behandeld zou kunnen worden, is pas kort voor de zitting gebleken dat er geen geschikte behandelplaats is gevonden. Tijdens de verdere detentie zal er volgens de reclassering gekeken moeten worden naar behandelmogelijkheden. Hoewel de raadsman enerzijds heeft verzocht verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde dat hij zich dient te laten behandelen, heeft de raadsman anderzijds meegedeeld zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

10.3

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte zich binnen korte tijd driemaal schuldig heeft gemaakt aan een van de ernstigste vormen van vermogenscriminaliteit, teneinde zijn gokverslaving te kunnen financieren. Verdachte heeft zich daarbij laten leiden door de zucht naar snel en illegaal, geldelijk gewin. Verdachte heeft een aantal winkels overvallen waarbij hij het aanwezige winkelpersoneel onder dreiging van een wapen gedwongen heeft geld af te geven. Tweemaal heeft dat geleid tot de afgifte van grote geldbedragen. Eenmaal is dat mislukt door de weigering van de medewerkster geld te willen afgeven, waarna verdachte op de vlucht is geslagen. Verdachte had welbewust enigzins afgelegen winkels uitgekozen waarvan hij ook wist dat om die reden rond sluitingstijd minder personeelsleden aanwezig zouden zijn. Door het plegen van deze feiten heeft verdachte de werknemers angst aangejaagd, waarvan zij nog lange tijd de gevolgen zullen ondervinden. Bovendien dragen dergelijke delicten in hoge mate bij tot de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid. Voorts neemt de rechtbank in ogenschouw dat verdachte eerder met politie en justitie is aanraking is geweest en is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee, dat verdachte zich zelf bij de politie heeft gemeld en daar de feiten heeft bekend, omdat hij deze betreurt en hij herhaling hoopt te voorkomen door zich te laten behandelen voor zijn reeds lang bestaande problematiek. Uit het over de verdachte opgemaakte rapport van psychologisch onderzoek komt naar voren dat verdachte zwaar gokverslaafd is en dat hij vanwege de bij hem aanwezige persoonlijkheidstoornis verminderd in staat is zichzelf aan te sturen. Hij maakt weinig contact met zijn innerlijke dynamiek waardoor onlustgevoelens niet gedragen hoeven te worden, niet verwerkt en geïntegreerd worden, en waardoor spanning en onlustgevoelens zich onderhuids kunnen opstapelen. Ook draagt de persoonlijkheidsstoornis ertoe bij dat hij spanning opbouwt en dat hij daardoor vervolgens een uitlaatklep nodig heeft, die hij vindt in het gokken. De kans op dat hij wederom soortgelijke feiten zal gaan plegen is zeer groot. Een behandeling is noodzakelijk. Blijkens voornoemd rapport is een klinische startbehandeling in een forensische afdeling voor dubbeldiagnose-problematiek noodzakelijk om de overgang van detentie naar vrijheid gemakkelijker te maken en om terugval te voorkomen. Vervolgens is een langdurige poliklinische behandeling noodzakelijk.

De rechtbank constateert met zorg dat verdachtes motivatie voor behandeling er ook na vele maanden, niet toe heeft mogen leiden, dat de reclassering (Iriszorg) een passende behandelplek heeft gevonden waar zowel de persoonlijkheidsproblematiek als de verslavingsproblematiek van verdachte, althans één van beide, kan worden behandeld. Deze betreurenswaardige gang van zaken wekt bij de rechtbank de indruk, dat intern-organisatorische problemen bij de reclassering daar debet aan zijn, mede gelet op de mededelingen van de reclasseringswerker ter terechtzitting van 9 mei 2008.

De rechtbank zal aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel een bijzondere voorwaarde verbinden waarmee een verplichte behandeling en begeleiding aan verdachte wordt opgelegd. Zij acht het tevens wenselijk dat verdachte al gedurende zijn detentie een start zal

kunnen maken met de behandeling van de problematiek, welke in aansluiting op verdachtes detentie in een ambulante vorm voortgezet zou dienen te worden. De rechtbank ziet graag dat de reclassering hierin een leidende rol zal nemen.

11. Vorderingen tot schadevergoeding

De navolgende benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces gevoegd:

1. Aldi Groenlo ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit tot een bedrag van € 3.562,60;

2. [slachtoffer 1] ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit tot een bedrag van € 1.575,-- (immateriële schade);

3. [slachtoffer 2] ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, zonder opgave van een te vorderen bedrag;

4. Aldi Groenlo ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit tot een bedrag van

€ 8.488,29;

5. [slachtoffer 5] ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit tot een bedrag van €1.820,-- (waarvan € 1.545,-- tot op heden geleden immateriële schade);

6. [slachtoffer 3] ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit tot een bedrag van € 1.819,20 (waarvan € 1.575,-- immateriële schade);

7. [slachtoffer 4] ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde toto een bedrag van € 1.902,04 (waarvan € 1.575,-- immateriële schade);

8. [slachtoffer 6] ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit tot een bedrag van

€ 1.551,90 (waarvan € 1.545,-- tot op heden geleden immateriële schade).

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Aldi Groenlo (feit 1) gevorderd deze geheel toe te wijzen. Zij heeft aangevoerd dat er geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd dient te worden.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet toewijsbaar is. Op de factuur d.d. 5 februari 2007 staan consulten opgenomen van een periode vóór de datum van het plegen van het feit. De factuur van 14 februari 2007 heeft betrekking op vervolginterventie bij de Aldi te Apeldoorn, zodat het causaal verband ontbreekt.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen verder met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.300,--, te weten het afgedwongen geldbedrag.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Ten aanzien van het meer gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Dat deel van de vordering wordt namens verdachte betwist en de rechtbank is van oordeel dat dit geen rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit geleden schade betreft. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft aangevoerd dat de uitspraak waar ter onderbouwing naar verwezen wordt niet vergelijkbaar is. Blijkens de meest recente uitgave van de ANWB Smartengeldgids zou het toe te wijzen bedrag op maximaal € 600,-- gesteld moeten worden.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding wegens immateriële schade is de rechtbank, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking

tot de vordering is gebleken, van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden en mogelijk nog zal lijden. Nu de omvang van deze schade is betwist zal de rechtbank de tot op

heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is geleden.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren, nu de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudi¬ge aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafge¬ding. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien er geen bedrag van te vorderen schade op het schadeformulier is ingevuld.

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu er geen te vorderen bedrag op het schadeformulier is ingevuld, waardoor de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Aldi Groenlo (feit 2) gevorderd deze geheel toe te wijzen. Zij heeft aangevoerd dat er geen schadevergoedingsmaatregel opgelegd dient te worden.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering afgewezen dient te worden, aangezien deze in zijn visie onvoldoende en ook onduidelijk is onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen verder met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot een bedrag van € 5.217,59, te weten het afgedwongen geldbedrag.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Ten aanzien van het overigens gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Dat deel van de vordering wordt namens verdachte betwist en de rechtbank is van oordeel dat dit geen rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit geleden schade betreft. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe te wijzen tot een bedrag van € 1.545,-- voor geleden immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de overig gevorderde schade heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de uitspraak waar ter onderbouwing van de immateriële schade naar verwezen wordt niet vergelijkbaar is. Blijkens de meest recente uitgave van de ANWB Smartengeldgids zou het toe te wijzen bedrag op maximaal € 600,-- gesteld moeten worden. Ten aanzien van het gevorderd bedrag met betrekking tot verplicht opgenomen vakantiedagen heeft de raadsman bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden en mogelijk nog immateriële schade zal lijden. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot de materieel geleden schade ad € 275,-- toewijzen. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is geleden.

Ten aanzien van de overigens gevorderde immateriële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe te wijzen tot een bedrag van € 1.575,-- voor geleden immateriële schade en reiskosten ad € 14,08, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de overig gevorderde schade heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de uitspraak waar ter onderbouwing van de immateriële schade naar verwezen wordt niet vergelijkbaar is. Blijkens de meest recente uitgave van de ANWB Smartengeldgids zou het toe te wijzen bedrag op maximaal € 600,-- gesteld moeten worden. Ten aanzien van het overigens gevorderde heeft de raadsman bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden en mogelijk nog immateriële schade zal lijden. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot de materieel geleden schade toewijzen (totaal € 244,30). De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is geleden.

Ten aanzien van het overigens gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe te wijzen tot een bedrag van € 1.575,-- voor geleden immateriële schade, cursuskosten ad € 34,-- en daarvoor gemaakte reiskosten ad € 62,92, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de overigens gevorderde schade heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de uitspraak waar ter onderbouwing van de immateriële schade naar verwezen wordt niet vergelijkbaar is. Blijkens de meest recente uitgave van de ANWB Smartengeldgids zou het toe te wijzen bedrag op maximaal € 600,-- gesteld moeten worden. Ten aanzien van het overigens gevorderde heeft de raadsman bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering wegens het ontbreken van onderbouwing en omdat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden en mogelijk nog immateriële schade zal lijden. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot de materieel geleden schade toewijzen tot een bedrag van € 5,-- voor telefoonkosten. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is geleden.

Ten aanzien van het overigens gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe te wijzen tot een bedrag van € 1.545,-- voor geleden immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van de overig gevorderde schade heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De raadsman heeft aangevoerd dat de uitspraak waar ter onderbouwing van de immateriële schade naar verwezen wordt niet vergelijkbaar is. Blijkens de meest recente uitgave van de ANWB Smartengeldgids zou het toe te wijzen bedrag op maximaal € 600,-- gesteld moeten worden. Ten aanzien van het overigens gevorderde heeft de raadsman bepleit de

benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien dat deel van de vordering wegens het ontbreken van onderbouwing en omdat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, van oordeel dat is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden en mogelijk nog immateriële schade zal lijden. De rechtbank zal de vordering met betrekking tot de materieel geleden schade toewijzen tot een bedrag van € 6,90 voor telefoonkosten. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 1.000,--, nu er vanuit mag worden gegaan, dat deze schade in ieder geval is geleden.

Ten aanzien van het overigens gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden

verklaard in haar vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering derhalve slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

12. Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte telkens op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van de hiervoor onder 2, 5, 6, 7, 8 genoemde slachtoffers.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, het onder 2 primair en het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als hiervoor overwogen;

- verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar

feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens reclassering, zolang als deze nodig oordeelt, ook indien zulks inhoudt dat veroordeelde zich bij een door de reclassering aan te wijzen instelling ambulant dient te laten behandelen aan de bij hem geconstateerde persoonlijkheidsproblematiek en/of zijn verslavingsproblematiek.

- geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

- beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij - Bedrag

1. Aldi Groenlo € 1.300,--

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

2. [slachtoffer 1] € 1.000,--

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

4. Aldi Groenlo € 5.217,59

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

5. [slachtoffer 5] € 1.275,--

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

6. [slachtoffer 3] € 1.244,20

[adres]

Rekeningnummer 53.37.49.840

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

7. [slachtoffer 4] € 1.005,--

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

8. [slachtoffer 6] € 1.006,90

[adres]

Rekeningnummer [nummer]

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag - Vervangende hechtenis

2.[slachtoffer 1] € 1.000,- - 20 dagen

5. [slachtoffer 5] € 1.275,- - 25 dagen

6. [slachtoffer 3] € 1.244,20 - 25 dagen

7. [slachtoffer 4] € 1.005,- - 20 dagen

8. [slachtoffer 6] € 1.006,90 - 20 dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Roessingh-Bakels, voorzitter, Van Harreveld en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting

van 29 juli 2008.