Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7649

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-07-2008
Datum publicatie
21-07-2008
Zaaknummer
06/558538-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

roekeloos - onder invloed van alcohol - rijgedrag verdachte bij verkeersongeval in Putten op 3 november 2007 met zwaargewonden leidt tot maximale werkstraf en een rijontzegging van twee jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/558538-07

Uitspraak d.d.: 18 juli 2008

Tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1989],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op in het openbaar gehouden terechtzitting van 4 juli 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 november 2007 in de gemeente Putten als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de Meskampersteeg, althans enige weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl het nacht was en/of de weg niet verlicht was en/of het wegdek vochtig was en/of terwijl de Meskampersteeg gelegen is buiten de bebouwde kom, alwaar een wettelijk toegestande snelheid van 80 kilometer per uur gold en/of hij, verdachte, onder invloed was van alcohol en/of hij, verdachte, vier, althans een aantal, perso(o)n(en) vervoerde,

gereden op de Meskampersteeg met een hoge snelheid, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, en/of niet voortdurend de door hem - verdachte - bestuurde personenauto onder controle gehad en/of niet voortdurend de handelingen verricht die van hem - verdachte - werden vereist en/of terwijl meerdere, althans enige inzittende(n) van de personenauto verbaal aangaven dat hij, verdachte, snelheid moest minderen,

immers is hij verdachte, met de door hem bestuurde personenauto tijdens het rijden, in een slip geraakt en/of vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - rechterberm terecht gekomen en/of vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - aan de rechterzijde van de weg gelegen sloot terecht gekomen en/of vervolgens met de achterzijde van die personenauto tegen een boom gebotst en/of vervolgens over de kop gegaan en/of in die sloot tot stilstand gekomen,

waardoor de heer [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten oorletsel en/of een breuk in een nekwervel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor mevrouw [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken sleutelbeen en/of een gekneusde schouder, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor de heer [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor de heer [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gekneusde pols, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994,

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 03 november 2007 in de gemeente Putten als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, de Meskampersteeg, althans enige weg,

waarbij hij verdachte

terwijl het nacht was en/of de weg niet verlicht was en/of het wegdek vochtig was en/of terwijl de Meskampersteeg gelegen is buiten de bebouwde kom, alwaar een wettelijk toegestande snelheid van 80 kilometer per uur gold en/of hij, verdachte, onder invloed was van alcohol en/of hij, verdachte, vier, althans een aantal, perso(o)n(en) vervoerde,

heeft gereden op de Meskampersteeg met een hoge snelheid, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, en/of niet voortdurend de door hem - verdachte - bestuurde personenauto onder controle heeft gehad en/of niet voortdurend de handelingen heeft verricht die van hem - verdachte - werden vereist en/of terwijl meerdere, althans enige inzittende(n) van de personenauto verbaal hebben aangaven dat hij, verdachte, snelheid moest minderen,

immers is hij verdachte, met de door hem bestuurde personenauto tijdens het rijden, in een slip geraakt en/of vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - rechterberm terecht gekomen en/of vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - aan de rechterzijde van de weg gelegen sloot terecht gekomen en/of vervolgens met de achterzijde van die personenauto tegen een boom gebotst en/of vervolgens over de kop gegaan en/of in die sloot tot stilstand gekomen,

waarbij de heer [slachtoffer 1] en/of mevrouw [slachtoffer 2] en/of de heer [slachtoffer 3] en/of de heer [slachtoffer 4] letsel heeft/hebben bekomen en/of schade heeft/hebben geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 03 november 2007 in de gemeente Putten als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem/haar voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden;

art 8 lid 3 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering (eindnoot 1)

A. De vaststaande feiten

Aanleiding voor het onderzoek (eindnoot 2) was een melding op 3 november 2007 van een eenzijdig verkeersongeval op de Meskampersteeg te Putten..

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde. De verdachte was onder invloed van alcoholhoudende drank, was aan het bumperkleven en reed te hard. Derhalve is er sprake van roekeloos rijgedrag. Tevens was de verdachte een zogenoemd beginnend bestuurder.

C. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

Door de verdediging is geen bewijsverweer gevoerd.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden.

Uit de verkeersongevalsanalyse (eindnoot 3) is gebleken dat het ten tijde van het ongeval nacht was, de weg geen straatverlichting had en het droog was. Het voertuig (eindnoot 4) , merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken], vertoonde geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval. De auto (eindnoot 5) raakte in de berm. De rijrichting van het voertuig, naar rechts, verliep in een vloeiende lijn. Kennelijk bevond het ongevalsvoertuig zich in deze berm al in een slip. Vervolgens slipte het voertuig in zijn rijrichting over een afstand van ongeveer 26 meter door de, in de rechter berm gelegen sloot. Na deze afstand botste de achterzijde van het voertuig tegen een in de slootwal staande boom en sloeg het voertuig om, waardoor het op de kop in deze sloot tot stilstand kwam.

De getuige/slachtoffer (eindnoot 6) [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 3 november 2007 met [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [naam] bij [verdachte] in de auto is gestapt. [verdachte] zei dat hij niet gedronken had. [slachtoffer 1] ging rechtsachter in zitten. [verdachte] gaf gas en reed dicht op de bumper van een andere auto die voor hen reed. [slachtoffer 1] zei tegen [verdachte] dat hij kalm aan moest doen. [verdachte] trok zich daar weinig tot niets van aan. Toen [verdachte] de vrijheid kreeg gaf hij vol gas. Hij reed veel te hard.

[slachtoffer 1] heeft een paar keer tegen hem gezegd dat hij rustig aan moest doen, maar daar trok [verdachte] zich niets van aan. [slachtoffer 1] voelde dat de auto van achteren naar rechts weggleed richting de berm. Het volgende wat hij zich kan herinneren is dat hij in de sloot zat. Als gevolg van ongeval lag zijn rechteroor er haast af. Hij heeft een breuk en scheur in de zevende nekwervel.

De getuige/slachtoffer (eindnoot 7) [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 3 november met [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], [slachtoffer 3] en [naam] bij [verdachte] in de auto zijn gestapt. [verdachte] zei dat hij geen alcohol had gedronken. Er reed een auto voor hen en [verdachte] zat constant deze auto op te duwen. Hij reed dicht op de bumper van die auto. Ze zeiden tegen [verdachte] dat hij normaal moest doen. Op een geven moment sloeg de auto voor hen af. [verdachte] reed wel 80 km/h daarna. Hij reed veel te hard over een dergelijke weg. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeiden meerdere keren tegen [verdachte] dat hij rustiger moest rijden. Het volgende wat zij zich kan herinneren is dat de auto op de kop op lag. Als gevolg van de aanrijding heeft zij haar sleutelbeen gebroken en haar rechterschouder gekneusd.

De getuige/slachtoffer (eindnoot 8) [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op 3 november 2007 met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] bij [verdachte] in de auto is gestapt. [verdachte] zei dat hij geen alcohol gedronken had. [slachtoffer 3] zat voorin naast [verdachte]. Er reed een auto voor hen. [verdachte] reed vlak op de bumper van deze auto, hij was aan het bumperkleven. Tijdens het rijden was [verdachte] aan het spelen met de autoradio. De auto voor hen sloeg af en hierna ging [verdachte] harder rijden. [slachtoffer 3] vond dat hij te hard reed. Hij voelde dat de auto in de berm kwam en begon te glijden. Het volgende wat hij zich kan herinneren is dat hij wakker werd in de auto, terwijl deze op de kop lag. Als gevolg van de aanrijding heeft hij zijn rechterarm gebroken.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende, zakelijke weergegeven: Ik heb tijdens de wedstrijd alcohol gedronken. Er werd mij gevraagd om wat mensen mee te nemen als ik naar huis reed en dat heb ik gedaan. Ik reed over een hele donkere weg. Ik voelde de auto slippen en toen was het al gebeurd. Het klopt dat ik een behoorlijk hoog alcoholpromillage had. Het had niet mogen gebeuren en ik had niet mogen gaan rijden. Het klopt dat ik vlak op de auto voor mij reed. Mijn passagiers zeiden wel dat ik rustig aan moest doen. Dat zeiden zij op het donkere stuk. Ik ben toen gaan remmen en toen gebeurde het ongeval.

Een honacformulier (eindnoot 9) waaruit blijkt dat het alcoholgehalte van verdachte op 3 november 2007 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op 03 november 2007 in de gemeente Putten als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de Meskampersteeg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

immers heeft hij, verdachte,

roekeloos,

terwijl het nacht was en de weg niet verlicht was en het wegdek vochtig was en terwijl de Meskampersteeg gelegen is buiten de bebouwde kom, alwaar een wettelijk toegestane snelheid van 80 kilometer per uur gold en hij, verdachte, onder invloed was van alcohol en hij, verdachte, vier personen vervoerde,

gereden op de Meskampersteeg met een hoge snelheid en niet voortdurend de door hem - verdachte - bestuurde personenauto onder controle gehad en niet voortdurend de handelingen verricht die van hem - verdachte - werden vereist en terwijl meerdere inzittenden van de personenauto verbaal aangaven dat hij, verdachte, snelheid moest minderen,

immers is hij verdachte, met de door hem bestuurde personenauto tijdens het rijden, in een slip geraakt en vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - rechterberm terecht gekomen en vervolgens in de - gelet op de rijrichting van verdachte - aan de rechterzijde van de weg gelegen sloot terecht gekomen en vervolgens met de achterzijde van die personenauto tegen een boom gebotst en vervolgens over de kop gegaan en in die sloot tot stilstand gekomen,

waardoor de heer [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten oorletsel en een breuk in een nekwervel en

waardoor mevrouw [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en

waardoor de heer [slachtoffer 3] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en

terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

2.

hij op 03 november 2007 in de gemeente Putten als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1 primair.

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en anderen zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

2.

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingehouden is geweest.

2. Door en namens de verdachte is gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard wat aan verdachte onder primair en subsidiair is ten laste gelegd.

3. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen de aanzienlijke gevolgen die het door verdachte veroorzaakte ongeval hebben gehad.

4. In het voordeel van verdachte weegt dat hij niet eerder voor dit soort delicten met justitie in aanraking is gekomen.

5. Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Daarnaast acht de rechtbank een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats, teneinde enerzijds de ernst van het onderhavige feit te benadrukken en anderzijds de verdachte er van te weerhouden opnieuw zulk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag te vertonen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 6, 8, 175, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

• Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

• Veroordeelt verdachte voor het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

• Veroordeelt verdachte voor feit 1 primair tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.

• Bepaalt, dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop de bijkomende straf ingaat, ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

18 juli 2008.

(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0611/07-220466, Politie Team Ermelo-Putten, gedateerd 22 januari 2008

(eindnoot 2) (stam)proces-verbaal nr. PL0613/07-204555, doorgenummerde pag. 3

(eindnoot 3) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 20

(eindnoot 4) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 23

(eindnoot 5) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 26

(eindnoot 6) Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 38

(eindnoot 7) Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 2], doorgenummerde pagina 42

(eindnoot 8) Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 3], doorgenummerde pagina 47

(eindnoot 9) Honacoformulier, doorgenummerde pagina 29