Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD7642

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-07-2008
Datum publicatie
21-07-2008
Zaaknummer
06/558207-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval op 3 juni 2007 in Nunspeet met zwaargewonden leidt tot oplegging van een werkstraf en een deels voorwaardelijk rijontzegging

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wegenverkeerswet 1994 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/558207-07

Uitspraak d.d.: 18 juli 2008

Tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1973],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van 4 juli 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 03 juni 2007 te Nunspeet als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de rijksweg A28, althans enige weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft zij, verdachte, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

terwijl het nacht was en/of zij, verdachte, vermoeid was en/of de weg niet verlicht was, gereden met een snelheid van ongeveer 140 kilometer per uur, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, waarbij zij, verdachte, niet voortdurend de aandacht aan de weg en/of aan het verkeer heeft besteed en/of haar personenauto niet voortdurend onder controle heeft gehad en/of niet voortdurend de handeling(en) heeft verricht die van haar - verdachte - werden vereist en/of niet de rijbaan heeft gebruikt,

immers is zij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, althans is haar, verdachtes, aandacht tijdens het rijden verslapt, waarbij zij, verdachte, met het door haar bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook tegen de - gelet op de rijrichting van haar, verdachte, - rechter vangrail terecht is gekomen en/of (vervolgens) (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en/of de rijbaan in de middenberm en/of tegen één of meer struik(en) en/of een zandheuvel terecht is gekomen en/of (vervolgens) over en/of op de kop is gegaan en/of tot stilstand is gekomen op de rijbaan,

waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere ribfracturen en/of een klaplong en/of een schouderbladbreuk en/of een wervelfractuur en/of een leverkneuzing en/of een miltkneuzing en/of een dwarslaesie en/of zenuwletsel aan de arm, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, en/of

waardoor mevrouw [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of een kneuzing aan het been, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 03 juni 2007 in de gemeente Nunspeet als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, de rijksweg A28, althans enige weg,

waarbij zij, verdachte,

terwijl het nacht was en/of zij, verdachte, vermoeid was en/of de weg niet verlicht was, gereden met een snelheid van ongeveer 140 kilometer per uur, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse, waarbij zij, verdachte, niet voortdurend de aandacht aan de weg en/of aan het verkeer heeft besteed en/of haar personenauto niet voortdurend onder controle heeft gehad en/of niet voortdurend de handeling(en) heeft verricht die van haar - verdachte - werden vereist en/of niet de rijbaan heeft gebruikt,

immers is zij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, althans is haar, verdachtes, aandacht tijdens het rijden verslapt, waarbij zij, verdachte, met het door haar bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook tegen de - gelet op de rijrichting van haar, verdachte, - rechter vangrail terecht is gekomen en/of (vervolgens) (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en/of de rijbaan in de middenberm en/of tegen één of meer struik(en) en/of een zandheuvel terecht is gekomen en/of (vervolgens) over en/of op de kop is gegaan en/of tot stilstand is gekomen op de rijbaan,

waarbij mevrouw [slachtoffer 1] en/of mevrouw [slachtoffer 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of schade heeft/hebben geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering (eindnoot 1)

A. De vaststaande feiten

Aanleiding voor het onderzoek (eindnoot 2) was een melding op 3 juni 2007, omstreeks 04.00 uur, dat op de A28 te Nunspeet een auto op de kop zou liggen.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder primair ten laste gelegde. Verdachte was moe, reed te hard en had de cruisecontrole op 140 km/h staan. Het was donker en laat in de nacht, dan moet men extra alert zijn in het verkeer. De verdachte is in slaap gevallen en heeft daardoor de controle over haar voertuig verloren. Hier is sprake van onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

C. Het standpunt van de verdachte, de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte van het onder feit primair en subsidiair vrijgesproken dient te worden. Het is niet aan verdachte, maar aan de bijrijdster te wijten dat de auto met de rechterzijde de vangrail raakt. Door het vastpakken van het stuur en het maken van een abrupte stuurbeweging is het aan haar schuld te wijten dat het ongeval heeft plaatsgevonden. Tevens is het bewijs voor ‘zwaar lichamelijk letsel’ niet toereikend. In het dossier bevindt zich geen medische verklaring van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Mocht toch tot een bewezenverklaring gekomen worden, dan meent verdachte dat er sprake is van afwezigheid van alle schuld. Verdacht meent een soort ‘black-out’ te hebben gehad, derhalve is het niet aan haar te wijten dat zij niet voortdurend de controle over haar voertuig heeft gehad.

D. Bespreking van het bewijsverweer

De rechtbank stelt vast dat verdachte in slaap is gevallen terwijl zij het voertuig bestuurde. Zij had een lange drukke dag gehad en was moe toen zij de auto in stapte. Zij heeft derhalve bewust het risico aanvaard dat zij het voertuig zou gaan besturen terwijl haar concentratievermogen zeer te wensen over liet. Het in slaap vallen van verdachte is de oorzaak van het ongeval en niet de stuurcorrectie van de bijrijdster.

Het verweer moet derhalve verworpen worden.

E. bespreking van het schuldverweer

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is geweest van een ‘black-out’. Deze veronderstelling wordt ook nergens door ondersteund. Verdachte heeft zelf ook verklaard dat zij moe was en dat zij “even haar ogen had gesloten”.

Het verweer moet derhalve verworpen worden.

F. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden.

Uit de verkeersongevalsanalyse (eindnoot 3) is gebleken dat het ten tijde van het ongeval nacht was, de weg geen straatverlichting had en het droog was. Het voertuig (eindnoot 4) , merk Skoda, type Fabia, kenteken [kenteken], vertoonde geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval. De bestuurder (eindnoot 5) van de Skoda naderde de plaats van het ongeval over de A28 vanuit de richting Zwolle. De Skoda geraakt rechts naast de vluchtstrook in de berm en raakte met rechterzijde de vangrail. Door een te abrupte stuurbeweging naar links brak de Skoda uit en gleed al richting de middenberm. In de middenberm raakte het enkele struiken en een zandheuvel, sloeg over de kop en kwam op de rijbaan tot stilstand.

De getuige/slachtoffer (eindnoot 6) [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 3 juni 2008 passagier was in de Skoda Fabia. Zij zat op de bijrijderstoel. [verdachte] was bestuurster van het voertuig en [slachtoffer 1] zat op de achterbank. Ze zag dat het voertuig over de doorgetrokken streep van de vluchtstrook reed. Ze zag dat ze richting de vangrails aan de rechterzijde van de weg reden. Hierop boog zij naar voren en probeerde nog bij te sturen naar links. Zij heeft echter geen idee of zij het stuur vastgepakt heeft. Op datzelfde moment raakte het voertuig de vangrails al. Hierop ging het voertuig scherp naar links en brak uit. Hierdoor reden zij de middenberm in. Ze weet dat [slachtoffer 1], [verdachte] en zij zelf moe waren, omdat zij een drukke dag hadden gehad. Zij weet dat de cruisecontrole op 140 km/h stond vastgesteld.

De getuige/slachtoffer (eindnoot 7) [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 3 juni 2007 bij [verdachte] achterin de auto zat. [verdachte] bestuurde de auto. [slachtoffer 2] zat naast [verdachte] op de bijrijderstoel. Zij reden in een Skoda Fabia op de A28. Op een gegeven moment werd zij wakker van geschreeuw van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] zei “[verdachte], pas op, wakker worden” of woorden van gelijke strekking. Ze voelde dat ze de rechterberm inreden. Zij schreeuwde “Niet sturen, uit laten rollen!”. [verdachte] maakte gelijk een heftige stuurbeweging naar links, waardoor zij in de middenberm belanden. Hierna maakte zij een heftige stuurbeweging naar rechts. De auto begon te rollen naar rechts. In haar beleving zijn zij in de rechterberm tot stilstand gekomen.

De verdachte (eindnoot 8) heeft verklaard dat zij op 3 juni 2008 als bestuurster van haar auto, Skoda Fabia, over de A28 vanuit Zwolle reed. Zij was best een beetje moe. Op een gegeven moment voelde zij dat er aan het stuur getrokken werd. Kennelijk had zij heel even haar ogen gesloten, waardoor zij uit haar rijstrook reed. Zij reed op dat moment 140 km/h. Op deze snelheid stond haar cruisecontrole vast. Het voertuig kwam in aanraking met de vangrails aan de rechterzijde. Zij probeerde een aanrijding te voorkomen door naar links te sturen. Zij probeerde krachtig te remmen. Zij kon het voertuig niet meer in bedwang houden en reed de middenberm in, waar zij als het ware gelanceerd werd door een daar aanwezig talud. Kennelijk is het voertuig daarop op zijn achterzijde terechtgekomen en over de kop geslagen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 03 juni 2007 te Nunspeet als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de rijksweg A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft zij, verdachte, zeer onvoorzichtig en onoplettend,

terwijl het nacht was en zij, verdachte, vermoeid was en de weg niet verlicht was, gereden met een snelheid van ongeveer 140 kilometer per uur, waarbij zij, verdachte, niet voortdurend de aandacht aan de weg en aan het verkeer heeft besteed en haar personenauto niet voortdurend onder controle heeft gehad en niet voortdurend de handelingen heeft verricht die van haar - verdachte - werden vereist en niet de rijbaan heeft gebruikt,

immers is zij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, waarbij zij, verdachte, met het door haar bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook tegen de - gelet op de rijrichting van haar, verdachte, - rechter vangrail terecht is gekomen en vervolgens (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en de rijbaan in de middenberm en tegen één of meer struiken en een zandheuvel terecht is gekomen en vervolgens over en op de kop is gegaan en tot stilstand is gekomen op de rijbaan,

waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere ribfracturen en een klaplong en een schouderbladbreuk en een wervelfractuur en een leverkneuzing en een miltkneuzing en een dwarslaesie en zenuwletsel aan de arm en

waardoor mevrouw [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en een ander zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2. Door en namens de verdachte is gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard wat aan verdachte onder primair en subsidiair is ten laste gelegd.

3. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen de aanzienlijke gevolgen die het door verdachte veroorzaakte ongeval hebben gehad.

4. In het voordeel van verdachte weegt dat zij niet eerder voor dit soort delicten met justitie in aanraking is gekomen.

5. Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Daarnaast acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats, teneinde enerzijds de ernst van het onderhavige feit te benadrukken en anderzijds de verdachte er van te weerhouden opnieuw zulk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag te vertonen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

• Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

• Veroordeelt verdachte tot een werkstraf gedurende 50 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

• Veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden.

• Bepaalt, dat van deze bijkomende straf een gedeelte groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

18 juli 2008.

(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen bij (stam)proces-verbaal nr. Pl0613/07-204555, Politie Team Elburg-Oldebroek, gedateerd 9 augustus 2007

(eindnoot 2) (stam)proces-verbaal nr. PL0613/07-204555, doorgenummerde pag. 3

(eindnoot 3) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 17

(eindnoot 4) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 23

(eindnoot 5) Verkeersongevalsanalyse, doorgenummerde pag. 25

(eindnoot 6) Proces-verbaal verhoor [naam], doorgenummerde pagina 28

(eindnoot 7) Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1], doorgenummerde pagina 33

(eindnoot 8) Proces-verbaal verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 38