Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD5846

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-07-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
06-802343-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft seksuele handelingen verricht met een jongen die de leeftijd 12, maar nog niet die van 16 jaar nog niet heeft bereikt. Gelet op het leeftijdsverschil is de rechtbank van oordeel dat de handelingen als ontuchtig zijn aan te merken. Geen straf of maatregel wordt opgelegd. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/802343-07

Uitspraak d.d.: 1 juli 2008

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats] op [1985],

wonende te [adres en plaats]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2008.

Ter terechtzitting gegeven beslissing ten aanzien van het preliminair gevoerde verweer met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie

Ter zitting heeft de raadsvrouw van verdachte zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in zijn vervolging. De raadsvrouw voert in dit verband aan dat aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) bij zijn derde verklaring bij de politie, pagina 54 e.v. van het dossier, heeft verklaard dat de seks die hij met de anderen drie (waaronder verdachte) heeft gehad zelf gewild heeft en dat geen sprake was van dwang. Verdachte heeft verklaard dat hij het niet erg heeft gevonden dat hij seks met deze drie personen heeft gehad en dat als het aan hem lag deze drie personen ook niet veroordeeld hoeven te worden.

Op 7 april 2008 heeft een gesprek tussen aangever en de officier van justitie plaatsgevonden in het kader van artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering. Uit de toelichting van artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat de officier van justitie de gefundeerde wens van het slachtoffer om niet te vervolgen zwaar dient te laten wegen. In het onderhavige geval zijn echter geen omstandigheden aanwezig die vergen dat verdachte vervolgd dient te worden. De omstandigheden van het geval daarbij in aanmerking genomen is de raadsvrouw van oordeel dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging heeft kunnen overgaan. Door verdachte toch te vervolgen handelt de officier van justitie in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.

Het gesprek op 7 april 2008 heeft bovendien plaatsgevonden nadat de eerste dagvaarding was ingetrokken en nadat verdachte verzocht had de zaak te seponeren. Het verslag dat naar aanleiding van dit gesprek is opgemaakt is voorts niet volledig.

De rechtbank heeft ter terechtzitting het preliminair gevoerde verweer verworpen. De rechtbank is op grond van het navolgende tot deze beslissing gekomen. In het kader van artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering dient vervolging van de verdachte achterwege te blijven indien de belangen van de minderjarige daartoe aanleiding geven. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval niet is gebleken dat de belangen van het minderjarige slachtoffer zich verzetten tegen vervolging van verdachte, zodat de officier van justitie tot vervolging van verdachte kon overgaan.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op meerdere, althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 juni 2007 tot en met 23 juni 2007 in de gemeente Doetinchem, met [slachtoffer] (geboren [1992]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte:

- meermalen, althans eenmaal zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht/gestoken en/of zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gehouden en/of

- meermalen, althans eenmaal zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht/gestoken en/of gehouden, althans die [slachtoffer] getongzoend, en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] afgetrokken en/of de penis van die [slachtoffer] betast en/of op/aan de penis, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] gelikt en/of gezogen, althans die [slachtoffer] gepijpt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op meerdere, althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 juni 2007 tot en met 23 juni 2007 in de gemeente Doetinchem,

met [slachtoffer] (geboren [1992]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande die ontuchtige handeling(en) hierin dat verdachte:

- meermalen, althans eenmaal zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht/gestoken en/of zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of

- meermalen, althans eenmaal zijn tong in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht/gestoken en/of gehouden, althans die [slachtoffer] heeft getongzoend, en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] heeft afgetrokken en/of de penis van die [slachtoffer] heeft betast en/of op/aan de penis, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] heeft gelikt en/of gezogen, althans die [slachtoffer] heeft gepijpt:;

art 247 Wetboek van Strafrecht

De bewijsmotivering (voetnoot 1)

A. De vaststaande feiten

Op 21 juni 2007 heeft, de op dat moment 15-jarige, [slachtoffer] via de “gaychat” voor het eerst contact gehad met [medeverdachte D]. Tijdens die chatsessie hebben [slachtoffer] en [medeverdachte D] voor de volgende avond afgesproken. De volgende dag is [slachtoffer] omstreeks 17:00 uur naar het huis van [medeverdachte D] in Doetinchem gegaan. [slachtoffer] en [medeverdachte D] hebben daar seks gehad. Later op de avond is ook [medeverdachte A] naar het huis van [medeverdachte D] gegaan, waar [slachtoffer] op dat moment nog was. [slachtoffer], [medeverdachte D] en [medeverdachte A] hebben daar trio seks gehad. Later op de avond, toen [medeverdachte A] reeds naar huis was, is medeverdachte [medeverdachte B] in de woning van [medeverdachte D] geweest en heeft hij seksuele handelingen met [slachtoffer] verricht. Ook verdachte is die nacht in de woning van [medeverdachte D] geweest en heeft seksuele handelingen met [slachtoffer] verricht. [medeverdachte B] was op het moment verdachte binnen kwam in de woning van [medeverdachte D] daar nog aanwezig. Nadat verdachte seks met aangever heeft gehad, is verdachte naar huis gegaan. [medeverdachte D] en [medeverdachte B] hebben [slachtoffer] ’s ochtends naar het krantendepot gebracht.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

C. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat in het onderhavige geval geen sprake is van ontuchtige handelingen. Bij ontuchtige handelingen dient het te gaan om handelingen die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Daarvan is in het onderhavige geval niet gebleken. In het onderhavige geval is sprake van een aangever die seksueel actief bezig lijkt te zijn. Het gaat om een vrijwillig contact tussen twee jonge mensen die zich op seksueel gebied aan het ontplooien zijn. Daarbij is sprake van een gering leeftijdsverschil, mede gelet op de leeftijdsfase waarin beiden zich bevinden. Aangever heeft via internet contact gezocht met verdachte en zich daarbij voorgedaan als 18 / 19 jarige. Aangever gedroeg zich volwassen en toonde initiatief op seksueel gebied op de bewuste avond.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs de volgende feiten en omstandigheden redengevend

Gelet op de inhoud van het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] (voetnoot 2), het proces-verbaal van verhoor van verdachte (voetnoot 3) en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting acht de rechtbank het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Voor zover de raadsvrouw betoogt dat verdachte niet wist dat [slachtoffer] 15 jaar oud was, is de rechtbank van oordeel dat de leeftijd in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht een geobjectiveerd bestanddeel is, zodat daarbij niet van belang is of de verdachte wist hoe oud het slachtoffer was.

Ten aanzien van de stelling van de raadsvrouw dat aan de verrichte seksuele handelingen het ontuchtige karakter ontbreekt, overweegt de rechtbank als volgt. Men zou kunnen betogen dat aan de op zich over en weer erkende seksuele handelingen het ontuchtige karakter is komen te ontvallen door de basis van vrijwilligheid waarop een en ander plaatsvond. Sterker nog, het lijkt erop dat het slachtoffer zelf initiatief tot de seksuele gedragingen nam. De rechtbank houdt het slachtoffer op dit punt aan zijn derde verklaring, meer in het bijzonder pagina 55 van het dossier. Tegen de verklaring van 7 april 2008, waarin het slachtoffer een ander standpunt inneemt, heeft de rechtbank als bezwaar dat deze in het bijzijn van zijn moeder is afgelegd en laatstgenoemde daardoor – al dan niet gewild – invloed op deze verklaring heeft gehad.

Niettemin vindt de rechtbank de onderhavige over en weer verrichte handelingen ontuchtig. De rechtbank baseert zich daarbij op het leeftijdsverschil tussen slachtoffer en verdachte, welk leeftijdsverschil relatief nog veel groter is door de levensfase waarin het slachtoffer verkeerde als jong-adolescent. Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet van gelijkwaardige seksuele verhoudingen worden gesproken. Van algemene bekendheid is dat jongens van 15 jaar over het algemeen qua seksualiteit nog in ontwikkeling, dus kwetsbaar, kunnen zijn. Verdachte heeft onvoldoende bij die situatie stilgestaan.

De rechtbank kan niet beoordelen of en in hoeverre het slachtoffer onder invloed van (hard)drugs en/of alcohol is geweest. De verklaringen lopen op dit punt zeer uiteen en worden buiten de bewezenverklaring en strafmaat gehouden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 22 juni 2007 tot en met 23 juni 2007 in de gemeente Doetinchem, met [slachtoffer] (geboren [1992]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte:

- meermalen zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- meermalen zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- meermalen die [slachtoffer] afgetrokken en/of de penis van die [slachtoffer] betast en aan de penis van die [slachtoffer] gelikt en/of gezogen;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

het met iemand die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen gevangenisstraf.

De rechtbank heeft de volgende omstandigheden in aanmerking genomen. Het slachtoffer heeft zelf naar verdachte toe initiatief genomen en heeft misleidende informatie over zijn leeftijd verstrekt aan verdachte. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de in het onderhavige geval door het slachtoffer ten toon gespreide vrijwilligheid en door hem genomen (seksuele) initiatieven. Tevens spreekt in het voordeel van verdachte dat hij een blanco strafblad heeft en dat, gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport, voor gevaar voor herhaling nauwelijks te vrezen is.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande en gezien de persoon van verdachte zoals een en ander ter terechtzitting is gebleken, verdachte geen straf of maatregel opleggen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5.000,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het primair tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze niet van eenvoudige aard is en deze vordering in de zaak van de [medeverdachte D] eveneens niet-ontvankelijk is verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 9a en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

- bepaalt, dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juli 2008.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam) proces-verbaal nr. PL0641/07-206519 Regiopolitie Noord – Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 4 oktober 2007.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 45

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 125