Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD5789

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
30-06-2008
Zaaknummer
88357 / HA ZA 07-868
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Burenruzie om blaffende poedel. Partijen treffen bij de kantonrechter een regeling Procedure wordt ondanks het andersluidende verzoek van een der partijen door de kantonrechter doorgehaald. Regeling mislukt. Forumkeuzebeding in overeenkomst. Zaak wordt verwezen naar de kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 88357 / HA ZA 07-868

Vonnis van 16 april 2008

in de zaak van

1. [eiseres A],

wonende te [plaats],

2. [eiseres B],

wonende te [plaats],

eiseressen,

procureur mr. C.B. Gaaf,

advocaat mr. S.G. Volbeda te Arnhem,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

procureur mr. Th.R.M. Welling.

Partijen zullen hierna [eiseressen] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 27 maart 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen wonen in het appartementencomplex [naam en plaats].

[eiseressen] woont in het appartement recht respectievelijk schuin boven het appartement van [gedaagde].

2.2. Partijen hebben al enige jaren onenigheid over het geblaf van [hond], de dwergpoedel van [gedaagde].

2.3. Begin 2006 heeft [eiseres B] [gedaagde] gedagvaard voor deze rechtbank, sector Kanton, locatie Terborg. Tijdens de toen aanhangige procedure hebben alle partijen, ook [eiseressen], zich gewend tot een mediator. Op 26 juli 2006 hebben partijen bij de mediator een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is vermeld:

“(…)

Artikel 1 regeling

1. [eiseres B] en [eiseres A] gaan akkkoord met de mate van geluidsoverlast door [hond] als die beperkt blijft tot wat het de afgelopen twee maanden is geweest.

2. [eiseres A] zullen met een stokslag op de vloer een waarschuwingssignaal geven aan [gedaagde] wanneer de geluidsoverlast naar hun mening te groot is.

3. (…)

4. Als de situatie onverhoopt toch weer verslechtert zal [eiseres B]] het kantongerecht Terborg verzoeken de opgeschorte procedure tegen [gedaagde] weer te hervatten.

5. Indien partijen in de toekomst van mening verschillen over de interpretatie of uitvoering van deze overeenkomst zullen zij trachten door middel van overleg tot een regeling te komen. Wanneer het onmogelijk blijkt in onderling overleg tot een oplossing te komen dan komen partijen overeen het geschil wederom door middel van mediation op te lossen. Voor zover deze mediation niet tot resultaat leidt zal dat geschil worden beslecht door het kantongerecht Terborg. (…)

Art. 2 Overige bepalingen

1. [eiseres B] zal haar advocaat verzoeken de procedure bij het kantongerecht Terborg gedurende de periode van een jaar of zoveel korter als maximaal mogelijk opgeschort te houden in verband met artikel 1 sub 4. Daarna zal zij haar advocaat verzoeken de procedure definitief door te halen.

2. (…)”.

2.4. Ondanks het verzoek van de advocaat van [eiseres B] de procedure met een jaar aan te houden is de procedure in september 2006 door de kantonrechter op de rol doorgehaald.

3. Het geschil

3.1. [eiseressen] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot het nemen van maatregelen – binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis - die ertoe leiden dat [hond] maximaal drie maal blaft, wanneer er iemand bij [gedaagde] aanbelt, en dat [hond] op andere momenten in het geheel niet blaft, subsidiair veroordeling van [gedaagde] tot verwijdering van [hond] uit het appartement van [gedaagde], een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. [eiseressen] voert daartoe aan dat [gedaagde] zich niet houdt aan hetgeen is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst. Partijen gingen er toen van uit dat [hond] – net als in de twee maanden voor het sluiten van de overeenkomst - maximaal drie keer zou blaffen als er iemand bij [gedaagde] aan de deur verschijnt en voor het overige geen geluidsoverlast zou veroorzaken.

[eiseressen] ondervindt echter al geruime tijd weer veelvuldig overlast van het geblaf van [hond]. De afgesproken stokslag op de vloer is voor [eiseressen] onmogelijk geworden, doordat andere omwonenden daarvan overlast ondervinden en er over geklaagd hebben bij de Vereniging van Eigenaren. Het Bestuur van de VvE dreigt [eiseressen] met (rechts)maatregelen indien zij door de stokslagen overlast voor andere omwonenden veroorzaakt.

Het geblaf van [hond] is een onrechtmatige gedraging van [gedaagde]. Bovendien beroept [eiseressen] zich op nakoming door [gedaagde] van de vaststellingsovereenkomst.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Zij acht de rechtbank, sector civiel onbevoegd, nu partijen in de vaststellingsovereenkomst hebben afgesproken zich te wenden tot de mediator, dan wel de zaak weer voort te zetten bij de sector kanton. Subsidiair is zij van mening dat er geen schending van de overeenkomst is, nu [hond] niet meer of anders blaft dan in de twee maanden voor het sluiten van de overeenkomst. Zij heeft altijd vaker en ook op andere momenten geblaft dan [eiseressen] stelt dat zij in de twee maanden voorafgaand aan de vaststellingsovereenkomst deed. Ook is geen sprake van overlast of ander onrechtmatig gedrag. Andere omwonenden ondervinden geen overlast van [hond].

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] stelt allereerst de bevoegdheidsvraag aan de orde. Vast staat dat partijen zijn overeengekomen om, bij verslechtering van de situatie de oude procedure weer voort te zetten en ook een rechtsgang hebben voorzien voor het geval van verschillen van inzicht over de interpretatie of uitvoering van de overeenkomst. Uit de grondslag van de vordering en de toelichting van [eiseressen] kan niet anders worden afgeleid dan dat in haar visie sprake is van een verslechtering van de situatie ten opzichte van de situatie in de twee maanden voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst. Het verweer van [gedaagde] duidt op verschillen van inzicht over de interpretatie van hetgeen is overeengekomen.

4.2. Uit het voorgaande volgt, dat zich thans de situatie voordoet die partijen hebben voorzien in de leden 4 en 5 van artikel 1. Voor een nieuwe verwijzing naar mediation, zoals voorzien in lid 5, is echter geen plaats doordat niet gebleken is dat partijen, met name [eiseressen], vrijwillig daaraan deelnemen.

In beginsel voert [gedaagde] terecht aan dat de sector kanton, locatie Terborg, door hen aangewezen is om zich over het conflict te buigen.

4.3. Vast staat, dat de procedure, die geleid heeft tot de mediation en de vaststellingsovereenkomst, is doorgehaald. Het landelijk reglement voor de civiele rol van de kantonsectoren, zoals dat gold tot 31 december 2007, was in paragraaf 8 onder meer het volgende opgenomen:

“(…)8.3. De doorhaling op verzoek van partijen is slechts definitief, indien de bedoeling van partijen daartoe blijkt. Indien niet kennelijk een definitieve doorhaling door partijen wordt beoogd, wordt het verzoek geweigerd indien de doorhaling zou leiden tot onredelijke vertraging van het geding.

8.4. Tenzij de doorhaling door partijen kennelijk als definitief is beoogd, kan de meest gerede partij de rechter verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen. (…)”

In artikel 7 van het huidige landelijk procesreglement voor de civiele rol van de kantonsectoren is een vrijwel identieke tekst opgenomen.

Gelet op het verzoek van (de advocaat van) [eiseressen] om de procedure aan te houden kan niet worden vastgesteld dat partijen de doorhaling als definitief hebben beoogd. Zij hadden dan ook de kantonrechter te Terborg kunnen verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen.

De vraag is dan of, nu [eiseressen] dit niet gedaan heeft en een nieuwe procedure bij deze sector is aangespannen, de overeenkomst meebrengt dat in de nieuwe procedure van onbevoegdheid van deze sector sprake is. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, gelet op artikel 108 van het Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De overeenkomst bevat een forumkeuze in de zin van dat artikel. Dit brengt mee, dat deze sector onbevoegd is en de zaak zal verwijzen naar de sector kanton, locatie Terborg, voor verdere beoordeling en beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Terborg, op donderdag 8 mei 2008 om 11.00 uur,

5.2. wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,

5.3. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een procureur, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

5.4. wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het vast recht van € 251,00 voor [eiseressen] en € 251,00 voor [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2008.