Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD4277

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
17-06-2008
Zaaknummer
85462 / HA ZA 07-437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid boekhouder die belastingaangifte heeft verzorgd voor een genaturaliseerde Duitser die onder meer een uitkering van een buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekering/Duitse rente ontvangt. Zorg van een goed opdrachtnemer in de zin van artikel 7:401 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 85462 / HA ZA 07-437

Vonnis van 14 mei 2008

in de zaak van

[eiser]

wonende te [plaats, gemeente],

eiser,

procureur mr. E.G.M. Wiggers,

advocaat mr. E.R. Jonker te Leusden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats, gemeente],

gedaagde,

procureur mr. Th.R.M. Welling.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 juni 2007

- de brief van mr. Jonker van 7 augustus 2007 met producties

- het proces-verbaal van comparitie van 13 september 2007

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] heeft een boekhoud-/administratiekantoor en heeft voor [eiser] tot en met over het jaar 2003 de jaarlijkse belastingaangifte aan de Nederlandse belastingdienst verzorgd. In oktober 2005 is deze zakelijke relatie tussen partijen beëindigd.

2.2. [eiser] is van Duitse komaf. Sinds kort is hij tot Nederlander genaturaliseerd. Hij woont in Nederland.

2.3. Tot en met 2000 genoot [eiser] inkomsten uit een dienstbetrekking vanuit het buitenland en was hij in Nederland niet premieplichtig voor de volksverzekeringen. Na medio 2001 ontving [eiser] onder meer een uitkering uit een buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekering/Duitse rente.

2.4 [gedaagde] heeft in de aangifte Inkomstenbelasting en Premie volksverzekeringen (hierna: de aangifte) over het belastingjaar 2001 tot en met het belastingjaar 2003 opgegeven dat [eiser] aan premies volksverzekeringen ƒ/€ 0,00 heeft betaald en vrijstelling verzocht voor de premie AOW (Algemene Ouderdomswet), Anw (Algemene nabestaandenwet) en de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) voor de periode van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar. De belastingdienst heeft de aangiftes over 2001 en 2002 gevolgd. Over de aangifte over 2003 heeft de inspecteur van de belastingdienst bij brief van 7 april 2005 (productie 2 bij de conclusie van repliek) aan [gedaagde] medegedeeld dat [eiser] in het bezit dient te zijn van een vrijstellingsbeschikking van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) en het college voor Zorgverzekeringen (hierna: CVZ), als hij in aanmerking wenst te komen voor de vrijstelling van de AOW/Anw en de AWBZ. [gedaagde] noch [eiser] hebben vrijstellingsbeschikkingen aan de inspecteur overgelegd.

2.5 Op grond van de definitieve belastingaanslag Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 2003 van 22 april 2005 dient [eiser] € 4.940,00 te betalen (productie 4 bij de conclusie van antwoord). Bij brief van 21 augustus 2005 aan de belastingdienst heeft [gedaagde] gereageerd op het niet uitstellen van deze aanslag en het laten vervallen van het bezwaarschrift (productie 2 bij de dagvaarding).

2.4. Met ingang van 23 juni 2006 is aan [eiser] een vrijstelling van de verplichting tot premiebetaling AOW/Anw verleend (productie 3 bij de conclusie van repliek).

[eiser] voldoet niet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de premie AWBZ (productie 1 bij de conclusie van repliek).

3. De vordering

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht zal verklaren dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht;

- [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, de navolgende stellingen ten grondslag.

Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) gesloten. [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit voornoemde overeenkomst. Hij heeft willens en wetens verzuimd binnen de gestelde termijnen het bewijs van vrijstelling van premiebetaling AOW, Anw en de kinderbijslag (hierna: AKW) voor de belastingjaren 2003 tot en met juni 2006 aan te vragen. Vervolgens heeft hij opzettelijk nagelaten tijdig bezwaar aan te tekenen tegen de hoogte van de belastingaanslagen. [gedaagde] heeft aldus niet de zorg in acht genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroeps/vakgenoot mag worden verwacht.

[eiser] heeft verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd. [eiser] heeft schade geleden door het handelen van [gedaagde]. De schade bedraagt op dit moment in totaal € 4.954,00 terzake de naheffingsaanslag over het belastingjaar 2003. De schade over het belastingjaar 2004 en 2005 is nog niet bekend.

4. Het verweer

4.1. [gedaagde] concludeert dat de rechtbank [eiser] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans hem deze zal ontzeggen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde] met inbegrip van het salaris van diens procureur.

4.2. [gedaagde] voert de navolgende verweren aan.

[gedaagde] is niet tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht. In het kader van de door [eiser] verstrekte opdracht diende [gedaagde] jaarlijks een standaard belastingaangifte in te vullen aan de hand van de door [eiser] verstrekte gegevens, tegen een vergoeding van € 50,=. Hij had de inspanningsverplichting dit naar beste weten te doen en heeft hieraan voldaan.

Gelet op de opdracht en de vaste lage vergoeding van € 50,00 gaat het te ver om van [gedaagde] een zodanige oplettendheid en specialistische kennis te eisen dat hem in 2000 en 2001 al had moeten opvallen dat er sprake was van een afwijking van de automatische vrijstelling voor de premieplicht in verband met buitenlands inkomen, temeer nu de aangiften over 2001 en 2002 waren gevolgd.

[gedaagde] heeft een vrijstellingsbeschikking eind september 2005 aangevraagd. Ook heeft hij bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de belastingdienst van 7 april 2005.

Voorts heeft [eiser] de facto geen schade geleden. Het door [eiser] geleden nadeel beperkt zich tot de door [eiser] over de jaren 2003 en 2004 verschuldigde premie AOW/Anw, zijnde per saldo 19,15% van het premie-inkomen over deze jaren. Nu [eiser] geen beroep op de vrijstelling heeft gedaan over die jaren, ontvangt hij voor ieder jaar dat hij heeft deelgenomen aan de verplichte verzekering AOW 2% van de totale voor hem geldende AOW hetgeen neerkomt op € 227,= per jaar. Aldus ontvangt [eiser], uitgaande van een levensverwachting van 10 jaar na het bereiken van de 65-jarige leeftijd, in totaal € 2.270,= meer AOW voor elk jaar dat hij geen vrijstelling heeft gekregen. Zijn schade dient met dit bedrag te worden verminderd. Bovendien heeft [eiser] over de jaren 2001 en 2002 een belastingvoordeel ontvangen van circa € 3.000,= per jaar, omdat hij ten onrechte niet is aangeslagen voor de AWBZ-premie. Ook hiermee dient de schade van [eiser] te worden verminderd.

Indien wordt geoordeeld dat sprake is van schade aan de zijde van [eiser], kan de hoogte hiervan in de onderhavige procedure worden vastgesteld.

5. De beoordeling

5.1. Op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst heeft [gedaagde], als laatste over het belastingjaar 2003, jaarlijks de belastingaangifte van [eiser] verzorgd voor een vergoeding van € 50,00 per aangifte.

In geschil is of [gedaagde] de zorg van een goed opdrachtnemer in de zin van artikel 7:401 BW

in acht heeft genomen.

[eiser] stelt dat [gedaagde] niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroeps/vakgenoot mag worden verwacht. Immers, [gedaagde] heeft willens en wetens verzuimd binnen de gestelde termijnen het bewijs van vrijstelling van premiebetaling AOW/Anw voor de belastingjaren 2003 tot en met juni 2006 aan te vragen. Vervolgens heeft hij opzettelijk nagelaten tijdig bezwaar aan te tekenen tegen de hoogte van de belastingaanslagen.

Kern van het verweer van [gedaagde] is dat hem, gezien de geringe mate van professionaliteit en de hoogte van de vergoeding, geen verwijt kan worden gemaakt van het feit dat hij niet eerder dan in 2005 wist dat [eiser] vrijstellingsbeschikkingen moest aanvragen om voor premievrijstelling in aanmerking te komen. [eiser] mocht op grond van de overeenkomst geen specialistische fiscale kennis van [gedaagde] verwachten.

5.2 De maatstaf voor aansprakelijkheid van [gedaagde] in zijn hoedanigheid van boekhouder/administrateur is of hij in de gegeven omstandigheden heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend boekhouder/administrateur mag worden verwacht. Deze maatstaf veronderstelt dat [gedaagde] als boekhouder/administrateur beschikt over de kennis die voor een dergelijk handelen is vereist.

5.3 Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat van een boekhouder/administrateur minder specialistische fiscale kennis mag worden verwacht dan van een belastingadviseur/ (register)accountant. Echter, door aan het maatschappelijke verkeer deel te nemen als Economisch Adviesbureau [naam] - Zekerheid in dienstverlening - mag een cliënt die een overeenkomst van opdracht sluit waarbij [gedaagde] zich verplicht de belastingaangifte te verzorgen, in beginsel verwachten dat [gedaagde] over de voor de aangifte benodigde kennis beschikt, tenzij hij een voorbehoud heeft gemaakt of na kennisneming van de stukken de aangifte te ingewikkeld oordeelt. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

5.4 Vast staat dat het inkomen uit arbeid van [eiser] in de periode van 2000 tot en met 2003 wijzigingen heeft ondergaan, hetgeen aan [gedaagde] bekend was, en dat de fiscale consequenties van de wijzigingen in het inkomen gevolgen hebben voor de premievrijstelling volksverzekeringen.

5.5 Wie in Nederland woonachtig is, is in beginsel verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen, te weten de AOW, de AKW, de Anw en de AWBZ. Hiervoor dienen over het inkomen premies te worden betaald. Wie in loondienst werkt in een ander land, is niet verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen en hoeft hiervoor geen premies te betalen. Wie een uitkering krijgt op grond van een buitenlandse wettelijke socialezekerheidsregeling kan in aanmerking komen voor een vrijstelling van premie AOW/Anw. Hiervoor moet een bewijs van vrijstelling bij de SVB worden aangevraagd.

5.6 Tot en met 2000 heeft [eiser] buitenlandse inkomsten uit arbeid gehad en was zodoende niet premieplichtig in Nederland. Met ingang van 1 april 2001 heeft [eiser] Duitse Rente ontvangen, een socialezekerheidsuitkering. [gedaagde] heeft deze wijziging in de aangifte van 2001 verwerkt als buitenlandse inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. Onder vrijstelling premie heeft hij voor de premie AOW/Anw en premie AWBZ over het gehele jaar premievrijstelling verzocht zonder dat bij de SVB een vrijstellingsbeschikking was aangevraagd. Op dezelfde wijze heeft hij voor [eiser] de aangifte verzorgd over het jaar 2002. De belastingdienst heeft [eiser] over 2001 en 2002 een aanslag opgelegd conform aangifte.

5.7 De oorzaak van het achterwege laten van de aanvraag van een vrijstellingbeschikking is het feit dat [gedaagde] pas in 2005 op de hoogte kwam van het vereiste van een vrijstellingsbeschikking. De stelling van [gedaagde] dat hem dit niet kan worden aangerekend omdat hij geen specialist is op fiscaal terrein is, kan hem niet baten. De zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend administrateur/boekhouder brengt mee dat hij bij een verzoek in de belastingaangifte om een premievrijstelling over het hele belastingjaar op de hoogte is van de voorwaarden waaronder deze wordt verleend. Tevens dient hij zich af te vragen of een wijziging van omstandigheden (een buitenlandse uitkering in plaats van buitenlands arbeidsinkomen) fiscale consequenties heeft. Deze informatie is gemakkelijk toegankelijk in openbare bronnen als informatiebrochures en internetsites van de belastingdienst en de SVB. Daarnaast mag van een administrateur/boekhouder als [gedaagde] verwacht worden dat hij bij de verzorging van de aangiftes de beschikking heeft over toelichtingen op de in te vullen vragen.

5.8 De omstandigheid dat hij een standaardaangifte voor een vast bedrag van € 50,00 verzorgde, brengt niet mee dat hij de aangiftes voor [eiser] niet met de vereiste zorgvuldigheid diende op te stellen. Indien daarvoor meer tijd en/of kennis nodig was dan standaard, had [gedaagde] dit [eiser] moeten laten weten en hem voor de keuze dienen te stellen meer te betalen of door te verwijzen naar een meer gespecialiseerd kantoor.

5.9 Aan het feit dat de belastingdienst de aangiftes over de belastingjaren 2001 en 2002 heeft gevolgd kan [gedaagde], anders dan hij aanvoert, geen argument ontlenen dat hij niet eerder dan in 2005 op de hoogte kon zijn van het vereiste van een vrijstellingsbeschikking. Het is een feit van algemene bekendheid dat de belastingdienst niet jaarlijks alle aangiftes nauwkeurig controleert. Dit laatste betekent ook dat het tegenover de inspecteur ingenomen standpunt van [gedaagde], dat hij erop mocht vertrouwen dat de inspecteur de aangifte over 2003 zou afhandelen zoals dat in 2001 en 2002 was gebeurd, geen hout snijdt.

5.10 Gelet op het bovenstaande heeft [gedaagde] in strijd met zijn zorgplicht gehandeld door geen vrijstellingbeschikking aan te vragen voor de premie AOW en Anw en evenmin [eiser] hierop te wijzen. Aldus is hij aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade van [eiser].

5.11 Op grond van de reeds in de procedure overgelegde producties oordeelt de rechtbank dat begroting van de schade in de onderhavige procedure mogelijk is. [eiser] zal in de gelegenheid worden gesteld om zijn schadevordering nader te formuleren en te onderbouwen. Vervolgens zal [gedaagde] de gelegenheid krijgen om hierop te reageren. In dat verband zullen de overige verweren van [gedaagde] aan de orde komen.

5.12 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. draagt [eiser] op zich bij akte uit te laten omtrent hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 5.11, waartoe de zaak wordt verwezen naar de rol van 4 juni 2008, ambtshalve peremptoir,

6.2. bepaalt dat [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld op deze akte bij antwoordakte te reageren;

6.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2008.