Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3785

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
91039 KG RK 08-27
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking niet ontvankelijk. Dde wrakingskamer verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters die verzoeker niet in de gelegenheid willen stellen om zijn belangen zonder levensgevaar te verdedigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

rekestnummer: 91039 KG RK 08-27

Beschikking van 11 januari 2008 van de meervoudige wrakingskamer op het wrakingsverzoek van

[verzoeker]

wonende te Apeldoorn

verzoeker

hierna te noemen [verzoeker],

strekkende tot wraking van

de rechters die verzoeker in de zaak met nummer 07/3 WWB 252 op maandag 14 januari 2008 om 10.25 uur te Zutphen, Martinetsingel 2 niet in de gelegenheid willen stellen om zijn belangen zonder levensgevaar te verdedigen.

1. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit de op 11 januari 2008 bij deze rechtbank binnengekomen brief van [verzoeker].

2. De motivering van het wrakingsverzoek

[verzoeker] heeft aangevoerd dat hij de rechters die hem in de zaak met nummer 07/3 WWB 252 op maandag 14 januari 2008 om 10.25 uur te Zutphen, Martinetsingel 2 niet in de gelegenheid willen stellen om zijn belangen zonder levensgevaar te verdedigen, wraakt omdat deze rechters:

- lid zijn van een criminele organisatie

- betrokken zijn bij tegen hem gepleegde misdaden, waaronder een moordaanslag

- slechts hun eigen belangen behartigen

- geen aandacht schenken aan de door hem verstrekte informatie

- de door hem toegezonden stukken niet lezen

- klakkeloos instemmen met de leugenverhalen van andere overheidsinstanties

- zich vooral bezig houden met het stelen van geld, geluk, goederen en gezondheid van arme sloebers om zichzelf en andere rijke stinkers te bevoordelen

3. De ontvankelijkheid

Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan op verzoek van een partij de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Uit de aard en het doel van wraking volgt dat een verzoek om wraking betrekking moet hebben op één of meerdere met name genoemde rechters. Het verzoek om wraking zoals door verzoeker ingediend, behelst het op voorhand wraken van iedere rechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank die de betreffende zitting van 14 januari 2008 zal voorzitten. Hiermee worden aldus alle leden van de sector bestuursrecht dan wel de sector bestuursrecht als geheel op voorhand gewraakt

Voorts dient een verzoek om wraking te worden onderbouwd met concrete, op de betrokken rechter of rechters toegespitste argumenten. Het verzoekschrift is slechts algemeen gesteld en bevat dergelijke argumenten niet.

Het verzoekschrift voldoet aldus niet aan voormelde eisen en valt dan ook niet te duiden als een wrakingsverzoek. Nu het voorts de rechtbank ambtshalve bekend is dat [verzoeker] reeds vele malen wrakingsverzoeken heeft ingediend op grond waarvan ervan uit kan worden gegaan dat het [verzoeker] bekend is aan welke inhoudelijke eisen een dergelijk verzoek dient te voldoen, heeft de rechtbank aanleiding om op voet van artikel 8:18 Abw te bepalen dat een volgend verzoek in bovengemelde zaak niet in behandeling zal worden genomen.

De beslissing luidt daarom als volgt.

De beslissing

verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters die verzoeker in de zaak met nummer 07/3 WWB 252 op maandag 14 januari 2008 om 10.25 uur te Zutphen, Martinetsingel 2 niet in de gelegenheid willen stellen om zijn belangen zonder levensgevaar te verdedigen.

bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de zaak met nummer 07/3 WWB 252 niet in behandeling genomen wordt.

Aldus gegeven door mr. A.B.A.P.M. Varenhorst-Ficq, vice-president, mr. D. Vergunst, vice-president en mr. drs. K.H.A. Heenk, rechter en uitgesproken op 11 januari 2008 in aanwezigheid van

mr. H.C Wichers Hoeth, griffier.