Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3319

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
08/323 en 08/406 WRO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Op 28 mei jl. heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld in verband met het op 29 januari 2008 door burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg bekendgemaakte vrijstellingsbesluit besluitbesluit van 23 oktober 2007 ten behoeve van de aanleg van 24 parkeerplaatsen op de locatie voormalige Oude School aan de Bas Backerlaan (nabij de Grote Kerk) te Elburg.

De rechtbank heeft zich op 4 juni 2008 als volgt uitgesproken over het verzoek

De voorzieningrechter ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder bij zijn afweging van het belang van het volledige behoud van het monumentale karakter van de vestingswal en het zicht op de kerk op de onderhavige locatie tegen het belang van de veiligheid en leefbaarheid in de vesting niet in redelijkheid tot verlening van de vrijstelling heeft kunnen komen..

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, hoewel niet onaannemelijk is dat eiseres enige mate van overlast zal ervaren van het aan te leggen parkeerterrein, verweerder in redelijkheid het algemene belang van de aanleg van de parkeerplaats zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het individuele belang van eiseres. Gelet op het kleinschalige karakter van het parkeerterrein, het uitsluitende gebruik daarvan door inwoners van de vesting met een parkeerontheffing en het feit dat het parkeerterrein alleen via de Bas Backerlaan met de auto toegankelijk zal zijn, moet met verweerder worden geoordeeld dat de verkeersoverlast voor eiseres binnen aanvaardbare grenzen zal blijven. Voorts is het niet aannemelijk te achten dat eiseres onaanvaardbare overlast zal ondervinden van wandelaars en jongeren op de door haar aangegeven looproute. Nu aldus geen sprake zal zijn van een onevenredige aantasting van het woongenot van eiseres, is er ook in dit opzicht geen grond voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid tot verlening van de vrijstelling heeft kunnen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs.: 08/323 en 08/406 WRO

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak, in het geding tussen:

[eiseres]

te [plaats],

verzoekster/eiseres, hierna: eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg

verweerder.

1. Bestreden besluit

Besluit van 23 oktober 2007, bekendgemaakt op 29 januari 2008, waarbij verweerder – na toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure – vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) heeft verleend ten behoeve van de aanleg van 24 parkeerplaatsen op de locatie voormalige Oude School aan de Bas Backerlaan (nabij de Grote Kerk) te Elburg.

2. Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 26 februari 2008 bezwaar gemaakt en bij brief van gelijke datum verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaarschrift is door verweerder als beroepschrift aan de rechtbank doorgezonden.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 28 mei 2008. Eiseres is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.C. Alblas en W. Pap.

3. Motivering

3.1. Indien de voorzieningenrechter na de behandeling ter zitting van een verzoek om een voorlopige voorziening van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij, ingevolge artikel 8:86 van de Awb, onmiddellijk

uitspraak doen in de bij de rechtbank aanhangige hoofdzaak. Van deze bevoegdheid wordt in dit geval gebruik gemaakt.

3.2. Ingevolge artikel 19, tweede lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten aangegeven categorieën van gevallen. Het bepaalde in het eerste lid dat het project moet zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing is daarbij van overeenkomstige toepassing.

3.3. Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Stad Elburg’ rust op de in geding zijnde locatie de bestemming ‘Groenvoorzieningen’. De aanleg van parkeerplaatsen is in strijd met deze bestemming.

In de vrijstellingslijst van 15 november 2005 hebben gedeputeerde staten van Gelderland categorieën aangegeven als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de WRO. Het onderhavige project valt binnen categorie 5 van die lijst: (Bouw)projecten voor aanleg en aanpassing van bestaande weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen van lokale aard.

3.4. Als ruimtelijke onderbouwing van het onderhavige project dient de nota ‘Ruimtelijke Onderbouwing, aanleg parkeerterreinen vesting Elburg en openstelling busbaan voor motorvoertuigen’ van mei 2007. In deze nota is uiteengezet dat het om reden van veiligheid in de nabije toekomst niet meer is toegestaan een voertuig in de stegen van de vesting te parkeren. De aan te leggen parkeergelegenheid is bestemd voor het parkeren van auto’s van (ontheffinghoudende) inwoners van de vesting die hun voertuig dan niet meer in de stegen mogen parkeren. Gelet op het kleinschalige karakter van deze parkeergelegenheid en het feit dat uitsluitend inwoners van de vesting hier hun vervoermiddel mogen parkeren, is er geen sprake van een forse toename van het verkeer. Naast het bevorderen van de veiligheid zal volgens de nota de leefbaarheid in de stad toenemen, doordat met name in de stegen het aantal verkeersbewegingen wordt verminderd, terwijl de toename van verkeersbewegingen op de Bas Backerlaan beperkt zal zijn. In de nota is het project voorts getoetst aan diverse ruimtelijke beleidskaders en beoordeeld op diverse milieu- en omgevingsaspecten.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoet de ruimtelijke onderbouwing, mede gelet op het kleinschalige karakter van het project, aan de daaraan te stellen eisen.

3.5. Gezien het vorenstaande (3.3 en 3.4) was verweerder bevoegd om de vrijstelling te verlenen. Ter beoordeling staat vervolgens of verweerder bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot de verlening van vrijstelling heeft kunnen komen.

3.6. Eiseres heeft aangevoerd dat de aanleg van het parkeerterrein het monumentale karakter van de oude vestingwal van Elburg aantast, met name het zicht op de historische kerk. Eiseres heeft daarbij gewezen op het standpunt van de Rijksdienst voor Archeologie Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) in een bespreking op 27 maart 2007.

3.6.1. Verweerder heeft erkend dat door de aanleg van de parkeerplaatsen het monumentale karaker van de omgeving wordt aangetast, maar is van mening dat deze aantasting, gelet op de kleinschaligheid van het parkeerterrein, binnen aanvaardbare grenzen blijft. Verweerder heeft daarom het belang van de aanleg van het parkeerterrein, met name met het oog op het autovrij maken van de stegen ter bevordering van de veiligheid en de leefbaarheid in de vesting, zwaarder laten wegen. Ter zitting heeft verweerder er nog op gewezen dat door alle verkeersmaatregelen, waarvan de aanleg van het onderhavige parkeerterrein een onderdeel is, het monumentale aanzien van de vesting zal verbeteren.

3.6.2. De voorzieningrechter ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder bij zijn afweging van het belang van het volledige behoud van het monumentale karakter van de vestingswal en het zicht op de kerk op de onderhavige locatie tegen het belang van de veiligheid en leefbaarheid in de vesting niet in redelijkheid tot verlening van de vrijstelling heeft kunnen komen. Daarbij wordt nog in aanmerking genomen dat het negatieve schriftelijke advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (thans RACM) van 31 mei 2006 betrekking had op een veel groter parkeerterrein bij de Grote Kerk, met circa 50 plaatsen in plaats van het thans tot 24 gereduceerde aantal parkeerplaatsen.

3.7. Eiseres heeft haar woning naast het beoogde parkeerterrein. Zij vreest voor aantasting van haar woongenot door een toename van het verkeer en doordat wandelaars en (hang)jongeren gebruik zullen gaan maken van het nieuwe wandelpad vanaf de parkeerplaats naar de kerktuin, welk pad langs de achterkant van haar woning zal lopen.

3.7.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, hoewel niet onaannemelijk is dat eiseres enige mate van overlast zal ervaren van het aan te leggen parkeerterrein, verweerder in redelijkheid het algemene belang van de aanleg van de parkeerplaats zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het individuele belang van eiseres. Gelet op het kleinschalige karakter van het parkeerterrein, het uitsluitende gebruik daarvan door inwoners van de vesting met een parkeerontheffing en het feit dat het parkeerterrein alleen via de Bas Backerlaan met de auto toegankelijk zal zijn, moet met verweerder worden geoordeeld dat de verkeersoverlast voor eiseres binnen aanvaardbare grenzen zal blijven. Voorts is het niet aannemelijk te achten dat eiseres onaanvaardbare overlast zal ondervinden van wandelaars en jongeren op de door haar aangeven looproute. Nu aldus geen sprake zal zijn van een onevenredige aantasting van het woongenot van eiseres, is er ook in dit opzicht geen grond voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid tot verlening van de vrijstelling heeft kunnen komen.

3.8. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Er is evenmin aanleiding voor een ¬veroordeling in proceskosten.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op

4 juni 2008 in tegenwoordigheid van mr. M.E.M.T. Duindam-Vossen als griffier.