Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2924

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
30-05-2008
Zaaknummer
06-801427-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van 80 uur en elektronisch toezicht van vier maanden voor het medeplegen van zware mishandeling. Zie voor medeverdachte uitspraak onder LJNummer BD2912.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/801427-07

Uitspraak d.d. 30 mei 2008

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats 1982],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 maart 2008 en 16 mei 2008.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 april 2007 in de gemeente Heerde tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (hersenschudding en/of meerdere aangezichtsbotbreuken te weten forse breuk rechter neusbot en/of breuk van bodem linker oogkas en/of linker jukbeen volledig weggeslagen), heeft/hebben toegebracht, door deze opzettelijk met geschoeide voet(en) te

weten zogenoemde kisten met stalen neuzen meermalen, althans eenmaal op/tegen het gezicht, althans het hoofd te schoppen en/of te trappen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 26 april 2007 in de gemeente Heerde tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met geschoeide voet(en) te weten zogenoemde kisten met stalen neuzen, op/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 26 april 2007 in de gemeente Heerde, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] (met kracht)

- meermalen, althans eenmaal met geschoeide voet(en) te weten zogenoemde kisten met stalen neuzen, op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- meermalen, althans eenmaal slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1], tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (hersenschudding en/of meerdere aangezichtsbreuken, te weten forse breuk van rechter neusbot en/of breuk van bodem linker oogkas en/of linker jukbeen volledig weggeslagen),

althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 26 april 2007 in de gemeente Heerde met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Heerderstrand, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een auto, welk geweld bestond uit

- het meermalen, althans eenmaal gooien van een of meer, althans een aantal blik(ken) en/of fles(sen) bier op/tegen de auto en/of

- het meermalen, althans eenmaal schoppen en/of trappen op tegen die auto en/of een blikje tegen die auto schoppen/trappen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van het onder 2 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, nu in het dossier onvoldoende wettig bewijs dienaangaande voorhanden is. Uit de verklaringen in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt weliswaar dat verdachte op dat tijdstip op het Heerderstrand aanwezig was, echter blijkt daaruit onvoldoende dat verdachte met blikken of flessen naar de auto heeft gegooid dan wel tegen de auto heeft geschopt of getrapt. Evenmin blijkt uit de stukken dat verdachte op dat moment al op zodanige wijze deel uitmaakte van de groep die met stenen of blikken tegen de auto heeft gegooid en tegen de auto heeft geschopt of getrapt, dat hem het handelen van de groep kan worden toegerekend.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

De bewijsmotivering (eindnoot 1)

A. De vaststaande feiten

Op 26 april 2007 verlaat aangever [slachtoffer 1] (hierna te noemen: [slachtoffer 1]) met zijn auto het Heerderstrand in Heerde. [slachtoffer 1] passeert daarbij een groep personen, die zich nabij de doorgang naar de weg bevinden. Bij het verlaten van het strand wordt door een aantal personen uit deze groep met spullen naar de auto van [slachtoffer 1] gegooid en tegen de auto getrapt. Even later komt [slachtoffer 1] via een omweg terug het strand oplopen en gaat hij bij zijn eigen groep zitten. Daarop komen drie personen uit genoemde groep, waaronder verdachte, in de richting van [slachtoffer 1] lopen. [slachtoffer 1] staat op en gaat bij een andere groep jongens zitten. De drie personen lopen naar [slachtoffer 1] toe en vallen hem aan. [slachtoffer 1] wordt daarbij hard in het gezicht geraakt. De groep waarbij [slachtoffer 1] zich bevond wordt ook uitgedaagd en krijgt ook trappen. De groep vlucht daarop weg en [slachtoffer 1] blijft alleen achter. Na een tijdje lopen de drie personen weer in de richting van hun eigen groep en verlaten even later het strand.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte A] doelbewust de confrontatie heeft gezocht met [slachtoffer 1] en dat ze beiden gewelddadig zijn geweest. Verdachte en [medeverdachte A] hebben beiden [slachtoffer 1] geschopt en [slachtoffer 1] is daarbij in zijn gezicht geraakt. Er is sprake van een doelbewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte A]. Het maakt daarbij niet uit wie precies de eerste of tweede trap heeft gegeven. Van belang is dat verdachte en [medeverdachte A] door samen op te trekken en allebei grof geweld toe te passen, beiden verantwoordelijk zijn voor elkaars uitvoeringshandelingen.

Uit de medische informatie blijkt voorts dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

C. Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte [slachtoffer 1] niet zelf in het gezicht heeft getrapt. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat geen sprake is geweest van een nauwe samenwerking met de medeverdachte bij de mishandeling van [slachtoffer 1]. Er was geen sprake van een bewust nastreven van hetzelfde doel. Immers, [medeverdachte A] heeft zelf het initiatief genomen om mee te lopen. Verdachte heeft tegen [medeverdachte A] gezegd dat hij zich rustig moest houden. Er was geen sprake van coördinatie van de groep om naar [slachtoffer 1] te gaan. Het was ook tegen de wil van verdachte dat [medeverdachte A] meeliep.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht voor het bewijs de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

Verdachte heeft, kort gezegd, ter zitting verklaard dat hij op 26 april 2007 op het Heerderstrand samen met [medeverdachte A] en [medeverdachte C] naar [slachtoffer 1] is toegelopen en hem als eerste een schop heeft gegeven. In zijn verklaring bij de politie (eindnoot 2) heeft verdachte verklaard dat hij met [medeverdachte C] had afgesproken naar [slachtoffer 1] toe te gaan met de bedoeling hem aan te spreken op zijn gedrag van de week daarvoor en dat zij verhaal wilden gaan halen bij [slachtoffer 1]. [medeverdachte A] is toen met verdachte meegelopen. Bij [slachtoffer 1] aangekomen besloot verdachte hem tegen het been te trappen en heeft hem daarop op zijn linkeronderbeen getrapt. De verdachte heeft verklaard dat het een stevige trap was en dat hij zelf nog twee dagen pijn heeft gehad aan zijn scheenbeen. Verdachte verklaart voorts dat hij vaker heeft getrapt, maar dat hij miste.

Aangever [slachtoffer 1] heeft bij zijn aangifte (eindnoot 3) verklaard dat hij op 26 april 2008 op het Heerderstrand was. Nadat hij zijn auto had weggezet, zag hij dat drie jongens zijn kant op kwamen lopen. Zonder iets te zeggen hebben ze hem een trap gegeven. De drie jongens hadden schoenen aan en hebben in zijn gezicht getrapt. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat hij op een gegeven moment een knak hoorde en het leek alsof zijn neus brak. [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd en zag dat er bloed uit zijn neus kwam, waarna ze zijn opgehouden met schoppen.

Getuige [slachtoffer 3] heeft bij de politie verklaard (eindnoot 4) dat zij op 26 april 2007 op het Heerderstrand was. Zij heeft verklaard dat zij zag dat drie jongens op haar groep, waarbij [slachtoffer 1] was gaan zitten, afkwamen. Twee van hen sloegen en schopten [slachtoffer 1]. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij zag dat de kale jongen ook haar vrienden schopten. Daarna werd [slachtoffer 1] midden in zijn gezicht geschopt door de jongen met een witte pet. Deze trap kwam midden in het gezicht van [slachtoffer 1] terecht. [slachtoffer 1] zakte na deze trap in elkaar. [slachtoffer 3] heeft voorts verklaard dat ze zag dat de jongen met het kale hoofd kisten droeg.

Getuige [getuige 2] heeft bij de politie verklaard (eindnoot 5) dat hij op 26 april 2007 op het Heerderstrand was. [getuige 2] heeft verklaard hij vanuit zijn ooghoek heeft gezien dat [slachtoffer 1] een trap tegen zijn arm of schouder, in ieder geval de zijkant van zijn lichaam, kreeg. [getuige 2] heeft verklaard dat de kale jongen de meest agressieve van de groep was.

Getuige [getuige 3] heeft bij de politie verklaard (eindnoot 6) dat hij op 26 april 2007 op het Heerderstrand was. [getuige 3] heeft verklaard dat hij zag dat er op het strand een woordenwisseling ontstond tussen een bestuurder van een auto en twee mannen, waaronder een man met een witte pet en een blanke man met een kaal hoofd. [getuige 3] heeft verklaard dat hij zag dat de kale man plotseling in die groep om zich heen begon te trappen. Meerdere in de groep, waaronder de bestuurder, werden door die schoppen geraakt. De man met de witte pet begon ook te schoppen en raakte de bestuurder vol in het gezicht. De bestuurder viel op de grond en werd daarna wederom door beide mannen geschopt. De bestuurder werd zo rond de vier keer getrapt. De trap die in het gezicht kwam was heel hard. De bestuurder viel daardoor met kracht achterover. Later zag [getuige 3] dat de neus van de bestuurder scheef stond en onder het bloed zat.

Uit de medische informatie (eindnoot 7) blijkt dat [slachtoffer 1] een hersenschudding heeft opgelopen, dat sprake was van een aantal aangezichtsbotbreuken, waaronder een forse breuk van het rechter neusbot en een breuk van de linker oogkas en dat het linker jukbeen volledig is weggeslagen. Verder gaat het door deze mishandeling psychisch niet goed met [slachtoffer 1].

De rechtbank leidt uit de onderlinge verklaringen af dat de jongen met het kale hoofd, verdachte is en de jongen met de witte pet, [medeverdachte A].

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Dat verdachte het zwaar lichamelijk letsel in vereniging met een ander heeft toegebracht kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte en de medeverdachte zijn immers gezamenlijk op het slachtoffer afgelopen. Verdachte noch zijn mededader heeft zich van het gebeuren gedistantieerd nadat bleek dat dit uit de hand ging lopen. Dat het niet verdachte is geweest die het slachtoffer in het gezicht heeft getrapt doet hier niet aan af.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 26 april 2007 in de gemeente Heerde tezamen en in vereniging met een ander, aan een persoon, te weten [slachto[slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (hersenschudding en meerdere aangezichtsbotbreuken te weten forse breuk rechter neusbot en breuk van bodem linker oogkas en linker jukbeen volledig weggeslagen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met geschoeide voeten meermalen tegen het gezicht te schoppen en te trappen;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

medeplegen van zware mishandeling

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie strekkende tot – het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen achtend – het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzittingen is gebleken.

Verdachte heeft zonder noemenswaardige aanleiding een jongeman ernstig mishandeld. Ook al zou er enige aanleiding zijn geweest, dan nog is zijn reactie buitenproportioneel geweest en volstrekt onaanvaardbaar. Tevens heeft verdachte zich intimiderend naar het aanwezige publiek gedragen, waardoor anderen werden weerhouden cq belemmerd om voor het slachtoffer op te komen. Het optreden van verdachte zal zonder meer bij het slachtoffer en publiek gevoelens van machteloosheid en onveiligheid hebben opgeroepen.

Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dan ook gerechtvaardigd zijn.

Niettemin ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die thans vast werk heeft, een gezin te onderhouden heeft en kort geleden vader is geworden van een mogelijk gehandicapt kind, aanleiding om af te zien van een onvoorwaardelijke detentie en in plaats daarvan elektronisch toezicht, ook wel genoemd thuisdetentie of huisarrest, gevolgd door een langdurige werkstraf op te leggen. De rechtbank zal tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen teneinde verdachte er van te weerhouden opnieuw soortgelijke feiten te plegen en om een juridisch kader te creëren voor het elektronisch toezicht

Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 mei 2008 verklaard dat zijn pasgeboren kind gezondheidsproblemen heeft en dat hij daarom mogelijk regelmatig gedurende het huisarrest met zijn kind naar het ziekenhuis zal moeten. De rechtbank merkt in dit verband op dat de reclassering gedurende het elektronisch huisarrest verdachte toestemming kan geven ziekenhuisbezoeken af te leggen indien dit noodzakelijk is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 47 en 302.

Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroor¬deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzon¬dere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich geduren¬de de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voor¬schriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende 4 (vier) maanden zal stellen onder elektronisch toezicht met inachtneming van hetgeen in het rapport van de Stichting Reclassering Nederland van 6 mei 2008 is geadviseerd en van hetgeen op basis daarvan tussen veroordeelde en de Reclassering zal worden overeengekomen.

Bepaalt dat het elektronisch toezicht voorafgaat aan de taakstraf en uiterlijk 2 (twee) maanden na ingang van de proeftijd zal aanvangen.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van veertig dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die werkstraf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Krijger en Schmitz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 mei 2008.

Mrs. Borgerhoff Mulder en Schmitz zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen

(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (Stam) proces-verbaal nr. PL0618/07-203506, gedateerd 26 mei 2007.

(eindnoot 2) Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde dossierpag. 92, 93, 97, 101 en 103.

(eindnoot 3) Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], doorgenummerde dossierpag. 45 en 46.

(eindnoot 4) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3], doorgenummerde dossierpag. 67

(eindnoot 5) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], doorgenummerde dossierpag. 74 en 75.

(eindnoot 6) Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], doorgenummerde dossierpag. 78.

(eindnoot 7) Medische informatie van dr. Chr.A.E.M. Stikvoort, doorgenummerde dossierpag. 56