Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2887

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
30-05-2008
Zaaknummer
06-460228-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor oplichting, meermalen gepleegd. De rechtbak legt op een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460228-07

Uitspraak d.d.: 28 mei 2008

tegenspraak/ dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1966],

wonende te [adres en plaats],

thans uit anderen hoofde verblijvende in de penitentiaire inrichting Utrecht, locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 mei 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij,

op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 4 november 2006 tot en met 11 april 2007, te Twello en/of te Harderwijk en/of te Lemelerveld en/of te Nijkerkerveen en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een

(of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer medewerker(s) van een of meer rijwielhandel(s), waaronder:

- [medewerker rijwielhandel A] (medewerker van [rijwielhandel A te plaats])

(incident 1), en/of

- [medewerker rijwielhandel B] (medewerker van [rijwielhandel B te plaats])

(incident 3), en/of

- [medewerkster rijwielhandel C] (medewerkster van [rijwielhandel C te plaats])

(incident 2), en/of

- [medewerker rijwielhandel D] (medewerker van [rijwielhandel D])

(incident 14)

(telkens) hebben/heeft bewogen tot afgifte van een mountainbike, althans een

fiets, hebbende (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich tegenover genoemde perso(o)n(en) heeft aangegeven dat hij geïnteresseerd was in een mountainbike, althans een fiets, en/of

- zich tegenover die medewerker(s)/ster heeft voorgedaan als potentiële koper van een mountainbike, althans een fiets, en/of

- zich door één of meer medewerker(s)/ster(s) heeft laten informeren over de technische aspecten van een of meer (dure) mountainbike(s), althans een of meer (dure) fiets(en), en/of

- (vervolgens) tegen die medewerker(s)/ster(s) heeft aangegeven dat hij wilde overleggen met zijn echtgenote, en/of

- (vervolgens) tegen die medewerker(s)/ster(s) heeft aangegeven met een mountainbike, althans een fiets een proefrit te willen maken, en/of

- (vervolgens) als onderpand een (pols)tasje heeft afgegeven, waardoor genoemde

- [medewerker rijwielhandel A] (medewerker van [rijwielhandel A te plaats]), en/of

- [medewerker rijwielhandel B] (medewerker van [rijwielhandel B te plaats]), en/of

- [medewerkster rijwielhandel C] (medewerkster van [rijwielhandel C te plaats]), en/of

- [medewerker rijwielhandel D] (medewerker van [rijwielhandel D te plaats])

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, (terwijl verdachte (telkens) na afgifte van die mountainbike/fiets niet meer met die mountainbike/fiets bij genoemde medewerker/ster en/of rijwielhandel is teruggekeerd);

art 326 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij,

op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 4

november 2006 tot en met 11 april 2007 te Twello en/of te Harderwijk en/of te

Lemelerveld en/of te Nijkerkerveen en/of elders in Nederland

(telkens) opzettelijk een mountainbike, althans een fiets, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan:

- [medewerker rijwielhandel A] en/of [rijwielhandel A], en/of

- [medewerker rijwielhandel B] en/of [rijwielhandel B], en/of

- [medewerkster rijwielhandel C] en/of [rijwielhandel C]., en/of

- [medewerker rijwielhandel D] en/of [rijwielhandel D],

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van een (toegestane) proefrit onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan (voetnoot 1)

A. Standpunt van het openbaar ministerie

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. De achter de gedachtestreepjes opgenomen bestanddelen die na de zinsnede "opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid" zijn opgenomen in de tenlastelegging, leveren in samenhang bezien oplichting op.

B. Standpunt van de verdachte, de verdediging

2. Namens verdachte is naar voren gebracht dat de tweede aanhouding van verdachte op

15 april 2007 en de daaropvolgende inverzekeringstelling onrechtmatig zijn geweest. De officier van justitie heeft in strijd met de beleidsregels ter zake gehandeld en voorts geen toestemming verleend voor de aanhouding buiten heterdaad. Dit zou volgens de verdediging moeten leiden tot strafvermindering.

3. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat in het primair tenlastegelegde vermelde "waaronder" impliceert dat het om meer feiten zou gaan. De officier van justitie heeft de raadsman in een telefonisch onderhoud laten weten dat het slechts om de tenlastegelegde feiten gaat en dat de overige feiten buiten de beoordeling zouden worden gelaten. Derhalve dient "waaronder" in de tenlastelegging te worden weggelaten, aldus de raadsman.

4. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat slechts incidenten 3 en 14 oplichting opleveren. De incidenten 1 en 2 moeten gekwalificeerd worden als verduistering. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 13 november 2001, gepubliceerd in NJ 2002,262, stelt de raadsman dat voor het aannemen van een valse hoedanigheid alle achter de gedachtestreepjes vermelde bestanddelen in de tenlastelegging na de zinsnede "opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid" nodig zijn. In deze zaak vallen echter meerdere in de tenlastelegging opgenomen gedachtestreepjes weg. Nu niet alle bestanddelen van toepassing zijn op incidenten 1 en 2 kan voor deze feiten geen oplichting worden bewezenverklaard.

5. De raadsman heeft ten slotte aangevoerd dat verdachte niet kan worden veroordeeld voor verduistering. In deze zaak kan een aantal bestanddelen van het primair tenlastegelegde worden bewezenverklaard, maar de rechtbank kan niet meer toekomen aan al hetgeen na het woord "althans" is opgenomen, nu het woord "althans" impliceert dat al het vorenstaande is uitgesloten.

D. Beoordeling van de standpunten

6. De rechtbank verwerpt het primaire verweer, omdat het verdachte gezien het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het Wetboek van Strafvordering, niet vrij staat, na de toetsing van de rechtmatigheid bij de rechter-commissaris, bij de zittingsrechter een op strafvermindering neerkomend verweer omtrent onrechtmatige aanhouding en daaropvolgende inverzekeringstelling te voeren.

7. Ten aanzien van het aantal tenlastegelegde feiten, overweegt de rechtbank het volgende. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie verklaard dat vanuit het openbaar ministerie is gekozen om slechts vier bewijsbare feiten ten laste te leggen en niet alle door verdachte begane feiten. De overige feiten zijn evenmin ad informandum gevoegd. Bij de strafeis is geen rekening gehouden met de overige feiten, aldus de officier van justitie. De rechtbank neemt bij de afweging in aanmerking dat onder meer incident 7(voetnoot 2), te weten oplichting in Zeewolde, kan worden bewezenverklaard op grond van de aangifte (voetnoot 3), de verklaring van de getuige (voetnoot 4) en computergegevens (voetnoot 5). De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat incident 7 bewijsbare oplichting oplevert betekent dat "waaronder" in de tenlastelegging kan blijven staan.

8. Het verweer dat niet alle incidenten oplichting opleveren, verwerpt de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van oplichting in gevallen als de onderhavige waar verdachte als "koper" op pad ging in de wetenschap dat hij helemaal niet van plan was een koopovereenkomst te sluiten en hij zich niettemin bij de verkoper voordeed als bonafide koper. De kwade bedoelingen van verdachte kunnen worden afgeleid uit de reeks door hem verrichte handelingen, te weten het aangeven geïnteresseerd te zijn in een fiets, zich tegenover de medewerkers van de fietsenzaken voordoen als potentiële koper, zich laten informeren over technische aspecten, willen overleggen met zijn echtgenote, het maken van een proefrit en afgifte van een gevuld polstasje.

9. De rechtbank kan tot bewezenverklaring van de vier concreet tenlastegelegde oplichting komen, nu de oplichtingsmiddelen verbonden worden door de woorden en/of en er in alle gevallen iets meer was dan alleen het aannemen van de valse hoedanigheid van bonafide koper, al was het maar de overal terugkerende "proefrit".

C. Bewijsmiddelen

10. De bewezenverklaring van incident 1 is gebaseerd op de aangifte door [medewerker rijwielhandel A] (voetnoot 6), de verklaringen van getuige [medewerkster rijwielhandel C] (voetnoot 7), de verklaring van verdachte (voetnoot 8), stukken, waaronder uitdraaien van "Mijn Marktplaats"en een adressenlijst van fietsenhandel (voetnoot 9).

De bewezenverklaring van incident 2 is gebaseerd op de aangifte (voetnoot 10)door en verklaringen (voetnoot 11) van [medewerkster rijwielhandel C], de verklaringen van [getuige B] (voetnoot 12) en de verklaringen van verdachte (voetnoot 13),

De bewezenverklaring van incident 3 is gebaseerd op de aangifte (voetnoot 14) door en verklaringen (voetnoot 15) van [medewerker rijwielhandel B], adressenlijst van fietsenhandels (voetnoot 16) en de verklaring van verdachte (voetnoot 17).

De bewezenverklaring van incident 14 is gebaseerd op de aangifte (voetnoot 18) door en verklaringen (voetnoot 19) van [medewerker rijwielhandel D].

Bewezenverklaring

11. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 4 november 2006 tot en met 11 april 2007, te Twello en te Harderwijk en te Lemelerveld en te Nijkerkerveen en elders in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen, een of meer medewerker(s) van rijwielhandels, waaronder:

- [medewerker rijwielhandel A] (medewerker van [rijwielhandel A te plaats])

(incident 1), en

- [medewerker rijwielhandel B] (medewerker van [rijwielhandel B te plaats])

(incident 3), en

- [medewerkster rijwielhandel C] (medewerkster van [rijwielhandel C te plaats])

(incident 2), en

- [medewerker rijwielhandel D] (medewerker van [rijwielhandel D])

(incident 14)

telkens heeft bewogen tot afgifte van een mountainbike, althans een fiets, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid:

- tegenover genoemde perso(o)n(en) aangegeven dat hij geïnteresseerd was in een mountainbike, althans een fiets, en/of

- tegenover die medewerker(s)/ster voorgedaan als potentiële koper van een mountainbike, althans een fiets, en/of

- door één of meer medewerker(s)/ster(s) laten informeren over de technische aspecten van (dure) mountainbikes, althans (dure) fietsen, en/of

- (vervolgens) tegen die medewerker(s)/ster(s) aangegeven dat hij wilde overleggen met zijn echtgenote, en/of

- (vervolgens) tegen die medewerker(s)/ster(s) aangegeven met een mountainbike, althans een fiets een proefrit te willen maken, en/of

- (vervolgens) als onderpand een polstasje afgegeven, waardoor genoemde

- [medewerker rijwielhandel A] (medewerker van [rijwielhandel A te plaats]), en/of

- [medewerker rijwielhandel B] (medewerker van [rijwielhandel B te plaats]), en/of

- [medewerkster rijwielhandel C] (medewerkster van [rijwielhandel C te plaats]), en/of

- [medewerker rijwielhandel D] (medewerker van [rijwielhandel D]te [plaats])

telkens werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl verdachte telkens na afgifte van die mountainbike/fiets niet meer met die mountainbike/fiets bij genoemde medewerker/ster of rijwielhandel is teruggekeerd.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

12. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

13. Het bewezene levert op het misdrijf:

Primair: Oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

14. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

15. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, en met een proeftijd van 2 jaren.

16. De raadsman heeft aangevoerd dat de strafeis van de officier van justitie te hoog is, nu niet in alle gevallen sprake is van oplichting.

17. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

18. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft meer fietsenwinkels opgelicht door zich voor te doen als koper van de fiets en te vragen of hij een proefrit mocht maken. Vervolgens is verdachte niet meer teruggekeerd naar de fietsenwinkel. Met een zeker raffinement en volgens eenzelfde patroon heeft hij de oplichting uitgevoerd. Verdachte heeft hierdoor de eigenaren van de fietsenwinkels financieel benadeeld en hun voor een normaal handelsverkeer benodigde vertrouwen schade toegebracht. Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

19. De rechtbank heeft bij de strafoplegging ten nadele van verdachte ermee rekening gehouden dat, zoals uit het strafblad blijkt, hij veelvuldig is veroordeeld voor onder meer oplichting.

20. De rechtbank overweegt voorts dat bij de strafmaat slechts rekening is gehouden met de vier concreet tenlastegelegde incidenten.

21. Voorts houdt de rechtbank bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling door de politierechter te Utrecht van 18 april 2008 (inzake parketnummer 16/610344-08, vrijspraak, inzake parketnummer 16/711582-07 een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, ter zake van onder meer oplichting).

22. Alles overwegende komt de de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van

2 jaren.

23. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

In beslag genomen voorwerpen

24. De officier van justitie heeft met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen het volgende gevorderd:

- verbeurdverklaring van diverse administraties, aangetroffen op strijkplank (nr. 3),

2 telefoontoestellen, een blauwe NOKIA 6110 en een grijze Nokia 1600 (nrs.

11 en 17);

- teruggave aan verdachte van het geldbedrag van € 1.850,00 en een horloge;

- onttrekking aan het verkeer van de overige in beslag genomen voorwerpen (nrs. 2, 4,5,

6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15 en 16)

25. De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan dan wel voorbereid.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

26. De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

27. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van het na te melden voorwerp en geldbedrag aan de veroordeelde danwel de na te noemen rechthebbende. Ten aanzien van het geldbedrag overweegt de rechtbank dat dit aan verdachte zal worden teruggegeven, nu de officier van justitie ter terechtzitting de teruggave van dit bedrag aan verdachte heeft gevorderd.

Vordering van de benadeelde partijen

28. De hierna te melden benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag als hierna vermeld, gevoegd in het strafproces.

- [Rijwielhandel C te plaats] € 1.859,00

- [rijwielhandel B]

[adres en plaats] € 1.599,00

- [rijwielhandel D, adres en plaats] € 839,00

29. De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen tot schadevergoeding van

[rijwielhandel C], [rijwielhandel B] en [rijwielhandel D] toe te wijzen tot het gevraagde bedrag, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

30. De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [rijwielhandel C], [rijwielhandel B] en [rijwielhandel D] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu de vorderingen onder meer zijn gebaseerd op de verkoopprijs van de fietsen en een vergoeding van de inkoopprijs redelijk zou zijn, maar hiervan geen bewijs is overgelegd. De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vorderingen dienen te worden gematigd.

31. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden. Uit de stukken komt naar voren dat alle benadeelde partijen een vergoeding hebben gevraagd voor de fietsen met opgave van de verkoopprijzen. Nu er geen informatie is verstrekt over de inkoopprijzen, acht de rechtbank toewijzing van de helft van de gevorderde bedragen voor de fietsen redelijk en billijk. Op dit punt zijn de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in hun vordering. De vorderingen van [rijwielhandel C], [rijwielhandel B] en [rijwielhandel D] worden derhalve voor een bedrag van respectievelijk € 749,50, € 799,50 en € 339,50 toegewezen. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk

32. Voorts hebben [rijwielhandel C] en [rijwielhandel D] een vergoeding gevraagd voor gederfde arbeidsuren. De rechtbank zal deze benadeelde partijen op dit punt

niet-ontvankelijk verklaren, nu zij van oordeel is dat onvoldoende inzichtelijk is geworden wat de kosten zijn. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

33. Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 36b. 36c, 36f en 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

* zwart leren tasje (nr. 1)

* schriften, papieren, kranten ( nr. 2)

* rood notitieboek, opschrift [verdachte] (nr. 4)

* kranten en folders van fietsendealers (nr. 5)

* diverse administratie, gehele uitdraai fietsendealers (nr. 6)

* landkaart op meerdere plaatsen gemarkeerd (nr. 7)

* diverse papieren en notitieblokjes (nr. 8)

* 2 nieuwe polstasjes, verpakt in plastic (nr. 9)

* boek auto A3, kwitantieboekje (nr. 10)

* enveloppe met opschrift 06-41712152 (nr. 12)

* reclamefolder van mountain cube met prijslijst (nr. 13)

* voor- en achterzijde staan telefoonnummers (nr. 14)

* 4 bladen van uitdraaien van windows live hotmail (nr. 15)

* tas met daarin een polstasje (nr. 16)

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

* diverse administraties, aangetroffen op strijkplank (nr. 3)

* telefoontoestel blauwe Nokia 6110 (nr. 11)

* telefoontoestel grijze Nokia 1600 (nr. 17)

Gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en het geldbedrag aan veroordeelde, te weten:

* een horloge, gouden Rolex day-date type 16233

* een geldbedrag van € 1.850,00.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [rijwielhandel C]

[adres en plaats] € 749,50

Bankrekeningnummer [nummer]

2. [rijwielhandel B]

[adres en plaats]

Bankrekeningnummer [nummer] € 799,50

3. [rijwielhandel D]

[adres en plaats]

Bankrekeningnummer [nummer] € 339,50

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag vervangende hechtenis

1.[rijwielhandel C] € 749, 50 14 (veertien) dagen

2.[rijwielhandel B] € 799,50 15 (vijftien) dagen

3.[rijwielhandel D] € 339,50 6 (zes) dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2008.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal

nr. PL0630/07-203455, gedateerd 22 mei 2007.

2 Het stamproces-verbaal, dossierpagina 10r.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [naam], dossierpagina's: 424-426.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige A], dossierpagina 428.

5 Dossierpagina's 430-432.

6 Het proces-verbaal van aangifte door [medewerker rijwielhandel A], dossierpagina: 294.

7 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medewerkster rijwielhandel C], dossierpagina's: 297 en 298.

8 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina 338.

9 Dossierpagina's 300-304

10 Het proces-verbaal van aangifte door [medewerkster rijwielhandel C], dossierpagina: 346.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medewerkster rijwielhandel C], eveneens inhoudende een fotoconfrontatie,

dossierpagina's 349 en 350.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige B], dossierpagina's 354-357.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina 341.

14 Het proces-verbaal van aangifte door [medewerker rijwielhandel B], dossierpagina: 360.

15 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medewerker rijwielhandel B], inhoudende een fotoconfrontatie,

dossierpagina: 365.

16 Dossierpagina's: 367 en 368.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina: 338.

18 Het proces-verbaal van aangifte door [medewerker rijwielhandel D], dossierpagina: 505.

19 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medewerker rijwielhandel D], inhoudende een fotoconfrontatie,

dossierpagina 512.