Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2449

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
06/460166-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 6 voorwaardelijk voor medeplichtigheid aan gijzeling. De rechtbank acht - op grond van historische printgegevens, tapgesprekken en verslagen van het Observatieteam - bewezen dat verdachte op de hoogte was van de gijzeling van het slachtoffer en daarbij faciliterend heeft opgetreden. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460166-07

Uitspraak d.d.: 27 mei 2008

tegenspraak / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte F],

geboren te [plaats] op [1982],

wonende te [adres en plaats].

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 juni en 9 oktober 2007, 18 maart, 20 maart en 13 mei 2008.

2. Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 26 juni 2007 heeft de rechtbank het door de raadsman van verdachte ingediende verzoek tot opheffing althans schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis afgewezen.

Ter terechtzitting van 9 oktober 2007 heeft de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

3. De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 18 maart 2008 ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering is aangepast is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een van zijn mededaders, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken,

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [verdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen, immers hebben/heeft die [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [verdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken, teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op 15 maart 2007:

- [medeverdachte C] in een door hem beschikbaar gestelde auto auto (Renault Laguna) rond laten rijden en/of die [medeverdachte B] te begeleiden (daarbij) en/of

- een plastic tas en/of een jas in de kofferbak van genoemde auto te leggen en/of

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan.

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E]

en/of [verdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [verdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente

Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op 15 maart 2007:

- [medeverdachte C] in een door hem beschikbaar gestelde auto auto (Renault Laguna) rond laten rijden en/of die [medeverdachte B] te begeleiden (daarbij) en/of

- een plastic tas en/of een jas in de kofferbak van genoemde auto te leggen en/of

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. Bespreking verweer nietigheid dagvaarding terzake het subsidiair tenlastegelegde

De raadsman heeft betoogd dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig en derhalve partieel nietig is voor wat betreft het subsidiair en het meest subsidiair tenlastegelegde, nu - naar de rechtbank begrijpt, mede op grond van de ter terechtzitting van 18 maart 2008 door de raadsman verstrekte toelichting - de naam van verdachte in dat deel niet alleen als medeplichtige wordt genoemd, maar ook als medepleger.

De rechtbank verwerpt het verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een evidente tekstverwerkingsfout, als mogelijk gevolg van het (ongecorrigeerd) overnemen van tekstblokken uit (delen van) tenlasteleggingen van medeverdachten. Deze tekstverwerkingsfout, bestaande uit het ten onrechte vermelden van verdachtes naam als medepleger, kan zonder gevolg voor de verdere inhoud van de tenlastelegging worden "uitgestreept".

6. Vaststaande feiten

De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

[slachtoffer A], zijn oom [slachtoffer B] en een derde niet nader genoemd persoon zijn in de nacht van maandag 12 op dinsdag 13 maart 2007 naar een garagebox in Arnhem gereden. De hennepkwekerij die in de garagebox was aangelegd, is vervolgens leeggehaald. Diezelfde nacht is de diefstal van de hennep ontdekt. Op dinsdagmorgen 13 maart 2007 is [slachtoffer A], die de nacht bij zijn oom had doorgebracht, op het telefoontoestel van [slachtoffer B], gebeld door zijn vader met het verzoek naar de van hem geweest zijnde bakkerij aan [adres en plaats] te komen. Hij is daar samen met [slachtoffer B] naar toe gegaan. Daar trof hij zijn vader en twee mannen aan. [slachtoffer A] is met de twee mannen meegegaan in een brons/grijze Mercedes. In de daaropvolgende periode is [slachtoffer A] mishandeld en zijn met zijn ouders losgeldgesprekken gevoerd. Op vrijdagmiddag 16 maart 2007 is hij in Utrecht aangetroffen. De verbalisanten die ter plaatse kwamen, zagen dat hij diverse verwondingen en bloeduitstortingen over zijn hele lichaam had.

7. De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

7.1 Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Een afschrift van het schriftelijk requisitoir is aan het proces-verbaal van de zitting van 18 maart 2008 gehecht.

7.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal van de zitting van 18 maart 2008 is gehecht. De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak.

7.3 Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte als medepleger terzake (het voortduren van) de gijzeling van [slachtoffer A] is aan te merken. Het aandeel dat verdachte daarin heeft gehad, is naar het oordeel van de rechtbank daartoe onvoldoende substantieel. Hoewel de rechtbank ervan uitgaat, zie hierna onder 8, dat verdachte in de loop van donderdag 15 maart 2007 op de hoogte is gekomen van de gijzeling van [slachtoffer A] en zich daarvan niet gedistantieerd heeft, is zijn bijdrage niet zodanig, dat dat de vereiste bewuste en nauwe samenwerking op het medeplegen van gijzeling oplevert. Verdachte dient van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

7.4 Bewijsmiddelen

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de navolgende overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen onder meer naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal en de daarbij behorende bijlagen, dossiernummer PL0620/07-204566, gesloten en ondertekend op 27 augustus 2007 door [namen].

a) processen-verbaal van verhoor van het slachtoffer, [slachtoffer A] (p. 1558

t/m1658)

b) processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer D] (p. 2371 t/m 2405)

c) processen-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 2564 t/m 2598 en 2604 t/m 2607)

d) proces-verbaal van bevindingen SGBO (pagina 1677 t/m 1682)

e) proces-verbaal videobeelden Total (pagina 1710)

f) verslag Observatieteam (pagina 1722 t/m 1725)

g) tapgesprekken tussen de [telefoonnummer A] en de [telefoonnummer E] (pagina 4667 t/m 4678)

h) proces-verbaal uitwerking onderhandelingsgesprekken (pagina 1684 t/m 1703)

i) historische printgegevens van het nummer 06-[nummer 1]

j) historische printgegevens van het nummer 06-[nummer 2]

k) verslag tapgesprek [telefoonnummer F] (pagina 2603)

l) processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte H] (pagina 239 t/m 276)

m) fotomap 1, foto 9

n) processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte G] (pagina 311 t/m 315 en pagina 365)

o) processen-verbaal ambtelijk verslag m.b.t. de in de Renault Laguna aangetroffen goederen (pagina 1920 t/m1934)

7.5a Het slachtoffer, [slachtoffer A], heeft verklaard - zakelijk weergegeven - dat hij op 13

maart 2007 met zijn oom [slachtoffer B] naar de bakkerij aan [adres en plaats] is gegaan, waar hij zijn vader zag staan en twee jonge mannen, die hij herkende als [medeverdachte E] en [medeverdachte C] (p.1560). Hij is bij [medeverdachte E] in de auto, een Mercedes Benz, gestapt, waarin ook [medeverdachte C] zat (p.1561). Ze zijn naar het Geuzenveld gereden, waar de auto werd geparkeerd en hij is uitgestapt. Na 10 minuten zei [medeverdachte E] dat hij moest instappen (p.1614). Ze zijn vervolgens via de A2 richting Arnhem gereden. Bij een benzinestation langs de A2 heeft [medeverdachte C] zijn telefoon afgepakt. [slachtoffer A] heeft verklaard dat hij toen het idee kreeg dat hij werd ontvoerd en dat hij bang werd (p.1661). Ze zijn verder gereden naar Arnhem en in de buurt van het Gelredome een garagegebouw binnengegaan (p.1563), waar hij is mishandeld. [medeverdachte E] heeft daarbij ondermeer een wit elektriciteitssnoer om zijn hals gedraaid (p.1605). Na de mishandeling in Arnhem hebben [medeverdachte E] en [medeverdachte C] hem naar buiten begeleid, hem in de brons/grijze Mercedes gezet en zijn ze gaan rijden. Op een drukke kruising bij Zandvoort/Haarlem heeft hij geprobeerd weg te rennen (p.1592). [slachtoffer A] heeft hierover in een ander verhoor verklaard dat hij bang was dat ze hem opnieuw zouden gaan mishandelen. Op een gegeven moment heeft hij het linkerachterportier geopend en geprobeerd uit de auto te springen. Hij werd door de jongen in het groene trainingsjack echter weer de auto ingetrokken. De jongen werd daarbij geholpen door [medeverdachte C] (p.1620). Dit was in de buurt van Bloemendaal/Aerdenhout/Zandvoort (p.1621).Toen het donker werd zag hij dat er een Hyundai bus achter hen reed. De jongen in het groene trainingsjack pakte zijn handen vast en [medeverdachte C] draaide vervolgens met grijs duck-tape zijn handen aan elkaar vast en vervolgens ook zijn voeten (p.1622). Hij is daarna overgeladen in de Hyundai. [medeverdachte E] en [medeverdachte C] zaten ook in die Hyundai (p.1623). In de bus is zijn hoofd beplakt met duck-tape, zodanig dat alleen zijn neus vrij werd gehouden (p.1624). [slachtoffer A] heeft verder verklaard dat hij de persoon op foto 3 van fotomap 1 kent als [medeverdachte C] en als de persoon die betrokken is geweest bij de wederrechtelijke vrijheidsbeneming en de mishandelingen die hebben plaatsgevonden (p.1611).

[slachtoffer A] heeft tegenover de rechter-commissaris en ter zitting verklaard dat hij [medeverdachte C] ten onrechte heeft belast. [medeverdachte C] heeft hij alle drie de dagen vanaf Geuzenveld niet gezien. De rechtbank gaat echter uit van de verklaringen van [slachtoffer A] bij de politie. Zij acht de reden die [slachtoffer A] opgeeft om [medeverdachte C] aanvankelijk wel te belasten onaannemelijk. Dit temeer nu [slachtoffer A] eerst na vele gedetailleerde - voor [medeverdachte C] belastende - verklaringen en lange tijd zijn getuigenis ten aanzien van [medeverdachte C] heeft gewijzigd.

7.5b Getuige [slachtoffer D], vader van [slachtoffer A], heeft verklaard - zakelijk weergegeven - dat hij omstreeks 9.00 uur naar de bakkerij is gegaan en daar twee jongens zag (p.2372). Ze vroegen naar [slachtoffer A] en zeiden dat [slachtoffer A] spullen van hen gestolen had. Hij heeft [slachtoffer B] gebeld en na enige tijd kwamen [slachtoffer B] eraan. Hij heeft gezien dat [slachtoffer A] bij die jongens in de auto is gaan zitten en dat de auto wegreed (p.2373).

[slachtoffer D] heeft verder verklaard dat [slachtoffer B] werd gebeld door iemand die hem wilde spreken (p.2388). Afgesproken werd in een café aan het Mercatorplein in Amsterdam (p.2389). Ze hebben, via tussenkomst van een Turkse man die tolkte, gesproken met twee Marokkaanse jongens, die zeiden dat [slachtoffer A] goederen had gestolen. Nadat ze het café hadden verlaten, is [slachtoffer B] met 2 of 3 jongens in zijn BMW gestapt. Hij, [slachtoffer D], is in de Mercedes gestapt en hij zag nog een rode bus. In de BMW, die niet door [slachtoffer B] zelf werd bestuurd, zat ook de man die hij, [slachtoffer D], heeft herkend op foto 1 van fotomap 2 (p.2399). In de buurt van Apeldoorn zijn ze naar een parkeerplaats gegaan (p.2400). De mannen spraken met elkaar en er is veel getelefoneerd. Hij, [slachtoffer D], is toen overgestapt in het rode busje. De Turkse man van de garage is ook ingestapt en ze zijn weggereden. De andere auto's zijn niet meegegaan. Ze zijn naar een hotel gereden, uitgestapt en naar binnen gegaan. Bij het hotel waren meerdere Turkse mannen. Hij, [slachtoffer D], heeft hen gezegd dat de 'spullen' terug moesten omdat zijn zoon anders niet meer terug zou komen. Ze zijn vervolgens naar de Gamma, op een industrieterrein vlak bij een benzinestation, gegaan. Toen ze daar aankwamen, zagen ze de BMW van [slachtoffer B] staan en de Mercedes waarmee hij, [slachtoffer D], naar Apeldoorn is gereden. Ze hebben daar gewacht. Er is ruzie ontstaan tussen [slachtoffer B] en de andere jongens (p.2401). De anderen zeiden op een gegeven moment dat ze terug naar Amsterdam zouden gaan. Hij, [slachtoffer D], is met de Turkse man in de rode bus teruggereden. In Amsterdam zijn ze naar de KFC gegaan en hebben gewacht op de 'spullen'. [naam] kwam met een andere vrouw in een personenauto en vertelde dat de auto in Osdorp zou staan. In Osdorp zagen ze een witte kleine vrachtwagen staan (p.2402). Hij, [slachtoffer D], is in de witte vrachtwagen gestapt en achter de rode bus aan gereden. Ze zijn gestopt bij een fabriek bij Sloterdijk, waar de dozen zijn overgeladen. Een van de mannen die hielp met overladen was verdachte (p.2390). Hij, [slachtoffer D], had van de Turkse man van de garage gehoord dat als alles geteld was, [slachtoffer A] zou worden vrijgelaten (p. 2403). Om 2 of 3 uur 's nachts is hij gebeld door een Marokkaanse man, die hij heeft herkend op foto 3 van fotomap 1. Hij herkende zijn stem als degene die [slachtoffer A] heeft ontvoerd. De man zei dat de helft van de goederen niet aanwezig was, eiste nog € 30.000,- en gaf hem, [slachtoffer D], tot die avond 18.00 uur de tijd om het geld bij elkaar te krijgen. Op sommige punten heeft [slachtoffer D] tegenover de rechter-commissaris anders verklaard of verklaard het zich niet te kunnen herinneren. De rechtbank gaat evenwel uit van zijn verklaringen bij de politie. Deze zijn afgelegd in de periode maart - juni 2007, (zeer) kort na de periode van 13 tot en met 15 maart 2007. Die verklaringen zijn gedetailleerd en (delen ervan) vinden steun in andere bewijsmiddelen, te weten in verklaringen en taps.

7.5c Verdachte verklaart (voetnoot 1), zakelijk weergegeven: op donderdag 15 maart 2007 werd ik gebeld door een man. Ik wil de naam niet zeggen van die man. Je hebt gezien wat er met die persoon, die [slachtoffer A] gebeurd is. Ik wil me daar niet mee bemoeien. Ik ben niet alleen bang voor mij zelf, maar ook voor mijn familie. De mobiele telefoon met nummer 06-[nummer 2] is van mij. Het nummer 06-[nummer 1] staat in mijn telefoon vermeld onder de naam [naam 2]. Op 14 maart 2007 ben ik gebeld door de persoon waarvan ik de naam niet wil noemen.(voetnoot 2) Ik werd gebeld dat ik naar hem toe moest komen. Ik ben met de auto van mijn zus gegaan, de Renault Laguna. We zijn eerst naar Haarlem Noord gegaan, daarna naar Almere. De man reed. In een wijk in Almere parkeerde hij de auto en bleef 30 à 45 minuten weg. Ik heb geprobeerd de man te bellen. De man kwam terug en stapte weer achter het stuur.(voetnoot 3) We zijn rond 16.00 uur richting Haarlem gereden, naar MacDonald's en hebben daar getankt. Er stapte een derde persoon in bij de Gamma in Haarlem. Deze man sprak vloeiend Nederlands, hij droeg een petje, en had een iets buitenlands uiterlijk. Ergens in Haarlem Noord zijn beide mannen uitgestapt en naar een adres gelopen. Daarna zijn we weer naar MacDonald's gegaan. Vervolgens naar Zandvoort. De derde persoon heb ik weer afgezet bij de Gamma. We zijn weer naar Almere gereden. De man wiens naam ik niet wil noemen nam een grote sporttas mee toen hij uitstapte. Ik ben uiteindelijk ook het huis binnengegaan waar de man in was gegaan. Een rijtjeshuis. Ik hoorde de man schreeuwen. Hij had ruzie met iemand. Ik werd gebeld op mijn telefoon door allerlei vrienden van de man. We zijn weer vertrokken vanuit Almere naar Amsterdam. We reden naar Sloterdijk. Ik zag dat we in een rijtje auto's reden. Een Citroen Jumpy (wit) en een witte Suzuki. Ik zag dat de jongen die we bij de Gamma hadden opgepikt en afgezet in de Citroen Jumpy zat. De naam van deze jongen is [medeverdachte I].(voetnoot 4) We parkeerden op een parkeerplaats. De man wiens naam ik niet wil noemen stapte uit en liep weg. Ik heb met de man uit de Citroen Jumpy gesproken. Toen ik weer wilde instappen stapten er 2 nieuwe mensen in mijn auto. Er moest eerst een plastic zak van de achterbank in de kofferruimte worden gegooid. Het was een zwarte plastic-achtige zak. Ik had de indruk dat er kleren in zaten, althans zo voelde dat aan (voetnoot 5). Er was ook nog een witte tas bij die ook achterin werd gegooid. De man stapte weer achter het stuur en ik stapte rechtsvoor in. De man stapte na een klein stukje rijden uit. Ik heb ook een kleine donkerkleurige auto gezien. Ik ben, toen de man uitgestapt was een paar blokjes om gaan rijden. De man had gezegd dat ik achter hem aan moest rijden. Ik had niet goed opgelet en wist niet waar ik naar toe moest rijden. Ik werd gebeld door de man. Die zei dat hij in de buurt was en dat ik naar hem uit moest kijken. Ik zag een lichtje knipperen en ging er toen vanuit dat hij dat was (voetnoot 6). Ik heb de Laguna in de buurt geparkeerd. Ik zag geen andere bekende auto's meer. De man gaf telefonisch door dat ik zijn kant op moest kijken. Ik keek om mij heen maar ik zag hem niet staan. Ik bleef wel staan want ik had uit het telefoongesprek begrepen dat ik goed stond. De Nederlandse jongen die met mij is aangehouden is rechtsvoor in de auto gaan zitten. Op 16 maart 2007 om 01.27 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen de [telefoonnummer A]- en de [telefoonnummer F]. Ik herken de stem in dit gesprek van de persoon die met de Renault Laguna reed en waarvan ik de naam niet wil zeggen.(voetnoot 7)

7.5d t/m 7.5k Uit het proces-verbaal van bevindingen van het SGBO Raasj met bijlagen (voetnoot 8), de verslagen van tapgesprekken (voetnoot 9) en de historische printgegevens met betrekking tot de [telefoonnummer A] (voetnoot 10) blijkt dat op 15 maart 2007 door de tapkamer respectievelijk het observatieteam de volgende feiten werden verzameld:

Om 10.06 uur (voetnoot 11) belt de gebruiker van de [telefoonnummer A], [medeverdachte C] [medeverdachte B] (voetnoot 12), met de [telefoonnummer F] (het nummer van verdachte). Middels paallocaties wordt de [telefoonnummer A] op dat moment gepeild in Hoofddorp aan de Rijksweg A4. Om 10.21 uur (voetnoot 13) belt de [telefoonnummer A] wederom met de [telefoonnummer F]. Middels paallocaties wordt de [telefoonnummer A] op dat moment gepeild in Haarlem Zuid, aan de Floris van Adrichemlaan (langs de N205). Om 10.22 uur (voetnoot 14) belt de [telefoonnummer F] met de [telefoonnummer A]. De [telefoonnummer A] wordt op dat moment gepeild in Haarlem aan de Toekanweg, op ongeveer 500 meter afstand van het woonadres van verdachte. Om 10.36 uur (voetnoot 15) belt de [telefoonnummer A] met de [telefoonnummer F]. De [telefoonnummer A] wordt op dat moment wederom gepeild in Haarlem aan de Toekanweg. Dit is het laatste tijdstip op die dag, donderdag 15 maart 2007, dat er gebeld wordt tussen de [telefoonnummer A] en de [telefoonnummer F].

Om 11.32 uur (voetnoot 16) belt de [telefoonnummer A] met de gebruiker van de [telefoonnummer E] (verder te noemen: [slachtoffer D]). In dit gesprek zegt [slachtoffer D] dat hij nog niets heeft gevonden, maar dat hij bezig is. Middels paallocaties wordt de [telefoonnummer A] op dat moment gepeild in Haarlem Noord aan de Van Egmondstraat (voetnoot 17).

Om 13.59 uur belt [medeverdachte C] met [slachtoffer D]. In dit gesprek vraagt [medeverdachte C] wat hij ([slachtoffer D]) geregeld heeft. [slachtoffer D] zegt dat hij '30.000' probeert te vinden. [medeverdachte C] zegt dat hij 'de dinges die zij hebben afgepakt' terug wil en hij draagt [slachtoffer D] op dit 'vandaag' te regelen. [slachtoffer D] smeekt [medeverdachte C] om hulp.(voetnoot 18) Uit de historische printgegevens blijkt dat de [telefoonnummer A] op tijdstippen tussen 13.59 en 14.01 uur de palen Antennestraat in Almere, IJmeerdijk in Almere en Googweg in Muiderberg aanstraalt, wat duidt op verplaatsing van de [telefoonnummer A] van Almere richting Amsterdam ten tijde van het telefoongesprek van 13.59 uur tussen [medeverdachte C] en [slachtoffer D] (voetnoot 19).

Om 16.41 uur (voetnoot 20) wordt [slachtoffer D] weer gebeld door [medeverdachte C]. [medeverdachte C] zegt dat [slachtoffer D] contact moet m[slachtoffer B]et [slachtoffer B] voor de spullen. [slachtoffer D] vraagt of zoon dan gebracht wordt. [medeverdachte C] zegt: 'dan breng ik jou zoon terug'. [slachtoffer D] zegt dat hij niet weet waar [slachtoffer B] is. [medeverdachte C] zegt: [slachtoffer B] heeft schijt aan jouw zoon. [slachtoffer D] is erg over zijn toeren. [medeverdachte C] zegt: 'doe maar rustig aan. Ga gewoon die geld zoeken.' Uit de historische printgegevens blijkt dat de [telefoonnummer A] op tijdstippen tussen 16.41 uur en 16.48 uur de palen Jaap Edenlaan en Vlietweg in Haarlem aanstraalt, wat duidt op verplaatsing van de [telefoonnummer A] ten tijde van het telefoongesprek van 16.41 uur tussen [medeverdachte C] en [slachtoffer D] (voetnoot 21).

Om 18.54 uur (voetnoot 22) belt [medeverdachte C] met [slachtoffer D] met een hogere eis van 40.000 euro. [medeverdachte C] vraagt hoever [slachtoffer D] is met Doekoe, para (= geld in het Turks). [slachtoffer D] zegt dat hij bijna de helft heeft en vanavond alles bij elkaar heeft. [medeverdachte C] vraagt hoeveel hij heeft. [slachtoffer D] zegt: bijna dertig. [medeverdachte C] zegt: 'nee, moet 40 zijn'. Hij zegt dat hij nooit 30 heeft gezegd, maar veertig. [medeverdachte C] zegt: 'Breng mij vanavond veertig en jij krijgt zoon terug. Niet janken. Zorg voor het geld, je krijgt je zoon terug. Ik geef je anderhalf uur de tijd. Nu 7 uur, 8 uur half negen. Jij hebt je zoon terug, ik heb mijn geld ja. Jij hebt [slachtoffer A] gisteren gesproken. Je vrouw vandaag. Ik ben nu niet bij hem in de buurt.'(voetnoot 23) Uit de historische printgegevens blijkt dat de [telefoonnummer A] op tijdstippen tussen 18.42 uur en 19.04 uur de palen Zeeweg 1, Overveen en Burgemeester van Alphenstraat en Keesomstraat te Zandvoort aanstraalt, dat duidt op verplaatsing van de [telefoonnummer A] van Overveen naar Zandvoort ten tijde van het telefoongesprek van 18.54 tussen [medeverdachte C] en [slachtoffer D].(voetnoot 24)

Om 20.43 uur (voetnoot 25) ziet het Observatieteam op het parkeerterrein van de Gamma aan de Industrieweg te Haarlem de Renault Laguna, met kenteken [kenteken], tenaamstelling [verdachte F], [adres en plaats]. Uit de historische printgegevens (voetnoot 26) blijkt dat de [telefoonnummer A] om 20.43 uur gepeild is op de Spaarndamseweg te Haarlem. Dit is, naar de rechtbank ambtshalve bekend, in de directe omgeving van het industrieterrein Waarderpolder en een op dat industrieterrein gevestigde Gamma. Om 20.49 uur ziet het Observatie team dat de Renault Laguna het tankstation Total oprijdt aan de N200 in de gemeente Haarlem. Van dit bezoek aan de pomp zijn videobeelden aan het dossier toegevoegd. Uit het relaas van hoofdagent van politie [hoofdagent](voetnoot 27) blijkt dat hij de beide mannen op video herkent als [medeverdachte C] en verdachte. Uit de videobeelden blijkt dat [medeverdachte B] van de bestuurszijde van de donker kleurige stationswagen vandaan komt lopen en verdachte van de passagierszijde en dat [medeverdachte B] even later weer aan de bestuurderskant instapt en verdachte aan de passagierszijde. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal dat de videobeelden zijn opgenomen op tijdstippen tussen 20.54 en 20.55 uur.

Om 21.12 uur (voetnoot 28) belt [medeverdachte C] met [slachtoffer D] met de mededeling dat hij over een half uur [slachtoffer A] zal spreken. Er wordt verder gesproken over het te betalen geldbedrag. [medeverdachte C] zegt: 'Over een uur ga jij [slachtoffer A] spreken en regel de rest.' Blijkens paallokaties gaat de [telefoonnummer A] richting Almere en doet op tijdstippen tussen 21.09 en 21.19 de palen Ingelandenstraat te Weesp, Weesperbinnenweg te Muiden, Googweg te Muiderberg, IJmeerdijk te Almere en Oorweg te Almere aan, wat duidt op verplaatsing van de [telefoonnummer A] van Amsterdam naar Almere ten tijde van het telefoongesprek van 21.12 uur tussen [medeverdachte C] en [slachtoffer D].(voetnoot 29)

Om 23.25 uur (voetnoot 30) belt [medeverdachte C] met [slachtoffer D]. [medeverdach[medeverdachte C] vraagt hoever [slachtoffer D] is. [slachtoffer D] geeft aan bijna het laatste te halen, nog ongeveer 1500. [medeverdachte C] vraagt hoeveel hij nu heeft. [slachtoffer D] zegt dat hij 33 heeft. [medeverdach[medeverdachte C] C] vraagt waar de andere 7 is. [slachtoffer D] zegt dat hij nu bij iemand wacht om het laatste te halen. [medeverdachte C] vraagt nogmaals waar de andere 7 is. [medeverdachte C] zegt: 'oke, waar, waar, waar, waar is die waar, waar, waar, is het geld?' Blijkens paallokaties gaat de [telefoonnummer A] richting Amsterdam en doet op tijdstippen tussen 23.20 en 23.28 uur de palen Perenboomweg, Veluwezoom, Oorweg en IJmeerdijk, Almere en Ingelandstraat, Weesp aan, wat duidt op verplaatsing van de [telefoonnummer A] van Almere richting Amsterdam ten tijde van het telefoongesprek van 23.25 uur tussen [medeverdachte C] en [slachtoffer D] (voetnoot 31)

Om 23.57 uur (voetnoot 32) ziet het Observatieteam in de omgeving van de Ookmeerweg te Amsterdam dat er geruime tijd twee andere auto's achter de Renault Laguna aan rijden: een witkleurige bestelauto met kenteken [kenteken] (Citroen Jumpy) en een witte Suzuki Swift met kenteken [kenteken].

Uit paallokaties blijkt dat de [telefoonnummer A] zich van 23.59 uur tot 01.04 uur en vervolgens van 01.13 uur tot 01.47 uur bevindt in de omgeving van de Ookmeerweg te Amsterdam (voetnoot 33). Om 00.00 uur ziet het Observatieteam dat de Renault Laguna parkeert op de Allendelaan (het verlengde van de Ookmeerweg), evenals de Citroen Jumpy.

Om 00.10 uur ziet het Observatieteam dat een aantal personen van de Renault Laguna naar de Citroen Jumpy loopt en vervolgens om de Citroen Jumpy bij elkaar staat. Daarna loopt een aantal personen in de richting van de Renault Laguna en gaat erin zitten. Het Observatieteam ziet dat er vier personen in de Renault Laguna zitten (voetnoot 34).

Om 00.25 uur (voetnoot 35) wordt [slachtoffer D] gebeld door [medeverdachte C] met de mededeling van [medeverdachte C] dat [slachtoffer D] zijn zoon over een half uur zal spreken via de telefoon. Hij vraagt of 'dinges' geregeld is. [slachtoffer D] zegt dat hij 34,5 heeft geregeld. [medeverdachte C] zegt óke'.

Om 00.46 (voetnoot 36) uur ziet het Observatieteam dat er een busje de parkeerplaats bij de Allendelaan op rijdt. Het busje rijdt achteruit in de richting van de Renault Laguna, keert, rijdt weer richting doorgaande weg en vertrekt.

Om 00.54 uur (voetnoot 37) ziet het Observatieteam dat er een man vanuit de Renault Laguna naar de Citroen Jumpy loopt. Het Observatieteam ziet vervolgens om 00.58 uur eerst de Citroen Jumpy en vervolgens de Renault Laguna vertrekken van de parkeerplaats.

Het Observatieteam ziet om 01.15 uur dat de Renault Laguna door de Klarenburg (op ongeveer 200 m. afstand van de Ookmeerweg) te Amsterdam rijdt en daar inparkeert. Het Observatieteam ziet dat er om 01.15 uur in ieder geval drie personen in de Renault Laguna zitten (voetnoot 38).

Op een tijdstip tussen 01.27 uur en 01.50 uur zend verdachte een sms bericht met de tekst: 'Ben nu niet met [medeverdachte C]'.(voetnoot 39)

Om 01.27 uur (voetnoot 40) ontvangt de [telefoonnummer F] van verdachte een telefoontje van de [telefoonnummer A]. [medeverdachte C] zegt tegen verdachte dat hij op een plek moet gaan staan, uit de auto, dat hij hem, [medeverdachte C], altijd goed kan zien. [medeverdachte C] zegt dat verdachte dat ook tegen zijn 'maties daaro' moet zeggen. De [telefoonnummer A] straalt hierbij een paal aan op de Ookmeerweg te Amsterdam, vlakbij de plek waar verdachte om 01.50 uur door het arrestatieteam wordt aangehouden (voetnoot 41).

7.5l en m [medeverdachte H] verklaart (voetnoot 42), zakelijk weergegeven: Op donderdag 15 maart 2007 ben ik met [medeverdachte G], [medeverdachte I] en [medeverdachte K] gaan rijden in mijn witte Suzuki Swift. Onderweg naar Amsterdam hoorde ik een verhaal over gestolen wiet door ene [slachtoffer A].

[medeverdachte H] verklaart aanvullend (voetnoot 43), zakelijk weergegeven: Iets later zag ik een donkerkleurige Renault Laguna aan komen rijden. In deze Renault Laguna zaten de mij bekende '[medeverdachte C]' en '[verdachte F]'. Ik zag dat [medeverdachte I] en [medeverdachte K] naar de Renault Laguna liepen. Niet lang daarna zag ik plotseling een witte Citroen Jumpy. Die parkeerde vlak achter mijn auto. Tot mijn grote verbazing zag ik dat [medeverdachte I] uit de Citroen Jumpy stapte. [medeverdachte I] liep naar de Renault Laguna en stond daar even met [medeverdachte C] te praten. Die zat achter het stuur van de Renault Laguna. [verdachte F] zat op de bijrijderstoel. Hierna liep [medeverdachte I] terug naar de Citroen en reed de Renault Laguna weg. [medeverdachte I] reed onmiddellijk achter de Renault aan. Ik ben weer achter [medeverdachte I] gaan rijden.

Vervolgens reden we een parkeerplaats op bij hoge flats. Ik zag [verdachte F] druk heen en weer lopen tussen de Renault Laguna en de Citroen Jumpy. Naast mijn auto stond een groenkleurig busje. [verdachte F] kwam bij mijn auto. Hij liep naar de kant van [medeverdachte G]. Hij zei tegen mij dat '[medeverdachte E]' mijn auto nodig had. [medeverdachte G] en ik zijn naar de Renault Laguna gelopen. Ik zag 2 personen in de Renault zitten. Ik herkende [medeverdachte C]. Hij zat achter het stuur. [verdachte F] ging op de bijrijderstoel zitten. Op de achterbank zag ik [medeverdachte E] zitten. [verdachte F] zei tegen [medeverdachte E] dat hij mijn auto mocht gebruiken. Ik hoorde [verdachte F] zeggen dat alle auto's weg waren. 10 minuten later startte [medeverdachte C] de auto en reed een klein stukje, een klein blokje om. Hij stapte vervolgens uit. Ik hoorde [medeverdachte C] tegen [verdachte F] zeggen dat hij hier moest wachten. Ik zag dat [medeverdachte C] weer terug liep naar de parkeerplaats. Ik heb [medeverdachte C] na die tijd niet meer gezien. [verdachte F] nam plaats achter het stuur. [medeverdachte G] kroop naar de bijrijderstoel. Ik zat alleen op de achterbank.

[medeverdachte H] verklaart aanvullend (voetnoot 44): de man op foto 9 uit fotomap 1 herken ik als [verdachte F]. Met deze jongen ben ik aangehouden in de Renault Laguna.

7.5n [Medeverdachte G] verklaart (voetnoot 45), zakelijk weergegeven:

Op donderdag 15 maart 2007, begin van de avond, zag ik [medeverdachte I] en [medeverdachte K] in de coffeeshop. Een vriend van mij, [medeverdachte H] kwam ook binnen. We zijn met zijn witte auto, klein model, naar Amsterdam gereden. [medeverdachte I] wees de weg naar een parkeerplaats in Amsterdam. Vanaf daar reden we naar Sloterdijk. [medeverdachte I] en [medeverdachte K] stapten daar uit de auto van [medeverdachte H] en liepen naar een witte bus toe. [medeverdachte H] en ik reden achter de witte bus aan naar een parkeerplaats in Amsterdam. Ik zag een jongen genaamd [verdachte F], die ik ken vanuit Haarlem. Hij woont vlakbij mijn vader. Ik zag dat [verdachte F] naar de witte bus liep. Niet lang daarna riep hij dat wij mee moesten lopen naar zijn auto. Wij zijn naar de Renault Laguna van [verdachte F] gelopen. Ik ging op de achterbank achter de bestuurder zitten. [verdachte F] ging achter het stuur zitten. [medeverdachte C] zat op de bijrijderstoel voor in de auto. Ik ken hem ongeveer 1 jaar, van de coffeeshop in Haarlem. [verdachte F] startte de auto en reed een klein stukje. [medeverdachte C] stapte uit de auto en liep weg.

7.5o Uit het proces-verbaal ambtelijk verslag inbeslaggenomen goederen blijkt dat in de Renault Laguna met het kenteken [kenteken] onder andere is aangetroffen:

* een simkaart van een mobiele telefoon. De simkaart kon middels de door het slachtoffer [slachtoffer A] verstrekte pincode 9445 een mobiele telefoon activeren. (voetnoot 46)

* bebloede kleding in een vuilniszak. Op de vuilniszak zijn vingerafdrukken van [medeverdachte C] en [medeverdachte I] aangetroffen.(voetnoot 47) De bloedsporen op een broekspijp waren afkomstig van het slachtoffer, [slachtoffer A].(voetnoot 48)

* een jas met daarin een kentekenbewijs [kenteken], op naam van medeverdachte [medeverdachte I] en een afhaalbewijs voor een rijbewijs op naam van [medeverdachte C].(voetnoot 49)Het kentekenbewijs behoort bij een blauwe Hyundaibus H100.(voetnoot 50)

* een witte tas met daarin onder andere een mobiele telefoon merk Samsung, eigendom van [slachtoffer B].(voetnoot 51)

8. Bewijsoverwegingen

Uit het dossier kan niet worden afgeleid, dat verdachte vóór 15 maart 2007 op de hoogte is geweest van de gijzeling van [slachtoffer A]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte echter in de loop van 15 maart 2007 daarvan wèl kennis gekregen.

Uit de verklaringen van verdachte en de historische printgegevens van de 946- en de [telefoonnummer F] blijkt dat verdachte vanaf die donderdag laat in de ochtend in het gezelschap van [medeverdachte C] heeft verkeerd. Hoewel verdachte consequent heeft volgehouden geen naam te noemen van de man die bij hem in de auto zat, kan het niet anders dan [medeverdachte C] geweest zijn, gelet op de verklaringen van verdachte in samenhang met die van [medeverdachte H] en [medeverdachte G], de historische printgegevens van de [telefoonnummer A], de observaties van het Observatieteam en voormelde videobeelden. In de auto van verdachtes zus en met [medeverdachte C] als bestuurder hebben zij die dag veel rondgereden, van Haarlem naar Almere, weer naar Haarlem, naar Zandvoort, terug naar Haarlem, vervolgens weer naar Almere en daarna naar Amsterdam. Verdachte heeft verklaard dat de man in Almere de auto heeft verlaten. Verdachte heeft verder verklaard, dat de man tijdens het rijden belde. Mede gelet op de verklaring van verdachte dat de [telefoonnummer A] van de man was die bij hem in de auto zat, acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte C] de gebruiker van die telefoon is geweest.

Op 15 maart 2007 zijn bijzondere opsporingsmiddelen - plaatsbepalingsapparatuur en inzet Observatieteam - gebruikt in het kader van de lokalisering van het 946-nummer, respectievelijk het lokaliseren en observeren van de Renault Laguna.

Eén en ander is geschied aan de hand van mondelinge toestemming van de daartoe bevoegde autoriteiten. Een schriftelijke bevestiging ontbreekt. De rechtbank constateert, onder meer aan de hand van het proces-verbaal van bevindingen SGBO (voetnoot 52) en het proces-verbaal inzet zend/ontvangstapparatuur (voetnoot 53), dat die inzet ten doel had de opsporing van de verblijfplaats en de bevrijding van [slachtoffer A]. Hiermede is aan het vereiste van de controleerbaarheid voldaan. Verdachte is door het geconstateerde verzuim niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad, zodat kan worden volstaan met de constatering dat er sprake is van een onherstelbaar verzuim.

De rechtbank stelt op grond van de zogenaamde hispri-gegevens, de tapgesprekken en het verslag van het observatieteam vast dat op het moment dat een aantal losgeldgesprekken is gevoerd tussen [medeverdachte C] en de [telefoonnummer E] ([slachtoffer D]), de auto, met daarin verdachte en [medeverdachte C], rijdende was. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat verdachte, die op de bijrijderstoel zat, gehoord moet hebben wat [medeverdachte C] tijdens die telefoongesprekken heeft gezegd. Niet gebleken is van omstandigheden die nopen tot de conclusie dat verdachte [medeverdachte C] tijdens die telefoongesprekken niet heeft kunnen verstaan.

Over de inhoud van die telefoongesprekken kan bovendien naar het oordeel van de rechtbank geen misverstand bestaan: [slachtoffer A] bevindt zich in de macht van [medeverdachte C], waarbij [medeverdachte C] die [slachtoffer A] pas zal laten gaan als aan een aantal door [medeverdachte C] gestelde voorwaarden is voldaan, waaronder het betalen van geld. Verdachte heeft overigens zelf bij de politie verklaard dat hij de indruk kreeg dat de man ([medeverdachte C]) aan het onderhandelen was. Dat verdachte volgens zijn verklaring (voetnoot 54) de gesprekken niet echt heeft gevolgd omdat hij met zijn gedachten elders was, acht de rechtbank in dat verband mede gezien de inhoud en strekking van die gesprekken niet aannemelijk.

Gelet op de onder 5d t/m 5k weergegeven losgeldgesprekken acht de rechtbank bewezen dat verdachte in ieder geval vanaf ongeveer 14.00 uur die donderdag 15 maart 2007, op de hoogte was van de gijzeling van [slachtoffer A] en dat [medeverdachte C] daarbij betrokken was. Verdachte is desondanks de auto van zijn zus blijven uitlenen aan [medeverdachte C] en die [medeverdachte B] vele uren gezelschap blijven houden. Niet gebleken is dat verdachte op enig moment geprobeerd heeft zich - al dan niet met een smoes - aan die situatie te onttrekken. Verdachte heeft zich derhalve niet gedistantieerd, daar waar dat had gemoeten en ook had gekund. Integendeel, verdachte heeft zich faciliterend opgesteld, door het regelen van een auto voor [medeverdachte E], terwijl hij ook instructies heeft opgevolgd die [medeverdachte C] hem na het verlaten van de Renault Laguna in de nacht van 15 op 16 maart 2007 gaf, zoals het volgen van die [medeverdachte B] en het buiten de auto, die verdachte inmiddels weer bestuurde, op een plek gaan staan waarop die [medeverdachte B] hem kon zien. De rechtbank is van oordeel dat er minst genomen sprake is van voorwaardelijk opzet: verdachte heeft met zijn handelen zich willens en wetens aan de aanmerkelijke kans blootgesteld dat het slachtoffer [slachtoffer A] gegijzeld zou blijven. Verdachte heeft [medeverdachte C] gedurende vele uren in en met de auto van zijn zus laten rijden, waarbij deze [medeverdachte C] ook nog eens losgeldgesprekken voerde. Dat vormt naar het oordeel van de rechtbank een substantiële bijdrage met betrekking tot het voortduren van de gijzeling van [slachtoffer A], zodat hij als medeplichtig daaraan valt aan te merken.

9. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk anderen, te weten [slachtoffer C] en [slachtoffer D] en [slachtoffer B], te dwingen iets te doen,

immers hebben die [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en vastgehouden in een auto en/of een busje en belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en

- aldus voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken,

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld af te staan,

tot en bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de periode van 15 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en elders in Nederland, opzettelijk, gelegenheid en middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door op 15 en 16 maart 2007:

- [medeverdachte C] in een door hem beschikbaar gestelde auto (Renault Laguna) rond te laten rijden en die [medeverdachte B] te begeleiden daarbij.

10. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

11. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: medeplichtigheid aan gijzeling.

12. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

13. Oplegging van straf en/of maatregel

13.1 De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

13.2 De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak.

13.3 De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

De rechtbank acht - op basis van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting - bewezen dat verdachte in ieder geval op 15 maart 2007 op de hoogte is gekomen van de gijzeling van het slachtoffer [slachtoffer A] en dat hij wist dat [medeverdachte C] onder dreiging van het vasthouden van deze [slachtoffer A] losgeld probeerde te verkrijgen van de vader van het slachtoffer.

De gijzeling heeft inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer en angst en zorgen veroorzaakt bij diens familieleden en naasten. Verder heeft de gijzeling gezorgd voor een inbreuk op de rechtsorde, nu daarmee verband houdende gebeurtenissen, zoals in Apeldoorn op woensdag 14 maart 2007 en het aantreffen van het zwaargewonde slachtoffer, [slachtoffer A] op de openbare weg in Utrecht op vrijdag 16 maart 2007, deels in het openbaar plaatsvonden en daarmee voor willekeurige derden zichtbaar waren. Bovendien heeft de gijzeling aangetoond, dat de daders nauwelijks een middel hebben geschuwd om hun gram te halen.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij de daders van de gijzeling tot hulp is geweest en daardoor het voortduren van de gijzeling heeft bevorderd. Niet alleen is verdachte op donderdag 15 maart 2007 - nadat hij wetenschap had gekregen van de gijzeling - een groot gedeelte van die dag en avond/nacht in het bijzijn/de buurt van [medeverdachte C] gebleven en heeft hij de losgeldgesprekken die door deze [medeverdachte C] zijn gevoerd gehoord en de strekking van hetgeen besproken werd moeten begrijpen, ook heeft verdachte zich vervolgens actief faciliterend opgesteld. Verdachte heeft immers, op het moment dat verschillende personen in verschillende auto's samenkwamen op een parkeerplaats in Amsterdam, een auto geregeld voor [medeverdachte E]. Ook is hij [medeverdachte C] met de auto gevolgd en is - in opdracht van hem - daar gaan staan waar hij ([medeverdachte B]) hem kon zien.

De rechtbank neemt evenwel in ogenschouw dat verdachtes betrokkenheid in tijd beperkt is gebleven tot de periode vanaf donderdag 15 maart 2007, alsmede dat niet bewezen kan worden dat verdachte bekend was met het door de gijzelnemers op [slachtoffer A] uitgeoefende geweld. De rechtbank ziet verdachte niet als een van de initiatiefnemers van de gijzeling. Wel heeft hij een rol gehad bij het voortduren van de gijzeling. Hij is aanwezig geweest bij losgeldgesprekken en de naderende ontknoping in de gijzeling en is faciliterend opgetreden ten aanzien van de daders door het regelen van zaken en het in de gaten houden van de situatie. Niet is gebleken dat verdachte heeft getracht zich te distantiëren van de gebeurtenissen.

Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Onder meer is hij in 2006 veroordeeld op grond van de Opiumwet en liep verdachte in twee proeftijden. De reclassering heeft geen rapport over verdachtes persoonlijke omstandigheden kunnen uitbrengen gelet op diens opstelling. De raadsman heeft verdachtes persoonlijke omstandigheden ter zitting toegelicht.

De rechtbank houdt evenals de officier van justitie ten voordele van verdachte rekening met de beperkingen die verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis zijn opgelegd.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

14. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 48 en 282a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

* Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

* Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

* Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

* Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

* Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

* Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt.

* Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, De Bie en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei 2008.

Voetnoten:

1 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2566 t/m 2572

2 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2597 en 2605

3 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2568

4 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2574

5 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2571

6 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2585

7 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2606

8 Proces-verbaal van bevindingen SGBO, pagina 1678 e.v.

9 Proces-verbaal ambtelijk verslag uitwerking 'onderhandelingsgesprekken', pagina 1684 t/m 1703

10 Overzicht gesprekshistorie [telefoonnummer A].

11 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

12 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2595 t/m 2597 en proces-verbaal van [medeverdachte G], pagina 365

13 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

14 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

15 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

16 Verslag tapgesprek pagina 1687

17 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

18 Tapgesprek, pagina 1688 en 1689.

19 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

20 Verslag tapgesprek pagina 1690 en 1691

21 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

22 Verslag tapgesprek pagina 1693 en 1694

23 Tapverslag gesprek 18.54 uur, pagina 1693, 1694.

24 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

25 Verslag Observatieteam pagina 1705

26 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

27 proces-verbaal ambtelijk verslag, pagina 1710 en foto's, pagina 1712 t/m 1719

28 Verslag tapgesprek, pagina 1695

29 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

30 Verslag tapgesprek, pagina 1697

31 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

32 Verslag Observatieteam, pagina 1705

33 Historische printgegevens [telefoonnummer A]

34 Verslag Observatieteam, pagina 1705

35 Verslag tapgesprek, pagina 1698

36 Verslag Observatieteam, pagina 1706

37 Verslag Observatieteam, pagina 1706

38 Verslag Observatieteam, pagina 1706

39 Verslag tap, pagina 2603

40 Verslag tapgesprek, pagina 2601

41 Proces-verbaal van aanhouding, pagina 372 en historische printgegevens [telefoonnummer A]

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], pagina 239 e.v.

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], pagina 255 e.v.

44 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], pagina 253 e.v.

45 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], pagina 311 e.v.

46 Proces-verbaal ambtelijk verslag, pagina 1920

47 Brief KLPD, pagina 1921

48 NFI rapport d.d. 20 juni 2007, pagina 4276

49 Stukken van overtuiging 500-serie, pagina 4007

50 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte I], pagina 2691

51 Proces-verbaal ambtelijk verslag, pagina 1925

52 Proces-verbaal bevindingen SGBO, pagina 1677 t/m 1682

53 Proces-verbaal inzet zend/ontvangstapparatuur, pagina 1720

54 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2596