Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2438

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
06/460164-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is door de rechtbank van medeplegen gijzeling vrijgesproken nu de rechtbank van oordeel is dat niet vaststaat dat verdachten wisten van de gijzeling van het slachtoffer en daaraan in de tenlastegelegde zin hebben meegewerkt. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460164-07

Uitspraak d.d.: 27 mei 2008

tegenspraak / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte H],

geboren te [plaats 1986],

wonende te [adres].

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 juni en 9 oktober 2007, 11 maart, 20 maart en 13 mei 2008.

2. Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 26 juni 2007 heeft de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Ter terechtzitting van 9 oktober 2007 heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie tot het horen van getuigen bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, toegewezen.

3. De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 11 maart 2008 ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering is aangepast is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdac[medeverdachte G] en/of [verdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers hebben/heeft die [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [verdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op 15 maart 2007:

- zijn auto (Suzuki Swift) in gebruik te geven aan [medeverdachte C], althans aan één van de daders, en/of

- zijn telefoon in gebruik te geven aan [medeverdachte I], althans aan één van de daders, en/of

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het slachtoffer [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan en/of

aldus die [medeverdachte C] en/of die [medeverdachte E] en/of één of meer medeverdachten in de gelegenheid te stellen die [slachtoffer D] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] te bewegen tot afgifte van een hoeveelheid hennep en/of een hoeveelheid (los)geld;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [verdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte G] en/of [verdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op 15 maart 2007:

- zijn auto (Suzuki Swift) in gebruik te geven aan [medeverdachte C], althans aan één van de daders, en/of

- zijn telefoon in gebruik te geven aan [medeverdachte I], althans aan één van de daders, en/of

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het slachtoffer [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4. De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

4.1 De officier van justitie heeft gerequireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde (medeplegen gijzeling). Het subsidiair tenlastegelegde (medeplichtigheid gijzeling) dient volgens de officier van justitie bewezenverklaard te worden. Een afschrift van het schriftelijk requisitoir is aan het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2008 gehecht.

4.2 De raadsman heeft gepleit overeenkomstig de pleitaantekeningen die aan het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2008 zijn gehecht. De raadsman concludeert tot vrijspraak.

4.3 De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen van de gijzeling van [slachtoffer A], zoals verdachte primair tenlastegelegd, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank zal de motivering hiervan achterwege laten nu ook de officier van justitie tot vrijspraak heeft gerequireerd.

4.4 Naar het oordeel van de rechtbank kan de medeplichtigheid aan de gijzeling van die [slachtoffer A], zoals verdachte subsidiair tenlastegelegd, evenmin wettig en overtuigend bewezen worden, zodat verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt omtrent de aan verdachte verweten medeplichtigheidshandelingen als volgt.

4.5 Het in gebruik geven van de auto

Op grond van het dossier kan niet bewezen worden dat verdachte zijn auto (Suzuki Swift) in gebruik heeft gegeven aan [medeverdachte C].

Uit de stukken, waaronder de eigen verklaring van verdachte (eindnoot 1) , valt evenwel af te leiden dat verdachte zijn auto heeft uitgeleend aan [medeverdachte E] ([medeverdachte E]), die is aangemerkt als verdachte van (onder meer) de gijzeling van [slachtoffer A]. Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte E] nog nooit had gezien, alsmede dat hij zijn auto, in de nacht van 15 op 16 maart 2007, op verzoek van de hem bekende medeverdachte [medeverdachte F] aan [medeverdachte E] heeft meegegeven omdat [medeverdachte E] de auto volgens [medeverdachte F] nodig had voor een klusje.

Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat verdachte zijn auto in gebruik heeft gegeven aan ([medeverdachte E] als) een van de (vermoedelijke) daders van de gijzeling, overweegt de rechtbank dat, op grond van de voorhanden zijnde stukken zelfstandig en in onderlinge samenhang beschouwd, niet geconcludeerd kan worden dat verdachte op dat moment wist of moest weten, dat zijn auto zou worden gebruikt in de hem door het openbaar ministerie verweten zin.

Noch het nachtelijk tijdstip, noch de omstandigheden waaronder verdachte verkeerde die avond en nacht kunnen een dergelijke verstrekkende conclusie dragen. Immers, niet uitgesloten kan worden dat verdachte aldaar en aldus aanwezig was omdat hij, zoals andere verdachten (eindnoot 2) en ook hij (eindnoot 3) hebben verklaard, onderweg was naar Arnhem om de hennepplantage te ontmantelen, en dat het verblijf in Amsterdam in dat verband nodig was voor het regelen van een bus.

Verdachte heeft weliswaar verklaard (eindnoot 4) dat de hennepplantage van “[medeverdachte C]” ([medeverdachte C]) was, dat hij met [medeverdachte I] wel eens naar de hennepplantage in Arnhem is gegaan om de planten te verzorgen, alsmede dat (onder meer) “[medeverdachte C]” en [medeverdachte I] de bewuste avond en nacht op verschillende voor dit dossier relevante ontmoetingsplekken in Amsterdam aanwezig waren, maar deze omstandigheden kunnen niet leiden tot de slotsom dat verdachte door het uitlenen van zijn auto aan [medeverdachte E], die volgens verdachte op dat moment in het gezelschap van (onder meer) [medeverdachte C] verkeerde, in rechtens relevante zin wist of moest weten dat hij aldus middelen verschafte tot het voortduren van de gijzeling van [slachtoffer A].

Ook indien wordt uitgegaan van de oorspronkelijke, bij de politie afgelegde verklaring van verdachte (eindnoot 5) , en de omstandigheid dat hij zich vervolgens niet heeft gedistantieerd, naar de rechtbank begrijpt: door (onder meer) niet terug te komen op zijn beslissing zijn eigen auto uit te lenen aan [medeverdachte E], dan nog is, in het licht van het bovenstaande, verdachtes blijvende aanwezigheid op donderdagavond 15 maart 2007 tot de aanhouding tegen 02.00 uur die nacht onvoldoende voor het oordeel dat hij opzettelijk medeplichtig is geweest aan de gijzeling van [slachtoffer A].

4.6 Het in gebruik geven van de telefoon

Verdachte heeft verklaard, dat hij zijn telefoon op de avond van donderdag 15 maart 2007, onderweg van Haarlem naar Sloterdijk, heeft uitgeleend aan [medeverdachte I] (eindnoot 6) . Verdachte heeft verklaard, dat [medeverdachte I] zich voor het plegen van een aantal telefoontjes verwijderde en daarbij ook wel eens een tijdje wegbleef.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de stukken niet vastgesteld worden dat verdachte wist dat [medeverdachte I] zijn (verdachtes) telefoon wilde gebruiken voor het voeren van gesprekken met gijzelnemers over de gijzeling. Evenmin bevinden zich in het dossier stukken, waaruit blijkt dat het voor verdachte kenbaar was dat de inhoud van de gesprekken die [medeverdachte I] met het toestel van verdachte gevoerd zou hebben, betrekking had op de verweten gijzeling en de actieve rol van een of meer medeverdachten daarin. Van opzet in zuivere zin is derhalve geen sprake.

De rechtbank is van oordeel dat evenmin sprake is van opzet in voorwaardelijke zin.

Zelfs indien wordt uitgegaan van de verklaring die verdachte in zijn vierde en zesde verhoor bij de politie heeft afgelegd, waarin verdachte verklaart over - onder meer - het stelen van wiet door [slachtoffer A], het vasthouden van [slachtoffer A] in een bus en het eisen van geld, dan is die wetenschap onvoldoende voor de conclusie dat verdachte door het uitlenen van zijn telefoon willens en wetens het risico heeft genomen dat hij meewerkt aan een gijzeling, zoals hem door de officier van justitie is verweten. Daartoe is onder meer van belang verdachtes verklaring dat [medeverdachte I] zijn (verdachtes) telefoon wilde lenen omdat deze bang was afgeluisterd te worden vanwege een aanhouding een paar dagen eerder in Arnhem; uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat deze aanhouding rechtstreeks verband houdt met de onderhavige gijzeling. Voorts komt betekenis toe aan de verklaring van verdachte en die van medeverdachten [medeverdachte G] en [medeverdachte K], dat [medeverdachte I] met het oog op het leeghalen van de hennepplantage laat op die donderdagavond nog een bus moest regelen.

4.7 Het begeleiden van de auto waarin het slachtoffer, [slachtoffer A], zat

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier niet wettig en overtuigend bewezenverklaard kan worden dat verdachte wist of moest weten dat hij, inzittende van de Renault Laguna, een andere auto, waarin in elk geval het slachtoffer [slachtoffer A] zat, begeleidde en in de gaten hield, danwel dat hij voor zover hij al wist dat hij als inzittende van die Renault [medeverdachte C] volgde of bijstond, wist of moest weten dat hij aldus de vanuit de gijzeling uitgaande dreiging ondersteunde.

4.8 Samenvatting oordeel ter zake het opzet op de medeplichtigheid

Alles overwegende en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende slotsom.

Wat er ook zij van de aanwezigheid van verdachte in de avond van 15 maart 2007 en de daarop volgende nacht in Amsterdam en van het gedrag van verdachte op die avond en de daaropvolgende nacht, de rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte wist van de gijzeling van [slachtoffer A] en dat hij daaraan in de tenlastegelegde zin een bijdrage heeft willen leveren, zodat van opzet in zuivere zin geen sprake is. Evenmin acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard om in de hem verweten zin een wezenlijke bijdrage te leveren aan die gijzeling.

4.9 Hetgeen verdachte meer subsidiair en meest subsidiair is tenlastegelegd, kan, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en beslist, naar het oordeel van de rechtbank evenmin wettig en overtuigend worden bewezen, zodat verdachte daarvan eveneens dient te worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

• Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, De Bie en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei 2008.

(eindnoot 1) Een als bijlage bij het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal en de daarbij behorende bijlagen, dossiernummer PL0620/07-204566, gesloten en ondertekend op 27 augustus 2007 door [verbalisant] en [verbalisant], gevoegd proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 2458.

(eindnoot 2) De processen-verbaal van verhoor van medeverdachten [medeverdachte G] en [medeverdachte I], paginanummers 2508 en 2694.

(eindnoot 3) Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2472.

(eindnoot 4) Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2472, 2473

(eindnoot 5) Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2456 t/m 2458.

(eindnoot 6) Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2457