Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2434

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
06-460165-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is door de rechtbank van medeplegen gijzeling vrijgesproken nu de rechtbank van oordeel is dat niet vaststaat dat verdachte wist van de gijzeling van het slachtoffer en daaraan in de tenlastegelegde zin heeft meegewerkt. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460165-07

Uitspraak d.d.: 27 mei 2008

tegenspraak/ onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte G],

geboren te [plaats] op [1988],

wonende te [plaats en adres].

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 juni en 10 oktober 2007, 18 maart, 20 maart en 13 mei 2008.

2. Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 26 juni 2007 heeft de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Ter terechtzitting van 10 oktober 2007 heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie tot het horen van getuigen bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, toegewezen.

3. De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 18 maart 2008 ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering is aangepast is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [verdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [slachtoffer I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer B], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers hebben/heeft die [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [verdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde personen te dwingen, een hoeveelheid hennep en/of (los)geld aan hem, verdachte en/of een van zijn mededaders af te staan;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

op 13 maart 2007,

- een of meerdere mobiele telefoons af te geven aan [medeverdachte C] en/of

- meerdere malen telefonisch contact te onderhouden met die [medeverdachte C] en/of

- die [medeverdachte C] van drinkwaar en/of sigaretten te voorzien en/of

op 15 maart 2007

- afspraken te maken met [slachtoffer I] en/of [medeverdachte K] en/of [medeverdachte F] teneinde de hennepkwekerij leeg te halen en/of die [medeverdachte C] behulpzaam te zijn bij het innen van (los) geld en/of

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het slachtoffer [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan en/of

(aldus) die [medeverdachte C] en/of [medeverdachte E] en/of één of meer verdeverdachten in de gelegenheid te stellen die [slachtoffer D] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] te bewegen tot afgifte van een hoeveelheid hennep en/of een hoeveelheid (los)geld;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E]

en/of [medeverdachte F] en/of [verdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [slachtoffer I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer A], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [verdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [medeverdachte J] en/of één of meer anderen tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer A]:

- laten plaatsnemen in een auto en/of een busje en/of vastgehouden in een auto

en/of een busje en/of belet dat die [slachtoffer A] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer A] zich niet kon onttrekken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Apeldoorn en/of de gemeente Arnhem en/of (elders) in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans aleen, opzettelijk, gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op 13 maart 2007,

- een of meerdere mobiele telefoons af te geven aan [medeverdachte C] en/of

- meerdere malen telefonisch contact te onderhouden met die [medeverdachte C] en/of

- die [medeverdachte C] van drinkwaar en/of sigaretten te voorzien en/of op 15 maart 2007

- afspraken te maken met [slachtoffer I] en/of [medeverdachte K] en/of [medeverdachte F] teneinde de hennepkwekerij leeg te halen en/of die [medeverdachte C] behulpzaam te zijn bij het innen van (los) geld;

- samen met anderen ter ondersteuning van de dreiging de auto waarin het slachtoffer [slachtoffer A] zat samen met [medeverdachte C] en/of anderen, te begeleiden en in de gaten te houden door die auto in een andere auto (Renault Laguna) te volgen, althans in zijn auto op korte afstand die [medeverdachte C] te volgen en/of bij te staan en/of

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4. De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

4.1 De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde (medeplegen gijzeling). Een afschrift van het schriftelijk requisitoir is aan het proces-verbaal van de zitting van 18 maart 2008 gehecht.

4.2 De raadsvrouw heeft gepleit overeenkomstig de pleitnotities die aan het proces-verbaal van de zitting van 18 maart 2008 zijn gehecht. De raadsvrouw concludeert tot vrijspraak.

4.3 De rechtbank is van oordeel dat het medeplegen van de gijzeling van [slachtoffer A], zoals verdachte primair tenlastegelegd, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

4.4 Verdachte heeft verklaard (voetnoot 1) dat hij in de vroege ochtend van dinsdag 13 maart 2007 vermoedde dat [medeverdachte C] en [medeverdachte E] wisten wie de hennepplantage had leeggestolen; uit de verklaring van verdachte blijkt de rechtbank evenwel niet dat daarbij ook de naam van de vermoedelijke dief is genoemd. Zelfs indien zou worden aangenomen dat verdachte, zoals aangever [slachtoffer A] heeft verklaard (voetnoot 2) maar verdachte zelf heeft ontkend, later die ochtend in de wijk Geuzenveld aan [medeverdachte C] (een tas met dozen en daarin) mobiele telefoons heeft overhandigd, leidt deze omstandigheid de rechtbank niet tot het oordeel dat verdachte wist of moest weten dat hij aldus een bijdrage leverde aan (het voortduren van) de gijzeling van [slachtoffer A]. De omstandigheid voorts dat uit de historische printgegevens van de mobiele telefoon van verdachte (voetnoot 3) volgens de officier van justitie volgt dat verdachte op donderdag 15 maart 2007 veel telefonische contacten heeft gehad met de 622-lijn, die door de officier van justitie wordt toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte E], kan niet leiden tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, nu niet vastgesteld kan worden dat de inhoud van de gesprekken tussen verdachte en de gebruiker van de 622-lijn, voor zover al bekend, betrekking had op (het voortduren van) de gijzeling van [slachtoffer A].

4.5 Het door het openbaar ministerie aan verdachte gemaakte verwijt, dat hij zich niet heeft gedistantieerd, (ook niet) toen duidelijk werd dat men in Amsterdam bleef, is onvoldoende om de vereiste bewuste en nauwe samenwerking op te kunnen leveren. Noch het nachtelijk tijdstip, noch de omstandigheden waaronder verdachte verkeerde die avond en nacht kunnen een dergelijke verstrekkende conclusie dragen. Immers, niet uitgesloten kan worden dat verdachte aldaar en aldus aanwezig was omdat hij, zoals andere verdachten (voetnoot 4) en ook hij (voetnoot 5) hebben verklaard, onderweg was naar Arnhem om de hennepplantage te ontmantelen, en dat het verblijf in Amsterdam in dat verband nodig was voor het regelen van een bus.

4.6 [medeverdachte[medeverdachte H] heeft bij de politie verklaard (voetnoot 6), dat hij, toen hij op 15 maart 2007 in zijn auto met medeverdachten [medeverdachte I] en [medeverdachte K] en met verdachte van Haarlem richting Amsterdam reed, een gesprek tussen [medeverdachte I] en verdachte opving. Volgens [medeverdachte H] ging het gesprek over gestolen wiet, en zei [medeverdachte I] dat ene [slachtoffer A] werd vastgehouden in een bus en dat er geld werd geëist voor de wiet die weg was. Bij de rechter-commissaris (voetnoot 7) heeft [medeverdachte H] als getuige een verklaring afgelegd. Daarbij is hij teruggekomen op zijn eerdere verklaring dat hij ten tijde van de autorit van Haarlem naar Amsterdam op 15 maart 2007 gehoord had dat [slachtoffer A] werd vastgehouden in een bus en dat er geld werd geëist. [medeverdachte H] is niet ter zitting als getuige gehoord. Nu zich naar het oordeel van de rechtbank geen andere bewijsmiddelen in het dossier bevinden, waaruit rechtstreeks de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit blijkt, zal de rechtbank de door [medeverdachte H] bij de politie afgelegde verklaring, voor zover ingetrokken bij de rechter-commissaris, niet voor het bewijs gebruiken. Bij de rechter-commissaris is [medeverdachte H] wel gebleven bij zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring, dat in de auto werd gezegd dat [slachtoffer A] wiet had gestolen. Deze omstandigheid acht de rechtbank als zodanig evenwel onvoldoende voor een bewezenverklaring.

4.7 Op basis van de stukken in het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld, dat verdachte gehoord heeft of, en zo ja welke, woorden gesproken zijn bij het overhevelen van spullen naar de kofferbak van de Renault Laguna. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte de inhoud van het met [medeverdachte F] door de 946-lijn op 16 maart 2007 om 01.27 uur gevoerde gesprek (voetnoot 8) volledig heeft kunnen volgen, in die zin dat hij ook de door de gebruiker van de 946-lijn gesproken woorden heeft gehoord, laat staan dat dit gesprek als zodanig leidt tot het oordeel dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.8 Alles overwegende, de feiten los en in onderlinge samenhang beschouwd, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte wist van de gijzeling van [slachtoffer A] en dat verdachte daaraan in de tenlastegelegde zin heeft meegewerkt, zodat van opzet in zuivere zin geen sprake is. Evenmin acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard om in de hem verweten zin een wezenlijke bijdrage te leveren aan de gijzeling.

4.9 Gelet op het vorenstaande, behoeft de omstandigheid dat volgens de officier van justitie sprake is van een verzuim, in die zin, dat het mondeling gegeven bevel tot het observeren van de Renault Laguna en tot het plaatsen van een peilbaken niet schriftelijk is bevestigd, geen zelfstandige bespreking meer.

4.10 Hetgeen verdachte subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is tenlastegelegd, kan, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en beslist, naar het oordeel van de rechtbank evenmin wettig en overtuigend worden bewezen, zodat verdachte daarvan eveneens dient te worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

* Verklaart niet bewezen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, De Bie en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei 2008.

Voetnoten

1 Een als bijlage bij het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal en de daarbij behorende bijlagen, dossiernummer PL0620/07-204566, gesloten en ondertekend op 27 augustus 2007 door [namen], gevoegd proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 mei 2007, pagina 2531.

2 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer A], pagina 1610 en 1617

3 Overzicht van de historische printgegevens van de 204-lijn, toegeschreven door de officier van justitie aan verdachte.

4 De processen-verbaal van verhoor van medeverdachten [medeverdachte H] en [medeverdachte I], respectievelijk paginanummers 2472 en 2694.

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 2508.

6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte H], pagina 2456.

7 Proces-verbaal van getuigenverklaring afgelegd bij de Rechter Commissaris, d.d. 7 februari 2008

8 Inhoud van het getapte gesprek tussen de 946-lijn, door de officier van justitie toegeschreven aan [medeverdachte C] en de 957-lijn, toegeschreven door de officier van justitie aan [medeverdachte F], pagina 2601.