Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD1165

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
07-05-2008
Zaaknummer
06-580580-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot diefstal vergezeld van geweld en bedreiging van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen (het primair tenlastegelegde).

Veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en reclasseringscontact.

(promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580580-07

Uitspraak d.d.: 7 mei 2008

tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats 1982],

thans verblijvende in het huis van bewaring De Kruisberg te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

23 april 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij,

op of omstreeks 19 november 2007 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee en/of geld, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke (voorgenomen) diefstal werd vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans een of meer andere perso(o)n(en), gepleegd

met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader:

- de woning van die [slachtoffer 1] (aan de [adres]) heeft/hebben

betreden met een mes in hun/zijn hand(en) en/of met een gemaskerd/bedekt

gelaat, en/of

- in die woning (meermalen) heeft/hebben geroepen geld te willen, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een bank heeft/hebben (terug-)

geduwd/gedrukt en/of (daarbij) een (vlees)mes op de keel van die [slachtoffer 2]

en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, althans een in die woning aanwezige

persoon op een bank heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of (daarbij) een

(vlees)mes bij diens gezicht heeft/hebben gehouden, en/of

- (een soort) traangas heeft/hebben gespoten in het gezicht van die [slachtoffer 1],

en/of

- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] is/zijn gesprongen en/of

- (meermalen) heeft/hebben geroepen: "Steek hem, steek hem", althans woorden

van die strekking, en/of

- in gevecht/worsteling is/zijn gegaan met die [slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] (hierbij) in zijn arm en/of lichaam heeft gestoken met een (vlees)mes, althans een puntig voorwerp,

terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij,

op of omstreeks 19 november 2007 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtof[slachtoffer 1] te dwingen tot de

afgifte van een portemonnee en/of geld en/of een of meer andere goed(eren), in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die E.J.M.

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke (voorgenomen) afpersing werd vergezeld van en/of gevolgd

door geweld en/of bedreiging met geweld, terwijl dit geweld en/of bedreiging met geweld hieruit bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- de woning van die [slachtoffer 1] (aan de [adres]) heeft/hebben

betreden met (een) mes(sen) in hun/zijn hand(en) en/of met een

gemaskerd/bedekt gelaat, en/of

- in die woning (meermalen) heeft/hebben geroepen geld te willen, en/of

- [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een bank heeft/hebben (terug-)

geduwd/gedrukt en/of (daarbij) een (vlees)mes op de keel van die [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, althans een in die woning aanwezige

persoon op een bank heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of (daarbij) een

(vlees)mes bij diens gezicht heeft/hebben gehouden, en/of

- (een soort) traangas heeft/hebben gespoten in het gezicht van die [slachtoffer 1],

en/of

- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] is/zijn gesprongen, en/of

- (meermalen) heeft/hebben geroepen: "Steek hem, steek hem" althans woorden

van die strekking, en/of

- in gevecht/worsteling is/zijn gegaan met die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (hierbij)in zijn arm/lichaam heeft gestoken/verwond met een

(vlees)mes, althans een puntig voorwerp,

terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

1. Uit de bewijsmiddelen worden de volgende redengevende feiten en omstandigheden afgeleid(eindnoot 1) .

2. Uit het stamproces-verbaal blijkt dat de politie op maandag 19 november 2007 omstreeks 19.10 uur een melding kreeg dat op het adres Nassaulaan 38 in

’s-Heerenberg een vechtpartij in de flat gaande was. Ter plaatse troffen zij het slachtoffer [slachtof[slachtoffer 1] aan die een grote wond aan zijn linkerarm had(eindnoot 2) . In het kader van het “Zender-onderzoek” werden in de periode 21 november 2007 tot en met 5 december 2007 de gevoerde gesprekken via de telefoonaansluiting van aangever [slachtoffer 1], opgenomen, geregistreerd en afgeluisterd. Uit dit onderzoek is de naam van verdachte naar voren gekomen.(eindnoot 3)

3. In zijn aangifte heeft aangever [slachtoffer 1] -zakelijk weergegeven- verklaard dat hij op maandag 19 november 2007 in zijn woning aan de [adres] in ’s-Heerenberg was samen met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Op een gegeven moment kwam een jongen in zijn woning met daar direct achteraan twee jongens, die beiden een mes in handen hadden. Een van de mannen had een soort groot kapmes in zijn rechterhand en had zijn gezicht gedeeltelijk bedekt. De mannen hadden een Antilliaans uiterlijk. De mannen riepen dat ze geld wilden hebben. Aangever zag dat [slachtoffer 2] stond en dat verdachte op [slachtoffer 2] afvloog. Verdachte drukte [slachtoffer 2] terug op de bank. Aangever voelde vervolgens dat hij een soort van traangas in zijn gezicht gespoten kreeg van een van deze mannen. Het irriteerde aangever een klein beetje en het was van korte duur. Hij zag dat de man in de andere hand dan waarmee hij het mes vasthield een klein busje hield. Omdat de beide mannen bezig waren met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] probeerde aangever zijn portemonnee in de bank te drukken. Beide verdachten zagen dit en een van mannen dook boven op aangever. Aangever sprong op en hij deed er alles aan om zijn portemonnee vast te houden. De verdachte met de bivakmuts stond achter de andere verdachte. Die man riep alleen maar: “Steek hem, steek hem”. Aangever heeft met verdachte geworsteld en het lukte aangever om een honkbalknuppel van de muur te pakken. Met deze honkbalknuppel heeft aangever beide mannen uit zijn woning gejaagd.(eindnoot 4)

4. Getuige [slachtoffer 2] heeft -zakelijk weergegeven- verklaard dat hij maandagavond 19 november 2007 in de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres] te ’s-Heerenberg aanwezig was. Er liepen plotseling twee mannen met een donkerbruine huidskleur de woonkamer in. Ze droegen beiden een capuchon over hun hoofd en hadden een sjaal voor de mond. Direct toen de mannen de woonkamer binnenliepen zag [slachtoffer 2] dat beiden een mes in hun handen hadden. Verdachte had een vleesmes met een oranje handvat in zijn handen en hij zei dat [slachtoffer 2] op de bank moest gaan zitten. Toen [slachtoffer 2] op de bank zat zei verdachte tegen hem: “Niet bewegen, ik ga je steken”.

Een van de verdachten stond voor [slachtoffer 1] en had in zijn andere hand een bruin spuitbusje. De mannen zeiden steeds dat zij geld wilden hebben. Op een bepaald moment zag [slachtoffer 2] dat [slachtoffer 1] overeind vloog en de man met het kapmes te lijf wilde gaan. Na die aanval rende die man weg richting de kamerdeur(eindnoot 5) .

5. Getuige [slachtoffer 3] heeft -zakelijk weergegeven- verklaard dat hij maandag 19 november 2007 rond 19.00 uur bij de flat van [slachtoffer 1] was aangekomen. Hij zag dat de deur van de woning op een kiertje stond en duwde deze open. [slachtoffer 3] zag twee negroïde mannen in de woning. Verdachte pakte [slachtoffer 3] bij zijn shirt vast en duwde hem richting de woonkamer en zei dat hij moest gaan zitten. In de woonkamer zag [slachtoffer 3] [slachtoffer 1] en getuige [slachtoffer 2] op de bank zitten. [slachtoffer 3] werd op de bank gezet naast [slachtoffer 1] en zij werden met een mes bedreigd. De mannen bleven herhalen dat ze geld wilden hebben. Op een gegeven moment wilden de mannen iets bij [slachtoffer 1] wegpakken. [slachtoffer 1] probeerde een van de mannen weg te duwen. Vervolgens begon [slachtoffer 1] met een van de mannen te vechten(eindnoot 6) .

6. Verdachte heeft -zakelijk weergegeven- verklaard dat hij maandag 19 november 2007 informatie van [naam 1] en een [naam 2] heeft gekregen over aangever [slachtoffer 1]. Hij heeft via de msn contact opgenomen met de mededader en hem de informatie over [slachtoffer 1] gegeven. Verdachte vertelde de mededader dat zij met messen naar binnen zouden gaan en wat zouden dreigen om [slachtoffer 1] af te schrikken. Verdachte zou twee messen meenemen, ook één voor de mededader. Verdachte heeft twee messen uit de keuken van zijn moeder meegenomen. Met de mededader, [naam 1] en [naam 2] is verdachte naar het flatgebouw van [slachtoffer 1] gelopen. Verdachte zei dat hij geld nodig had. Zij wilden [slachtoffer 1] alleen maar afschrikken met een mes en dan snel geld pakken, weed pakken en weer weggaan. Dat was volgens verdachte de planning. Omdat hij geld nodig had, wilde hij het risico nemen.

Ze zijn naar de woning van [slachtoffer 1] gelopen en [naam 2] ging als eerste op verkenning naar binnen. Na zijn terugkeer van een kwartiertje zijn verdachte en de mededader naar binnen gegaan. Verdachte vroeg naar weed omdat zij wilden weten waar de weed lag. Verdachte had een pet op en een sjaal om tot aan zijn kin. De mededader en verdachte trokken een mes. Verdachte had een vleesmes van ongeveer 30 centimeter en een rood handvat. Verdachte vroeg waar het geld en de weed was. Verdachte zag dat [slachtoffer 1] zijn portemonnee in de bank onder een kussentje wilde drukken. Verdachte en [slachtoffer 1] hadden beiden de portemonnee vast en [slachtoffer 1] is daarbij gevallen. Verdachte dacht dat het niets zou worden en wilde weg. Verdachte zag dat [slachtoffer 1] een honkbalknuppel pakte.(eindnoot 7)

Standpunten openbaar ministerie en verdediging

7. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat echter niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het slachtoffer het mes op de keel heeft gezet.

8. Namens verdachte is naar voren gebracht dat de verdenking en aanhouding van verdachte onrechtmatig zijn geweest. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte is aangehouden op grond van CIE-informatie. De raadsman betwist het causale verband tussen voormelde informatie en verdachte en stelt zich op het standpunt dat er op dat moment geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Gelet hierop was onvoldoende grond voor onderzoek van telecommunicatie (mobiele telefoon van slachtoffer [slachtoffer 1]). De tapmachtiging is derhalve ten onrechte afgegeven. Verdachte is ten onrechte aangehouden en heeft naar aanleiding daarvan bij de politie voor hem belastende verklaringen afgelegd, waarna het slachtoffer belastende verklaringen voor verdachte heeft afgelegd. Nu er onvoldoende redenen waren om te tappen, dienen alle verklaringen die na die tapgesprekken zijn afgelegd van het bewijs te worden uitgesloten.

9. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft

bekend, maar dat dat niet wil zeggen dat hij alle afzonderlijke geweldselementen heeft gepleegd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de diefstal niet tevoren gepland had. Hij heeft met [naam 1] en [naam 2] gesproken over aangever en de mogelijkheden om aan geld te komen, maar dat hij nog niet wist wat hij zou gaan doen. Hij en de mededader zouden eerst naar binnen gaan voor 5 euro weed en dan konden ze zien of hij weed of geld had. Toen verdachte en de mededader in de woning van aangever kwamen begon aangever meteen te schelden en een bezoeker trok als eerste een mes en daarna pakte de mededader een mes. De verdediging verzoekt de rechtbank kritisch te kijken naar de tenlastegelegde geweldselementen. Zo kan niet bewezen worden verklaard dat het busje pepperspray is gebruikt, en dat verdachte met het mes heeft gestoken.

Bespreking standpunten

10. De rechtbank verwerpt het primaire verweer. Gesteld al dat het verdachte, gezien het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in het Wetboek van Strafvordering, nog vrij stond, na de toetsing van de rechtmatigheid bij de rechter-commissaris, bij de zittingsrechter een op vrijspraak neerkomend verweer omtrent onrechtmatige verdenking en daaropvolgende aanhouding te voeren, overweegt de rechtbank het volgende.

Na de aangifte van slachtoffer [slachtoffer 1] stond de rechter-commissaris geen rechtsregel in de weg om een machtiging af te geven om te tappen onder een derde- in dit geval het slachtoffer- op naam van een N.N.-verdachte. Deze tap kon dus gegevens opleveren, die de verdenking in de richting van verdachte leidden en dat is ook gebeurd.

De door de raadsman aangehaalde CIE-informatie kan onbesproken blijven, nu die enerzijds in het kader van een onderzoek gebruikt mag worden en anderzijds in het onderhavige geval zelfs voor een rechtmatige verdenking niet nodig was, nu de boven besproken tap voldoende rechtmatige verdenking opleverde. De CIE-informatie is, ten overvloede, niet voor het bewijs gebezigd.

11. Ten aanzien van het vooropgezet plan en de afzonderlijke geweldselementen overweegt de rechtbank het volgende. Op 8 februari 2008 heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij de mededader heeft verteld dat zij met messen naar binnen zouden gaan en wat zouden dreigen om [slachtoffer 1] af te schrikken. Verdachte heeft vervolgens ook twee messen uit de keuken van zijn moeder meegenomen. Verdachte en de mededader wilden [slachtoffer 1] alleen maar afschrikken met een mes en dan snel geld en weed pakken en weer weggaan. Dat was volgens verdachte de planning. Omdat hij geld nodig had, wilde hij het risico nemen.(eindnoot 8) Hieruit volgt dat wel degelijk sprake is geweest van een vooropgezet plan.

Ten aanzien van de pepperspray dan wel traangas oordeelt de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat één van de daders een busje met pepperspray dan wel traangas bij zich had en daarmee aangever in het gezicht heeft gespoten. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [slachtoffer 1] in zijn aangifte heeft verklaard dat hij voelde dat hij een soort van traangas in zijn gezicht kreeg van één van de daders. Het irriteerde hem een klein beetje en het was volgens hem van korte duur. Hij zag dat de man in de andere hand dan die waarmee hij het mes vasthield een klein busje hield (eindnoot 9) . Ook getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat één van de daders voor [slachtoffer 1] stond en dat deze man een bruin spuitbusje in zijn hand had.(eindnoot 10) De rechtbank acht voorts het onderdeel “Steek hem, steek hem”, althans woorden van die strekking, wettig en overtuigend bewezen, nu zowel [slachtoffer 1] (eindnoot 11) als getuige [slachtoffer 2] (eindnoot 12) heeft verklaard dat verdachte dit heeft gezegd. Uit de diverse verklaringen blijkt dat verdachte en diens mededader messen bij zich hadden en dat er een worsteling is geweest tussen verdachte en aangever, hetgeen verdachte overigens ook niet heeft ontkend. De rechtbank laat in het midden of verdachte en zijn mededader de messen al in hun handen hebben gehad toen zij de woning van aangever binnengingen. Er is in het dossier echter geen bewijs te vinden dat verdachte daadwerkelijk met het mes heeft gestoken. Derhalve zal de rechtbank verdachte van het onderdeel “die [slachtoffer 1] (hierbij) in zijn arm en/of lichaam heeft gestoken met een (vlees)mes, althans een puntig voorwerp” vrijspreken.

Bewezenverklaring

12. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 19 november 2007 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee en/of geld, toebehorende aan [slachtof[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader, welke voorgenomen diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtof[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader:

- de woning van die [slachtoffer 1] aan de [adres] hebben betreden met een mes en met een bedekt gelaat, en

- in die woning meermalen hebben geroepen geld te willen, en

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een bank hebben teruggeduwd/gedrukt en

- traangas hebben gespoten in het gezicht van die [slachtoffer 1], en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] zijn gesprongen en meermalen hebben geroepen: "Steek hem, steek hem", althans woorden van die strekking, en

- in gevecht/worsteling zijn gegaan met die [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

13. Het bewezene levert op het misdrijf:

Primair: Poging tot diefstal vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

14. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

15. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, en met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

16. De verdediging heeft aangevoerd dat een taakstraf en daarnaast een forse voorwaardelijke straf voor verdachte passend is. Verdachte heeft begeleiding en zinvolle tijdsbesteding nodig, waarbij de reclassering hem zou kunnen ondersteunen. Bovendien heeft de raadsman de rechtbank verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de verwondingen die verdachte zelf heeft opgelopen.

17. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

18. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld in een woning. De woning is een plek waar men zich juist veilig moet kunnen voelen. Door slachtoffer(s) in zijn (hun) eigen woning te overvallen is een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Ook in de maatschappij in het algemeen leveren incidenten als deze gevoelens van onveiligheid op. Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

19. De rechtbank heeft bij de strafoplegging ten nadele van verdachte ermee rekening gehouden dat, zoals uit het strafblad blijkt, hij al twee keer eerder is veroordeeld voor diefstal met geweld.

20. Als verzachtende omstandigheid wordt meegenomen dat het slachtoffer verdachte met een honkbalknuppel op diens hoofd heeft geslagen, ten gevolge waarvan verdachte ernstig gewond is geraakt. Voorts weegt ten voordele mee dat verdachte ter terechtzitting spijt van het gebeurde heeft laten zien. Ook heeft verdachte aangegeven gemotiveerd te zijn om in behandeling te gaan.

21. De rechtbank weegt voorts het volgende mee. Uit het voorlichtingsrapport van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering van 2 april 2008 blijkt dat verdachte een aantal basale vaardigheden mist die hem ervan hadden kunnen weerhouden om het delict te plegen. Hij reageert impulsief, schat situaties verkeerd in en denkt niet na over de consequenties. Het lijkt erop dat tot nu toe de moeder van verdachte en/of familie verdachte altijd hielpen waardoor verdachte niet in (te grote) problemen raakte maar daardoor heeft hij ook niet geleerd zich zelfstandig te redden. Het gebrek aan vaardigheden zorgt ook voor zijn problemen: hij heeft geen eigen woonruimte, geen werk en inkomen en schulden. De rapporteur adviseert als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact op te leggen. Daarbinnen wordt verdachte toegeleid naar begeleid wonen en getraind op vaardigheden te weten:

• Training cognitieve vaardigheden COVA ( “Eerst denken, dan doen);

• Training Leefstijl ( t.a.v. middelengebruik)

• Training Budgettering (leren omgaan met geld)

• Training Arbeidsmotivatie (verkrijgen en vasthouden van werk).

22. Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden, waarvan 15 (vijftien) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren.

In de omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie, in die zin dat een hogere voorwaardelijke gevangenisstraf dan geëist, zal worden opgelegd. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking tot een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie te komen. Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om verdachte langs die weg weer de mogelijkheid te bieden voor het opbouwen van een stabiele toekomst, temeer nu verdachte ter zitting heeft aangegeven dat hem er alles aan gelegen is om een goede toekomst voor hem en zijn kind te waarborgen.

Gelet op het voorgaande wordt het advies van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering overgenomen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering, ook als dit inhoudt het volgen van trainingen dan wel behandeling bij een door de Reclassering aan te wijzen instelling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

23. Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 15 (vijftien) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

Ook als dit inhoudt dat veroordeelde trainingen moet volgen.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Prisse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 mei 2008.

(eindnoot 1) Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal

nr. PL0640/08-201647, gedateerd 13 maart 2008.

(eindnoot 2) Stamproces-verbaal (dossierpagina: 7)

(eindnoot 3) Stamproces-verbaal (dossierpagina’s: 10 en 11)

(eindnoot 4) Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] (dossierpagina’s: 79 en 80).

(eindnoot 5) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] (dossierpagina’s: 158-160)

(eindnoot 6) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] (dossierpagina’s: 138-140, 144)

(eindnoot 7) Proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina’s: 229-232)

(eindnoot 8) Proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina: 230)

(eindnoot 9) Proces-verbaal van aangifte van [slachtof[slachtoffer 1] (dossierpagina: 80)

(eindnoot 10) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] (dossierpagina: 159)

(eindnoot 11) Proces-verbaal van aangifte van [slachtof[slachtoffer 1] (dossierpagina: 80)

(eindnoot 12) Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] (dossierpagina: 159)