Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0648

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
06/558423-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ter zake overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte heeft, met een te hoge snelheid, een inhaalverbod genegeerd en daarbij een links afslaande personenauto aangereden, waarbij de bestuurder van die auto zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/558423-07

Uitspraak d.d.: 29 april 2008

Tegenspraak/ dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats 1986],

wonende te [adres].

1.Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 april 2008.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 juni 2007 te Winterswijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),daarmede rijdende over de weg, de Groenloseweg, althans enige weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

immers heeft hij, verdachte,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

op voornoemde Groenloseweg, waar een wettelijk maximale snelheid gold van 80 kilometer per uur, en terwijl hij, verdachte, de kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg naderde, en voor hem, verdachte, één of meer motorrijtuig(en) re(e)d(en) en/of voor dat/die motorrijtuig(en), een personenauto (merk Opel Astra) bestuurd door de heer [slachtoffer] (langzaam) reed, althans stilstond,

gereden met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, althans met een te hoge snelheid voor veilig verkeer ter plaatse, en/of (daarbij) een inhaalmanoeuvre ingezet waarbij hij met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, geheel of gedeeltelijk een dubbele doorgetrokken streep

- die de rijbaan verdeelde in twee rijstroken - heeft overschreden, en/of geheel of gedeeltelijk op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeerd heeft gereden, waarbij hij, verdachte, zich er niet van heeft vergewist dat voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en/of voornoemde kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg, vrij was van verkeer en/of voornoemde [slachtoffer] richting aangaf naar links en afsloeg,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde heer [slachtoffer] bestuurde personenauto,

waardoor voornoemde heer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten twee open gecompliceerde beenbreuken, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 30 juni 2007 te Winterswijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, De Groenloseweg, althans enige weg,

waarbij hij verdachte,

op voornoemde Groenloseweg, waar een wettelijk maximale snelheid gold van 80 kilometer per uur, en terwijl hij, verdachte, de kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg naderde, en voor hem, verdachte, één of meer motorrijtuig(en) re(e)d(en) en/of voor dat/die motorrijtuig(en), een personenauto (merk Opel Astra) bestuurd door de heer [slachtoffer] (langzaam) reed, althans stilstond,

heeft gereden met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan, althans met een te hoge snelheid voor veilig verkeer ter plaatse, en/of (daarbij) een inhaalmanoeuvre heeft ingezet waarbij hij met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, geheel of gedeeltelijk een dubbele doorgetrokken streep - die de rijbaan verdeelde in twee rijstroken - heeft overschreden, en/of geheel of gedeeltelijk op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeerd heeft gereden, waarbij hij, verdachte, zich er niet van heeft vergewist dat voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en/of voornoemde kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg, vrij was van verkeer en/of voornoemde [slachtoffer] richting aangaf naar links en afsloeg,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde heer [slachtoffer] bestuurde personenauto,

waarbij voornoemde heer [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of schade heeft geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3. Bewijsoverweging

Bewijsmiddelen

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de - navolgende - overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen onder meer naar de paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer PL0646/07-206417, gesloten en ondertekend op 9 augustus 2007 door [verbalisant], hoofdagent, en [verbalisant], brigadier, van politie Team Winterswijk, en de daarbij behorende bijlagen.

a. de verklaring van verdachte ter terechtzitting;

b. de verkeersongevalsanalyse (pag. 10-22);

c. de verklaring van slachtoffer [slachtoffer] (pag. 24);

d. de verklaring van getuige [getuige] (pag. 30);

e. de medische verklaring betreffende [slachtoffer].

Uit deze bewijsmiddelen worden de volgende redengevende feiten en omstandigheden afgeleid

- Ter terechtzitting verklaart de verdachte dat hij op een weg reed waar 80 km per uur was toegestaan. Voor hem reden een aantal auto’s erg langzaam. Hij heeft toen besloten om te gaan inhalen. Op het moment dat hij aan het inhalen was, sloeg de voorste auto linksaf. Het was te laat om te remmen en verdachte klapte op de voorste auto. De verdachte heeft de doorgetrokken streep wel gezien.

- Uit de verkeersongevalsanalyse blijkt de Groenloseweg te Winterswijk een weg is waar een maximum snelheid van 80 km/h geldt. Op het tijdstip van het ongeval was het daglicht en het was droog/helder. De voertuigen, Renault Megane Scenic,

[kenteken], en Opel Astra, [kenteken], vertoonden geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval. De bestuurder van de Renault wilde de voor hem rijdende auto’s inhalen en overschreed daarbij de doorgetrokken streep. Tijdens deze inhaal- manoeuvre sloeg de Opel linksaf de Hoeveweg in. Op het kruisingsvlak Groenloseweg Hoeveweg ontstond de aanrijding tussen de beide voertuigen. De Opel werd in de linkerflank aangereden door de inhalende Renault.

- [slachtoffer] verklaart dat hij met zijn vrouw op 30 juni 2007 over de Groenloseweg richting Winterswijk reed. Zij besloten linksaf te slaan om de Hoeveweg in te rijden. Hij keek tijdens het rijden al continue achter zich in de spiegel. Hij deed vervolgens zijn linker knipperlicht aan en keek in zijn linker zijspiegel en over zijn linkerschouder om te zien of de weg achter zich vrij was, zodat hij kon afslaan. Hij zag geen verkeer. Hij sloeg linksaf en op dat moment hoorde hij gedurende ongeveer anderhalve seconde het remmen van banden. Vervolgens voelde en hoorde hij dat een auto in zijn portier reed. Zijn auto werd door de andere auto weggeschoven en kwam in de berm tot stilstand.

- [getuige] verklaart dat hij op 30 juni 2007 in de auto zat met [verdachte]. [verdachte] reed in de Renault Mega Scenic van de vader van Heusinkveld. Ze reden ongeveer 90 km per uur. Voor hen reed een auto met een snelheid van ongeveer 60 km per uur. [verdachte] reed met de auto naar links over de doorgetrokken streep, teneinde de auto in te halen. Nadat zij deze voorbij waren gereden, sloeg er voor hen ineens een witte personenauto linksaf. Zij botsten vervolgens tegen de linkerzijde van deze witte auto op en kwamen in de berm tot stilstand.

- Uit de medisch verklaring betreffende [slachtoffer] blijkt dat er een open onderbeenfractuur aan beide kanten is ontstaan. Er heeft een operatie aan beide benen plaatsgevonden, waarbij o.a. pennen zijn ingebracht.

Standpunt openbaar ministerie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend zijn personenauto heeft bestuurd, waardoor een ongeval, met zwaar lichamelijk letsel heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft een aaneenschakeling van meerdere verkeersfouten en -overtredingen begaan.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat het klopt dat verdachte heeft ingehaald op een plaats waar dit niet toegestaan was. De verdachte wilde een auto voor hem in halen, omdat deze slechts 60 kilometer per uur reed. Het is gebruikelijk dat bij een inhaalmanoeuvre de snelheid enigszins wordt opgevoerd en dit is een logische verklaring waarom verdachte enigszins harder reed dan de toegestane snelheid. Het is duidelijk dat het slachtoffer, bij het linksaf slaan, niet goed heeft gekeken of de weg achter hem vrij was, dan wel dat hij richting aangaf. Het inhaalverbod op zo’n plaats, een rechte weg waar een maximale snelheid van 80 km per uur geldt, wordt doorgaans toegepast om te voorkomen dat automobilisten inhalen terwijl tegemoetkomend verkeer dichtbij is. Deze situatie heeft zich hier niet voorgedaan. De aanrijding was niet met een tegemoetkomende auto, maar met een auto die voor hem reed. Dit alles leidt ertoe dat er geen sprake is van een situatie dat de verdachte “zich er niet van heeft vergewist dat voornoemde rijstrook en/of kruising van de Groenloseweg en de Hoevenweg, vrij was van verkeer en/of voornoemde [slachtoffer] richting aangaf naar links en afsloeg”. De verdachte dient derhalve van het onder primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bespreking bewijsverweer inzake primair

De rechtbank stelt vast dat de verdachte heeft ingehaald, terwijl er een inhaalverbod gold en dit duidelijk kenbaar was gemaakt door middel van een doorgetrokken streep. De verdachte heeft zelf aangegeven dat hij wist dat hij niet mocht inhalen, maar dat hij geïrriteerd raakte door het feit dat het verkeer voor hem langzaam reed. Uit de verklaringen van getuigen blijkt tevens dat de verdachte al voor het inhalen te hard reed. De raadsman heeft aangevoerd dat het duidelijk is dat het slachtoffer niet goed heeft gekeken of de weg achter hem vrij was. Het slachtoffer heeft verklaard dat hij zijn linker knipperlicht heeft aangedaan en zich er goed van heeft vergewist of er tegemoetkomend verkeer en verkeer van achteren aan kwam. Het slachtoffer had daarbij geen verkeer van achteren hoeven te verwachten, aangezien ter plaatse het inhaalverbod gold.

Het verweer moet derhalve worden verworpen.

4. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 30 juni 2007 te Winterswijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),daarmede rijdende over de weg, de Groenloseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

immers heeft hij, verdachte,

zeer onvoorzichtig en onoplettend,

op voornoemde Groenloseweg, waar een wettelijk maximale snelheid gold van 80 kilometer per uur, en terwijl hij, verdachte, de kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg naderde, en voor hem, verdachte, motorrijtuigen reden en voor die motorrijtuigen, een personenauto (merk Opel Astra) bestuurd door de heer [slachtoffer] langzaam reed,

gereden met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur en daarbij een inhaalmanoeuvre ingezet waarbij hij met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto, geheel een dubbele doorgetrokken streep - die de rijbaan verdeelde in twee rijstroken - heeft overschreden en geheel op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeerd heeft gereden, waarbij hij, verdachte, zich er niet van heeft vergewist dat voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer en voornoemde kruising van de Groenloseweg en de Hoeveweg, vrij was van verkeer en voornoemde [slachtoffer] richting aangaf naar links en afsloeg,

waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de door hem, verdachte, bestuurde personenauto en de door voornoemde heer [slachtoffer] bestuurde personenauto,

waardoor voornoemde heer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten twee open gecompliceerde beenbreuken werd toegebracht.

5. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

7. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, gevorderd. Daarnaast vorderde zij een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen de aanzienlijke gevolgen die het door verdachte veroorzaakte ongeval hebben gehad en het gebrek aan inzicht dat verdachte toonde na het ongeval. Verdachte was, zelfs ter zitting nog, van mening dat het niet onvoorzichtig is om, tijdens het inhalen, harder te rijden dan de toegestane maximum snelheid.

In het voordeel van verdachte weegt dat hij niet eerder voor dit soort delicten met justitie in aanraking is gekomen.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Daarnaast acht de rechtbank een forse onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats, teneinde de ernst van het onderhavige feit te benadrukken.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 8, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank:

• verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan.

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld

en verklaart verdachte strafbaar.

• veroordeelt verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

- een werkstraf gedurende 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

• veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2008.