Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0614

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
25-04-2008
Zaaknummer
06-460042-08 (PROMIS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens een reeks auto-inbraken in Elburg in de nacht van 23 op 24 januari 2008.

De rechtbank legt een hogere straf op dan door de officier van justitie is geëist, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460042-08

Uitspraak d.d.: 25 april 2008

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats 1989],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 11 april 2008.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) een (TOMTOM) navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Jij moet snel wegwezen,

anders maak ik je af.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) in zijn zak(ken) heeft gegrepen (alsof hij een mes of pistool ging pakken) en/of dreigend op die [slachtoffer 1] is toegelopen;

(incident 2, pagina 60 en verder)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

1A

in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM) navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

1B

in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 1] gezegd : "Jij moet snel wegwezen, anders maak ik je af.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) in zijn zak(ken) heeft gegrepen (alsof hij een mes of pistool ging pakken) en/of dreigend op die [slachtoffer 1] is toegelopen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 te Elburg [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 1] gezegd : "Jij moet snel wegwezen, anders maak ik je af.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of (daarbij) in zijn zak(ken) heeft gegrepen (alsof hij een mes of pistool ging pakken) en/of dreigend op die [slachtoffer 1] is toegelopen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

1. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (incident 4, pagina 70 en verder)

en/of

2. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (incident 6, pagina 78 en verder)

en/of

3. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (incident 8, pagina 87 en verder)

en/of

4. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (incident 10, pagina 97 en verder)

en/of zich daarbij de toegang tot die auto('s) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- een ruit van die auto('s) heeft ingegooid en/of ingeslagen en/of

- het/de dashboard kastje(s) heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

1. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een steun voor een (TOMTOM)navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 11, pagina 99 en verder)

en/of

2. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatie-systeem n/of een radiofront, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 1, pagina 31en verder)

en/of

3. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een houder voor een navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 3, pagina 66 en verder)

en/of

4. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een houder voor een navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 5, pagina 73 en verder)

en/of

5. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (Garmin)navigatie-systeem en/of een groene kaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], althans [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 7, pagina 81 en verder)

en/of

6. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatie-systeem en/of een doos sigaren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 9, pagina 91 en verder)

en/of

7. in/uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatie-systeem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (incident 12, pagina 105 en verder),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats(en) van het/de misdrij(ven)fs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 1 primair en onder 1 subsidiair onder B ten laste gelegde

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde, nu niet duidelijk is hoeveel tijd er is verstreken tussen het daadwerkelijke wegnemen van het navigatiesysteem en de bedreiging van [slachtoffer 1] door verdachte.

2. Door en namens verdachte is het standpunt van de officier van justitie om verdachte ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde vrij te spreken onderschreven, met dien verstande dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde woordelijke bedreigingen heeft geuit. Ook overigens kan volgens de raadsvrouw niet bewezen worden dat – uitgaande van de bedreiging – de diefstal is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door bedreiging met geweld, nu niet duidelijk is wat het tijdsverloop is geweest tussen het wegnemen van het navigatiesysteem en de geuite bedreigingen.

3. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte jegens [slachtoffer 1] de tenlastegelegde bedreigende woorden heeft gesproken, nu deze door verdachte stellig worden ontkend. De rechtbank sluit daarbij overigens niet uit dat de situatie, te weten het tegenkomen van verdachte op straat, in het donker en in de zeer vroege uren van de ochtend, in combinatie met de door verdachte ter terechtzitting gedemonstreerde woorden/gebaren als "en nou wegwezen" in combinatie met een gebiedend armgebaar, alsmede het in de zak grijpen door verdachte, op [slachtoffer 1] indruk heeft gemaakt en bedreigend kan zijn overgekomen. Dit is echter onvoldoende om op dit punt tot een bewezenverklaring van een bedreiging te komen.

4. Gelet op het vorenstaande dient verdachte te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en van het onder 1 subsidiair onder B ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 subsidiair en onder A, 2 en 3 ten laste gelegde

5. Door de officier van justitie is geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder

1 subsidiair en onder A, 2 en 3 ten laste gelegde.

6. Door de raadsman van verdachte is naar voren gebracht, dat hij zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder het onder 1 subsidiair en onder A, 2 en 3 ten laste gelegde refereert aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte heeft erkend deze feiten te hebben gepleegd.

7. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hieronder weergegeven bewijsmiddelen, het onder 1 subsidiair en onder A, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0617/08-201018, gesloten en ondertekend op 4 februari 2008.

a. Het stamproces-verbaal d.d. 4 februari 2008 (dossierpagina 9-20);

b. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] (dossierpagina 31-32);

c. Het proces-verbaal, inhoudende het ambtelijk verslag d.d. 24 januari 2008 van [verbalisant] (dossierpagina 33-35);

d. Het proces-verbaal, inhoudende het ambtelijk verslag d.d. 24 januari 2008 van [verbalisant] (dossierpagina 36-37);

e. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 januari 2008 van [verbalisant] (dossierpagina 38-39);

f. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2008 van [verbalisant] (dossierpagina 40-42);

g. De bekennende verklaring van verdachte bij de politie (dossierpagina 58-59) en zijn ter terechtzitting van 11 april 2008 afgelegde verklaring;

h. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (dossierpagina 61-63);

i. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] (dossierpagina 66-67);

j. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] (dossierpagina 73-75);

k. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (dossierpagina 78-79);

l. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] (dossierpagina 81-82);

m. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] (dossierpagina 87-88);

n. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] (dossierpagina 90-94);

o. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (dossierpagina 97-98);

p. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] (dossierpagina 100-102);

q. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] (dossierpagina 105-107).

8. Voor zover aan verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd dat hij gepoogd heeft in de nacht van 23 op 24 januari 2008 uit een auto, toebehorende aan [slachtoffer 2], goederen weg te nemen, zal de rechtbank verdachte daarvan vrijspreken. Blijkens het stamproces-verbaal (dossierpagina 12) heeft aangever [slachtoffer 2] immers op 27 januari 2008 aangegeven dat hij, anders dan hij aanvankelijk in zijn aangifte van 24 januari 2008 heeft vermeld, de houder van zijn navigatiesysteem (merk TomTom) mist en dat deze kennelijk tijdens de inbraak in zijn auto in de nacht van 23 op 24 januari 2008 toch is weggenomen.

Gelet hierop is er sprake van een voltooide gekwalificeerde diefstal en is er geen sprake van een poging zoals ten laste is gelegd. Mitsdien behoort verdachte van dit als poging telaste gelegde incident te worden vrijgesproken.

9. Voorts overweegt de rechtbank dat zij bewezen acht dat verdachte de ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging heeft gepleegd, hoewel er buiten verdachte niemand voor deze feiten is aangehouden. Daarbij neemt de rechtbank allereerst in aanmerking de daarover door verdachte afgelegde verklaring. Bovendien blijkt uit het ambtelijk verslag van verbalisant [verbalisant] (dossierpagina 35) dat het vermoeden bestaat dat er meerdere verdachten waren, welk vermoeden werd versterkt door het feit dat de uiteindelijk aangehouden verdachte geen sporen van pepperspray in het gelaat had, terwijl een manspersoon eerder die nacht met pepperspray was bespoten. Voorts was de trainingsbroek van de aangehouden verdachte niet beschadigd, terwijl verbalisant [verbalisant] verklaart dat de manspersoon die hij eerder die nacht heeft gezien, mogelijk door de diensthond is gebeten (dossierpagina 36). Voorts verklaart [verbalisant] voornoemd dat de manspersoon die uiteindelijk is aangehouden een stuk kleiner was dan de persoon die hij eerder die nacht had gezien. Vorenstaande is door verdachte ter terechtzitting bevestigd. Hij heeft verklaard dat hij in de nacht van 23 op 24 januari 2008 met twee vrienden in Elburg diverse auto-inbraken heeft gepleegd en dat hij, verstopt en van een afstand, gezien had dat een van zijn vrienden door de vrouwelijke agent met pepperspray werd bespoten en voorts dat hij niet degene was, die achtervolgd was door de diensthond.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair onder A, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1 subsidiair 1A.

hij in de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM) navigatiesysteem, toebehorende aan

[slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.

hij in de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

2. uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 3] en

3. uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 4] en

4. uit een auto (gekentekend [kenteken]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 5],

en zich daarbij de toegang tot die auto's te verschaffen en dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader(s),

- een ruit van die auto's heeft ingeslagen en

- het/de dashboard kastje(s) heeft doorzocht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de nacht van 23 op 24 januari 2008 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

1. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een steun voor een (TOMTOM)navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 6], en

2. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatie-systeem en een radiofront, toebehorende aan [slachtoffer 7], en

3. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een houder voor een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 8], en

4. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een houder voor een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 9], en

5. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (Garmin)navigatie-systeem en een groene kaart, toebehorende aan [slachtoffer 10] althans [slachtoffer 11], en

6. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatiesysteem toebehorende aan [slachtoffer 12], en

7. uit een auto (gekentekend [kenteken]) heeft weggenomen een (TOMTOM)navigatie-systeem, toebehorende aan [slachtoffer 13],

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaatsen van de misdrijven heeft/hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders onder 1 subsidiair onder A, 2 en 3 is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 subsidiair en onder A: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

Feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging straf en/of maatregel

10. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft zij gevorderd aan het voorwaardelijk deel van de geëiste straf de bijzondere voorwaarde te koppelen, dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook indien dit inhoudt dat hij zal deelnemen aan een training cognitieve vaardigheden.

11. Door de raadsman is bepleit de door de officier van justitie geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf in duur te beperken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte beseft dat hij gestraft dient te worden voor zijn handelen, maar dat hij gemotiveerd is om met hulp van de reclassering zijn leven ten goede te keren. Het contact met de Stichting Reclassering Nederland, locatie Utrecht, wil hij zo snel mogelijk oppakken.

12. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

13. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte, tezamen met anderen, in één nacht te Elburg een groot aantal autokraken heeft gepleegd. Dit zijn misdrijven die in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweeg brengen. Voorts heeft verdachte hiermee een groot aantal mensen overlast bezorgd. Verdachte heeft bij deze misdrijven, ondanks zijn neiging zijn rol hierin te bagatelliseren, een volwaardige rol gespeeld. Hij heeft immers zijn vrienden, van wie hij wist dat deze inbrekerswerktuigen bij zich hadden, naar Elburg gereden en hij heeft de auto's, waarin zich de navigatiesystemen bevonden, aan zijn mededaders aangewezen, opdat deze mededaders de navigatiesystemen uit de auto's konden halen. Verdachte en zijn mededaders zijn bij het voorbereiden en plegen van de autokraken planmatig opgetreden en hebben hun handelingen vooraf doelbewust op elkaar afgestemd, onder meer door tijdens de rit naar naar Elburg hun GSM's uit te schakelen en de SIM-kaarten eruit te halen.

14. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, slechts korte tijd nadat hij een gevangenisstraf ter zake van een geweldsmisdrijf had uitgezeten, wederom misdrijven is gaan plegen. Verdachte heeft zelf het initiatief genomen om, toen hij nog maar net uit detentie was, contact met zijn vrienden op te nemen en te vragen of er iets te verdienen viel. Ter zitting heeft hij bevestigd dat hij hiermee niet het oog op legale verdiensten had. De onderhavige misdrijven zijn gepleegd gedurende de proeftijd van deze eerdere – recente – veroordeling. Gezien de opleiding (MBO recht) en de intelligentie van verdachte zou hij beter moeten weten.

15. Bij de straftoemeting is mede in aanmerking genomen dat verdachte van het onder

1 primair en subsidiair onder B tenlastegelegde, alsmede van incident 11 zal worden vrijgesproken.

16. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Tegen de achtergrond van de landelijke oriëntatiepunten wordt als maatstaf een straf van drie weken per gepleegd feit gehanteerd. De in totaal op te leggen gevangenisstraf zal worden afgerond naar boven in verband met het feit dat verdachte zeer kort na het uitzitten van een eerdere gevangenisstraf heeft gerecidiveerd. In de ernst van de reeks feiten wordt aanleiding gezien een hogere straf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd.

17. Anderzijds heeft de rechtbank ten voordele van verdachte in aanmerking genomen dat hij heeft aangegeven dat hij wel verandering in zijn leven wil aanbrengen. Teneinde verdachte hierin te stimuleren en zijn jeugdige leeftijd in aanmerking nemend, krijgt verdachte het voordeel van de twijfel, hoewel hij niet aan de totstandkoming van een rapport anders dan door de reclassering Utrecht mee heeft willen werken, én in de vroeghulp rapportage wordt gemeld dat toezicht moeizaam verloopt doordat verdachte weinig openheid van zaken geeft. De rechtbank zal een deel van drie maanden van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, een en ander onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van en de voorschriften die hem zullen worden gegeven door de reclassering.

Vorderingen tot schadevergoeding ten aanzien van feit 2

18. De hierna te melden benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag als hierna vermeld, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

- [slachtoffer 4]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 167,50

- [slachtoffer 3]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 68,00

19. De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen tot schadevergoeding van

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] voornoemd toe te wijzen tot het gevraagde bedrag.

20. De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] voornoemd kunnen worden toegewezen tot het gevraagde bedrag.

21. Nu niet is weersproken dat voormelde benadeelde partijen, zoals deze hebben gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden tot de gevorderde bedragen en de vorderingen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, zullen deze vorderingen worden toegewezen. De verdachte is voor de schade – naar burgerlijk recht – aansprakelijk.

Vorderingen tot schadevergoeding ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

22. De hierna te melden benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag als hierna vermeld, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

- [slachtoffer 7]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 180,75

- [slachtoffer 12]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 150,00

- [slachtoffer 6]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 121,98

- [slachtoffer 8]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 185,00

- [slachtoffer 13]

[adres]

gironummer: [nummer] - € 181,21

23. De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de ten aanzien van feit 3 ingediende vorderingen kunnen worden toegewezen tot de gevraagde bedragen, met uitzondering van de door [slachtoffer 8] opgevoerde kosten ten bedrage van € 50,00 voor het opnemen van vakantie-uren. Zij verzoekt de rechtbank de vorderingen toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

24. Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat de vorderingen kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat de kosten van [slachtoffer 8] terzake het opnemen van vakantie-uren niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu deze kosten geen direct gevolg zijn van het ten laste gelegde feit. De raadsman heeft gesteld dat [slachtoffer 8], voornoemd, voor dat deel niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voorts heeft de raadsman bepleit dat de door [slachtoffer 13] gevraagde vergoeding voor het huren van een auto ten bedrage van € 25,00 evenmin voor vergoeding in aanmerking komt, nu ook deze kosten geen rechtstreeks gevolg zijn van het ten laste gelegde handelen. De benadeelde partij [slachtoffer 13] dient voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

25. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partijen als onder 17. vermeld, tot de gevraagde bedragen kunnen worden toegewezen. Anders dan de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de door [slachtoffer 8] opgevoerde kosten terzake het opnemen van vakantie-uren en de door [slachtoffer 13] opgevoerde kosten voor vervangend vervoer voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank overweegt daartoe dat kosten die voortvloeien uit het doen van aangifte, zoals tijdbesteding en/of gederfde inkomsten en daarmee samenhangende reiskosten – binnen redelijke grenzen – voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De door [slachtoffer 8] en [slachtoffer 13] opgevoerde kosten acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar. De verdachte is voor de schade – naar burgerlijk recht – aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

26. Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f, van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 45, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en het onder 1 subsidiair onder 1B tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair onder 1A, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders onder 1 subsidiair onder 1A, 2 en 3 is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook indien dit inhoudt dat verdachte zal deelnemen aan een training cognitieve vaardighedej.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij - Bedrag

1. [slachtoffer 4]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 167,50

2. [slachtoffer 3]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 68,00

3. [slachtoffer 7]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 180,75

4. [slachtoffer 12]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 150,00

5. [slachtoffer 6]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 121,98

6. [slachtoffer 8]

[adres]

bankrekeningnummer: [nummer] - € 185,00

7. [slachtoffer 13]

[adres]

gironummer: [nummer] - € 181,21

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij - Bedrag - Vervangende hechtenis

1. [slachtoffer 4], voornoemd € 167,50 - 3 dagen

2. [slachtoffer 3], voornoemd € 68,00 - 1 dag

3. [slachtoffer 7], voornoemd € 180,75 - 3 dagen

4. [slachtoffer 12], voornoemd € 150,00 - 3 dagen

5. [slachtoffer 6], voornoemd € 121,98 - 2 dagen

6. [slachtoffer 8], voornoemd € 185,00 - 3 dagen

7. [slachtoffer 13], voornoemd € 181,21 - 3 dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Aldus gewezen door mr. Davids, voorzitter, mrs. Roessingh-Bakels en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 april 2008.