Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0125

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
22-04-2008
Zaaknummer
06/922040-07 fp
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Apeldoornse projectontwikkelaar is veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van 100 uur. Daarnaast moet hij een geldboete van € 50.000,-- betalen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belasting- en valsheidsdelicten. De verdachte wist dat hij door zijn handelen ook bij de bedrijven waaraan hij opdrachten verstrekte, dergelijke valsheden in de hand zou werken. Desondanks heeft hij jarenlang op deze wijze gewerkt en daarvan de vruchten geplukt. Anderzijds heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat hij inzicht heeft in het strafwaardige van zijn handelen en dat de verdachte inmiddels een compromis tot terugbetaling heeft gesloten met de fiscus. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/922040-07 fp

Uitspraak d.d.: 22 april 2008

Tegenspraak/ dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1954],

wonende te [adres en plaats].

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 april 2008.

2. De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij,

op een of meer tijdstip(pen) in de periode 10 maart 2000 tot en met 23

december 2005,

te Apeldoorn, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) een of meer geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te

dienen, zijnde een of meer factu(u)r(en) die is/zijn vermeld op een lijst met

daarop in totaal 94 facturen (bijlage 169 in het dossier) waaronder:

- factuur 200348, gedateerd 10 maart 2000, afkomstig van [bedrijf A]

(bijlage 139 in het dossier), en/of

- factuur 01005006, gedateerd 15-06-2000, afkomstig van [bedrijf B] (bijlage 94 in het dossier), en/of

- factuur 1010043, gedateerd 08-11-2001, afkomstig van [bedrijf C] (bijlage 64 in

het dossier), en/of

- factuur 0329, gedateerd 25-11-2002, afkomstig van [bedrijf D]

(bijlage 5 in het dossier), en/of

- factuur 19901-10602 gedateerd 14-05-2003, afkomstig van [bedrijf E] (bijlage 34 in het dossier), en/of

- factuur KB 1086, gedateerd 30-09-2004, afkomstig van [bedrijf F]

(bijlage 9 in het dossier), en/of

- factuur 00650135, gedateerd 29-04-2005, afkomstig van [bedrijf G] (bijlage 147 in

het dossier), en/of

- factuur 508387, gedateerd 23-12-2005, afkomstig van [bedrijf H]

(bijlage 134 in het dossier)

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, met het oogmerk om deze als echt

en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende de

valsheid en/of vervalsing hieruit bestaan dat de bovengenoemde facturen ten

onrechte ten name van [Naam A] BV en/of [Naam B] BV zijn

gesteld, en/of in zoverre een onjuiste omschrijving bevatten, dat de (aldus)

gefactureerde werkzaamheden in feite betrekking hadden op verbouwing(en) van

een of meer privépand(en), althans op privé-uitgaven van verdachte;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

op een of meer tijdstip(pen) in de periode 15 juni 2002 tot en met 15 maart

2006,

te Apeldoorn en/of Heerlen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde een of meer

aangifte(n) Inkomstenbelasting over het jaar/de jaren 2000 en/of 2001 en/of

2002 en/of 2003 en/of 2004,(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan bij

de Inspecteur der belastingen te Apeldoorn en/of Heerlen, terwijl dit

feit/deze feiten ertoe strekt(en) dat er te weinig belasting wordt

geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hieruit bestaan dat in het/de

betreffende aangiftebiljet(ten) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld,

althans een te laag belastbaar bedrag werd opgegeven.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

3.

[Naam B] BV en/of [Naam A] BV,

op een of meer tijdstip(pen) in de periode 15 juni 2002 tot en met 15 maart

2006,

te Apeldoorn en/of Heerlen, althans in Nederland,

(telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde een of meer

aangifte(n) Vennootschapsbelasting over het jaar/de jaren 2000 en/of 2001

en/of 2002 en/of 2003 en/of 2004, (telkens) onjuist en/of onvolledig

heeft/hebben gedaan bij de Inspecteur der belastingen te Apeldoorn en/of

Heerlen, terwijl dit feit/deze feiten ertoe strekt(en) dat er te weinig

belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hieruit bestaan dat in het/de

betreffende aangiftebiljet(ten)te hoge (bedrijfs)kosten werden opgenomen,

althans een te laag belastbaar bedrag werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

ander(en), althans alleen, (telkens) tot bovenomschreven feit(en) opdracht

heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden

gedraging(en).

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

4.

[Naam B] BV en/of [Naam A] BV,

op een of meer tijdstip(pen) in de periode 15 februari 2002 tot en met 31

januari 2006,te Apeldoorn en/of Heerlen, althans in Nederland,

(telkens) opzettelijk een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n),

als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde een of meer

aangifte(n) Omzetbelasting over een of meer maand(en) gelegen in de periode

januari 2002 tot en met december 2003 en/of een of meer kwarta(a)(len) gelegen

in de periode derde kwartaal 2004 tot en met vierde kwartaal 2005, (telkens)

onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan bij de Inspecteur der belastingen

te Apeldoorn en/of Heerlen, terwijl dit feit/deze feiten ertoe strekt(en) dat

er te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid en/of onvolledigheid hieruit bestaan dat in het/de

betreffende aangiftebiljet(ten) te hoge (bedrijfs)kosten werden opgenomen,

althans een te laag belastbaar bedrag werd opgegeven,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer

ander(en), althans alleen, (telkens) tot bovenomschreven feit(en) opdracht

heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden

gedraging(en).

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverweging

3.1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten.

3.2

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde vervalsen van facturen wel bewezen kan worden verklaard, maar niet dat dit telkens in vereniging is gepleegd. Ten aanzien van het overige onder 1 en het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd.

3.3

Bewijsmotivering (voetnoot 1)

Verdachte is werkzaam als projectontwikkelaar en heeft zijn bedrijfsacitiviteiten in besloten vennootschappen ondergebracht. Tijdens onderzoeken bij leveranciers van de besloten vennootschappen is geconstateerd dat uitgaven welke verdachte in de privé-sfeer heeft gedaan, ten laste zijn geboekt van de besloten vennootschappen. Ook is geconstateerd dat daartoe facturen zijn vervalst. Daardoor is over de jaren 2000 tot en met 2005 telkens onjuiste aangifte gedaan en wel met betrekking tot de vennootschapsbelasting, omzetbelasting en inkomstenbelasting.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vanaf 2000 jaarlijks een aantal keren werkzaamheden of leveranties die betrekking hadden op privé-bestedingen, op zijn verzoek heeft laten factureren op naam van een van zijn besloten vennootschappen. Ook heeft verdachte verklaard dat hij ontvangen facturen zelf heeft aangepast om privé-bestedingen ten laste van een van de besloten vennootschappen te laten komen. Hij heeft het zakelijk boeken van die privé-uitgaven gedaan om geld te besparen. Dat dit is gebeurd wordt mede ondersteund door verklaringen van getuigen, bijvoorbeeld [getuige A] en [getuige B] (voetnoot 2) Verdachte heeft ook verklaard dat het verwijt betreffende de in de tenlastelegging genoemde bedoelde facturen juist is. De facturen waar het om gaat zijn gedeeltelijk in de tenlastelegging uitgeschreven en staan voorts vermeld op het overzicht dat als bijlage (voetnoot 3) in het dossier is opgenomen.

Verdachte heeft de aangiftes inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting laten verzorgen door een accountantskantoor. Ten behoeve daarvan heeft hij telkens de facturen aan het accountantskantoor overgelegd terwijl hij wist dat daar valselijk opgemaakte en vervalste facturen tussen zaten. Hij heeft verklaard dat hij wist dat de aangiften daardoor niet juist waren.

[Getuige C] (voetnoot 4) heeft verklaard dat verdachte met zijn vennootschappen een totaalklant van het accountantskantoor was. De gehele administratie en de voorkomende belastingaangiften

werden verzorgd op basis van de gegevens zoals deze werden aangeleverd. De aangiften over

de jaren 2002 tot en met 2005 zijn door het kantoor verzorgd.

4. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode 10 maart 2000 tot en met 23 december 2005, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

telkens een geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, zijnde een factuur die is vermeld op een lijst met daarop in totaal 93 facturen (bijlage 169 in het dossier) waaronder:

- factuur 200348, gedateerd 10 maart 2000, afkomstig van [bedrijf A], en/of

- factuur 01005006, gedateerd 15-06-2000, afkomstig van [bedrijf B], en/of

- factuur 1010043, gedateerd 08-11-2001, afkomstig van [bedrijf C], en/of

- factuur 0329, gedateerd 25-11-2002, afkomstig van [bedrijf D], en/of

- factuur 19901-10602 gedateerd 14-05-2003, afkomstig van [bedrijf E], en/of

- factuur KB 1086, gedateerd 30-09-2004, afkomstig van [bedrijf F], en/of

- factuur 00650135, gedateerd 29-04-2005, afkomstig van [bedrijf G], en/of

- factuur 508387, gedateerd 23-12-2005, afkomstig van [bedrijf H]

valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, met het oogmerk om deze als echt

en onvervalst te gebruiken, hebbende de valsheid en/of vervalsing hieruit bestaan dat de bovengenoemde facturen ten onrechte ten name van [Naam A] BV en/of [Naam B] BV zijn gesteld, en in zoverre een onjuiste omschrijving bevatten, dat de aldus

gefactureerde werkzaamheden in feite betrekking hadden op verbouwingen van

een of meer privépanden, althans op privé-uitgaven van verdachte;

2.

hij op tijdstippen in de periode 15 juni 2002 tot en met 15 maart 2006, te Apeldoorn en/of Heerlen, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde aangiften Inkomstenbelasting over de jaren 2000 en 2001 en 2002 en 2003 en 2004, telkens onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen te Apeldoorn en/of Heerlen, terwijl deze feiten ertoe strekten dat er te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid hieruit bestaan dat in de betreffende aangiftebiljetten een te laag belastbaar inkomen werd vermeld.

3.

[Naam B] BV en [Naam A] BV op tijdstippen in de periode 15 juni 2002 tot en met 15 maart 2006, te Apeldoorn en/of Heerlen, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde aangiften Vennootschapsbelasting over de jaren 2000 en 2001 en 2002 en 2003 en 2004, telkens onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen te Apeldoorn en/of

Heerlen, terwijl deze feiten ertoe strekten dat er te weinig belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid hieruit bestaan dat in de betreffende aangiftebiljetten te hoge bedrijfskosten werden opgenomen,

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden

gedragingen.

4.

[Naam B] BV en [Naam A] BV, op tijdstippen in de periode

15 februari 2002 tot en met 31 januari 2006, te Apeldoorn en/of Heerlen, althans in Nederland, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijnde aangiften Omzetbelasting over maanden gelegen in de periode januari 2002 tot en met december 2003 en kwartalen gelegen

in de periode derde kwartaal 2004 tot en met vierde kwartaal 2005, telkens onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen te Apeldoorn en/of Heerlen, terwijl deze feiten ertoe strekten dat er te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid hieruit bestaan dat in de betreffende aangiftebiljetten te hoge bedrijfskosten werden opgenomen,

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedragingen.

5. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1.

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

2.

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

3 en 4 telkens:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

7. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de

strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8. Oplegging van straf en/of maatregel

8.1

De officier van justitie heeft, er van uitgaande dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard en dat het fiscale nadeel kan worden becijferd op ruim € 216.00,--, gevorderd verdachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

- een werkstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht

- een geldboete van € 50.000,--, subsidiair 280 dagen hechtenis.

Ter toelichting heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte langdurig belasting heeft ontdoken, waarbij hij misbruik heeft gemaakt van zijn economische machtspositie als zelfstandig projectontwikkelaar. Leveranciers van diensten of goederen hebben meegewerkt aan de valsheid in geschrift in de hoop dat zij nog meer opdrachten van verdachte zouden ontvangen.

Anderzijds heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en bij het onderzoek heeft blijk gegeven van een meewerkende opstelling en schuldbesef. Om die redenen heeft hij besloten geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te eisen.

8.2

De raadsman heeft bestreden dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn positie als projectontwikkelaar. Het ging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit om veel verschillende bedrijven en per factuur om relatief kleine bedragen. Verdachte is zich niet bewust geweest dat het uiteindelijk om een dermate groot bedrag ging als naderhand is becijferd. Hij heeft daarover inmiddels een compromis met de belastingdienst gesloten.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zich niet bewust is geweest van wat hij op het spel heeft gezet. Door het gebeurde ondervindt verdachte nu hinder in het zakenleven. Daarin heeft hij veel te maken met overheidsinstanties, die zich sinds verdachtes aanhouding terughoudender naar hem hebben opgesteld.

De raadsman heeft bepleit geen gevangenisstraf op te leggen, ook niet in voorwaardelijke vorm. Hij kan zich vinden in een werkstraf als door de officier van justitie is gevorderd en heeft verzocht de op te leggen geldboete te matigen tot een bedrag van € 25.000,--.

8.3

Bij de straftoemeting neemt de rechtbank het volgende in aanmerking:

Verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode schuldig gemaakt aan belasting- en valsheidsdelicten. Voorop staat, dat feiten als de hier bewezen geachte niet alleen leiden tot fiscaal nadeel, maar ook tot ondermijning van de algemene belastingmoraal en van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer wordt gehecht aan zakelijke geschriften. Verdachte wist dat hij door zijn handelen ook bij de bedrijven waaraan hij opdrachten verstrekte, dergelijke valsheden in de hand zou werken. Desondanks heeft verdachte willens en wetens jarenlang op deze wijze gewerkt en daarvan de vruchten geplukt.

Verdachte is nog steeds als projectontwikkelaar werkzaam. Hoewel verdachte blijk heeft gegeven van inzicht in het strafwaardige van zijn handelen en een compromis heeft gesloten met de fiscus, zal de rechtbank, zoals door de officier van justitie gevorderd, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf opleggen, beide van iets lagere orde dan geëist. De rechtbank heeft daarbij enerzijds rekening gehouden met het belang van normhandhaving en voorkoming van recidive, maar heeft anderzijds laten meewegen dat verdachte in feite een eenmanszaak drijft, met alle bijzondere aspecten van dien.

Verder zal de rechtbank de door de officier van justitie geëiste geldboete opleggen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen:

10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 47, 51, 57, 91 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde

heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot:

* een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

* de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar

behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

* Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 50.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 280 dagen hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Van Harreveld en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 april 2008.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal, betreft dit het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 37846, opgemaakt op 10 mei 2007 of de daarbij gevoegde bijlagen

2 Proces-verbaal van verhoor van getuigen, respectievelijk G-09 en G-10

3 Bijlage 169, pagina's 1 tot en met 4

4 Proces-verbaal van verhoor van getuigeG-07