Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC8805

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
07-04-2008
Zaaknummer
06-580618-07 Promis
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en verplicht reclasseringscontact voor groot aantal inbraken in scholen en bedrijven en verduistering van mobiele telefoon. Tevens moet verdachte een schadevergoeding betalen voor de mobiele telefoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580618-07

Ad informandum: 06/580618-07 feiten als op t.l.l. vermeld

Uitspraak d.d.: 1 april 2008

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A]

geboren te [plaats] op [1980],

wonende te [adres en plaats],

thans gedetineerd in PI Achterhoek, HvB De Kruisberg te Doetinchem.

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

18 maart 2008.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte voren is gebracht.

2. Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

De door de officier van justitie gevorderde wijziging tenlastelegging is door de rechtbank toegewezen.

3. De tenlastelegging

Nadat de feit 8 van de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat (de wijziging is cursief weergegeven):

1.

hij,

in of omstreeks de periode 13 oktober tot en met 14 oktober 2007, te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, althans een pand gelegen aan [adres] heeft weggenomen een computer (incl. cd-writer en/of dvd-speler en/of pci-kaarten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Basisschool [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij,

in of omstreeks 11 september 2007 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, althans een pand gelegen aan [adres] heeft weggenomen een (zwarte) versterker (van het merk Yamaha) en/of een beamer en/of een of meer

geluidsbox(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan lagere school [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij,

in of omstreeks de periode van 28 juni 2007 tot en met 2 juli 2007 te

Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, althans een pand gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een of meer (personal)computer(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Christelijke basisschool [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij,

in of omstreeks 25 juni 2007 te Doetinchem,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, althans een pand gelegen aan [adres], heeft weggenomen een of meer (computer)beeldschermen, en/of een computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [stichting], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij,

op of omstreeks 17 augustus 2007 te [plaats],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit en pand gelegen op een sportcomplex aan [adres], heeft weggenomen ongeveer 48 blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Voetbalvereniging [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij,

op of omstreeks 03 december 2007 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een grijze en/of zwarte Nokia (mobiele)telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten overhandiging door genoemde [slachtoffer], onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij,

in of omstreeks 20 juli 2007 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand, gelegen aan [adres], heeft weggenomen een fiets, en/of een of meer boormachine(s), en/of een of meer zender(s), en/of een of meer (schotel)antennes, en/of een of meer (deur)bel(len), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij,

in of omstreeks de periode 5 november 2007 tm 6 november 2007 te Ulft, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand gelegen aan [adres], heeft weggenomen een lasapparaat, en/of een een boormachine, en/of een contacthoekmeter, en/of een of meer geldkist(en), en/of een of meer (mobiele) telefoon(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam BV], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4. De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

4.1. Standpunt van het openbaar ministerie

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, diefstal van een computer uit een school samen met medeverdachte [medeverdachte B], vraagt de officier van justitie vrijspraak. Verdachte ontkent een computer te hebben weggenomen. [medeverdachte B] verklaart dat zij bij deze school een beamer hebben weggenomen, maar mogelijk verwart hij deze school met een andere waar zij ook ingebroken hebben. De overige feiten zijn op grond van de aangifte en de bekentenis van verdachte wettig en overtuigend bewezen, aldus de officier van justitie.

4.2. Standpunt van de verdediging

De verdediging sluit zich aan bij de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde feit.

De raadsman voert daartoe aan dat verdachte het feit ontkent(p.103). Voorts is er geen enkele getuige die kan bevestigen dat de goederen zoals omschreven in de dagvaarding door verdachte zijn ontvreemd. Ook medeverdachte [medeverdachte B] bevestigt dit niet. De overige feiten worden door verdachte erkend, aldus de raadsman.

4.3. Bewijsmiddelen

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de - navolgende - overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen onder meer naar de paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal en de daarbij behorende bijlagen, dossiernummer PL0640/07-220948, gesloten en ondertekend op 06 februari 2008 door [naam] (p. 693-730)

Feit 2 (incident 12)

a) een proces-verbaal van aangifte van [aangever A], namens school [naam] (P. 157-158)

b) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

c) proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B] (p.803)

Feit 3 (incident 13)

d) een proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, van [aangever B], namens Basisschool [naam] (P. 174-175)

e) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

Feit 4 (incident 14)

f) een proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, van [aangever C], namens [stichting] (P. 202-205)

g) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

Feit 5 (incident 18)

h) een proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, van [aangever D], namens Voetbalvereniging [naam] te [plaats], gemeente Oude IJsselstreek (P. 244-246)

i) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

Feit 6 (incident 22)

j) een proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, van [slachtoffer] (P. 271-273)

k) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

l) een proces-verbaal van verhoor van [broer verdachte] (p.980-981)

Feit 7 (incident 45)

m) een proces-verbaal van aangifte, met bijlage, van [aangever E], namens [bedrijf] te [plaats] (P. 553-557)

n) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

Feit 8 (incident 51)

o) een proces-verbaal van aangifte, met goederenbijlage, van [aangever F], namens [naam B.V.] (P. 628-631 en 633-638)

p) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

Ad 2) [Aangever A] verklaart, kort samengevat, dat in de nacht van 11 september 2007 is ingebroken in de school waar hij directeur is, genaamd [naam], [adres en plaats]. Het raam van de conciërgekamer was opengebroken en er zijn twee hoge geluidsboxen, een Yamaha-versterker en een beamer weggenomen.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, dat hij samen met [medeverdachte B] heeft ingebroken in een school. Hij denkt dat dit een school was aan de [adres en plaats]. Zij hebben toen samen een raam geforceerd. [medeverdachte B] ging als eerste naar binnen en gaf [verdachte] door het raam geluidsboxen aan. Uit het kantoortje van de conciërge hebben ze een beamer weggenomen. De beamer en geluidsboxen zijn achter gebleven in de woning van [medeverdachte B] en worden daar door de politie aangetroffen.

Ad 3) [Aangever B], samengevat, dat toen hij op 29 juni 2007 de school heeft verlaten alle computers nog aanwezig waren. Op maandagochtend zag hij dat 3 PC’s weg waren. Hij vermoedt dat de dader via een raam in de lokalen binnen gekomen is, omdat het alarm dat alleen op de gang aanwezig is, niet is afgegaan. Hij vermoedt dat een bovenraam half opengestaan heeft en dat de daders dit verder ontzet hebben en vervolgens de computers door de onderliggende grote ramen naar buiten hebben gebracht.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven over deze inbraak, dat hij samen met [medeverdachte B] heeft ingebroken in een school gelegen aan de [adres en plaats]. Nadat zij samen een raam aan de achterkant van de school hebben opengetrokken, is [medeverdachte B] naar binnen geklommen en heeft hem de computers aangegeven. Ze hebben samen de computers in de struiken gelegd met het idee deze later op te halen. Dat is er niet meer van gekomen. Toen hij de avond erna ging kijken was alles weg.

Ad 4) [Aangever C] verklaart, kort samengevat, dat hij op 25 juni 2007 - gewaarschuwd door de alarmcentrale - naar de school gereden is, gelegen aan [adres] te Doetinchem. Daar aangekomen, zag hij dat twee ramen van een lokaal openstonden en dat één ruit vernield was. Hij constateerde dat uit dit schoollokaal twee TFT- schermen en een computerkast weggenomen waren.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergeven, dat hij samen met [medeverdachte B] heeft ingebroken in de school, die volgens de hem getoonde plattegrond, is gelegen aan [adres en plaats]. Met behulp van schroevendraaiers hebben zij het raam open gekregen, waarbij het glas knapte. [medeverdachte B] is naar binnengeklommen en heeft hem vervolgens de systeemkasten en beeldschermen aangegeven.

Ad 5) [Aangever D] verklaart, samengevat, dat hij op 17 augustus 2007, na zijn werk nog even bij de voetbalvereniging [naam], [adres en plaats] langsging. Van de werklui, die bezig waren met het plaatsen van een hek hoorde hij, dat er schade was aan de deur en het raamkozijn van het koffiehuisje en kleedkamer.

Hij had op 16 augustus 2007 de deur van het kleedlokaal zelf afgesloten en toen was er nog geen schade. Er bleken twee trays met ieder 24 blikjes bier te zijn weggenomen.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, dat hij afgelopen zomer samen met [medeverdachte B] op weg was naar Dinxperlo, om te gaan inbreken bij de [naam winkel]. In [plaats] kwamen zij op het idee om te gaan inbreken bij de voetbalvereniging. Hij heeft vervolgens met een schroevendraaier een raam geforceerd en is naar binnengeklommen. Er lag echter niet veel van hun gading. Ze hebben nog even rondgekeken in een ander hok en daar twee trays met bier weggenomen.

Ad 6) Aangever [slachtoffer] verklaart, samengevat, dat hij op 3 december 2007 in

’s-Heerenberg in een eetgelegenheid aan de praat raakte met twee jongens. Buiten vroeg een van die jongens of hij even mocht bellen met zijn mobiel, omdat bij hem het beltegoed op was. Nadat aangever zijn telefoon had afgegeven, zetten die twee jongens het op een lopen.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, dat hij begin december 2007 samen met zijn broer [broer verdachte] in een pizzeria was in ’s-Heerenberg. Daar raakten ze aan de praat met een gast. Buiten gekomen vroeg hij aan die man of hij even zijn telefoon mocht gebruiken. Toen die man zijn toestel had afgegeven liep hij weg. Hij heeft heel bewust die telefoon niet meer aan die man teruggegeven, want hij wilde dat ding zelf houden. [broer verdachte] wist hier niets van. Dit verhaal wordt door [broer verdachte] bevestigd. Hij verklaart dat hij [verdachte] plotseling zag wegrennen en hij rende zijn broer achterna. Verder was hij hier niet bij betrokken.

Ad 7) [Aangever F] verklaart, samengevat, dat zij er op 20 juli 2007 achter kwamen dat er was ingebroken in een pand van de [bedrijf], gelegen aan [adres] te [plaats]. In de zijkant van het hekwerk was een gat gemaakt en zijn onder meer weggenomen een fiets, 4 boormachines, 9 zenders, 3 schotelantennes en 3 deurbellen. Van deze diefstal zijn camerabeelden gemaakt.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, dat hij van te voren met [medeverdachte B] had afgesproken om handel weg te nemen bij de [bedrijf]. Hij is alleen op verkenning uit geweest en een week later is hij samen met [medeverdachte B] naar de [bedrijf] gefietst. Bij het water zijn ze om het hek heengelopen en hebben vanaf het terrein onder meer weggenomen een fiets, deurbellen, boormachines en satelietontvangers.

Hij is die nacht driemaal heen en weer gefietst van zijn woning in ’s-Heerenberg naar de [bedrijf] om alle spullen veilig te stellen. De meeste goederen zijn verkocht.

Ad 8) [Aangever G] verklaart als eigenaresse van de technische handelsonderneming [naam B.V.], gevestigd te [plaats, adres], kort samengevat, dat zij op 6 november 2007 door een medewerker gebeld is met de mededeling dat er was ingebroken. Bij het bedrijf constateerde zij dat een ruit van het kantoor was vernield en men kennelijk via het raam de voorwerpen vermeld op de goederenbijlage heeft weggenomen.

[verdachte] verklaart ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, dat hij deze diefstal in Ulft alleen heeft gepleegd. Hij fietste daar rond en kwam uit op een industrieterrein. Heeft toen eerst geprobeerd de voordeur met een steenbeitel open te breken en toen dat niet lukte heeft hij een ruit vernield door deze met een houten balk die op het terrein lag in te tikken. Binnengekomen heeft hij rondgekeken en heeft - volgens eigen zeggen - alleen meegenomen 2 mobiele telefoons, 2 dummycamera’s, CD-roms en een geldkistje. Dit geldkistje heeft hij later opengebroken en er zat maar 12 euro in en wat bonnen. Hij was op de fiets en kon de lasmachine, boormachine en contacthoekmeter hier niet mee vervoeren.

4.4. Vrijspraak

De rechtbank vindt in de gedingstukken en in de verklaring van verdachte ter terechtzitting aanleiding om de officier van justitie en de raadsman te volgen in hun standpunten dat vrijspraak dient te volgen voor het onder 1 tenlastegelegde feit.

Ten aanzien van feit 6 acht de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen als vermeld onder 4.3./feit 6 niet bewezen dat verdachte dit feit samen met zijn broer [n[broer verdachte] heeft gepleegd en zal hem van dit onderdeel partieel vrijspreken.

Ten aanzien van feit 8 acht de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen in het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, als vermeld onder 4.3./feit 8, niet bewezen dat verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd en dat hij heeft weggenomen de in de tenlastelegging genoemde boormachine, lasapparaat en contacthoekmeter en zal hem van deze onderdelen partieel vrijspreken.

4.5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht voor het overige wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2-8 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

2.

hij op 11 september 2007 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw,

gelegen aan [adres] heeft weggenomen een versterker van het merk Yamaha en een beamer en geluidsboxen, toebehorende aan lagere school [naam], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

3.

hij in de periode van 28 juni 2007 tot en met 2 juli 2007 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen personal computers, toebehorende aan Christelijke basisschool [naam], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van inklimming;

4.

hij op 25 juni 2007 te Doetinchem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, gelegen aan [adres], heeft weggenomen computerbeeldschermen en een computer, toebehorende aan [stichting], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

5.

hij op 17 augustus 2007 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit en pand gelegen op een sportcomplex aan [adres], heeft weggenomen ongeveer 48 blikjes bier, toebehorende aan Voetbalvereniging [naam], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

6.

hij omstreeks 03 december 2007 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, opzettelijk een zwarte Nokia mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten overhandiging door genoemde [slachtoffer], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

7.

hij omstreeks 20 juli 2007 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan [adres], heeft weggenomen een fiets, en boormachines en zenders en

schotelantennes en deurbellen, toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking;

8.

hij in de periode 5 november 2007 tot en met 6 november 2007 te Ulft, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand gelegen aan [adres], heeft weggenomen een geldkist en mobiele telefoons, toebehorende aan [naam BV], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, verbreking en inklimming.

5. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat onder 2-8 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

7. Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/580618-07, nu verdachte deze feiten bij de politie en ter terechtzitting heeft bekend en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

8. Vordering tot schadevergoeding/Benadeelde partijen

De navolgende benadeelde partijen hebben zich door middel van een formulier als bedoeld in artikel 51 b van het Wetboek van Strafvordering gevoegd in het strafproces, terzake van door die partijen geleden schade;

- [slachtoffer], wonende te [adres en plaats], ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde feit, met een schadevordering van € 310,00 voor een mobiele telefoon. Tevens wordt de wettelijke rente gevorderd vanaf de schadeveroorzakende datum en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel;

- [naam], wonende te [adres en plaats], ten aanzien van

een niet in de tenlastelegging opgenomen feit;

- OBS [naam], [adres en plaats], ten aanzien van een niet in de tenlastelegging opgenomen feit, pleegdatum 17/18 september 2007;

- OBS [naam], [adres en plaats], ten aanzien van een niet in de tenlastelegging opgenomen feit, pleegdatum 20/21 juli 2007;

- [naam] College, [adres en plaats], ten aanzien van

een niet in de tenlastelegging opgenomen feit, pleegdatum 16-18 juni 2007;

- [naam] College, [adres en plaats], ten aanzien van

een niet in de tenlastelegging opgenomen feit, pleegdatum 16 november 2007;

- [naam] College, [adres en plaats], ten aanzien van

een niet in de tenlastelegging opgenomen feit, pleegdatum 20/21 september 2007;

- [naam] College, [adres en plaats], ten aanzien van

een niet in de tenlastelegging opgenomen feit;

- [naam], wonende te [adres en plaats], namens [naam], ten aanzien van een niet in de tenlastelegging opgenomen feit;

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer], en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De overige vorderingen dienen niet-ontvankelijk verklaard te worden nu deze betrekking

hebben op ad informandum gevoegde feiten.

De raadsman heeft namens verdachte verklaard dat verdachte bereid is de schade van [slachtoffer] te vergoeden. Met betrekking tot de overige vorderingen refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank, is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeenverder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer], als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De verdachte zal worden veroordeeld tot vergoeding van het gevorderde bedrag van € 310,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de schadeveroorzakende datum.

Met betrekking tot de overige voornoemde benadeelde partijen is de rechtbank van oordeel dat blijkens artikel 361 lid 2 sub b Wetboek van Strafvordering de benadeelde partij slechts ontvankelijk is in haar vordering, indien de schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Aangezien een ad informandum gevoegd strafbaar feit niet is ten laste gelegd en (derhalve) niet wordt bewezen verklaard, kan een benadeelde zich niet voegen ter zake van een ad informandum feit. De rechtbank zal deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

9. Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer]. Voor de overige benadeelde partijen geldt dat de maatregel slechts kan worden opgelegd ter

zake van een bewezenverklaard feit.

10. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

11. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

12. De strafoplegging

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, inhoudende verdachte te veroordelen tot ;

- een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

- waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact;

- aftrek van het voorarrest.

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 310,00, en de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft hierbij vermeld dat hij bij zijn eis rekening heeft gehouden met enerzijds het grote aantal feiten en het strafblad van verdachte en anderzijds de dat verdachte spijt heeft betuigd.

De raadsman heeft namens verdachte verklaard, dat er sprake is geweest van een lange delictsvrije periode, maar dat verdachte overigens niet wil ontkennen dat hij toch over een uitgebreid strafblad beschikt. Verdachte begrijpt enerzijds dat - gelet op zijn verleden en het grote aantal feiten - een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf onafwendbaar is, maar anderzijds heeft hij zich tijdens het onderzoek coöperatief opgesteld en is hij nu gemotiveerd om met hulp van de reclassering zijn leven een andere wending te geven.

Bij het bepalen van de strafsoort en de strafmaat heeft de rechtbank meer in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, die reeds meermalen ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld, zich wederom gedurende een geruime periode schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde diefstallen. Voor de gedupeerden hebben de inbraken, naast materiële schade, veel overlast en ergernis veroorzaakt.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met het omtrent verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 14 maart 2008. In dit rapport wordt geadviseerd, gelet op het grote aantal strafbare feiten en het justitiële verleden van verdachte, hem te veroordelen tot een gevangenisstraf. De reclassering geeft de rechtbank hierbij in overweging, gezien de delictsvrije periode van 2003-2006 en de gemotiveerde hulpvraag van verdachte, een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling (waaronder het ondergaan van controles op alcohol- en drugsgebruik). De rechtbank kan zich vinden in dit advies en zal dit overnemen.

13. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 310, 311,

en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

14. Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 2-8 tenlastegelegde heeft begaan.

• Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten:

Feit 2, 3, 4, 5, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming;

Feit 6:

Verduistering;

Feit 7:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

verbreking;

Feit 8:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking en inklimming.

• Verklaart verdachte deswege strafbaar.

• Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

• Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

• Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het ondergaan van controles op alcohol- en drugsgebruik.

• Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

• Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

• Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer], wonende te [adres en plaats] (giro 3494976), van een bedrag van € 310,00, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

• Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 310,00, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

• Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

• Verklaart de benadeelde partijen

- [naam], wonende te [adres en plaats];

- OBS [naam], [adres en plaats];

- [naam] College, [adres en plaats];

- [naam] College, [adres en plaats];

- [naam], wonende te [adres en plaats], namens [naam],

niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mr. Kleinrensink, voorzitter, mr. Prisse en mr. Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 april 2008.