Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC7031

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-03-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
06-580570-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het dealen van XTC, speed en cocaïne en het aanwezig hebben van 1030 XTC-pillen en amfetamine.

Omdat verdachte voortvluchtig is, is zijn zaak buiten zijn aanwezigheid behandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580570-07

Uitspraak d.d.: 18 maart 2008

verstek/ dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1981],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 maart 2008.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

De raadsman van verdachte heeft bij brief van 3 maart 2008 verzocht om aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting, omdat verdachte voortvluchtig is en de raadsman de stukken niet met hem heeft kunnen bespreken.

De rechtbank heeft, gehoord de officier van justitie, ter terechtzitting besloten het verzoek van de raadsman niet in te willigen. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen. De dagvaarding is op juiste wijze betekend. Er mag dan ook vanuit worden gegaan dat verdachte ervan op de hoogte is dat de behandeling van zijn zaak zal plaatsvinden (zie mutatie d.d.

9 februari 2008). Verdachte heeft door te vluchten zichzelf in de situatie gebracht dat hij niet ter terechtzitting aanwezig is. Dat verdachte zijn raadsman niet bepaaldelijk heeft gevolmachtigd om namens hem ter terechtzitting het woord te voeren en zich willens en wetens onttrekt aan berechting dient naar het oordeel van de rechtbank voor zijn rekening en risico te komen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 26 november 2007, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre en/of te Winterswijk en/of te Aalten en/of te Varsseveld en/of (elders) in het arrondissement Zutphen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan een of meer personen, in elk geval opzettelijk (telkens) aanwezig heeft gehad:

- een aantal (XTC)pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethlamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB), zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethlamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en/of

- een of meer gram(men) amfetamine (speed), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine en/of

- een of meer gram(men) cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaïne

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 november 2007, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 1080 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethlamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB), zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en/of

- ongeveer 1057,6 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA(methyleendioxyethlamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine(2CB), zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDAen/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en/of amfetamine

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Bewijsmiddelen

T.a.v. feit 1

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de – navolgende – overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0640/07-220483, gesloten en getekend op 7 januari 2008 door [naam], hoofdagent van politie Team Recherche, district Achterhoek.

De bewijsmiddelen zijn te vinden in de volgende stukken:

1. het proces-verbaal van verhoor van [naam A] (pagina 118-121, 124-125, 139-140);

2. het proces-verbaal van verhoor van [naam B] (pagina 145-149);

3. het proces-verbaal van verhoor van [naam C] (pagina 170-172, 174);

4. het proces-verbaal van verhoor van [naam D] (pagina 185-187, 190-191);

5. het proces-verbaal van verhoor van [naam E] (pagina 197-199);

6. tap-journaals (pagina 128-132, 155-162, 178-181, 204-215).

T.a.v. feit 2

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de – navolgende – overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0640/07-220483, gesloten en getekend op 7 januari 2008 door [naam], hoofdagent van politie Team Recherche, district Achterhoek.

Deze bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte (pagina 77-79), het proces-verbaal van observeren op 27 november 2007 (pagina 101-108), het ambtelijk verslag van 28 november 2007 (pagina 63) en het ambtelijk verslag van 28 november 2007 (pagina 71-72).

Uit de bewijsmiddelen t.a.v. feit 1 worden de volgende redengevende feiten en omstandigheden afgeleid.

[Naam A] heeft verklaard dat hij op oudejaarsavond 2006/2007 voor het eerst drugs heeft gekocht van verdachte. Hij belde verdachte op als hij speed, pillen of coke nodig had. Verdachte leverde de drugs af in Lichtenvoorde. [Naam A] heeft verklaard dat verdachte verschillende soorten xtc-pillen, speed en ook coke verkocht. [Naam A] heeft verklaard dat hij in 2007 tien keer xtc-pillen heeft gekocht van verdachte en dat hij drie keer per week speed kocht van verdachte. Op 24 november 2007 heeft [Naam A] voor het laatst harddrugs, te weten 31 XTC-pillen, gekocht via verdachte. Omdat verdachte geen tijd had om de drugs zelf te regelen heeft een man die zich ‘Hakkie’ noemde de pillen geleverd.

[Naam B] heeft verklaard dat hij vanaf de zomer 2007 speed of xtc-pillen kocht van verdachte. Verdachte leverde de harddrugs aan [Naam B] in Bredevoort of Aalten. [Naam B] heeft de harddrugs ook wel eens bij verdachte in Neede opgehaald. [Naam B] bestelde meestal 2 gram speed, maar het is ook wel voorgekomen dat hij 10 of 20 gram speed heeft gekocht van verdachte. [Naam B] heeft verklaard dat hij vanaf de zomer 2007 tot de aanhouding van verdachte wekelijks 6 xtc-pillen en speed bij hem heeft gekocht.

[Naam C] heeft verklaard dat hij sinds een jaar harddrugs koopt van verdachte. Meestal koopt hij speed, maar hij heeft ook wel xtc-pillen gekocht van verdachte. De drugs werden geleverd in Varsseveld, Lichtenvoorde of Winterswijk.

[naam D] heeft verklaard dat zij vanaf mei 2007 speed kocht van verdachte. Zij kocht zeker twee keer in de week harddrugs van verdachte. De harddrugs werden meestal geleverd in Winterswijk. Ook heeft [naam D] de harddrugs bij verdachte in Neede gekocht. [naam D] heeft verklaard dat het een paar keer is voorgekomen dat zij verdachte belde en dan iemand anders aan de lijn kreeg, die dan ook de drugs kwam brengen.

[Naam E] heeft verklaard dat hij drie maanden geleden voor het eerst harddrugs heeft gekocht van verdachte. Hij heeft een aantal keren xtc-pillen en cocaïne gekocht van verdachte. De harddrugs werden geleverd in Lichtenvoorde of in Neede.

Standpunten

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat uit de verklaringen van de verschillende afnemers van verdachte blijkt dat hij in ieder geval vanaf 1 januari 2007 op grote schaal speed, xtc-pillen en cocaïne heeft verkocht.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2007 tot en met 26 november 2007, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre en te Winterswijk en te Aalten en te Varsseveld en/of (elders) in het arrondissement Zutphen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft vervoerd en verkocht en afgeleverd en verstrekt aan een of meer personen:

- een aantal XTC pillen en

- grammen amfetamine (speed) en

- grammen cocaïne,

telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 27 november 2007, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 1030 XTC-pillen en

- 1057,6 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA(methyleendioxyethlamfetamine) en/of 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine(2CB), zijnde MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDAen/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine (2CB) en/of amfetamine,

telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid, van de Opiumwet, meermalen gepleegd

t.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10, tweede lid, van de Opiumwet

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie strekkende tot – beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen achtend – het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft daarnaast met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen het volgende gevorderd:

- onttrekking aan het verkeer van de op de beslaglijst onder 4, 5, 6, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 19, 20 en 27 vermelde voorwerpen;

- verbeurdverklaring van de onder 7 en 8 vermelde voorwerpen;

- teruggave aan de rechthebbende van de onder 1, 2, 3, 17, 18, 21 en 25 vermelde voorwerpen;

- teruggave aan verdachte van het onder 24 vermelde voorwerp;

- teruggave aan de Rabobank van de onder 12 en 22 vermelde voorwerpen;

- teruggave aan de Postbank van het onder 23 vermelde voorwerp en

- teruggave aan het [naam college] van het onder 26 vermelde voorwerp.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte in ieder geval gedurende een periode van 11 maanden op grote schaal heeft gehandeld in verdovende middelen. Dergelijke verboden stoffen vormen een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid en dragen bij aan de instandhouding van de verslavingproblematiek en randcriminaliteit die met drugsgebruik veelal gepaard gaan.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte niet eerder ter zake soortgelijke delicten is veroordeeld.

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat in de rechtspraak als oriëntatiepunt in soortgelijke zaken voor de straftoemeting bij overtreding van artikel 2 onder B van de Opiumwet, waar het om een soortgelijke periode gaat, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden gehanteerd wordt.

Mede daarin is de reden gelegen om een lagere onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

In beslag genomen voorwerpen

Nu de op de beslaglijst onder 4, 5, 6, 16, 19, 20 en 27 vermelde in beslag genomen middelen, middelen zijn als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, dienen deze op grond van artikel 13a van de Opiumwet te worden onttrokken aan het verkeer.

De op de beslaglijst onder 9, 10, 11, 13, 14 en 15 vermelde in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, die tot bet begaan van het bewezenverklaarde zijn bestemd, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

De op de beslaglijst onder 7 en 8 vermelde in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het bewe¬zen verklaarde zijn verkregen.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de op de beslaglijst onder 1, 2, 3, 17, 18, 21 en 25 vermelde voorwerpen aan de rechthebbende; de teruggave van de op de beslaglijst onder 12 en 22 vermelde voorwerpen aan de Rabobank;

de teruggave van het op de beslaglijst onder 23 vermelde voorwerp aan de Postbank; de teruggave van het op de beslaglijst onder 26 vermelde voorwerp aan het [naam college] en de teruggave van het op de beslaglijst onder 24 vermelde voorwerp aan de veroordeelde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 33b, 33c, 47, 57, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de op de beslaglijst onder 4, 5, 6, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 19, 20 en 27 vermelde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.

Verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 7 en 8 vermelde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.

Gelast de teruggave van het op de beslaglijst onder 24 vermelde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan veroordeelde.

Gelast de teruggave van de op de beslaglijst onder 1, 2, 3, 17, 18, 21 en 25 vermelde inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende.

Gelast de teruggave van de op de beslaglijst onder 12 en 22 vermelde inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de Rabobank.

Gelast de teruggave van het op de beslaglijst onder 23 vermelde inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan de Postbank.

Gelast de teruggave van het op de beslaglijst onder 26 vermelde inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan het [naam college]

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Schmitz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van der Linde, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 maart 2008.

Mrs. Borgerhoff Mulder en Schmitz zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.