Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC6723

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
06/850493-04 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850493-04 (ontneming)

Uitspraak d.d.: 5 maart 2008

tegenspraak / oip

VERKORT VONNIS

Beslissing op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, betreffende:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Turkije) op [1945],

wonende te [adres en plaats].

Procesgang

Bij de vonnissen van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank, van 30 december 2004 en 18 juli 2006 is de veroordeelde, voorzover hier van belang, ter zake van het in zijn strafzaken bewezenverklaarde, gekwalificeerd als:

- Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- Medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

- Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- Medeplegen van in de uitoefening van een beroep op bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

- Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

tot straf veroordeeld.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van de in het openbaar gehouden terechtzittingen van 4 juli 2006, 25 oktober 2006, 20 februari 2007 en 20 februari 2008 waarbij zijn gehoord de officier van justitie, veroordeelde en zijn raadsman, alsmede de voorafgaande schriftelijke ronde.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat aan veroordeelde als wederrechtelijke verkregen voordeel zal worden ontnomen een bedrag van € 465.370,00.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

Beoordeling van vordering

Naar oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde tot het hierna vermelde bedrag wederrechtelijke voordeel verkregen door middel van of uit baten van de in zijn strafzaak bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de veroordeelde vorenbedoeld voordeel heeft verkregen op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.

Vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank neemt bij de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel de volgende feiten en omstandigheden als uitgangspunt:

- Blijkens het in de strafzaak jegens veroordeelde gewezen vonnis is hij in de periode van 16 september 2002 tot en met 18 januari 2005 actief geweest in, zakelijk weergegeven, de handel in softdrugs. De periode beslaat derhalve 121 weken, waarvan 12 vakantieweken uitmaken. De totale periode, waarin softdrugs verhandeld is bedraagt 109 weken.

- In de periode van 16 september 2002 tot en met 18 januari 2005, te weten een periode van 68 weken, heeft veroordeelde tezamen met medeveroordeelde [medeverdachte] in softdrugs gehandeld.

- De rechtbank oordeelt op grond van de verklaring van veroordeelde dat per week één kilo drugs is verkocht, derhalve dat in het totaal 109 kilogram is verkocht gedurende 109 weken.

- Tevens heeft medeveroordeelde [medeverdachte] verklaard dat per kilo een winst van 3.000,00 euro werd gemaakt. Weliswaar worden in het dossier ook andere (hogere) winstbedragen genoemd, maar nu [medeverdachte] zelf een winst van 3.000,00 euro per kilo noemt, neemt de rechtbank aan dat deze winst minimaal behaald zal zijn.

- Uit het in deze zaak opgemaakte rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, veroordeelde betreffende, volgt dat over de gehele periode kosten ten bedrage van 36.094,00 euro zijn gemaakt. De rechtbank volgt deze berekening en maakt die tot de hare.

Het voorgaande leidt tot de navolgende berekening:

- 109 kilo x 3.000,00 euro = 327.000,00 euro

Totaal voordeel: 327.000,00 euro

- kosten 36.094,00 euro

Totaal kosten: 36.094,00 euro

============ -

Totaal voordeel: 290.906,00 euro

Omvang wederrechtelijk verkregen voordeel veroordeelde:

290.906,00 euro / (109 + 68 weken) x 109 weken = 179.145,00 euro

De rechtbank stelt de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 179.145,00 euro.

Voor zover de raadsman een beroep heeft gedaan op het arrest Geerings vs Nederland (EHRM 1 maart 2007, no. 30810/03), zal de rechtbank hieraan voorbij gaan, omdat dit arrest ziet op feiten waarvan verdachte uitdrukkelijk is vrijgesproken. Deze situatie doet zich nu niet voor; het gaat slechts om soortgelijke feiten, waarvan aannemelijk moet worden dat veroordeelde daar voordeel van heeft gehad. Tevens heeft de raadsman bepleit dat een zwaardere toets ten grondslag dient te liggen aan de berekening. Dit geeft de rechtbank hem na en de rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval die berekening die zwaardere toets kan doorstaan.

Het verweer van de raadsman dat de vordering tot wederrechtelijk verkregen voordeel niet kenbaar was bij veroordeelde, wordt eveneens verworpen. Op 12 juni 2006 is aan veroordeelde de vordering wederrechtelijk verkregen voordeel in persoon betekend, welke betrekking heeft op de gehele periode waarin veroordeelde in softdrugs gehandeld heeft. Vanaf dat moment wordt geacht dat deze vordering kenbaar is bij verdachte (HR 9 december 2003, NJ 2004,199). Veroordeelde is derhalve niet in zijn belangen geschaad.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op EUR 179.145,00 (honderdnegenenzeventigduizendhonderdvijfenveertig euro).

Legt aan de veroordeelde, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal

EUR 179.145,00 euro (honderdnegenenzeventigduizendhonderdvijfenveertig euro).

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Kleinrensink en Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 maart 2008.

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken