Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC6018

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-03-2008
Datum publicatie
06-03-2008
Zaaknummer
06/922005-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een werkstraf van 100 uur voor het ontrekken van geld en goederen aan een failliet verklaarde BV van verdachte. Hierdoor leek het voor de schuldeisers dat de BV minder geld had om de schulden af te lossen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/922005-06

Uitspraak d.d.: 4 maart 2008

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats 1962],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

19 februari 2008.

De tenlastelegging

Aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Kibo's Total Protection BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode april 2004 tot en met december 2004, in de gemeente Harderwijk en/of in Nederland, terzamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de

Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 22 april 2004 in staat van faillissement is/was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de of een of meer van

de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap:

a) een of meer goederen, te weten een hoeveelheid bedrijfskleding en/of een of meer computers en/of electronische apparatuur en/of kantoormeubels, welke zich bevonden in een kantoor te Hoofddorp, en/of een aantal navigatiesystemen aan de boedel heeft en/of had onttrokken;

en/of

b) een of meer baten niet heeft en/of had verantwoord en/of een of meer goederen, te weten geldbedragen, aan de boedel heeft en/of had onttrokken, bestaande in het een of meer debiteuren van de besloten vennootschap, waaronder [debiteur 1] te Nieuw Vennep en/of [debiteur 2] te Amsterdam, en/of [debiteur 3] te Amsterdam en/of [debiteur 4] te Culemburg en/of [debiteur 5] te Amsterdam, laten betalen en/of hebben laten betalen van een of meer (omzet-)bedragen van die besloten vennootschap op een bankrekening [bedrijf 1 verdachte] en/of op een privé-bankrekening van [verdachte] e.o. [vrouw verdachte];

en/of

c) een of meer goederen, te weten geldbedragen, heeft en/of had onttrokken aan de boedel, bestaande in het opnemen en/of hebben opgenomen van een of meer geldbedragen (tot een totaal van Euro 10.000,-) van een postbankrekening van genoemde BV,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Door en namens verdachte is ten aanzien van het tenlastegelegde aangevoerd, dat niet hij, maar [medeverdachte] binnen Kibo feitelijk de leiding had en dat hij bij de tenlastegelegde onttrekkingen slechts betrokken is geweest op de volgende punten:

- het crediteren van de op [debiteur 1] betrekking hebbende facturen in verband met een overeengekomen tariefscorrectie;

- het door [debiteur 4] laten betalen van het aan Kibo verschuldigde naar een door verdachte en zijn echtgenote aangehouden bankrekening;

- ‘het voor zich behouden van een van [medeverdachte] ontvangen bedrag van €2500,-, wetende dat dit bedrag deel uitmaakte van door [medeverdachte] kort tevoren eigenmachtig ten nadele van Kibo verrichte geldopnames van totaal €10.000,- en dat het faillissement van Kibo reeds was aangevraagd.

Naar het oordeel is wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt in voege als hierna vermeld. Voor zover verdachte zijn strafbare betrokkenheid heeft betwist en van zijn directe feitelijke betrokkenheid niet duidelijk blijkt overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen ten minste naar voren komt, dat verdachte weet had van de financieel hopeloze situatie van Kibo en van het in die situatie onrechtmatige handelen van [medeverdachte], maar dat hij heeft nagelaten tegen bedoeld handelen op te treden, terwijl hij als (middelijk) directeur van Kibo tot zodanig optreden niet alleen bevoegd en feitelijk in staat, maar ook rechtens verplicht was.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Kibo's Total Protection BV op tijdstippen in de periode april 2004 tot en met december 2004, in de gemeente Harderwijk en/of in Nederland, tezamen en in vereniging met een andere rechtspersoon en/of met een natuurlijk persoon, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 22 april 2004 in staat van faillissement is/was verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap:

a) een aantal navigatiesystemen aan de boedel heeft onttrokken;

en

b) geldbedragen aan de boedel heeft onttrokken, bestaande in het debiteuren van de besloten vennootschap, te weten [debiteur 1] te Nieuw Vennep en [debiteur 4] te Culemburg, laten betalen van een of meer (omzet-)bedragen van die besloten vennootschap op een bankrekening van [bedrijf 1 verdachte] en/of op een privé-bankrekening van [verdachte] e.o. [vrouw verdachte];

en

c) geldbedragen heeft onttrokken aan de boedel, bestaande in het hebben opgenomen van geldbedragen tot een totaal van € 10.000,- van een postbankrekening van genoemde BV,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf gedurende 240 uren met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank ziet grond voor een lagere straftoemeting dan door de officier van justitie gevorderd, nu verdachte van enige subonderdelen van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken en bovendien uit de stukken naar voren komt, dat hij een minder prominente rol heeft gespeeld dan de medeverdachte. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen, dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM is overschreden in een mate, die rechtvaardigt 100 uur minder werkstraf op te leggen dan zonder bedoelde overschrijding het geval zou zijn geweest.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

In zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Kibo’s Total Protection B.V., heeft mr. C. Bijl zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding terzake van het onder 3 tenlastegelegde ten bedrage van €10.000,-.

Namens verdachte is geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van deze vordering, omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is, dat deze zich leent voor afdoening door de strafsector.

De rechtbank deelt dit standpunt, nu verdachte de vordering heeft betwist.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 51, 57 en 341 van het wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Verklaart de benadeelde partij mr. C. Bijl, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Kibo’s Total Protection B.V niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Van der Mei en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 maart 2008.

Mr. Gilhuis en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.