Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC4868

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
21-02-2008
Zaaknummer
06/580480-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt dader van bedreigingen van ex-vriendin en haar moeder via SMS-jes en van het dealen in harddrugs in Zutphen tot een gevangensstraf van 21 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met aftrek en toezicht van de reclassering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580480-07

Uitspraak d.d.: 20 februari 2008

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats 1970],

wonende te [adres],

thans gedetineerd te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

6 februari 2008.

Verzuim bij het voorbereidend onderzoek

In het kader van de ontvankelijkheidsvraag en onder verwijzing naar HR. NJ 2002,602 heeft de officier van justitie aandacht besteed aan (mogelijke) overtreding van het in artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering geregelde “doorlaatverbod” bij of na de door de politie waargenomen drugstransactie tussen verdachte en [naam] op 12 juli 2007.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel, dat de (mogelijk) overtreden bepaling niet strekt tot bescherming van de belangen van betrokken verdachte(n), zodat reeds daarom geen aanleiding bestaat voor toepassing van enige sanctie, ook niet bij de eventuele straftoemeting, zoals door de raadsman bepleit.

De tenlastelegging

Nadat feit 2 van de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd (als cursief is weergegeven) is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Zutphen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of speed (amfetamine) en/of XTC-pillen (zijnde middelen bevattende MDA en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA en/of 2 CB 4-broom-2,5 dimethoxeyfenethylamine), zijnde (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op meerdere althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 oktober 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Zutphen, in elk geval in Nederland, de navolgende personen (telkens) opzettelijk heeft bedreigd, met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte:

- een zwart spuitbusje, althans een aansteker, althans een voorwerp, gericht op [slachtoffer 1], zijnde de (ex)partner van verdachte, en/of (vervolgens) op de verstuiver van dat spuitbusje gedrukt en/of die [slachtoffer 1] (telkens) (een) SMS-bericht(en) gezonden met de tekst "Kom

naar huis, anders gaat het in de fik" en/of "oke meid, in de fik", althans (een) SMS-bericht(en) van gelijke dreigende aard en/of strekking (welk(e) SMS-bericht(en) die [slachtoffer 1] heeft ontvangen en gelezen) en/of

- [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk dreigend (telefonisch) de woorden toegevoegd :"ja ik heb sleutel, ik kan zo naar binnen, kan ik jullie, allemaal, allevier boem, boem, boem, boem he", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere althans één tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot en met 17 oktober 2007 te Zutphen, althans in Nederland (telkens) [slachtoffer 1], zijnde de (ex) partner van verdachte, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte:

- (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd "Ik pak je zo" en/of "Als je mij verlaat dan kom je de woning niet meer levend uit" en/of "Ik heb voldoende geld om je op te laten ruimen, ik ben zelf ook zonder vader opgegroeid, [naam dochter] redt zich wel, ik leef wel tussen vier muren " en/of "Je leeft geen vierentwintig uur meer" en/of als je bij me weggaat dan neem ik [naam dochter] mee of maak ik je dood", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of

- (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] (een) SMS-bericht(en) gezonden met de tekst "Klootzak ->> jij moet stoppen met alles anders steek ik de boel in de fik tandartsassistent", althans (een) SMS-bericht(en) van gelijke dreigende aard en/of strekking, (welke SMS-berichten door voornoemde [slachtoffer 1] zijn ontvangen en gelezen);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

1. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte - kort gezegd - in de periode van 1 maart 2007 tot en met 24 oktober 2007, met anderen heeft gehandeld in verdovende middelen. Voorts acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte ongeveer in diezelfde periode zijn ex-partner [slachtoffer 1] en haar moeder [slachtoffer 2] heeft bedreigd op de wijze en met de woorden zoals in de tenlastelegging is vermeld.

2. Standpunt van de verdediging

Door de verdediging is beaamd dat verdachte heeft bekend in cocaïne en amfetamine (speed) gehandeld te hebben en dat daarvoor ook voldoende bewijs in het dossier aanwezig is. Verdachte ontkent echter elke relatie met de XTC-pillen, voor welk feit slechts één belastende verklaring van [getuige 1] aanwezig is. De raadsman vraagt vrijspraak voor dit deel van het onder 1 tenlastegelegde.

Voor de feiten 2 en 3 is eveneens voldoende bewijs aanwezig, aldus de raadsman.

Ter zitting heeft verdachte - kort samengevat - bekend dat hij in cocaïne en amfetamine heeft gehandeld en dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

3. Bewijsmiddelen

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de -navolgende- overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen onder meer naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal en de daarbij behorende bijlagen, dossiernummer PL0630/07-207583, gesloten en ondertekend op 05 december 2007 door [verbalisant].

Feit 1:

a) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

b) (stam)proces-verbaal (p. 007-038)

c) proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 26 oktober 2007 (p. 225-230)

d) proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 30 oktober 2007 (p. 252-260)

e) proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] (p. 285-289)

f) proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] (p. 876-879)

g) proces-verbaal van bevindingen Narcotest (p. 759)

h) proces-verbaal van bevindingen Narcotest (p. 760)

Feit 2:

i) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

j) de getuigenverklaring ter terechtzitting van [slachtoffer 1]

Feit 3:

k) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting

l) de getuigenverklaring ter terechtzitting van [slachtoffer 1]

4. Uit deze bewijsmiddelen worden de volgende redengevende feiten en

omstandigheden afgeleid.

5. Uit het stamproces-verbaal blijkt dat uit MMA berichten, observaties, doorzoekingen en tapgesprekken valt af te leiden, dat verdachte zich, al dan niet tezamen en in vereniging met anderen, schuldig heeft gemaakt aan handel in verdovende middelen.

6. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij ongeveer een half jaar gehandeld heeft in cocaïne en amfetamine (speed). Verdachte voelde zich psychisch overbelast, onder meer omdat hij vermoedde dat zijn partner vreemd ging met haar werkgever en omdat zijn schuldenlast opliep. Hierdoor gebruikte hij steeds meer speed, waardoor hij steeds meer geld nodig had en uiteindelijk overging tot het verhandelen van drugs om aan extra inkomsten te komen. Via relaties ontving hij het telefoonnummer van een Marokkaanse jongen uit [plaats] of [plaats].

Hij belde met zijn mobiele telefoon met [06 nummer] naar die jongen (die als contact stond opgeslagen in zijn GSM). Onder de namen CD en DVD werden de verschillende drugs besteld. In het begin kocht verdachte alleen speed van die jongen, later ook cocaïne. Verdachte kocht speed meestal in porties van 5 of 10 gram voor 5 euro per gram. Verder kocht hij ongeveer 5 à 15 gram cocaïne per week voor 150 euro per 5 gram en verkocht of verstrekte dit aan zijn klanten, onder andere [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4].

7. De gebruikers/afnemers, waaronder [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4], hebben ieder voor zich verklaard dat zij telefonisch bij verdachte cocaïne en/of amfetamine bestelden en vervolgens van verdachte cocaïne en/of amfetamine kochten/kregen en zelfs bewaarden en/of voor hem afleverden/verkochten.

8. De bevindingen van de door de politie uitgevoerde zogenaamde Narcotesten van de bij de doorzoekingen aangetroffen drugs wijzen uit, dat het hier gaat om de verboden middelen cocaïne en amfetamine, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende Lijst I.

9. [slachtoffer 1], de inmiddels ex-vriendin van verdachte heeft in haar aangifte bij de politie en als getuige ter zitting verklaard, zakelijk weergegeven, dat verdachte erg veranderd is. Zij vermoedt dat hij drugs gebruikt en verhandelt. Vanaf het moment dat zij heeft aangekondigd de relatie te willen beëindigen, wordt zij dagelijks overal door hem achtervolgd met bedreigingen die hij onder meer via de telefoon en via SMS-berichten kenbaar maakt. Zij heeft verklaard erg bang voor verdachte geweest te zijn, zo bang dat zij op haar werk zelfs een alarmcode heeft afgesproken omdat hij haar daar ook lastig bleef vallen.

10. Hengeveld, de moeder van [slachtoffer 1], heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat toen zij op 24 oktober 2007 terugkwam van het politiebureau, waar haar dochter aangifte had gedaan van een eerdere bedreiging door verdachte, zij telefonisch door verdachte bedreigd is. Ook zij is erg bang geweest dat verdachte uitvoering zou geven aan zijn bedreigingen.

11. Verdachte heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij door zijn uit de hand gelopen speedgebruik, geen controle meer had over zichzelf, erg boos en in de war was en dat dit geleid heeft tot de bedreigingen van zijn ex-vriendin en ex-schoonmoeder.

Bewezenverklaring

12. De rechtbank heeft de bewezenverklaring van feit 2 om bewijstechnische redenen gesplitst in 2a en 2b en taalkundig aangepast. Verdachte is hierdoor niet geschaad in zijn verdediging.

De rechtbank acht in feit 3 niet bewezen dat verdachte aan [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: “Als je bij me weggaat dan neem ik [naam dochter] mee of maak ik je dood".

In het dossier wordt dit slechts ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 3] (p. 1231. alinea 8) en blijkt niet dat [slachtoffer 1] weet heeft gehad van deze bedreiging. Verdachte dient van dit onderdeel te worden vrijgesproken.

13. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Zutphen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden cocaïne en/of amfetamine, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2a.

hij op tijdstippen in de periode van 23 oktober 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Zutphen, [slachtoffer 1] telkens opzettelijk heeft bedreigd met brandstichting,

immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] telkens SMS-berichten gezonden met de tekst

"Kom naar huis, anders gaat het in de fik" en "Oke meid, in de fik" welke SMS-berichten die [slachtoffer 1] heeft ontvangen en gelezen en

2b.

hij op een tijdstip in de periode van 23 oktober 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Zutphen, [slachtoffer 2] opzettelijk heeft bedreigd, met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte [slachtoffer 2] opzettelijk dreigend telefonisch de woorden toegevoegd :"Ja ik heb sleutel, ik kan zo naar binnen, kan ik jullie, allemaal, allevier boem, boem, boem, boem he";

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2007 tot en met 17 oktober 2007 te Zutphen, telkens [slachtoffer 1], zijnde de (ex) partner van verdachte, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met brandstichting, immers heeft verdachte:

- telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd "Ik pak je

zo" en/of "Als je mij verlaat dan kom je de woning niet meer levend uit"

en/of "Ik heb voldoende geld om je op te laten ruimen, ik ben zelf ook zonder

vader opgegroeid, [naam dochter] redt zich wel, ik leef wel tussen vier muren " en/of

"Je leeft geen vierentwintig uur meer" en

- opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] een SMS-bericht gezonden met

de tekst "Klootzak ->> jij moet stoppen met alles anders steek ik de boel in

de fik tandartsassistent", welk SMS-bericht door voornoemde [slachtoffer 1] is

ontvangen en gelezen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

14. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

15. Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 2a:

Bedreiging met brandstichting, meermalen gepleegd.

Feit 2b:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en

Bedreiging met brandstichting

Strafbaarheid van de verdachte

16. Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

17. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, ook als dit inhoudt het volgen van een leefstijltraining, controles op drugsgebruik, volgen van een individueel begeleidingsprogramma bij verslavingszorg en openheid van zaken geven aangaande de afhandeling van de zijn relatie met [slachtoffer 1]. Voor de beslissing over de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen verwijst zij naar haar aantekeningen op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen welke zij met haar vordering aan de rechtbank over heeft gelegd.

Zij heeft hierbij aangegeven dat zij het verdachte zwaar aanrekent dat hij zich gedurende een lange periode heeft beziggehouden met de handel in grote hoeveelheden harddrugs en daarbij ook anderen inzette. De bedreigingen in de relationele sfeer hebben bij de gezinsleden veel angst veroorzaakt.

18. De raadsman heeft bepleit een gevangenisstraf op te leggen conform de oriëntatiepunten voor de bewezenverklaarde periode en hoeveelheid, met een zo groot mogelijk voorwaardelijk deel. Hij heeft daartoe aangevoerd, dat verdachte een blanco strafblad heeft, spijt heeft van hetgeen hem verweten wordt en openstaat voor het plan van aanpak dat de reclassering voor hem heeft opgesteld.

19. Uit het voorlichtingsrapport van de Reclassering van 24 januari 2008 blijkt dat verdachte gestopt is met het gebruik van speed. Verdachte en zijn ex-partner hebben er nu vrede mee dat hun relatie definitief verbroken is, hetgeen bevordert dat de beëindiging van hun relatie in harmonie wordt geregeld. Ter zitting heeft verdachte spijt betuigd en aangegeven gemotiveerd te zijn aan zijn toekomst te werken en een goede vader te willen zijn voor zijn dochter. Om te voorkomen dat verdachte na zijn detentie bij tegenslagen terugvalt in drugsgebruik, adviseert de reclassering ter ondersteuning verplicht reclasseringscontact op te leggen, waarbij gewerkt wordt volgens een plan van aanpak.

20. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft geruime tijd gehandeld in cocaïne en amfetamine (speed).

Op die manier hebben zeer schadelijke verdovende middelen het maatschappelijk verkeer bereikt, met alle daarmee gepaard gaande risico’s voor de volksgezondheid. Verdachtes handelen heeft het mogelijk gemaakt dat een groep verslaafden gedurende enige tijd werd voorzien van cocaïne en amfetamine. Daarmee heeft verdachte bijgedragen aan instandhouding van de verslavingsproblematiek van deze groep.

Het is daarenboven algemeen bekend dat verslaafden niet zelden misdrijven plegen om in hun verslaving te kunnen voorzien.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bijna dagelijks zijn vriendin, vaak in het bijzijn van hun kinderen, heeft bedreigd in niet mis te verstane bewoordingen, waardoor zij voortdurend -zelfs ook op haar werk - in angst leefde. Voor zijn stiefzoon zijn de spanningen als gevolg van die bedreigingen zodanig opgelopen dat hij het ouderlijk huis is ontvlucht en tijdelijk bij zijn grootmoeder is gaan wonen. Maar ook zij werd het slachtoffer van zijn bedreigingen. De verklaring van verdachte dat hij deze bedreigingen heeft gepleegd onder invloed van en geheel wijt aan zijn drugsgebruik, als ook dat hij het allemaal niet zo bedoelde, neemt de strafwaardigheid van de feiten niet weg.

21. De rechtbank heeft anderzijds in aanmerking genomen dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte blijkt, dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest.

22. Gelet op het vorenoverwogene en op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, en de partiële vrijspraak in feit 1 en 3 komt de rechtbank tot een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de straf de bijzondere voorwaarde verbinden zoals door de reclassering is geadviseerd en door de officier van justitie gevorderd. Dit, om op die manier verdachte bij zijn terugkeer in de maatschappij, verder te ondersteunen met een op verdachte toegespitst plan van aanpak.

Inbeslaggenomen voorwerpen

23. De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een LG-telefoon (nr. 2 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Simkaart, Vodafoon (nr. 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een digitale weegschaal (nr. 7 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Sony Ericson telefoon met lader (nr. 13 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Samsung telefoon met lader (nr. 14 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- drie “gripzakjes” (nr. 16 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen),

zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deze voorwerpen toebehoorden aan verdachte en dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van de telefoons (met toebehoren) en de weegschaal zijn begaan of voorbereid. Bij deze beslissing heeft de rechtbank gelet op de draagkracht van verdachte.

24. De drie “gripzakjes” zijn kennelijk gebruikt als verpakkingsmateriaal voor de drugs en de rechtbank zal deze op grond van artikel 33b van het Wetboek van Strafrecht verbeurdverklaren.

25. De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 44 stuks “drugs”, kleur wit (nr. 19 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 47 stuks “drugs”, kleur groen (nr. 20 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen),

dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat met deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, en dat zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

26. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een balletjespistool (nr. 1 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een knuppel (nr. 15 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 12 stuks medicijncapsules (nr. 6 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingbroek (nr. 8 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingpak (nr. 9 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingjas (nr. 10 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Replay” spijkerbroek (nr. 17 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen),

die bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven zijn aangetroffen, aan verdachte toebehoren en kunnen dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke feiten, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Het balletjespistool en de knuppel en de kennelijk valse merkkleding zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Het ongecontroleerde bezit van de capsules (waarvan de samenstelling en de werking onbekend zijn) is naar het oordeel van de rechtbank in handen van verdachte in strijd met het algemeen belang.

27. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van na te melden voorwerpen aan verdachte, dan wel de rechthebbende, te weten:

- Twee gele brieven (nr. 3 en 5 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- Een groene lange regenjas (nr. 11 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- Een kluis (nr. 12 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

28. Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 33b, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 285 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

• Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

• Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

• Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

• Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden.

• Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 7 (zeven) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet naleeft.

• Stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland (Verslavingszorg) zolang zij dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van een leefstijltraining, controleren op drugsgebruik, volgen van een individueel begeleidingsprogramma bij verslavingszorg en het geven van openheid van zaken over de afhandeling van de beëindiging van de relatie.

• Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

• Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze

uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering

van de hem opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een LG-telefoon (nr. 2 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Simkaart, Vodafoon (nr. 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een digitale weegschaal (nr. 7 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Sony Ericson telefoon met lader (nr. 13 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een Samsung telefoon met lader (nr. 14 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- drie “gripzakjes” (nr. 16 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een balletjespistool (nr. 1 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 12 stuks capsules (nr. 6 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingbroek (nr. 8 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingpak (nr. 9 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Burberry” joggingjas (nr. 10 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een gummiknuppel (nr. 15 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een “Replay” spijkerbroek (nr. 17 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 44 stuks drugs, kleur wit (nr. 19 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- 47 stuks drugs, kleur groen (nr. 20 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de navolgende voorwerpen:

- twee gele brieven (nr. 3 en 5 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een groene lange regenjas (nr. 11 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen);

- een kluis (nr. 12 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen).

Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mr. Kleinrensink en mr. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2008.