Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3859

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
07-02-2008
Zaaknummer
06/086015-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte in de zogenaamde D'n Anwas-affaire.

De verdachte heeft op grond van artikel 6 van het EVRM recht om binnen een redelijke termijn berecht te worden. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn in deze zaak in zeer ernstige mate is overschreden. Zie ook LJNummer BC3861 voor medeverdachte C en LJNummer BC3863 voor medeverdachte B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/086015-00

Uitspraak d.d.: 5 februari 2008

Tegenspraak/ dip

Na aanhouding: verschenen, (aangezegd)

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats 1940],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 december 2007 en 5 februari 2008.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. op een

of meer verschillende tijdstippen in de periode december 1995 tot en met

maart 1998, in de gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland en/of vanuit

Nederland,

tezamen en in vereniging met de Beleggingssociëteit d'n

Anwas en/of (vanaf 11 augustus 1997) de Beleggerssociëteit d'n Anwas en/of

met een of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk buiten een besloten kring een of meer gelden of andere

goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling, als bedoeld in artikel 1

onder c van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, te weten,

de genoemde Beleggingssociëteit d'n Anwas en/of (vanaf 11 augustus 1997) de

genoemde Beleggerssociëteit d'n Anwas,

waaraan geen vergunning, in de zin van artikel 4 van genoemde wet, was

verleend, heeft gevraagd en/of heeft verkregen en/of rechten van deelneming in

die beleggingsinstelling heeft aangeboden,

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 4 lid 1 Wet toezicht beleggingsinstellingen

2.

Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. in de

gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland, op na te noemen tijdstippen,

tezamen en in vereniging met de Beleggingssociëteit d'n Anwas en/of (vanaf 11

augustus 1997) de Beleggerssociëteit d'n Anwas en/of met een of meer

natuurlijke personen, althans alleen,

op of omstreeks 1 september 1997 en/of 1 november 1997 en/of 8 december 1997

en/of 1 januari 1998 en/of 1 februari 1998 en/of 7 september 1998 en/of 7

oktober 1998, althans op zeven of een of meer tijdstippen in of omstreeks de

periode september 1997 tot en met oktober 1998,

(telkens) een (maand-)overzicht of vermogensopgave geadresseerd aan 71,

althans aan een of meer verschillende (rechts-)personen, inhoudende een

opgave van de waarde van één participatie in een beleggingsportefeuille,

genoemd D'n Anwas (jaargang) 1996 of D'n Anwas (tranche) I, zijnde die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) geschriften/een geschrift

die/dat bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde,

althans van enig feit,

(vindplaats van een voorbeeld van de documenten: 2/D/053, 2/D/055 tot en met

2/D/058, 2/D/065 en 2/D/066)

en/of

op of omstreeks 1 september 1997 en/of 1 november 1997 en/of 1 december 1997

en/of 1 januari 1998 en/of 1 februari 1998 en/of 1 mei 1998 en/of 1 juli 1998

en/of 4 augustus 1998 en/of 7 september 1998 en/of 7 oktober 1998 (in

document abusievelijk vermeld: "7 september 1998"), althans op 10 of een of

meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode september 1997 tot

en met oktober 1998,

(telkens) een (maand-)overzicht of vermogensopgave geadresseerd aan 88,

althans aan een of meer verschillende (rechts-)personen, inhoudende een

opgave van de waarde van één participatie in een beleggingsportefeuille,

genoemd D'n Anwas (jaargang) 1997 of D'n Anwas (tranche) II, zijnde die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) geschriften/een geschrift

die/dat bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde,

althans van enig feit,

(vindplaats van een voorbeeld van de documenten: 2/D/075,2/D/077 tot en met

2/D080, 2/D/083 en 2/D/085 tot en met 2/D/088)

en/of

op of omstreeks 1 mei 1998 en/of 1 juli 1998 en/of 4 augustus 1998 en/of 7

september 1998 en/of 7 oktober 1998, althans op 5 of een of meer

verschillende tijdstippen in de periode mei 1998 tot en met oktober 1998,

(telkens) een (maand-)overzicht of vermogensopgave geadresseerd aan 111,

althans aan een of meer verschillende (rechts-)personen, inhoudende een opgave

van de waarde van één participatie in een beleggingsportefeuille, genoemd D'n

Anwas (jaargang) 1998 of D'n Anwas (tranche) III, zijnde die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) geschriften/een geschrift

die/dat bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde,

althans van enig feit,

(vindplaats van een voorbeeld van de documenten: 2/D/093 en 2/D/095 tot en met

2/D/098)

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat (maand-)overzicht(en) of

die vermogensopgave(n) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te

doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat in die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) van die genoemde jaargang(en)

of tranche(s) (telkens) een te hoge waarde van de participatie werd vermeld,

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

B)

dat Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. in de

gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland, op na te noemen tijdstippen,

tezamen en in vereniging met de Beleggingssociëteit d'n Anwas en/of (vanaf 11

augustus 1997) de Beleggerssociëteit d'n Anwas en/of met een of meer

natuurlijke personen, althans alleen,

op of omstreeks 10 maart 1997 en/of 5 mei 1997 en/of 4 juni 1997 en/of 3 juli

1997 en/of 1 maart 1998 en/of 1 juni 1998, althans op 6 of een of meer

verschillende tijdstippen in de periode maart 1997 tot en met juni 1998,

(telkens) een (maand-)overzicht of vermogensopgave geadresseerd aan 71,

althans een of meer verschillende (rechts-)personen, inhoudende een opgave van

de waarde van één participatie in een beleggingsportefeuille, genoemd D'n

Anwas (jaargang) 1996 of D'n Anwas (tranche) I, zijnde die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) geschriften/een geschrift

die/dat bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde,

althans van enig feit,

(vindplaats van een voorbeeld van de documenten: 2/D/047, 2/D/049 tot en met

2/D/051, 2/D/059 en 2/D/062)

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat (maand-)overzicht(en) of

die vermogensopgave(n) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te

doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat in die/dat

(maand-)overzicht(en) of die vermogensopgave(n) van die jaargang 1996 of die

tranche I (telkens) een te lage waarde van de participatie werd vermeld,

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. in de

gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland, op na te noemen tijdstippen,

althans op een of meer verschillende tijdstippen in de periode maart 1998 tot

en met juni 1998,

tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een

of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk na te noemen of een of meer van na te noemen (girale)

geldbedragen of vermogenswaarden, te weten:

a)

op of omstreeks 2 of 4 maart 1998 een bedrag of vermogenswaarde van (ongeveer)

f 24.000,- en/of op of omstreeks 16 of 18 juni 1998 een bedrag of

vermogenswaarde van (ongeveer) f 30.000.-;

(zaak 8)

en/of

b)

op of omstreeks 5 of 8 mei 1998 een bedrag of vermogenswaarde van (ongeveer)

f 40.000,-;

(zaak 15)

en/of

c)

op of omstreeks 3 of 6 april 1998 een bedrag of vermogenswaarde van (ongeveer)

f 10.000,- en/of op of omstreeks 27 februari 1998 of 2 maart 1998 een bedrag

of vermogenswaarde van (ongeveer) f 24.000,- en/of op of omstreeks 3 of 4

maart 1998 een bedrag of vermogenswaarde van (ongeveer) f 42.500,- en/of

op of omstreeks 2 of 3 maart 1998 een bedrag of vermogenswaarde van (ongeveer)

f 20.000,- en/of op of omstreeks 3 of 4 maart 1998 een bedrag of

vermogenswaarde van (ongeveer) f 20.000,-;

(zaak 16)

d)

op of omstreeks 9 of 14 april 1998 een bedrag of vermogenswaarde van

f 24.750,-;

(zaak 17)

en/of

e)

op of omstreeks 25 juni 1998 tot en met 30 juni 1998 een geldbedrag of

vermogenswaarde van (ongeveer) f 54.000,-;

(zaak 18)

welke geheel of ten dele toebehoorden aan een of meer leden van de zogenaamde

club van 10 en/of de Beleggings- en/of Beleggerssociëteit D'n Anwas, althans

aan een meer van haar cliënten, van wie de beleggingsportefeuille (mede) werd

geadministreerd door middel van het toen binnen het bedrijf van genoemde

rechtspersoon in gebruik zijnd geautomatiseerde administratiesysteem,

(afgekort) genaamd APM,

en welk(e) (giraal/girale) geldbedrag(en) of vermogenswaarde(n) genoemde

rechtspersoon (telkens) uit hoofde van haar beroep van bankier en/of

beleggingsadviseur en/of tegen geldelijke vergoeding onder zich had,

namelijk had genoemde rechtspersoon die/dat (giraal/girale) geldbedrag(en) of

vermogenswaarde(n), (telkens) na een winstgevende beleggingstransactie, onder

zich gekregen om deze te verdelen over of toe te wijzen aan die genoemde of

een of meer van die genoemde leden van die club van 10 en/of die Beleggings-

en/of Beleggerssociëteit D'n Anwas,

althans welke (girale) gelden/(giraal) geld of vermogenswaarde(n) genoemde

rechtspersoon (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, hierin bestaande, dat die/dat

girale/giraal geldbedrag(en) of vernogenswaarde(n) (telkens) werd(en)

toegedeeld aan een of meer andere cliënten dan genoemde rechthebbende(n)

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

4.

Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. in de

gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland, op een of meer verschillende

tijdstippen in de periode april 1996 tot en met augustus 1997,

tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een

of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door listige kunstgrepen,

(telkens) hierin bestaande, dat (telkens) listiglijk en bedrieglijk zonder

instemming of medeweten van na te noemen vereniging een verplichting of

verplichtingen met een negatieve vermogenswaarde behorende bij een of meer

optiecontracten uit een beleggingsportefeuille van een andere belegger dan de

hierna te noemen vereniging middels een (interne) overboeking vanuit die

beleggingsportefeuille zonder financiële tegenboeking werd overgeboekt naar

de of een of meer van de beleggingsportefeuilles van de hierna te noemen

vereniging en/of dat (telkens) listiglijk en bedrieglijk (daarmee) werd

voorgewend dat het (telkens) (een) op na te noemen vereniging rustende

verplichting(en) betrof,

de vereniging: Beleggingssociëteit d'n Anwas en/of (vanaf 11 augustus 1997)

Beleggerssociëteit d'n Anwas heeft bewogen tot het aangaan van na te noemen

of een of meer van te noemen schulden en/of tot afgifte van na te noemen of

een of meer van na te noemen (girale) geldbedragen,

hebbende die aangegane schuld(en) en/of die afgifte(n) van die (girale)

geldbedragen/dat (girale) geldbedrag bestaan uit de navolgende opgave:

a) vanuit de beleggingsportefeuille van [medeverdachte B], op of omstreeks 2 december

1996 een schuld van (ongeveer) f 30.300,- en/of op of omstreeks 27 februari

1997 een afgifte van (ongeveer) f 39.380,- en /of op of omstreeks 29 mei

1996 een schuld van (ongeveer) f 25.000,- en/of op of omstreeks 31 mei 1996

een afgifte van (ongeveer) f 26.040,- (als onderdeel van een totale

sluitingstransactie van (ongeveer) f 65.100,-) en/of op of omstreeks 12 juni

1996 een schuld van (ongeveer) f 31.000,- en/of op of omstreeks 17 juni 1996

een afgifte van (ongeveer) f 29.240,- (als onderdeel van een totale

sluitingstransactie van (ongeveer) f 73.100,-);

b) vanuit de beleggersportefeuille van [bedrijf medeverdachte B]. BV, op of

omstreeks 26 februari 1997 een schuld van (ongeveer) f 39.000,- en/of op of

omstreeks 27 februari 1997 een afgifte van (ongeveer) f 39.916,- (als

onderdeel van een totale sluitingstransactie van (ongeveer) f 99.790,-);

(zaak 3 voor zowel sub a en b)

c) vanuit de beleggersportefeuille van [medeverdachte C] op of omstreeks 2

december 1996 of 26 februari 1997 een schuld van (ongeveer) f 21.600,- en/of

op of omstreeks 27 februari 1997 een afgifte van (ongeveer) f 13.583,- (als

onderdeel van een totale sluitingstransactie van (ongeveer) f 39.830,-) en/of

op of omstreeks 29 mei 1996 een schuld van (ongeveer) f 37.500,- en/of op of

omstreeks 31 mei 1996 een afgifte van (ongeveer) f 39.060,- en/of op of

omstreeks 12 juni 1996 een schuld van (ongeveer) f 46.500,- en/of op of

omstreeks 17 juni 1996 een afgifte van (ongeveer) f 43.860,- (als onderdeel

van een totale sluitingstransactie van (ongeveer) f 73.100,-) en/of op of

omstreeks 26 februari 1997 een schuld van (ongeveer) f 58.500,- e/of op of

omstreeks 27 februari 1997 een afgifte van (ongeveer) f 59.874 (als onderdeel

van een totale sluitingstransactie van f 99.790,-) en/of op of omstreeks 21

mei 1997 een schuld van (ongeveer) f 29.800,- en/of op of omstreeks 9 juni

1997 een afgifte van (ongeveer) f 17.316,- (als onderdeel van een totale

sluitingstransactie van f 43.290,-) en/of op of omstreeks 29 november 1996 een

schuld van (ongeveer) f 16.800,- en/of op of omstreeks 9 december 1996 een

afgifte van (ongeveer) f 16.537,50 en/of op of omstreeks 19 maart 1997 een

schuld van (ongeveer) f 40.000,- en/of op of omstreeks 21 maart 1997 een

afgifte van f 36.160,-;

(zaak 4)

d) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 1], op of omstreeks 7 mei

1997 een schuld van (ongeveer) f 107.000,- en/of op of omstreeks 20 mei 1997

een afgifte van (ongeveer) f 118.340,-;

(zaak 10)

e) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 2], op of omstreeks 9 juni 1997 een schuld van (ongeveer) f 165.600,-

en/of op of omstreeks 10 juni 1997 een afgifte (ongeveer) f 168. 471,- en/of

op of omstreeks 21 mei 1997 een schuld van (ongeveer) f 97.400,- en/of op of

omstreeks 26 mei 1997 een afgifte van (ongeveer) f 94.340,-;

(zaak 9)

f) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 3], op of omstreeks 2 juli

1997 een schuld van (ongeveer) f 133.000,- en/of op of omstreeks 3 juli 1997

een afgifte van (ongeveer) f 139.340,-;

(zaak 7)

g) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 4], op of omstreeks 11 juli

1997 een schuld van (ongeveer) f 117.500,- en/of op of omstreeks een afgifte

van (ongeveer) f 105.790,-;

(zaak 8)

h) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 5], op of omstreeks 4 of 7 juli 1997 een schuld van (ongeveer)

f 177.500,- en/of op of omstreeks een afgifte van (ongeveer) f 186.665,-

en/of op of omstreeks 24 juli 1997 een schuld van (ongeveer) f 250.000,- en/of

op of omstreeks 25 juli 1997 een afgifte van (ongeveer) f 251.665,-;

(zaak 11)

i) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 6], op of omstreeks 28 juli

1997 een schuld van (ongeveer) f 47.400,- en/of op of omstreeks 29 juli 1997

een afgifte van (ongeveer) f 46. 990,-;

(zaak 12)

j) vanuit de beleggingsportefeuille van [naam 7], op of

omstreeks 5 augustus 1997 een schuld van (ongeveer) f 72.000,- en/of op of

omstreeks 6 augustus 1997 een afgifte van (ongeveer) f 83.340,-;

(zaak 13)

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 326 Wetboek van Strafrecht

5.

Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29 december 1999)

Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en Omstreken" B.A. in de

gemeente Doetinchem en/of (elders) in Nederland, op een of meer verschillende

tijdstippen in de periode april 1996 tot en met augustus 1998,

tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een

of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door listige kunstgrepen,

(telkens) hierin bestaande, dat (telkens) listiglijk en bedrieglijk zonder

instemming of medeweten van na te noemen vereniging een hoeveelheid aandelen

uit een beleggingsportefeuille van een andere belegger dan de hierna te

noemen vereniging werd overgeboekt naar de of een of meer van de

beleggingsportefeuilles van de hierna te noemen vereniging, waarbij een hogere

koers werd gehanteerd dan de dan geldende beurskoers en/of door middel van een

interne overboeking in genoemde administratie na te noemen bedragen/bedrag

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging naar

na te noemen beleggersrekening(en) en/of waarbij op de effectennota,

geadresseerd aan die vereniging, betreffende die transactie(s) werd vermeld:

"voor u gekocht te Amsterdam"

de vereniging: Beleggingssociëteit d'n Anwas en/of (vanaf 11 augustus 1997)

Beleggerssociëteit d'n Anwas heeft bewogen tot het tot afgifte van na te

noemen of een of meer van na te noemen (girale) geldbedragen,

hebbende die afgifte(n) van die (girale) geldbedragen/dat (girale) geldbedrag

hierin bestaan, dat

a) op of omstreeks 17 april 1996 een afgifte van (ongeveer) f 73.700,- of een

bedrag van (ongeveer) f 12.800,- , zijnde dit laatste bedrag het verschil

tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende beurskoers,

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging naar

de beleggersrekening van [medeverdachte B];

(zaak 3)

b) op of omstreeks 17 april 1996 een afgifte van (ongeveer) f 73.700,- of een

bedrag van (ongeveer) f 12.800,- , zijnde dit laatste bedrag het verschil

tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende beurskoers,

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging naar

de beleggersrekening van [medeverdachte C];

(zaak 3)

c) op of omstreeks 23 april 1997 een afgifte van (ongeveer) f 314.011,40 of

een bedrag van (ongeveer) f 17.000,- , zijnde dit laaste bedrag het verschil

tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende beurskoers,

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging

naar de beleggersrekening van [naam 1];

(zaak 10)

d) op of omstreeks 23 april 1997 een afgifte van (ongeveer) f 310.591,- of

een bedrag van (ongeveer) f 15.691,- , zijnde dit laatste bedrag het verschil

tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende beurskoers,

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging naar

de beleggersrekening van [naam 8];

(zaak 16)

e) op of omstreeks 21 november 1997 een afgifte van (ongeveer) f 242.600,- of

een bedrag van (ongeveer) f 25.000,- , zijnde dit laatste bedrag het verschil

tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende beurskoers,

werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die vereniging

naar de beleggersrekening van [naam 9];

(zaak 15)

f) op of omstreeks 10 april 1997 een afgifte van (ongeveer) f 1.851.824,53

of een bedrag van (ongeveer) f 92.500,- , zijnde dit laatste bedrag het

verschil tussen de gehanteerde te hoge koers en de op die datum geldende

beurskoers, werd overgeboekt/-geschreven van een beleggersrekening van die

vereniging naar de beleggersrekening van [naam 10];

(zaak 20)

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven danwel feitelijk leiding heeft

gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

art 326 Wetboek van Strafrecht

6.

[naam 11] op of omstreeks 19 september 1997 en/of 15 april 1998, althans op een

meer verschillende tijdstippen in de periode september 1997 tot en met april

1998, in de gemeente Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting 1996/vermogensbelasting 1997 en/of voor de

inkomstenbelasting 1997/vermogensbelasting 1998,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Hoofd Ondernemingen te Winterswijk,

terwijl daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in het

aangiftebiljet inkomstenbelasting 1996/vermogensbelasting 1997 en/of in het

aangiftebiljet inkomstenbelasting 1997/vermogensbelasting 1998 (telkens) ten

onrechte een negatief, althans een te negatief belastbaar inkomen werd

opgegeven

en/of

[bedrijf naam 11] BV op of omstreeks 19 september 1997 en/of 15 april 1998,

althans op een of meer verschillende tijdstippen in de periode september 1997

tot en met april 1998, in de gemeente Winterswijk en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een

of meer natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de vennootschapsbelasting over het kalenderjaar 1996 of het boekjaar

1996/1997 en/of over het kalenderjaar 1997 of het boekjaar 1997/1998,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Hoofd Ondernemingen te Winterswijk,

terwijl daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

de/het aangiftebiljet(ten) betreffende die/dat kalenderja(a)r(en) of die/dat

boekja(a)r(en) (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans een te laag

bedrag van de belasting werd opgegeven,

welk(e) strafbare feiten/strafbaar feit de Coöperatieve Rabobank Doetinchem

U.A. voorheen (tot 29 december 1999) Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank

"Doetinchem en Omstreken" B.A. in de gemeente Doetinchem, op een of meer

verschillende tijdstippen in de periode 1996 tot en met 1997,

(telkens) door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

opzettelijk heeft uitgelokt door toen daar (telkens) aan genoemde Geluk, welke

toen directeur/aandeelhouder was van [[bedrijf naam 11] BV, opzettelijk voor te

stellen of mee te delen, dat een retourprovisie betrekking hebbende op de

beleggingsportefeuille van [[bedrijf naam 11] BV op de privé-rekening van

genoemde Geluk zou worden overgeboekt en/of door toen daar (telkens)

opzettelijk een zogenaamde retourprovisie betrekking hebbend op een

beleggingsportefeuille van laatstgenoemde besloten vennootschap te crediteren

op of bij te schrijven op de privé-rekening van genoemde Geluk,

althans,

zulks terwijl de Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29

december 1999) Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en

Omstreken" B.A. in de gemeente Doetinchem, op een of meer schillende

tijdstippen in de periode november 1996 tot en met december 1997,

(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft

verschaft tot het plegen van bovenomschreven misdrijven/misdrijf door toen

daar (telkens) opzettelijk een zogenaamde retourprovisie betrekking hebbend op

een beleggingsportefeuille van [[bedrijf naam 11] BV te crediteren op of bij te

schrijven op de privé-rekening van genoemde Geluk,

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit (van genoemde Rabobank) opdracht heeft gegeven danwel

feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en)

(van die genoemde Rabobank);

(Zaak 19)

(vindplaats proces-verbaal met bijlagen contra [naam 11]/[[bedrijf naam 11] BV:

documenten 19/D/01 tot en met 19/D/15d)

art 68 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

7.

[naam 12] op of omstreeks 26 maart 1999, althans in de maand maart 1999, in de

gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de

inkomstenbelasting 1997/vermogensbelasting 1998,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Hoofd Ondernemingen te Arnhem,

terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen

worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in het

aangiftebiljet inkomstenbelasting 1997/vermogensbelasting 1998 een te laag

belastbaar inkomen werd opgegeven;

en/of

[bedrijf naam 12] BV op of omstreeks 25 maart 1999, althans in de maand maart 1999, in

de gemeente Arnhem en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een

of meer natuurlijke personen, althans alleen,

opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de

vennootschapsbelasting over het kalenderjaar 1997 of het boekjaar 1997/1998,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Hoofd Ondernemingen te Arnhem,

terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen

worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in het

aangiftebiljet betreffende dat kalenderjaar of dat boekjaar ten onrechte een

negatief, althans een te negatief belastbaar bedrag werd opgegeven,

welk(e) strafbare feit/strafbaar feit de Coöperatieve Rabobank Doetinchem

U.A. voorheen (tot 29 december 1999) Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank

"Doetinchem en Omstreken" B.A. in de gemeente Doetinchem, in 1997,

door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen opzettelijk

heeft uitgelokt door toen daar aan genoemde [naam 12], welke toen

directeur/aandeelhouder was van [bedrijf naam 12] BV, opzettelijk voor te stellen of

mee te delen, dat een retourprovisie betrekking hebbende op de

beleggingsportefeuille van [bedrijf naam 12] BV op de privé-rekening van genoemde

[naam 12] zou worden overgeboekt en/of opzettelijk een zogenaamde

retourprovisie betrekking hebbend op een beleggingsportefeuille van die Grote

Hof BV te crediteren op of bij te schrijven op de privé-rekening van genoemde

[naam 12],

althans,

zulks terwijl de Coöperatieve Rabobank Doetinchem U.A. voorheen (tot 29

december 1999) Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank "Doetinchem en

Omstreken" B.A. in de gemeente Doetinchem, in december 1997,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft tot

het plegen van bovenomschreven misdrijven/misdrijf door toen daar opzettelijk

een zogenaamde retourprovisie betrekking hebbend op een

beleggingsportefeuille van [bedrijf naam 12] BV te crediteren op of bij te schrijven

op de privé-rekening van genoemde [naam 12],

zulks terwijl hij, verdachte, als directeur van genoemde bank al dan niet in

vereniging met een of meer anderen tot bovenomschreven strafbare

feiten/strafbaar feit (van genoemde Rabobank) opdracht heeft gegeven danwel

feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en)

(van die genoemde Rabobank);

(Zaak 18)

(vindplaats proces-verbaal met bijlagen contra [naam 12]/[bedrijf naam 12] BV:

documenten 18/D/01 tot en met 18/D/14e)

art 68 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

1. Met een toelichting als vermeld in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnotities en in de processen-verbaal van het ter terechtzitting verhandelde is namens verdachte door zijn raadsman het preliminaire verweer gevoerd, dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden in zodanige mate en onder zodanige omstandigheden, dat zulks dient te leiden tot het niet ontvankelijk verklaren van de officier van justitie in zijn vervolging.

2. Met een toelichting als vermeld in de processen-verbaal van het ter terechtzitting verhandelde en in de door hem op 5 februari 2008 overgelegde schriftelijke samenvatting, heeft de officier van justitie dit verweer bestreden en geconcludeerd tot zijn ontvankelijkheid in de vervolging.

3. Op grond van de stukken en het ter terechtzitting verhandelde kan het volgende worden vastgesteld.

a. De vervolging heeft betrekking op een zevental strafbare feiten, welke zouden zijn begaan in één of meer jaren van de periode 1995 tot en met 1998.

b. Bedoelde feiten leidden in en na 1998 tot veel media aandacht en in maart 2000 tot een strafrechtelijk opsporingsonderzoek, dat betrekking had op acht verdachten en dat door de FIOD werd voltooid in maart 2001.

c. In het kader van dit onderzoek werd op vordering van de officier van justitie op 19 mei 2000 een gerechtelijk vooronderzoek geopend en werden bij de verdachten doorzoekingen verricht op 23 mei 2000.

d. Van het gerechtelijk vooronderzoek is door de raadsman van verdachte en de raadslieden van de medeverdachten gebruik gemaakt door het laten horen van getuigen en het laten toevoegen van stukken.

Overeenkomstig de wens van de officier van justitie “om de zaken bij elkaar te houden” en tot een samenhangend dossier te komen, heeft de rechter-commissaris zijn verrichtingen in de afzonderlijke zaken ambtshalve zo veel mogelijk uitgebreid met gelijktijdige en soortgelijke verrichtingen in de overige zaken.

Het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten op 19 april 2004 en heeft geleid tot 32 verhoren van getuigen in het Kabinet van de rechter-commissaris.

e. Op 24 mei 2004 heeft de officier van justitie aan verdachte doen betekenen een kennisgeving van verdere vervolging, waarin de omschrijving van de strafbare feiten overeenstemde met een reeds in februari 2002 aan de rechter-commissaris en de raadslieden toegezonden concept tenlastelegging.

f. Op 18 november 2005 heeft de officier van justitie de in dit geval noodzakelijke en in fasen verlopende procedure ingeleid, ten einde toestemming te verkrijgen voor het zo mogelijk afdoen van de zaken van verdachte en de medeverdachten door het laten betalen van hoge transactiebedragen.

Bij brieven van 25 november 2005 heeft de officier van justitie van dit feit individueel mededeling gedaan aan de betrokken raadslieden en bij brieven van 28 juni 2006 heeft zij de raadslieden individueel geïnformeerd omtrent het voor de betrokken verdachte bepaalde transactievoorstel met bijbehorende randvoorwaarden.

g. Van de zeven uit het onderzoek voortgekomen strafzaken zijn er inmiddels vier door transactie afgedaan. In de zaken van verdachte en twee medeverdachten is de officier van justitie medio november 2007 tot dagvaarding overgegaan, aangezien de terzake individueel gevoerde correspondentie geen uitzicht (meer) bood op het bereiken van overeenstemming over afdoening door transactie.

4. Bij de beoordeling van een verweer als het onderhavige moet, gelet op de bestaande rechtspraak van de Hoge Raad inzake toepassing van het redelijke termijnvoorschrift in strafzaken, het volgende voorop worden gesteld:

- de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn loopt vanaf het moment dat vanwege de Staat een handeling is verricht jegens de betrokkene, waaraan deze de verwachting heeft ontleend en in redelijkheid kon ontlenen, dat het openbaar ministerie een strafvervolging tegen hem zou instellen.

- voor de met een eindvonnis afgesloten berechting in eerste aanleg kan bedoelde termijn in beginsel gesteld worden op twee jaar, met dien verstande dat zakelijke, processuele en/of persoonlijke bijzonderheden kunnen leiden tot hantering van een kortere of langere termijn.

- bij het al dan niet verbinden van enig rechtsgevolg aan overschrijding van bedoelde

termijn dient het belang van een verdachte bij verval van de strafvorderingsbevoegdheid afgewogen te worden tegen het belang van de maatschappij bij normhandhaving door berechting.

- mede gelet op de wettelijke mogelijkheid van strafvermindering als sanctie op onherstelbare verzuimen bij het voorbereidend onderzoek, is bij zodanige afweging slechts in uitzonderlijke gevallen plaats voor niet ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie en voor een zodanige beslissing geldt dan ook een verzwaarde motiveringsplicht.

5. Evenals de officier van justitie en de raadsman merkt de rechtbank de op 23 mei 2000 verrichte doorzoeking als gebeurtenis aan, waardoor voor verdachte de redelijke termijn is gaan lopen.

Hiervan uitgaande stelt de rechtbank vast, dat tussen dat tijdstip en de data van de dagvaarding of de (voor regiebeslissingen bestemde) eerste terechtzitting zeven jaar en bijna zes respectievelijk zeven maanden zijn verstreken.

Hoewel de aard en de omvang van de zaak alsmede de op verzoek van verdachte en de medeverdachten door de rechter commissaris verrichte onderzoekshandelingen (naast de volgens de rechter commissaris tegenvallende beschikbaarheid van de raadslieden) kunnen worden aangemerkt als vertragende factoren waardoor de berechting in eerste aanleg redelijkerwijs niet of uiterst moeilijk binnen circa twee jaar had kunnen worden afgerond, is de rechtbank tegen de achtergrond van het vorenoverwogene van oordeel, dat jegens verdachte de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM in zeer ernstige mate is overschreden, zodat de vraag rijst of daaraan thans de uitzonderlijke sanctie van niet ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie dient te worden verbonden.

6. Deze vraag moet naar het oordeel van de rechtbank bevestigend worden beantwoord, gelet op het volgende:

-het gerechtelijk vooronderzoek heeft op een maand na vier jaar geduurd en had veel eerder kunnen en moeten worden afgerond, gelet op het aantal verhoren en de aard van de overige verrichtingen.

Blijkens de stukken werd met de verhoren eerst begonnen op 20 september 2001, volgde het 23e verhoor reeds op 27 februari 2002 en vond het 32e en laatste verhoor eerst plaats op 30 oktober 2003. In de periode tussen de laatste twee data liggen periodes van nagenoeg volledige inactiviteit van bijna zeven maanden, ruim twee maanden en ruim acht maanden, terwijl tussen laatstvermelde datum en de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek nog eens een nagenoeg volledig inactieve periode van ruim een half jaar verstreek. Uit de correspondentie komt overigens naar voren, dat het tempo van de verhoren nadelig is beïnvloed als gevolg van de omstandigheid, dat door de officier van justitie toegezegde uitwerkingen van aanvankelijk verloren gewaande telefoontaps zeer langdurig uitbleven en dat de officier van justitie voor dit gevolg door de rechter-commissaris is gewaarschuwd bij brief van 17 december 2002.

-in het licht van de ouderdom van de strafbare feiten en de processueel riskante vertraging die bij de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek al bestond, moge begrijpelijk zijn dat de officier van justitie nadien besloot de mogelijkheid van afdoening(en) door transactie te onderzoeken, die keuze bracht wel risico’s mede, alleen al in de zin van verdere vertraging en zeker bij een processuele opstelling zoals de onderhavige verdachte innam en is blijven innemen.

Naar het oordeel van de rechtbank had de officier van justitie deze risico’s echter goeddeels kunnen vermijden door kort na de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek tot dagvaarding over te gaan tegen een enkele maanden later gelegen rechtsdag en door deze stap te laten volgen door relevante informatie omtrent de geclausuleerde bereidheid tot tussentijds overleg omtrent afdoening door transactie.

Niet begrijpelijk acht de rechtbank dan ook dat de officier van justitie deze weg niet

heeft bewandeld en het schikkingstraject bovendien eerst zo laat is ingegaan en zo lang heeft laten voortslepen als hierboven vastgesteld.

De rechtbank merkt in dit verband op, dat tussen de kennisgeving van verdere vervolging en de dagvaarding een periode van drie jaar en bijna vijf maanden zonder enige vervolgingsdaad is verstreken en dat de eerste zeventien maanden van dit tijdvak bovendien worden gekenmerkt door het ontbreken van enige zichtbare activiteit.

- Mede gelet op zijn maatschappelijke achtergrond en de defamerende aard van de hem verweten strafbare feiten, is ook zonder de terzake gegeven toelichting, genoegzaam duidelijk, dat verdachte in zijn door het redelijke termijnvoorschrift beschermde belangen fors is getroffen door de trage voortgang en de ongerijmd en onnodig lange totaalduur van zijn nog onvoltooide strafzaak.

- De onderhavige strafzaak heeft betrekking op feiten die inmiddels tussen de tien en dertien jaar geleden hebben plaatsgevonden en terzake waarvan de benadeelden al geruime tijd geleden volledig schadeloos zijn gesteld door een van de getransigeerd hebbende verdachten. Naar het zich laat aanzien, is inmiddels de destijds door de zogeheten D’n Anwas affaire ontstane beroering goeddeels weggeëbd.

Voor de rechtbank is niet aannemelijk geworden, dat deze strafzaak desondanks, ook thans nog, valt aan te merken als zodanig actueel en gewichtig, dat bij de noodzakelijke belangenafweging aan het belang van de strafvordering doorslaggevende betekenis zou moeten worden toegekend.

Beslissing

Rechtdoende:

Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Prisse en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

5 februari 2008.

Mr. Gilhuis is buiten staat mede te ondertekenen.