Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3525

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
06/925198-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inwoner uit Wehl is veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur voor handel in en het voorhanden hebben van illegaalvuurwerk. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige economische kamer

Parketnummer: 06/925198-07

Uitspraak d.d.: 5 februari 2008

Tegenspraak/ dip

VONNIS promis

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1987],

wonende te [adres en plaats].

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2008.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 15 september 2006 tot en met 24 oktober

2006, te Aalten, al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid consumentenvuurwerk,

soortgelijk aan het hierna genoemde consumentenvuurwerk heeft afgeleverd en/of

consumentenvuurwerk, te weten 10.215, althans een aantal (nitraa) rotjes, 2,

althans een aantal Chinese rollen, 300, althans een aantal Chinese vlinders

en/of 1 flowerbed, voorhanden heeft gehad, ten aanzien waarvan niet werd

voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van

voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet

milieugevaarlijke stoffen gestelde regels, immers

was voornoemd vuurwerk niet voorzien van:

- a. de aanduiding: "Geschikt voor particulier gebruik";

en/of

b. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat

bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de

gebruiker en/of omstanders kon ontstaan;

en/of

- bedroeg de (totale) lading van de flowerbed meer dan de toegestane

hoeveelheid;

en/of

- bestond de lading van de (nitraat)rotjes en/of de Chinese rollen niet

volledig uit zwart buskruit;

en/of

- a. had (een deel van) van voornoemd vuurwerk een zodanige constructie, was

(een deel van) van voornoemd vuurwerk zodanig vervaardigd en verkeerde

(een deel van) van voornoemd vuurwerk in een zodanige staat,

b. was, wat aard, samenstelling en overige eigenschappen van (een deel van)

van voornoemd vuurwerk betreft, zodanig, en/of

c. functioneerde (een deel van) van voornoemd vuurwerk niet zodanig, dat bij

gebruik overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van dat vuurwerk geen letsel

of schade kan ontstaan;

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

3. Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. Partiele nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank zal de dagvaarding wegens innerlijke tegenstrijdigheid nietig verklaren ten aanzien van hetgeen onder het vierde gedachtestreepje is ten laste gelegd.

Nog daargelaten dat alhier de positieve formulering van de onderdelen a en b niet spoort met de negatieve formulering van onderdeel c, moet voor de drie onderdelen gelden, dat zij slechts strafrechtelijke betekenis kunnen hebben ten aanzien van vuurwerk dat van een gebruiksaanwijzing is voorzien, terwijl in het onderhavige geval evident is dat de gehele tenlastelegging juist het oog heeft op vuurwerk dat niet van een gebruiksaanwijzing was voorzien.

5. Bewijsoverweging

5.1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

5.2.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich dienaangaande gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd.

Bewijsmiddelen

5.3

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de - navolgende - overwegingen ten aanzien van het bewijs, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0644/07-200930, gesloten en ondertekend op

27 februari 2007.

De bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit is gebaseerd op de bekennende

verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij in de periode van 15 september 2006 tot en met 24 oktober 2006 in de gemeente Aalten opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk heeft afgeleverd als in de tenlastelegging omschreven en dat hij de omschreven soorten en hoeveelheden vuurwerk voorhanden heeft gehad. Voorts is de bewezenverklaring mede gebaseerd op het proces-verbaal van bevindingen (pagina 557-558) en het proces-verbaal statusoverzicht inbeslaggenomen vuurwerk (pagina 559-563).

6. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank acht bewezen dat:

hij in de periode van 15 september 2006 tot en met 24 oktober 2006, te Aalten, opzettelijk een hoeveelheid consumentenvuurwerk, soortgelijk aan het hierna genoemde consumentenvuurwerk heeft afgeleverd en consumentenvuurwerk, te weten 10.215 (nitraat) rotjes, 2 Chinese rollen, 300 Chinese vlinders en 1 flowerbed, voorhanden heeft gehad, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels, immers was voornoemd vuurwerk niet voorzien van:

- a. de aanduiding: "Geschikt voor particulier gebruik";

en

- b. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan;

en

- bedroeg de (totale) lading van de flowerbed meer dan de toegestane hoeveelheid;

en/of

- bestond de lading van de (nitraat)rotjes en/of de Chinese rollen niet volledig uit zwart

buskruit.

7. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

8. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

9. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

10. Oplegging van straf en/of maatregel

10.1

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

- 240 uur werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat zijn eis is gebaseerd op de richtlijnen voor het eigen gebruik en handel in illegaal vuurwerk, maar dat hij anderzijds in het voordeel van verdachte ook rekening heeft gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

10.2

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij zich kan vinden in de gevorderde werkstraf. Gezien het feit dat verdachte voor de eerste keer met politie en justitie in aanraking is gekomen acht zij oplegging van een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde.

10.3

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte uit geldelijk gewin een grote hoeveelheid illegaal en krachtig vuurwerk aan een ander heeft afgeleverd en dat hij daarnaast een hoeveelheid van dat vuurwerk voorhanden heeft gehad. Het is algemeen bekend dat het gebruik van zodanig vuurwerk zeer ernstige risico’s pleegt op te leveren voor degene die het vuurwerk afsteekt, alsmede voor nietsvermoedende omstanders.

Ook heeft de rechtbank gelet op de straftoemeting in zaken van enigszins vergelijkbare aard. Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Voorts houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte heeft verklaard dat hij is gaan handelen in vuurwerk om daarmee het beoefenen van de motorcrosssport op hoog niveau te kunnen financieren. De rechtbank acht daarom het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden uit geldelijk gewin opnieuw een strafbaar feit te gaan plegen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen:

- 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 1.2.2, 2.1.1 en 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

- 9 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de dagvaarding nietig ten aanzien van hetgeen onder het vierde gedachtestreepje is ten laste gelegd.

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als hiervoor overwogen;

- verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

- veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van 2 uur per dag.

Aldus gewezen door mrs. Bos, voorzitter, Van Harreveld en Van de Wetering, rechters,

in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

5 februari 2008.