Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0974

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-10-2007
Datum publicatie
28-12-2007
Zaaknummer
89423 / FTRK 07-859
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vennootschap verzet zich met succes tegen haar faillietverklaring. Gronden om het salaris van de curator te korten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Zutphen

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 89423 / FTRK 07-859

Vonnis van 30 oktober 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DAM APELDOORN B.V.,

gevestigd te 7312 KJ Apeldoorn, Laan van Orden 8,

verzoekster,

procureur: mr. J.A. Venema,

Verzoekster wordt hierna aangeduid als Van Dam Apeldoorn B.V..

1. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het vonnis van deze rechtbank van 25 oktober 2007 vonnis, waarbij Van Dam Apeldoorn B.V. in staat van faillissement is verklaard, met benoeming van mr. M.J. van Lee als rechter-commissaris en van mr. E.J. Loor, advocaat en procureur te Apeldoorn, tot curator;

- het op 29 oktober 2007 ter griffie binnengekomen verzoekschrift;

- het proces-verbaal van de behandeling van het verzoek van 30 oktober 2007.

2. Het verzoek

Van Dam Apeldoorn B.V. verzet zich tegen haar faillietverklaring en verzoekt vernietiging van het vonnis van 25 oktober 2007. Van Dam Apeldoorn B.V. stelt daartoe niet in de toestand te verkeren dat zij heeft opgehouden te betalen.

3. De beoordeling

Uit hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen volgt dat Van Dam Apeldoorn B.V. voldoende middelen ter beschikking heeft om alle thans bekende crediteuren te kunnen voldoen, evenals de kosten van het faillissement. Het verzet dient dan ook te worden gehonoreerd.

Van Dam Apeldoorn B.V. heeft naar voren gebracht dat zij als gevolg van een misverstand in staat van faillissement is verklaard. Zij heeft namelijk de oproepingsbrief van de griffier van de rechtbank niet (goed) gelezen.

Nu Van Dam Apeldoorn B.V. aldus als gevolg van een eigen fout failliet is verklaard, dient zij de kosten van het faillissement te dragen.

De curator mr. E.J. Loor heeft in verband met zijn werkzaamheden gedurende de periode van het faillissement - van 25 oktober 2007 tot en met heden 30 oktober 2007 – een declaratie ingediend tot een bedrag van € 10.500,00 en ter adstructie daarvan een urenspecificatie overgelegd.

Uit deze specificatie volgt dat door mr. Loor tot aan de behandeling van het verzet van Van Dam Apeldoorn B.V., 38,20 uren aan het faillissement zijn besteed en door zijn kantoorgenoten mrs. B.M. König en H.C. Brandsma respectievelijk 17,50 uur 4,60 uur. Daarbovenop komen nog de uren besteed aan de behandeling van het verzet en de werkzaamheden na de beslissing op het verzet. Ter zitting heeft mr. Loor verklaard dat het totaal naar schatting op ruim 75 uren zal komen.

Mr. Loor heeft ter zitting verklaard dat hij van aanvang af ermee bekend was dat Van Dam Apeldoorn B.V. als gevolg van een misverstand in staat van faillissement is verklaard en dat het verzet een grote kans van slagen had, zet de rechtbank vraagtekens bij het salarisvoorstel van mr. Loor. Daartoe is te meer reden nu mr. Loor en zijn kantoorgenoten bekend worden verondersteld met het beleid van de afdeling insolventie van de rechtbank inhoudende dat hangende een verzet en een hoger beroep tegen een faillietverklaring een curator zo veel mogelijk moet voorkomen dat er kosten worden gemaakt. Mr. Loor is daarop telefonisch door de griffier op 26 en op 29 oktober 2007 nog eens uitdrukkelijk gewezen.

In dit licht valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom mr. Loor zelf tot aan de behandeling van het verzet ruim 38 uren aan de afwikkeling heeft besteed en waarom hij het nodig heeft geacht zich te laten bijstaan door liefst twee ervaren kantoorgenoten. Ook de schatting van de na de behandeling aan de afwikkeling te besteden uren komt de rechtbank veel te hoog voor.

Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank dient het vorenstaande ertoe te leiden dat op de declaratie van mr. Loor een aanzienlijke korting zal moeten worden toegepast. Alvorens daaromtrent definitief te beslissen zal mr. Loor in de gelegenheid worden gesteld zijn visie op dit voornemen van de rechtbank te geven.

DE BESLISSING

De rechtbank, rechtdoende,

vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 25 oktober 2007, waarbij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DAM APELDOORN B.V.,

gevestigd te 7312 KJ Apeldoorn, Laan van Orden 8,

in staat van faillissement is verklaard;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad

en, alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing omtrent het salaris en de kosten van de curator mr. Loor aan tot

5 november 2007, teneinde mr. Loor in de gelegenheid te stellen te reageren op overwegingen van de rechtbank omtrent zijn salariëring.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. van Lee, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2007

VONNIS 7 NOVEMBER 2007

RECHTBANK Zutphen

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 89423 / FTRK 07-859

Vonnis van 7 november 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DAM APELDOORN B.V.,

gevestigd te 7312 KJ Apeldoorn, Laan van Orden 8,

verzoekster,

procureur: mr. J.A. Venema,

Verzoekster wordt hierna mede aangeduid als Van Dam Apeldoorn B.V..

4. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het vonnis van deze rechtbank van 25 oktober 2007, waarbij Van Dam Apeldoorn B.V. in staat van faillissement is verklaard, met benoeming van mr. M.J. van Lee als rechter-commissaris en van mr. E.J. Loor, advocaat en procureur te Apeldoorn, tot curator;

- het vonnis in deze zaak van 30 oktober 2007;

- de brief van mr. Loor van 31 oktober 2007.

5. De verdere beoordeling

In voormeld vonnis van 30 oktober 2007 heeft de rechtbank het voornemen uitgesproken om het salarisvoorstel van de curator mr. Loor slechts gedeeltelijk te honoreren. Mr. Loor is vervolgens in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven op het door hem en zijn kantoorgenoten gedeclareerde aantal uren.

In zijn brief van 31 oktober 2007 heeft mr. Loor aangevoerd dat van de zijde van Van Dam niet is geprotesteerd tegen zijn declaratie en dat het aantal gewerkte uren noodzakelijk was, vanwege de complexiteit van de zaak. Zo trof hij bij zijn eerste bezoek een bedrijf aan van meer dan gemiddelde omvang met 60 man personeel, dat installatiewerkzaamheden voor vele grote opdrachtgevers uitvoert. Teneinde de rechtbank goed te kunnen adviseren over het wel of niet slagen van het verzet, moest de gehele onderneming worden doorgelicht en moesten gesprekken plaatsvinden met de bank en daarnaast moest er ook met het oog op een eventuele doorstart en/of verkoop van de activa een scenario worden uitgewerkt. Een deel van de tijd is besteed aan het informeren van werknemers, (financiële) instellingen en crediteuren. Gezien de beperkte tijd die hem ter beschikking stond heeft hij zijn ervaren kantoorgenoot mr. König ingeschakeld.

De rechtbank vindt in de toelichting van mr. Loor op het door hem gedeclareerde aantal uren van naar schatting 75 onvoldoende redenen om van haar voornemen af te zien. Dat oordeel wordt als volgt gemotiveerd.

Naar onweersproken is gebleven, is mr. Loor vanaf de eerste contacten met de directie van Van Dam Apeldoorn B.V. op de hoogte geweest van het feit dat Van Dam Apeldoorn B.V., als gevolg van een misverstand in staat van faillissement was verklaard en dat het ingestelde verzet daartegen een grote kans van slagen had. Mr. Loor heeft daaromtrent ter zitting nog verklaard dat hij had geconstateerd dat de rekening-courant nog voldoende ruimte bood om de vordering van de aanvrager te voldoen.

Het is (landelijk) vast beleid dat in de periode tot aan de beslissing op het verzet of het hoger beroep tegen een faillietverklaring de curator zijn werkzaamheden zoveel mogelijk dient te beperken. Dit volgt niet alleen uit het bepaalde in artikel 13 lid 2 van de Faillissementswet, doch ook uit de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt dat in afwachting van de beslissing op het verzet of het hoger beroep alleen de strikt noodzakelijke werkzaamheden door de curator dienen te worden verricht. Een diepgaand onderzoek in de administratie van de failliet door de curator is met het oog op de beslissing op het verzet of het hoger beroep niet vereist, omdat tijdens de behandeling van het verzet of het hoger beroep feitelijk slechts opnieuw - en rekeninghoudende met de actuele stand van zaken - wordt bezien of de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Met andere woorden, indien tijdens de behandeling van het verzet of het hoger beroep blijkt dat de schuldenaar met de dan bekende schuldeisers een regeling heeft getroffen, wordt daaraan de conclusie verbonden dat deze schuldenaar niet (meer) in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, hetgeen reden geeft het verzet of het hoger beroep te honoreren. Mr. Loor ontkent ook niet dat hij door de griffier tot tweemaal toe is gewaarschuwd om niet te veel tijd te steken in zijn taken als curator.

Onder deze omstandigheden is het onbegrijpelijk dat mr. Loor zijn kantoorgenoot mr. König heeft ingeschakeld om gezamenlijk onderzoek in de administratie van de failliet te doen ten behoeve van de beslissing op het verzet en om een eventuele verkoop en/of doorstart voor te bereiden. Mr. Loor heeft ook niet gesteld dat er een gerede kans bestond dat het verzet niet zou slagen. Gezien het vorenstaande zal het aantal uren dat is gedeclareerd voor dit onderzoek niet volledig voor vergoeding in aanmerking worden gebracht.

Mr. Loor heeft evenmin beargumenteerd waarom hij onder de gegeven omstandigheden en gelet op zijn ervaring als curator, zoveel tijd aan overleg met zijn (ervaren) kantoorgenoten heeft moeten besteden. Op het aantal hiermede verband houdende uren zal daarom een aftrek worden toegepast.

Nu mr. Loor tot slot ook niet heeft aangegeven waarom hij naar schatting ongeveer vijftien na-uren meent te moeten declareren, zal de rechtbank dit aantal terugbrengen naar het gebruikelijke aantal van twee uren.

Het vorenstaande leidt ertoe dat het salaris en de kosten van mr. Loor zullen worden vastgesteld als na te melden.

DE BESLISSING

De rechtbank, rechtdoende,

bepaalt het bedrag van het salaris van de curator mr. E.J. Loor op een bedrag van

€ 4.850,00 (vierduizend achthonderdenvijftig euro) en bepaalt het bedrag van de verschotten, inclusief advertentiekosten en reiskosten, op een bedrag van € 325,00 (driehonderdenvijfentwintig euro), beide bedragen te vermeerderen met BTW voor zover daarover verschuldigd en brengt deze bedragen ten laste van Van Dam Apeldoorn B.V.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. van Lee, en in het openbaar uitgesproken op

7 november 2007