Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0910

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-12-2007
Datum publicatie
27-12-2007
Zaaknummer
06/460498-07 en 06/460596-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot een celstraf van 2 maanden wegens mishandeling (uitdelen van een kopstoot).

Zie ook vonnis met LJNummer BC0905.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460498-07 en 06/460596-07

Uitspraak d.d.: 21 december 2007

Tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats 1975],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 december 2007.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460498-07 en 06/460596-07 tegen verdachte aangebrachte zaken.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

Het door verdachte gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is toegewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer: 06/460498-07

1.

hij op of omstreeks 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een mes, althans met een

scherp en/of puntig voorwerp (op korte afstand) in (de richting van) het

(boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of zwaaiende bewegingen met dat

mes, althans met dat scherpe en/of puntige voorwerp naar die [slachtoffer 1] heeft

gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 8 september 2007

in de gemeente Doetinchem

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in (de

richting van) het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of zwaaiende

bewegingen met dat mes, althans met dat scherpe en/of puntige voorwerp naar

die [slachtoffer 1] heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 8 september 2007

in de gemeente Doetinchem

opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] met een mes, althans met een scherp en/of

puntig voorwerp in een vinger heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze

[slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 8 september 2007

in de gemeente Doetinchem

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes,

althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de richting van het lichaam

van die [slachtoffer 1] zwaaiende bewegingen gemaakt, althans een mes, althans een

scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 1] getoond;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer: 06/460596-07

hij op of omstreeks 11 november 2007 te Doetinchem opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] een kopstoot heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde (parketnummer 06/460498-07) heeft begaan.

Aangever [slachtoffer 1] is de enige die heeft verklaard verdachte met een mes een zwaaiende beweging naar hem te hebben zien maken, waarbij aangever in zijn vingers is gesneden. Verdachte ontkent. In het dossier bevindt zich verder geen enkele ondubbelzinnige verklaring van een getuige, die verdachte met een mes (althans met een scherp en/of puntig voorwerp) in diens hand heeft gezien, laat staan een verklaring van een getuige die de verklaring van aangever bevestigt.

Op grond hiervan kan niet bewezen worden dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde handelingen heeft verricht.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde (parketnummer 06/460596-07) heeft begaan, te weten dat:

hij op 11 november 2007 te Doetinchem opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] een kopstoot heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft gekomen en pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

parketnummer 06/460596-07

- mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zonder enige aanleiding een kopstoot heeft gegeven aan

[slachtoffer 2]. De ervaring leert dat een delict als het bewezenverklaarde veelal de oorzaak is van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het directe slachtoffer en bovendien bijdraagt tot de in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 294,80 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/460596-07 ten laste gelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering met betrekking tot het gederfde loon, nu zij van oordeel is dat de vordering met betrekking tot dat deel niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank acht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering, nu zij van oordeel is dat daarbij het causaal verband tussen de bewezen gedraging en de gevorderde schade ontbreekt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder (parketnummer 06/460498-07) 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/460596-07 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering als hiervoor vermeld slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. Bos, voorzitter, mr. De Bie en mr. Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Van Aalst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2007.