Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB8025

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-08-2007
Datum publicatie
16-11-2007
Zaaknummer
60971 - HA ZA 04-298
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS). Verevening van pensioenverzekering overeenkomst aard en strekking van de wet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2008, 20

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 60971 / HA ZA 04-298

Vonnis van 1 augustus 2007

in de zaak van

[eiseres / vrouw],

wonende te [plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. A.J. Zeyl,

advocaat mr. M.J.H. Mühlstaff te Deventer,

tegen

[gedaagde / man],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. J.M. Snellink.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 april 2007

- de akte na tussenvonnis van 11 april 2007 van de vrouw

- de akte uitlating tevens overleggen producties van de man

- de antwoordakte na tussenvonnis van 11 april 2007 van de vrouw

- de antwoordakte uitlating producties van de man.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. Overgenomen en volhard wordt bij hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist. In dat vonnis is de man opgedragen zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen pensioendeskundige en de aan deze te stellen vragen. De vrouw is in de gelegenheid gesteld bij akte bewijsstukken over te leggen ter zake van de afschrijvingen van de termijnbedragen met betrekking tot het flexibel krediet bij de ABN Amro Bank. Beide partijen hebben daartoe een akte genomen en over en weer op die aktes gereageerd.

Pensioenrechten van de man

2.2. De man heeft bij akte een brief van ZwitserLeven van 24 april 2007 overgelegd, waarin uitleg wordt gegeven over de berekening die reeds eerder door de man in deze procedure is overgelegd. Deze berekening is vervat in de begunstigingsclausule die is opgenomen in de door de man in het geding gebrachte polis met polisnummer [nummer]. Het relevante deel daarvan luidt:

" Begunstiging

Bij in leven zijn van de verzekerde(n) op einddatum:

- Voor wat betreft € 38.571,00 van de opeisbare verzekerde prestaties van hoofdverzekering 1 ten gunste van [eiseres / vrouw] ter aanwending door haar als koopsom voor een ouderdomspensioen op het leven van de verzekerde."

Deze clausule is al eerder (summier) toegelicht door ZwitserLeven bij brief van 7 november 2005. Volgens de man blijkt uit al deze stukken dat de pensioenuitvoerder voldaan heeft aan haar wettelijke verplichtingen. Voor zover de vrouw het niet eens is met de berekeningen, dient zij zich tot ZwitserLeven te wenden, aldus de man. Verder ziet de man geen enkele aanleiding meer om een pensioendeskundige te benoemen. Voor zover de rechtbank daar anders over mocht oordelen, dan dient de deskundige de vraag te beantwoorden of ZwitserLeven de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (hierna: WVPS) correct heeft toegepast. Hij verzet zich tegen de benoeming van "een dure hoogleraar als Prof. Lutjens".

2.3. De vrouw voert aan dat de akte van de man niet voldoende is. Zij meent dat de man niet kan volstaan met het herhalen van de eerdere stukken van ZwitserLeven zonder in te gaan op de kritiek van het deskundigenoordeel van Harmsen en zonder eigen deskundigenonderzoek. Zij vindt een onderzoek door een pensioendeskundige nog steeds noodzakelijk en stelt naast professor Lutjens mr. A. Bollen-Vandenboorn voor.

2.4. De vrouw ziet eraan voorbij dat de rechtbank in haar tussenvonnis van 11 april 2007 al heeft vastgesteld dat de vrouw slechts één pagina (van de vier) van het rapport van Harmsen heeft overgelegd. Nu zij bij haar twee laatste in het geding gebrachte aktes het volledige rapport niet in het geding heeft gebracht, kan zij aan het - voor [gedaagde / man] en de rechtbank onbekende - rapport van Harmsen geen argumenten ontlenen om de bij brief van 24 april 2007 gegeven uitleg door ZwitserLeven te weerspreken.

2.5. Het debat van partijen concentreert zich op de toepassing door ZwitserLeven van de WVPS. Met de door ZwitserLeven bij haar laatste brief gegeven uitleg is na te volgen op welke wijze ZwitserLeven het vereveningsdeel heeft berekend. De pensioenverzekering van de man is een streefregeling. Met het verzekerde kapitaal dient op pensioendatum een pensioenvoorziening aangekocht te worden. ZwitserLeven heeft de volgende uitgangspunten bij haar berekening gebruikt: de ingangsdatum van de verzekering is

10 december 1987. De maximale looptijd is het maximaal aantal te bereiken dienstjaren. Bij deze verzekering is dat 29 jaren en zes maanden. Gerekend is met een dienstverband tot echtscheiding (1 juli 2002) van 15 jaren en 10 maanden. Het verzekerd kapitaal van

€ 174.523,00 is bestemd voor ouderdomspensioen (€ 143.729,00) en nabestaandenpensioen (€ 30.794,00). De tijdsevenredige aanspraak op ouderdomspensioen bedroeg per datum echtscheiding € 7.784,00 per jaar waarvan € 3.892,00 (de helft) per jaar aan de vrouw toekomt. Terugvertaald naar de verzekerde kapitalen betekent dat een bedrag van

€ 38.571,00 ter zake ouderdomspensioen beschikbaar komt op de einddatum (10 maart 2016).

2.6. Vooropgesteld wordt dat de WVPS niet voorziet in de verevening van pensioenregelingen/-verzekeringen als de onderhavige. Aangesloten moet worden bij de strekking en methodiek van de wet bij de verevening van pensioenregelingen. De door ZwitserLeven gehanteerde berekeningswijze is niet ongebruikelijk en past bij de strekking en methodiek van de WVPS. Ter toelichting en verduidelijking wordt opgemerkt dat eenzelfde eindresultaat wordt bereikt indien het vereveningsdeel als volgt wordt berekend. Het kapitaal op pensioendatum wordt vermenigvuldigd met de breuk van het aantal huwelijkse jaren gedeeld door het aantal deelnemingsjaren. Op deze wijze wordt het kapitaal bepaald dat wordt toegeschreven aan de huwelijksduur. Dit kapitaal wordt vervolgens door tweeën gedeeld waarbij elke ex-partner recht heeft op de helft. Toegepast op het voor ouderdomspensioen gereserveerde deel van de onderhavige verzekering levert dat het volgende op:

15 jaar en 10 maanden (190 maanden)

€ 143.729,00 x 29 jaar en 6 maanden (354 maanden) : 2 = € 38.571,34.

ZwitserLeven heeft dit bedrag kennelijk afgerond op een bedrag van € 38.571,00.

2.7. Nu de berekening van het vereveningsdeel duidelijk is geworden en deze past in het systeem van de wet, is in zoverre geen behoefte meer aan de inschakeling van een pensioendeskundige. Uit de tekst van de begunstigingsclausule wordt voorts afgeleid dat ZwitserLeven voorstaat dat de vrouw met het aan haar toekomende bedrag van

€ 38.571,00 een ouderdomspensioen koopt op het leven van de man. Deze besteding van bedrag is op zich passend. Het is overigens aan de man en de vrouw samen of aan de vrouw alleen om te kiezen op welke wijze het vereveningsdeel tot aan de pensioendatum wordt belegd of beheerd. Zij zal daartoe contact dienen op te nemen met ZwitserLeven en/of haar eigen pensioenadviseur. Dit valt evenwel buiten het bestek van de onderhavige verevening.

2.8. De vorderingen van de vrouw de man te veroordelen informatie over zijn pensioen te verstrekken en pensioenformulieren te ondertekenen en op te sturen zullen gelet op het bovenstaande worden afgewezen. Dit geldt ook voor de vordering dat het uit te spreken vonnis in de plaats komt van de toestemming van de man ter zake van de pensioenverevening.

Afbetalingen op het flexibel krediet met rekeningnummer [nummer]

2.9. De vrouw heeft bankafschriften van het flexibel krediet en bankafschriften van de en/of rekening overgelegd. Verder heeft zij overzichten samengesteld. Uit het overzicht betreffende het flexibel krediet volgt dat volgens de vrouw een bedrag van € 10.621,45 is bijgeschreven op het flexibel krediet, afkomstig van de en/of rekening met rekeningnummer [nummer]. Het overzicht loopt van 14 oktober 2001 tot 14 januari 2007. Uit het overzicht betreffende de en/of rekening volgt dat er een bedrag van € 10.634,16 (€ 11.675,17 –

€ 1041,01 teveel betaalde alimentatie d.d. 16 maart.1005) is betaald aan incasso’s termijnbedragen van het flexibel krediet. Dit overzicht loopt van 14 september 2001 tot

15 juni 2006. De vrouw verbindt aan een en ander de conclusie dat het saldo van het flexibel krediet gedeeld moet worden per datum 31 oktober 2001 met een saldo van € 11.426,08.

2.10. In rechtsoverweging 7.18 van het tussenvonnis van 12 oktober 2005 is ten gronde beslist dat het flexibel krediet per 1 november 2000 aan de man wordt toegedeeld, uitgaande van een debetsaldo van € 15.927,68. De vrouw wordt in haar conclusie reeds daarom niet gevolgd. Verwezen wordt ook nog naar rechtsoverweging 2.15 van het tussenvonnis van

11 april 2007.

2.11. De vrouw is bij akte toegelaten zich uit te laten over de afbetalingen om vast te kunnen stellen welk bedrag de vrouw op het flexibel krediet heeft afgelost vanaf

1 november 2000 tot 1 januari 2007. Tussen partijen staat immers vast dat de man vanaf

1 januari 2007 afbetaalt op het flexibel krediet.

2.12. Op basis van de door de vrouw in het geding gebracht en overzichten wordt in redelijkheid bepaald dat zij aflossingen tot een totaalbedrag van € 10.627,81 (het gemiddelde van € 10.621,45 en € 10.634,16) heeft voldaan. Daarop worden in mindering gebracht de van het flexibel krediet naar de en/of rekening afgeboekte bedragen in de periode dat de vrouw die en/of rekening beheerde tot een totaalbedrag van € 2.636,68

(€ 7.724,68 - € 5.088,00). Tussen partijen staat vast dat de opname door de man van het bedrag van € 5.088,00 op 5 januari 2007 niet behoeft te worden verrekend. Het komt er dan op neer dat een bedrag van € 7.991,13 (€ 10.627,81 - € 2.636,68) als boedelschuld wordt aangemerkt, welke schuld aan de vrouw wordt toegedeeld. De helft hiervan dient door de man aan de vrouw te worden vergoed.

2.13. Al het vorenstaande leidt tot de volgende verdeling van de huwelijksgemeenschap.

aan de vrouw:

activa

- de en/of rekening bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer] met een saldo per 1 november 2000 van € 48,43

- de saldi per 19 juni 2002 van de spaarloonregelingen van de vrouw

- de personenauto van het merk Daihatsu met een waarde van € 4.878,00

- de erfenis van een oudtante van de vrouw met een waarde van € 1.424,55

- de helft van de opbrengst van de verkoop van de voormalige echtelijke woning, onder aftrek van de saldi van de hypothecaire leningen en de kosten van de verkoop

- de inboedelgoederen van de voormalige echtelijke woning die thans in haar bezit zijn

passiva

- de aflossingen op het flexibel krediet bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer] tot een totaalbedrag van € 7.991,13

Totaal activa minus passiva: € 1.640,15 debet

aan de man:

activa

- de spaarrekening bij de ASR Bank met een saldo per 1 november 2000 van € 9.410,66 en de daarna bijgeschreven bedragen tot een totaalbedrag van € 2.495,79

- de saldi per 19 juni 2002 van de spaarloonregelingen van de man

- de drie levensverzekeringen met polisnummers [nummer], [nummer] en [nummer] bij Stad Rotterdam met lopende waarden van totaal € 51.880,00

- de helft van de opbrengst van de verkoop van de voormalige echtelijke woning, onder aftrek van de saldi van de hypothecaire leningen en de kosten van de verkoop

- de inboedelgoederen van de voormalige echtelijke woning die thans in zijn bezit zijn

- de inkomstenbelastingteruggaven over de jaren 2000 en 2001 tot een totaalbedrag van

€ 6.065,11

- de door zijn werkgever uitgekeerde provisies tot 1 oktober 2001 tot een totaalbedrag van

€ 3.597,70

passiva

- het flexibel krediet bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer] met een debetsaldo per 1 november 2000 van € 15.927,68

- de schuld ter zake van de Visa Card tot een bedrag van € 916,09

- de achterstand van de man in premiebetalingen aan zijn werkgever tot 1 oktober 2001 tot een bedrag van € 9.066,24

- de ouderbijdragen 2001/2002, betaald aan de Informatie Beheer Groep, tot een totaalbedrag van € 2.276,02

- de restantschuld aan de moeder van de man met de rente tot 1 oktober 2001 tot een totaalbedrag van € 7.011,35

Totaal activa minus passiva: € 38.251,88

2.14. De totale waarde van de boedel is € 38.251,88 minus € 1.640,15 maakt

€ 36.611,73. Partijen hebben ieder recht op de helft, zodat de man aan de vrouw een bedrag van € 19.946,02 ( € 18.305,87 + 1.640,15) wegens overbedeling dient te voldoen.

2.15. De proceskosten zullen, nu partijen voormalige echtelieden zijn, aldus worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1. stelt de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap als volgt vast:

aan de vrouw:

activa

- de en/of rekening bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer]

- de saldi per 19 juni 2002 van de spaarloonregelingen van de vrouw

- de personenauto van het merk Daihatsu

- de erfenis van een oudtante van de vrouw

- de helft van de opbrengst van de verkoop van de voormalige echtelijke woning, onder aftrek van de saldi van de hypothecaire leningen en de kosten van de verkoop

- de inboedelgoederen van de voormalige echtelijke woning die thans in haar bezit zijn

passiva

- de aflossingen op het flexibel krediet bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer]

aan de man:

activa

- de spaarrekening bij de ASR Bank

- de saldi per 19 juni 2002 van de spaarloonregelingen van de man

- de drie levensverzekeringen met polisnummers [nummer], [nummer] en [nummer] bij Stad Rotterdam

- de helft van de opbrengst van de verkoop van de voormalige echtelijke woning, onder aftrek van de saldi van de hypothecaire leningen en de kosten van de verkoop

- de inboedelgoederen van de voormalige echtelijke woning die thans in zijn bezit zijn

- de inkomstenbelastingteruggaven over de jaren 2000 en 2001

de door zijn werkgever uitgekeerde provisies tot 1 oktober 2001

passiva

- het flexibel krediet bij de ABN Amro Bank met rekeningnummer [nummer]

- de schuld ter zake van de Visa Card

- de achterstand van de man in premiebetalingen aan zijn werkgever tot 1 oktober 2001

- de ouderbijdragen 2001/2002

- de restantschuld aan de moeder van de man

3.2. beveelt de man medewerking te verlenen aan de opheffing van gemeenschappelijke rekeningen van partijen,

3.3. veroordeelt de man wegens overbedeling tot betaling aan de vrouw van

€ 19.946,02 (negentien duizend negenhonderd zesenveertig euro en twee eurocent),

3.4. bepaalt dat partijen elk gehouden zijn om de helft van de kosten, verbonden aan de uitvoering van deze verdeling, te voldoen,

3.5. verklaart dit vonnis in conventie en in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.C.M. Willemse en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2007.?