Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7231

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-07-2007
Datum publicatie
06-11-2007
Zaaknummer
86353 - KG ZA 07-154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Onenigheid over kadastrale erfgrens. Aannemelijk dat er sprake is van grensoverschrijdend bouwen. Beroep op verjaring. Belangenafweging. Gedaagden kunnen kiezen tussen verwijdering van de opstallen of het vestigen van een erfdienstbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 86353 / KG ZA 07-154

Vonnis in kort geding van 3 juli 2007

in de zaak van

1. [eiseres A],

en

2. [eiseres B],

beiden wonende te [plaats], gemeente [naam],

eiseressen,

procureur mr. J.L. Souman,

tegen

1. DIRK JOHAN KATS,

en zijn echtgenote

2. REINATE HENRIËT ALIDA ONSTENK,

beiden wonende te [plaats], gemeente [naam],

gedaagden,

gedaagde sub 1 is in persoon verschenen en gedaagde sub 2 is niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiseressen] en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding en

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.

1.2. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. [eiseressen] is eigenaar van de onroerende zaak staande gelegen aan de [adres A] te [plaats], kadastraal bekend onder nummer [nummer]. [eiseressen] heeft de woning door erfopvolging verkregen na het overlijden van [naam overledene] op [datum] 2007.

2.2. [gedaagden] is eigenaar van de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres B] te [plaats], kadastraal bekend onder nummer [nummer]. De onroerende zaak is op [datum] 1996 aan [gedaagden] geleverd.

2.3. Op 16 augustus 2004 is door een landmeter van het Kadaster – op verzoek van [eiseressen] – de kadastrale grens aangewezen. [gedaagden] is niet akkoord met deze aanwijzing.

3. Het geschil

3.1. [eiseressen] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. [gedaagden] zal veroordelen het deel van de woning dat op het erf van [eiseressen] staat te verwijderen, althans zal bepalen dat [gedaagden] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis zijn medewerking dient te verlenen aan verkoop of vestiging van een recht van erfdienstbaarheid tegen een door de rechtbank te bepalen prijs;

b. [gedaagden] zal veroordelen het deel van het bijgebouw (schuur) dat op het erf van [eiseressen] staat te verwijderen, althans te bepalen dat [gedaagden] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis zijn medewerking dient te verlenen aan verkoop of vestiging van een recht van erfdienstbaarheid tegen een door de rechtbank te bepalen prijs;

c. [gedaagden] zal veroordelen de schutting van het erf van [eiseressen] te verwijderen en verwijderd te houden en daarop geen nieuwe erfafscheidingen of andere bouwwerken aan te brengen;

d. [gedaagden] zal veroordelen tot het aanbrengen van een dakgoot/afvoer op of aan zijn schuur, zodanig dat de afwatering op zijn eigen erf geschiedt;

e. [gedaagden] zal veroordelen om aan [eiseressen] een dwangsom te betalen van

€ 500,00 per dag voor iedere dag dat [gedaagden] na betekening van het vonnis in gebreke blijft daaraan te voldoen, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de procedure.

3.2. [gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiseressen] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat gedeelten van de woning en de schuur van [gedaagden] evenals de schutting van [gedaagden] op haar perceel staan. Uit de kadastrale meting in 2004 blijkt dat de erfgrens door de uitbouw van de woning en de schuur loopt. De schutting is geplaatst over de erfgrens, op het perceel van [eiseressen] Voorts is volgens [eiseressen] de afvoer van het hemelwater van de schuur van [gedaagden] zo ingericht dat het water op het erf van [eiseressen] loopt.

4.2. [gedaagden] heeft ter zitting erkend dat de hemelwaterafvoer van zijn schuur op het erf van [eiseressen] uitkomt. [gedaagden] heeft verklaard bereid te zijn de afvoer op zodanige wijze in te richten, dat het hemelwater van zijn schuur niet meer op het erf van [eiseressen] zal lopen, maar op zijn eigen erf. De vordering betrefende de hemelwaterafvoer zal dan ook als zodanig worden toegewezen.

4.3.1 Ten aanzien van de overige vorderingen van [eiseressen] dient ten eerste de situering van de erfgrens beoordeeld te worden. [gedaagden] heeft de door [eiseressen] gestelde kadastrale grens betwist met een beroep op een in 1996 – op verzoek van [gedaagden] - uitgevoerde kadastrale meting. Deze erfgrens wijkt volgens [gedaagden] af van de erfgrens die het Kadaster in augustus 2004 op verzoek van [eiseressen] heeft aangewezen. [eiseressen] heeft verklaard onbekend te zijn met deze – beweerdelijk - in 1996 uitgevoerde meting. [gedaagden] heeft verzuimd schriftelijk bewijs van de kadastrale meting van 1996 te overleggen. De foto’s die [gedaagden] ter zitting heeft getoond en waarmee hij wil aantonen dat de door hem gestelde erfscheiding er al ver voor 1996 lag, zijn voorshands onvoldoende voor dit bewijs, nu daaruit niet valt af te leiden waar de kadastrale erfgrens loopt. Aangezien [eiseressen] van de kadastrale meting van 16 augustus 2004 een kadastraal rapport heeft overgelegd en [gedaagden] zijn stelling niet althans onvoldoende met bewijs heeft onderbouwd – voor nadere bewijslevering is in deze procedure geen plaats - is voorshands voldoende aannemelijk dat de kadastrale meting van 16 augustus 2004 de juiste erfgrens aanwijst. Op grond hiervan is voorshands aannemelijk dat gedeelten van de woning en de schuur, evenals de schutting van [gedaagden] op het perceel van [eiseressen] staan.

4.3.2. [gedaagden] stelt voorts dat er sprake is van verjaring van de vordering van [eiseressen], aangezien [eiseressen] zich sinds 1996 niet tegen de wijze van bebouwing van de grond heeft verzet. [eiseressen] heeft betwist dat er sprake is van verjaring, daar zij de verjaring verscheidene malen heeft gestuit door schriftelijk protest tegen het gebruik van de grond door [gedaagden]. [gedaagden] heeft niet betwist dat die protesten ook al hebben plaatsgevonden voordat hij op [datum] 1996 door levering eigenaar van de onroerende zaak is geworden. Op zijn vroegst vanaf dat moment is de verjaringstermijn jegens [gedaagden] gaan lopen. [gedaagden] heeft niet betwist dat ook nadien de verjaring is gestuit en evenmin heeft hij ontkend dat hij de (aangetekende) sommatiebrief van [eiseressen] van 24 oktober 2006 heeft ontvangen.

Zelfs indien de bodemrechter – later oordelend – tot de conclusie komt dat [gedaagden] te goeder trouw is geweest ten aanzien van het gebruik van de grond van [eiseressen] en de verjaringstermijn tien jaar bedraagt, is op grond van vorenstaande voorhands voldoende aannemelijk dat [eiseressen] de verjaring binnen deze termijn heeft gestuit. Het beroep op verjaring door [gedaagden] dient dan ook te worden gepasseerd.

4.4. [eiseressen] heeft als eigenaar van de grond recht op het ongestoord gebruik daarvan. De vordering tot verwijdering van gedeelten van de woning en schuur zal evenwel worden afgewezen, aangezien er sprake is van een dusdanige uitbreiding van beide gebouwen, dat voorshands aannemelijk is dat [gedaagden] door afbraak daarvan onevenredig veel zwaarder benadeeld zal worden dan [eiseressen] door handhaving van de woning en schuur in de huidige toestand.

4.5. Toewijsbaar zijn de vorderingen van [eiseressen] om [gedaagden] te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan verkoop of vestiging van een recht van erfdienstbaarheid ten aanzien van de gedeelten van de woning en schuur welke op het perceel van [eiseressen] staan, zij het op na te melden wijze. [gedaagden] dient binnen zeven dagen na betekening van het vonnis een keuze te maken tussen het alsnog binnen één maand na betekening van het vonnis verwijderen van genoemde gedeelten van de woning en schuur evenals het verwijderen de schutting, dan wel het hem tegen schadeloosstelling verlenen van een erfdienstbaarheid tot het handhaven van de bestaande toestand. Indien [gedaagden] kiest voor het hem verlenen van een erfdienstbaarheid dient [eiseressen] vervolgens zo spoedig mogelijk – een termijn van een maand lijkt op voorhand redelijk - aan [gedaagden] mede te delen of zij – in plaats van het verlenen van een erfdienstbaarheid - de gehele strook grond, waarop de gedeelten van de woning en schuur evenals de schutting van [gedaagden] staan, aan [gedaagden] wenst over te dragen.

4.6. [eiseressen] vordert dat de rechtbank de prijs bepaalt voor het verlenen van de erfdienstbaarheid of de eigendomsoverdracht. Voor het bepalen van de prijs ofwel schadeloosstelling is echter in kort geding geen plaats, zodat deze vordering zal worden afgewezen. Indien [gedaagden] kiest voor een erfdienstbaarheid en [eiseressen] hiermee akkoord gaat – en dus niet kiest voor overdracht van de strook grond – dienen partijen in overleg een derde te benoemen die de hoogte van de schadeloosstelling bepaalt.

4.7. Op grond van hetgeen in punt 4.5. is overwogen, heeft [eiseressen] geen belang meer bij haar vordering tot het verwijderen van de schutting van [gedaagden], behoudens in het geval dat [gedaagden] kiest voor afbraak van de overstekende delen van woning en schuur. Slechts voor dat geval zal deze vordering worden toegewezen.

4.8. Aan de te verbeuren dwangsom zal een maximum worden gesteld. Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staan in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde prikkelende werking van de dwangsomoplegging. Zou dit vonnis nadat dwangsommen tot het maximum verbeurd zijn desondanks blijvend worden overtreden, dan kan oplegging van hogere dwangsommen worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen.

4.9. [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseressen] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- betaald vast recht 62,75

- in debet gesteld vast recht 188,25

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.151,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagden] om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis een keuze te maken tussen het alsnog binnen één maand na betekening van het vonnis verwijderen van de gedeelten van zijn woning en schuur die zich op het perceel van [eiseressen] bevinden evenals het verwijderen van de schutting, dan wel het hem tegen schadeloosstelling verlenen van een erfdienstbaarheid tot het handhaven van de bestaande toestand;

5.2. veroordeelt [gedaagden] om [eiseressen] binnen zeven dagen na betekening van het vonnis schriftelijk mededeling te doen van de keuze die [gedaagden] op grond van 5.1. heeft gemaakt;

5.3. veroordeelt [gedaagden] om –voor het geval hij kiest voor afbraak van de overstekende delen van de woning en de schuur- deze gedeelten én de door hem geplaatste schutting binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis van het erf van [eiseressen] te verwijderen en verwijderd te houden en daarop geen nieuwe erfafscheidingen of andere bouwwerken aan te brengen;

5.4. veroordeelt [gedaagden] om binnen twee weken na betekening van het vonnis een dakgoot/afvoer op of aan zijn schuur aan te brengen, zodanig dat de afwatering op zijn eigen erf geschiedt;

5.5. bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het onder 5.1., 5.2., 5.3. en 5.4. bepaalde, aan [eiseressen] een dwangsom verbeurt van EUR 500,00 per dag;

5.6. bepaalt het maximum van de uit hoofde van dit vonnis te verbeuren dwangsommen op een bedrag van EUR 25.000,00;

5.7. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseressen] tot op heden begroot op EUR 1.151,31, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer [nummer] ten name van arrondissement Zutphen onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2007.