Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7225

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-08-2007
Datum publicatie
06-11-2007
Zaaknummer
79005 - HA ZA 06-716
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Groothandel en producent van keukenapparaten rekent voor internetverkopers hogere inkoopprijzen dan voor "reguliere" verkopers. Niet onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 79005 / HA ZA 06-716

Vonnis van 8 augustus 2007

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROEN TREND B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHOUTEN KEUKENS B.V.,

gevestigd te Alphen aaan den Rijn,

eiseressen,

procureur mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat mr. R.W. La Gro te Alphen aan de Rijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ATAG ETNA PELGRIM HOME PRODUCTS B.V.,

gevestigd te Ulft,

gedaagde,

procureur mr. H. Krans,

advocaat mr. M.J.J. van Beuge en mr. J.J.A. Coumans te Rotterdam.

Eiseres sub 1 zal hierna Groen Trend genoemd worden. Gedaagde zal AEP genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de op 24 april 2007 gehouden pleidooien en de over en weer in het geding gebrachte pleitnota’s.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

1.3. AEP heeft onderbouwd met een brief van [naam directeur], directeur en enig aandeelhouder van gedaagde sub 2 van 9 oktober 2006, aangevoerd dat Schouten Keukens B.V. (hierna ook: Schouten) zonder medeweten als procespartij in de dagvaarding is vermeld en dat Schouten geen partij is of wenst te zijn bij de onderhavige procedure. AEP heeft de rechtbank verzocht Schouten niet als procespartij in het geding te beschouwen en de vorderingen van Schouten bij gebrek aan een belanghebbende af te wijzen althans niet in behandeling te nemen. Subsidiair heeft zij betwist dat mr. A.J.H. Ozinga bevoegd zou zijn als procureur namens Schouten op te treden en de rechtbank verzocht mr. Ozinga op te dragen van een schriftelijke volmacht ter zake te doen blijken.

Bij gelegenheid van de op 24 april 2007 gehouden pleidooien heeft Groen Trend bevestigd dat Schouten niet (langer) betrokken wenst te zijn bij deze procedure. Groen Trend heeft verklaard dat vastgesteld dient te worden dat Schouten geen partij is in deze procedure.

De rechtbank ziet hierin aanleiding te bepalen dat Schouten in de onderhavige procedure niet (meer) als procespartij zal worden aangemerkt. De vorderingen van Schouten zullen daarom niet in behandeling worden genomen. De rechtbank ziet geen aanleiding aan deze beslissing consequenties te verbinden voor wat betreft een veroordeling in de kosten van de procedure.

2. De feiten

2.1. Groen Trend verkoopt via de internetsites “Internetshop” en “Aabatron” grote elektrische huishoudelijke inbouwapparatuur (witgoedinbouwproducten) rechtstreeks aan de consument. Deze producten koopt Groen Trend rechtstreeks en via derden van in Nederland gevestigde importeurs en producenten.

2.2. AEP is producent en/of importeur van huishoudelijke apparatuur onder de merknamen Atag, Etna en Pelgrim. Groen Trend betrekt in ieder geval al sinds 5 jaar inbouwproducten van AEP.

2.3. Bij brief van 18 mei 2004 heeft AEP Groen Trend een aangepaste conditie overeenkomst 2004 doen toekomen geldt voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004. Daaruit wordt hier aangehaald:

“(…)

Omzetbonus

Wij zullen de volgende bonuscondities verlenen over de netto omzet.

1. Bij het realiseren van een minimale netto omzet van € 200.000,-- zullen wij een bonus verlenen van 3% integraal.

2. Bij het realiseren van een minimale netto omzet van € 300.000,-- en meer zullen wij u een bonus verlenen van 3.5% integraal.

De eventuele uitkering vindt plaats na onze jaarafsluiting, over de volgens onze voorwaarden betaalde netto omzet.”

2.4. Bij brief van 23 december 2004 (productie 22 bij dagvaarding) heeft Groen Trend aan haar wederverkopers het volgende bericht:

“(…) Binnenkort ontvangt u van ons de condities voor 2005 en in verband hiermede willen wij uw aandacht voor het volgende vragen.

Inmiddels is gebleken dat vele van onze afnemers via internet verkopen.

In de praktijk blijkt dat AEP hierdoor met buitensporige servicekosten wordt geconfronteerd, aangezien bij het merendeel van de aankopen via internet er niet voor een vakkundige installatie en montage wordt zorggedragen en AEP wel de gehele after sales service verzorgt.

In onze algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden is opgenomen, dat indien AEP’s apparatuur niet door een erkend installateur wordt geïnstalleerd, AEP geen service- en garantiekosten voor haar rekening behoeft te nemen.

Om te voorkomen dat de consument hiervan de dupe wordt, zullen wij toch deze kosten van herstel van apparatuur gekocht via internet voor onze rekening blijven nemen. Echter, om deze kosten te kunnen verantwoorden, behoudt AEP zich het recht voor gedurende 2005 afwijkende condities voor verkopen via internet te hanteren. (…)”

2.5. Groen Trend heeft zowel schriftelijk als mondeling geprotesteerd tegen het voornemen van AEP om voor bedrijven die via internet verkopen condities te hanteren die afwijken van die welke zij hanteert voor verkopen via keukenvakzaken. Naar aanleiding van deze protesten heeft AEP bij brief van 18 maart 2005 (productie 13 bij dagvaarding) aan Groen Trend onder meer het volgende meegedeeld:

“(…)

1. Conditiebeleid AEP 2005

(…) Naarmate de door het distributiekanaal geleverde toegevoegde waarden diverser en diepgaander zijn, zijn de door AEP verleende kortingen op de consumentenadviesprijzen navenant hoger. De inbouwproducten van ATAG, ETNA en Pelgrim vereisen zowel een professionele en deskundige uitleg aan de consument over de gebruikersfuncties, het onderhoud e.d. als een deskundige montage/installatie in de inbouwkeuken.

Naarmate een distributiekanaal/klant meer van bovengenoemde toegevoegde waarden voor zijn rekening neemt, is AEP in staat een hogere korting op de consumentenadviesprijs te verlenen. Immers het distributiekanaal/klant neemt dan meer functies van AEP over en wordt daar navenant voor vergoed.

Het uitgangspunt bij de keukenspecialisten is dat deze zorgdragen voor de maximale toegevoegde waarden van AEP’s merken richting de consument: persoonlijke, vakbekwame uitleg/advisering aan de consument van/over de apparatuur in de showroom als ook vakbekwame montage/installatie van de AEP apparatuur bij de consument in zijn inbouwkeuken thuis.

Distributiekanaal internetwinkels

Met name gedurende de afgelopen 2 jaren (2003 en 2004) hebben de verkopen van inbouwapparatuur via internetwinkels een enorme vlucht genomen. Op zich dragen wij dit distributiekanaal een warm hart toe, met dien verstande dat gebleken is dat enkele, van oorsprong meestal keukenspecialisten en witgoedwinkeliers, een internetwinkel zijn begonnen en o.a. AEP inbouwapparatuur via deze internetwinkels aan de consument verkopen, zonder de persoonlijke advisering in de showroom aan de consument en zonder de montage/installatie bij de consument thuis. Dit terwijl de door AEP verstrekte jaarcondities wel op deze door de wederverkopers te verstrekken toegevoegde waarden worden gebaseerd. Feitelijk hebben derhalve de internetwinkels condities verkregen, welke in geen enkele verhouding stonden tot de geleverde prestaties (toegevoegde waarden).

AEP heeft derhalve besloten om alle internetwinkels passende condities te verstrekken voor de toegevoegde waarden die men daadwerkelijk levert. In het geval dat er bij een wederverkoper sprake is van activiteiten in beide distributiekanalen (…) biedt AEP twee verschillende condities aan.

Om deze werkmethodiek niet onnodig gecompliceerd te maken, verkrijgt de klant voor beide activiteiten een separaat debiteurennummer en kan daar dan direct tegen de van toepassing zijnde condities op bestellen. Voorwaarde is wel dat overeengekomen wordt dat AEP, op haar kosten, een externe accountant kan aanstellen om te controleren of de bestellingen op de juiste debiteurennummers hebben plaatsgevonden. (…)

2. Groen Trend en AEP in 2005

Met elke wederverkoper worden jaarafspraken gemaakt. Deze afspraken worden bij iedereen in de conditieovereenkomst opgenomen. Zo ook met uw organisatie. Als voorbeeld verwijzen wij naar ons schrijven van 18 mei 2004 (conditieovereenkomst 2004 revisie) waarin onze standaard clausule “looptijd” is opgenomen. In het kort komt het er op neer dat wij jaarafspraken maken en dat onze samenwerking per ultimo van het kalenderjaar beëindigd is. Veelal komen er vervolgens dan weer nieuwe jaar afspraken tot stand.

(…)

Als beoogd tijdspad spraken wij af te streven naar implementatie per april 2005. Wij spraken tevens af uw huidige condities 2004 te verlengen tot april 2005. Vanaf april 2005 zou u middels uw internetwinkels als bemiddelaar voor AEP gaan optreden naar de consument, waarbij u de consumenten aanbrengt bij AEP, AEP de consument vervolgens belt voor afstemming en orderbevestiging, AEP het transport naar de consument verzorgt, AEP bij de consument thuis (met het product ter plaatse) zorgdraagt voor gebruikers- en onderhoudsadvies en aan de consument instructies verstrekt, AEP bij de consument thuis installatie- en montageadvies verstrekt en, indien gewenst ook installeert. (…) AEP betaalt tot slot een nader uit te werken bemiddelingsvergoeding aan Groen Trend, waarbij gedacht wordt aan een percentage van 3-5%, afhankelijk van de kwaliteit van de internetsite. Aanvullend zal een bonusstaffel gelden voor de door AEP gerealiseerde consumentenomzet welke als gevolg van uw bemiddeling tot stand is gekomen. (…)”

2.6. Groen Trend heeft AEP telefonisch meegedeeld dat zij zich niet kan vinden in hetgeen in de brief van 18 maart 2005 is vermeld.

2.7. In haar brief van 31 maart 2005 (productie 9 bij dagvaarding) heeft AEP aan Groen Trend geschreven:

“(…) Verwijzend naar onze brief d.d. 21 maart 2005 [bedoeld is de hiervoor vermelde brief van 18 maart 2005, rechtbank] (…) bevestigen wij hiermee de nieuwe condities geldig voor orders die worden opgegeven vanaf 1 april 2005. De onderbouwing hiertoe staat omschreven in bovengenoemde brief, onder punt 2.

Looptijd

De condities gelden van 1 april 2005 tot en met 31 december 2005 en vervallen derhalve op laatstgenoemde datum. Alle eerder bevestigde condities en prijsafspraken komen hiermee te vervallen.

(…)

Factuurcondities inbouw apparaten:

Uw conditie op het ATAG inbouwassortiment bedraagt: CAP [consumentenadviesprijs, rechtbank] excl. BTW -/- 34%

Uw conditie op het Pelgrim inbouwassortiment bedraagt: CAP excl. BTW -/- 35%

Uw conditie op het ETNA inbouwassortiment bedraagt: CAP excl. BTW -/- 40%

Alle eerder afgegeven nettoprijzen, komen te vervallen per 1 april 2005.(…)”

2.8. Groen Trend reageert bij brief van 4 april 2005 (productie 8 bij dagvaarding) onder meer als volgt: “U kort mijn conditie met 14% op Atag, 17% op Pelgrim en 10 % op Etna. Onze inkoopprijzen stijgen hierdoor dusdanig dat wij genoodzaakt zijn onze verkoopprijzen te verhogen. U begrijpt dat wij hiermee niet akkoord kunnen gaan. Zeker niet omdat u deze prijsverhoging niet bij al uw afnemers toepast. ”

Bij brief van 6 april 2005 (productie 7 bij dagvaarding) heeft AEP Groen Trend meegedeeld dat per 1 april 2005 de nieuwe condities van kracht zijn en dat zij de condities 2004 niet verder zal verlengen.

2.9. AEP heeft vanaf april 2005 AEP-producten gekocht bij Schouten Keukens B.V. te Alphen aan de Rijn (hierna ook: Schouten). Schouten heeft de producten van AEP aan Groen Trend doorgeleverd ten behoeve van de internetverkoop van Groen Trend. Zij heeft daartoe geen apart debiteurennummer aan AEP gevraagd.

2.9. Bij brief van 28 september 2005 (productie 2 bij dagvaarding) heeft AEP aan Schouten - onder meer - het volgende geschreven over de inkoopcondities:

“Zoals u als deelnemer van de inkoop- en marketingorganisatie Der Kreis ongetwijfeld weet, hebben ATAG ETNA Pelgrim Home Products B.V. (“AEP”) en Der Kreis een overeenkomst gesloten waarin vanzelfsprekend de rechten en verplichtingen van beide partijen zijn vastgelegd. (…)

Een voor AEP wezenlijk onderdeel van de gemaakte afspraken behelst het uitgangspunt dat de zogenaamde keukenvakzaak-inkoopcondities uitsluitend gelden indien de keukenvakzaak voor AEP die toegevoegde waarden aan de consument levert die naar het oordeel van AEP onlosmakelijk verbonden zijn met het deskundig adviseren van, en veilig verkopen en leveren aan, de consument.

(…)

Zoals u de afgelopen maanden (…) heeft bevestigd, levert u niet de toegevoegde waarde waarop de keukenvakzaak-inkoopcondities zijn gebaseerd doordat u bewust als doorgeefluik fungeert aan internetwinkels die zoals u weet, net als u, genoemde toegevoegde waarde niet leveren aan de consument.

Derhalve zullen wij uw condities, conform de overeenkomst met inkooporganisatie Der Kreis, met ingang van 1 oktober 2005 aanpassen. Dit betekent dat er geen eindejaarsboni van toepassing zijn en dat op alle door u geplaatste orders bij AEP met ingang van 1 oktober a.s. de volgende condities van toepassing zijn:

-ATAG: de Atag Dealer Prijzen: Consumenten Advies Prijs (“CAP”) -/- 34%.

-Pelgrim: CAP -/- 35%

-ETNA: CAP -/- 40%

Betalingsconditie: 8 dagen -/- 2% of 30 dagen netto op onze rekening.

Orders geplaatst voor 1 oktober a.s. zullen tegen de huidige condities uitgeleverd worden.(…) ”.

2.10. Groen Trend heeft vanaf week 48 van 2005 tot en met week 7 van 2006 AEP-producten betrokken van een andere wederverkoper van AEP.

2.11. AEP heeft in 2005 op het internet de zogenaamde “Kwaliteitsleverancier” geïntroduceerd. In een door AEP uitgegeven informatieblad (productie 24 bij dagvaarding) wordt hierover vermeld:

“(…) De kwaliteitsleverancier is een onderdeel van de Atag Etna Pelgrim organisatie (AEP Homeproducts) die in samenwerking met Veiligkopen de levering en installatie van uw Atag Etna of Pelgrim apparaat verzorgt (…) Uw apparaten worden niet alleen bezorgd, maar zullen ook worden geïnstalleerd. Hierna zal de monteur u advies geven voor het gebruik van uw nieuwe aankoop. Alle apparaten aangesloten en gebruiksklaar in uw keuken. En al uw vragen meteen beantwoord. Plus 5 jaar kwaliteitsgarantie. (…) Na de twee jaar fabrieksgarantie die ATAG, ETNA en Pelgrim bieden, laten wij de garantie nog eens drie jaar doorlopen op onderdelen en arbeidsloon. (…) En de levertijd? Ook deze is heel kort. Want alle Atag Etna en Pelgrim producten zijn meteen uit voorraad leverbaar. (…)”

2.12. AEP heeft in de loop van 2006 aan Groen Trend haar conditievoorwaarden 2006 toegezonden. Bij brief van 29 juni 2006 (productie 2 bij de Conclusie van Antwoord) heeft Groen Trend AEP het volgende meegedeeld:

“(…) Wij retourneren een getekend exemplaar van de door u toegezonden voorwaarden voor 2006. Wij maken daarbij het uitdrukkelijk voorbehoud dat en reserveren al onze rechten terzake onze claims en stellingen neergelegd in de aan u inmiddels betekende dagvaarding.

Kort samengevat, maar niet daartoe beperkt, menen wij dat u gehouden bent gelijke voorwaarden te beleveren als waartegen u andere wederverkopers belevert, waaronder begrepen de gewone detailhandel. Daar hoort ook bij dat u voor door ons verkochte producten eenzelfde garantie aan eindconsumenten afgeeft. Voorts kunt u niet de jarenlange relatie tussen u en ons zomaar kunt beëindigen, c.q. willen wij niet geacht worden akkoord te gaan met een stilzwijgende beëindiging, zoals mogelijk uit uw schrijven zou volgen. U zorgt er nog steeds systematisch voor dat wij niet door anderen beleverd worden. In de begeleidende brief dreigt u met onmiddellijke ingang ons niet meer te beleveren als wij niet tekenen, zodat u ons dwingt onder algehele leveringsweigering om te tekenen. (…)”

2.13. AEP heeft hier bij brief van 6 juli 2006 (productie 3 bij conclusie van antwoord) als volgt op gereageerd:

“(…) Wij hebben het getekende exemplaar van de conditieovereenkomst in goede orde ontvangen.

Gebleken is dat u deze voorzien heeft van diverse voorbehouden. Derhalve hebben wij geen overeenstemming over de conditievoorwaarden 2006 bereikt. Zoals in ons schrijven al aangegeven is, behouden wij ons het recht voor leveringen te staken indien er voor de vermelde datum geen overeenstemming is bereikt.

Helaas rest ons geen andere keuze de leveringen aan u per omgaande te staken. Zodra wij van u een onvoorwaardelijk akkoord hebben ontvangen op de conditievoorwaarden 2006 zijn wij gaarne bereid de leveringen te hervatten (…)”

3. De vordering en de grondslag daarvan

3.1. Groen Trend vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, AEP

a. het gebod op zal leggen om aan Groen Trend het geheel van haar gamma van haar producten te leveren tegen dezelfde prijzen en dezelfde voorwaarden, waaronder begrepen bonussen, kortingen en andere soort toeslagen, waaronder AEP haar producten gamma levert aan andere afnemers, waaronder begrepen de gewone detailhandel zonder onderscheid hoe deze producten vervolgens worden weder verkocht en ongeacht of de overeenkomst met de eindgebruiker tot stand komt via internet;

b. het verbod op zal leggen doorlevering van door haar geleverde producten aan andere wederverkopers te verbieden, te beperken, te hinderen of te beïnvloeden, alsmede het verbod op zal leggen contractuele voorwaarden te bedingen, of op te leggen, feitelijk te hanteren welke het effect hebben dat zij de doorlevering van door haar geleverde producten verbiedt, beperkt, hindert of beïnvloedt;

c. het gebod op zal leggen eindgebruikers die via internet AEP-producten kopen dezelfde garantie te verlenen als andere eindgebruikers ongeacht de wijze waarop deze eindgebruikers de producten hebben gekocht;

d. voor recht zal verklaren dat AEP onrechtmatig heeft gehandeld althans toerekenbaar tekort komt in de nakoming van haar verplichtingen jegens Groen Trend;

e. zal veroordelen aan Groen Trend te voldoen de door Groen Trend geleden schade tengevolge van het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van haar verbintenissen, althans haar onrechtmatig handelen jegens Groen Trend, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zulks vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2005 tot en met de dag der algehele voldoening;

f. zal veroordelen bij wijze van voorschot van geleden schade aan Groen Trend te betalen een bedrag van € 100.000,--;

g. zal veroordelen om te voldoen aan het in deze te wijzen vonnis op straffe van voor iedere inbreuk een aan Groen Trend te verbeuren dwangsom ad € 250.000,--, vermeerderd met een bedrag van € 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat een dergelijke inbreuk voortduurt;

h. zal veroordelen te voldoen aan Groen Trend een bedrag voor bonussen groot € 9.760,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

i. zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Groen Trend heeft aan haar vorderingen het volgende ten grondslag gelegd.

AEP komt toerekenbaar tekort in de nakoming van haar verplichtingen, althans handelt onrechtmatig, althans handelt in strijd met het mededingingsrecht, althans handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid die partijen jegens elkaar dienen te betrachten.

De door AEP doorgevoerde prijsverhogingen zijn zodanig hoog dat zij feitelijk een gehele subsidiair een gedeeltelijke beëindiging van de rechtsrelatie inhouden, althans een ernstige beperking in de levering inhouden. Door de hogere inkoopprijzen die AEP Groen Trend in rekening brengt kan Groen Trend niet meer wederverkopen met de van AEP afgenomen producten.

De rechten en verplichtingen uit de rechtsrelatie tussen Groen Trend en AEP brengen met zich, althans de redelijkheid en billijkheid die deze relatie beheerst, brengen met zich dat AEP gehouden is Groen Trend te blijven doorleveren tegen concurrerende inkoopprijzen, althans brengen met zich dat AEP niet op deze wijze de inkoopprijzen zodanig mag verhogen ten opzichte van inkoopprijzen die AEP hanteert in andere kanalen, dat het gevolg daarvan is dat Groen Trend de bij AEP ingekochte AEP producten niet meer concurrerend kan verkopen.

AEP handelt in strijd met de artikelen 81 en 82 van het EG-verdrag en de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet.

AEP discrimineert tussen haar verschillende afnemers door aan bepaalde afnemers (substantieel) hogere inkoopprijzen door te berekenen en (aanzienlijk) ongunstiger garantievoorwaarden te hanteren. AEP bewerkstelligt dat zij de prijzen (en condities) waaronder wederverkopers onderling AEP producten verkopen beïnvloedt. Zij houdt wederverkopers af van of beperkt in ernstige mate het leveren door andere wederverkopers aan Groen Trend. AEP bewerkstelligt voorts dat haar eigen internetverkopen van AEP producten worden bevoordeeld, door het hanteren van een systeem, waarbij andere wederverkopers die niet via AEP internet verkopen willen doen, niet of slechts in beperkte mate kunnen concurreren met AEP.

AEP hanteert een systeem waarbij en/of waarvan het effect is dat een wederverkoper die lagere prijzen krijgt van AEP hogere prijzen dient door te berekenen, indien deze wederverkoper doorverkoopt aan een andere wederverkoper. Het feitelijk effect is dat onderlinge verkopen tussen wederverkopers van AEP producten wordt verhinderd of beperkt. AEP tracht met het dreigen met hogere inkoopprijzen wederverkopers ertoe te brengen dat zij hogere wederverkoopprijzen hanteren.

De gelaakte handelingen strekken zich niet alleen tot Nederland maar ook tot andere lidstaten van de Europese Unie. Dientengevolge wordt de handel tussen de lidstaten merkbaar ongunstig beïnvloed. De door AEP gesloten overeenkomsten en /of onderling afgestemde gedragingen beperken de mededinging merkbaar.

Naast AEP zijn er ook andere producten en/of importeurs van grote huishoudelijke apparatuur die op eenzelfde wijze verschillende inkoopprijzen al dan niet met verschillende secundaire voorwaarden hanteren jegens wederverkopers. Gezamenlijk hebben die producenten en/of importeurs een collectieve machtspositie jegens wederverkopers.

AEP hanteert een systeem van koppelverkoop door een extra korting aan de consument te geven bij koop van 3 of 5 AEP apparaten tegelijkertijd bij één en dezelfde wederverkoper. Daardoor worden systematisch wederverkopers die niet alle producten hebben of niet alle producten tegen concurrerende prijzen van AEP kunnen inkopen, uitgesloten.

AEP is per 1 januari 2006 aan Groen Trend nog een bedrag aan bonus verschuldigd van 3,5% over een omzet over 2005 groot € 259.321,--, zijnde € 9.760,-- en de wettelijke handelsrente over dit bedrag ingaande genoemde datum.

4. Het verweer

4.1. AEP heeft geconcludeerd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Groen Trend in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren dan wel haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van Groen Trend in de kosten van deze procedure, de kosten van rechtsbijstand daaronder begrepen.

4.2. Op het verweer van AEP zal hierna nader worden ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Het staat AEP in beginsel vrij zelf de prijzen waarvoor en condities waaronder zij haar producten aan haar wederverkopers levert te bepalen. Ook staat het haar in beginsel vrij verschillende prijzen voor verschillende afnemers te bedingen. De door AEP voor internetverkopers doorgevoerde en door Groen Trend gewraakte prijswijzigingen hebben in het bijzonder betrekking op inbouwapparatuur.

Niet gezegd kan worden dat Groen Trend op basis van willekeur geen aanspraak kan maken op de condities voor de levering van inbouwapparatuur die AEP met ingang van 2005 hanteert voor wederverkopen via keukenvakzaken. Daartoe is als volgt overwogen.

5.2. In haar brief van 18 maart 2005 heeft AEP Groen Trend meegedeeld dat internetwederverkopers zich onderscheiden van keukenvakzaken, doordat zij zonder persoonlijke advisering in een showroom aan de consument door gekwalificeerd, deskundig personeel, en zonder de montage/installatie van de apparatuur bij de consument thuis, de apparatuur leveren. Nadien heeft AEP nader aangegeven welke criteria gelden voor verkopen via keukenvakzaken. Groen Trend heeft betoogd dat deze criteria elkaar tegenspreken; enerzijds geldt als voorwaarde dat consumenten een groot deel van de aangeboden artikelen in de winkel moeten kunnen bekijken en direct kunnen aanschaffen en meenemen, anderzijds geldt dat de apparatuur door de keukenvakzaak bij de consument geïnstalleerd of gemonteerd moet worden.

Aan dit betoog wordt voorbijgegaan nu het ene apparaat, waarbij te denken valt aan een koffiezetapparaat of een vrijstaande magnetron, zich nu eenmaal meer leent om direct te worden meegenomen, dan bijvoorbeeld een wasmachine.

De stelling van Groen Trend dat de criteria niet consequent worden toegepast tussen de verschillende wederverkopers, omdat outlets zoals Mediamarkt producten niet of slechts tegen een hoge vergoeding bij de consument thuis installeren, heeft AEP gemotiveerd weersproken. Groen Trend is hier niet meer op teruggekomen, zodat deze stelling gepasseerd zal worden. AEP heeft onweersproken aangevoerd dat de condities voor internetverkopers voor alle wederverkopers gelden die via internet verkopen.

Vast staat dat Groen Trend niet aan de door AEP aan een keukenvakzaak gestelde criteria voldoet; zij beschikt niet over een showroom waar deskundig personeel de consument kan voorlichten over de aan te schaffen apparatuur en de consument dient zelf zorg te dragen voor de installatie/montage van de bij Groen Trend gekochte apparatuur.

5.3. AEP rechtvaardigt het verschil tussen de condities voor keukenvakzaken en voor internetverkopers door te wijzen op de toegevoegde waarde die de keukenvakzaak aan de consument biedt. Die toegevoegde waarde bestaat volgens haar met name uit de persoonlijke en deskundige advisering in de winkel of showroom en het (doen) verzorgen van de professionele installatie of montage van de apparatuur bij de consument thuis. De toename van internetverkopen heeft ertoe geleid dat zij vaak, nadat de apparatuur is aangeschaft, alsnog moet adviseren over het gebruik en het onderhoud daarvan. Ook wordt haar servicedienst genoodzaakt bij consumenten thuis de problemen op te lossen die zijn veroorzaakt door ondeskundige installatie van de via internet gekochte apparatuur.

AEP heeft onweersproken aangevoerd dat in het geval een door Groen Trend verkocht apparaat een defect vertoont, het call-center van Groen Trend er slechts voor zorgt dat de technische dienst van de fabrikant/importeur wordt ingelicht. In het geval door een keukenvakzaak geleverde apparatuur niet goed geïnstalleerd blijkt te zijn, worden de kosten van herstel daarvan door haar bij die keukenvakzaak in rekening gebracht. In het geval de consument zelf de apparatuur niet goed heeft geïnstalleerd kan deze consument kosteloos een beroep doen op de servicedienst van AEP.

Groen Trend heeft een door haar zelf opgestelde notitie van een gesprek met een monteur van AEP (productie 20 bij dagvaarding) in het geding gebracht, waarin deze monteur verklaart dat in het geval de apparatuur door de consument zelf verkeerd is geïnstalleerd of ingebouwd de herstelkosten aan die consument in rekening worden gebracht. Nadat AEP deze verklaring uitdrukkelijk heeft weersproken is Groen Trend niet meer teruggekomen op haar stelling dat de herstelkosten aan de consument in rekening worden gebracht. Geconcludeerd moet daarom worden dat anders dan bij de verkoop via een keukenvakzaak, bij verkoop via internet AEP de kosten van herstel of van het alsnog professioneel installeren of monteren van de apparatuur draagt.

5.4. Groen Trend heeft betoogd dat het niet meer van deze tijd is dat de consument zich in de winkel/showroom uitgebreid laat adviseren bij de aankoop van huishoudelijke apparaten, omdat een groot deel van de consumenten immers zelf informatie over de producten op internet vergaart. Ook stelt zij dat het voor een consument niet lastig is om producten zoals magnetrons en koelkasten te bedienen of aan te sluiten. Een stekker in het stopcontact doen is in de regel voldoende.

Overwogen wordt dat het feit dat via internet informatie verkregen kan worden over elektrische apparaten niet uitsluit dat de consument ook behoefte heeft aan een persoonlijk advies van een deskundige verkoper. AEP heeft in dit verband onweersproken verklaard dat de productinformatie die op de door Groen Trend gebruikte websites staat een slap aftreksel is van de informatie in haar bij de keukenvakzaken aanwezige brochures.

De stelling dat het voor consumenten niet moeilijk is keukenapparaten aan te sluiten en dat in de regel volstaan kan worden met het in het stopcontact steken van een stekker wordt verworpen. In de door AEP als productie 6 bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte print van de site van de internetshop van Groen Trend wordt bijvoorbeeld over elektrische (inbouw)kookplaten, (inbouw)fornuizen en (inbouw)ovens die werken op 2 x 220 Volt of 380 Volt meegedeeld dat aan deze apparaten vrijwel nooit een snoer of een (periflex) stekker zit en dat deze apparaten altijd door een elektromonteur moeten worden aangesloten. Voorts wordt vermeld dat ook als er een stekker en snoer aan het apparaat zit, een elektromonteur de aansluiting in de woning moet doormeten voordat de stekker in het stopcontact wordt gestoken. Bij inbouw- en onderbouwapparatuur biedt Groen Trend aan de consument in contact te brengen met klus- en montagebedrijven die het inbouwen kunnen verzorgen. Hieruit volgt genoegzaam dat de installatie/montage van met name inbouwapparatuur meer vergt dan het in het stopcontact steken van een stekker. De rechtbank sluit gezien het vorenstaande niet uit dat door ondeskundige installatie of montage door de consument van via internet gekochte apparatuur er vaker een beroep wordt gedaan op de servicedienst van AEP.

Gezien het vorenstaande zijn de selectievoorwaarden die AEP stelt aan keukenvakzaken passend voor de handel in inbouwapparatuur. Deze producten rechtvaardigen die voorwaarden. De selectievoorwaarden zijn kwalitatief en niet kwantitatief van aard en hebben betrekking op de kwaliteit van het personeel, de aard van de bedrijfsruimte en de after-saleservice. Ook zijn de voorwaarden uniform en worden zij zonder selectie toegepast. De stelling van Groen Trend dat zij niet meer in staat is met AEP-producten te concurreren heeft zij na betwisting door AEP niet nader onderbouwd.

5.5. Een en ander leidt tot het oordeel dat AEP op rechtens te rechtvaardigen gronden bij de door haar gehanteerde condities een onderscheid maakt tussen wederverkopers die via internet haar producten verkopen en keukenvakzaken die haar producten verkopen en dat er geen sprake is van willekeur of discriminatie. Daarvan uitgaande kan AEP niet verweten worden dat zij keukenvakzaken die als doorgeefluik fungeren voor internetverkopers door van AEP tegen de gunstiger condities gekochte apparaten door te verkopen aan een internetverkoper, evenzeer als internetverkoper aanmerkt en nog slechts tegen de voor deze groep wederverkopers geldende condities apparatuur levert.

5.6. Groen Trend heeft aangevoerd dat er sprake is van een langdurige handelsrelatie met (de rechtvoorgangsters van) AEP, waarbij de jaarcontracten met AEP jaarlijks vanzelfsprekend werden verlengd. Deze contractuele relatie wordt beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid.

AEP heeft betwist dat Groen Trend een langdurige (contractuele) handelsrelatie met haar heeft gehad. Zij heeft op basis van jaarafspraken met Groen Trend gecontracteerd. Deze jaarafspraken vervallen aan het eind van elk jaar, waarna veelal nieuwe afspraken tot stand komen.

Daargelaten of een en ander juist is - de door Groen Trend als productie 52 bij dagvaarding in het geding gebrachte conditieovereenkomst 2004 biedt steun aan de stelling van Groen Trend dat de condities waaronder partijen met elkaar zaken deden tot 2005 steeds nagenoeg gelijk zijn gebleven – feit is dat de relatie tussen partijen beheerst werd door maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Haar stelling dat AEP in strijd met de daaruit voortvloeiende eisen heeft gehandeld door de handelsrelatie met Groen Trend feitelijk te verbreken, althans op een verbreking daarvan aan te sturen door de voor Groen Trend geldende prijsstijgingen, moet, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, worden verworpen. Dat geldt ook voor de stelling van Groen Trend dat AEP in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid handelt door voor producten die een keukenvakzaak doorlevert aan een internetverkoper de hogere prijs voor internetverkopers te hanteren. Na betwisting door AEP heeft Groen Trend haar stelling dat AEP haar wederverkopers niet meer levert als zij aan Groen Trend doorleveren, niet met feitelijke gegevens onderbouwd. Aan deze stelling moet dan ook voorbij worden gegaan.

Groen Trend kan niet gevolgd worden in haar stelling dat AEP in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door zonder overgangsperiode haar prijsbeleid ten aanzien van internetverkopers ingrijpend te wijzigen. AEP heeft bij de onder 2.3 geciteerde brief van 23 december 2004 haar wederverkopers meegedeeld dat zij zich het recht voorbehoudt om gedurende 2005 afwijkende condities voor verkopen via internet te hanteren. In de daarop volgende periode heeft zij haar beweegredenen voor haar besluit om afwijkende condities te hanteren uitvoerig schriftelijk en mondeling toegelicht aan Groen Trend. In haar brief van 18 maart 2005 heeft AEP aan Groen Trend meegedeeld dat de condities voor het jaar 2004 tot 1 april 2005 zouden gelden. Dat AEP geen overgangsperiode in acht heeft genomen, kan dan ook niet gezegd worden.

Het moge zo zijn dat er in deze brief nog vanuit gegaan wordt dat Groen Trend als bemiddelaar voor AEP zou gaan optreden, AEP heeft, ook toen bleek dat Groen Trend niet akkoord ging met het voorstel als bemiddelaar op te treden, die overgangsperiode van drie maanden gehandhaafd. De in de brief van 18 maart 2005 vermelde consumentenadvies- prijzen wijken alleen voor wat betreft het ATAG inbouwassortiment in geringe mate af van de (blijkens de brief van 31 maart 2005, aangehaald onder 2.6) per 1 april 2005 voor Groen Trend geldende factuurcondities, de condities voor de ETNA en de Pelgrim inbouwapparatuur zijn gelijk gebleven aan de consumentenadviesprijzen genoemd in de brief van 18 maart 2005. De verwijzing naar de brief van 17 februari 2005 treft geen doel. AEP heeft in haar brief van 18 maart 2005 immers uitdrukkelijk aan Groen Trend meegedeeld dat de brief van 17 februari 2005 als niet geschreven moet worden beschouwd.

Groen Trend heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat AEP toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen slechts aangevoerd dat AEP in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat AEP niet in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld en derhalve ook niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Groen Trend.

5.7. Bij de pleidooien heeft Groen Trend ter toelichting van haar stelling dat AEP onrechtmatig handelt aangevoerd dat dit onrechtmatig handelen naast het handelen in strijd met de beginselen van redelijkheid en billijkheid, dat hiervoor al is besproken, bestaat uit schending van haar leveringsrecht. Groen Trend heeft haar stelling dat haar leveringsrecht geschonden wordt niet nader onderbouwd. Vast staat dat Groen Trend eind juni 2006 de condities voor 2006 alsnog van diverse voorbehouden heeft voorzien en dat AEP daarmee niet akkoord is gegaan. In haar brief van 6 juli 2006 heeft AEP Groen Trend meegedeeld dat zij graag bereid is de leveringen te hervatten, zodra Groen Trend onvoorwaardelijk akkoord gaat met de door AEP gestelde condities. Gesteld noch gebleken dat AEP op dat standpunt is teruggekomen. De stelling van Groen Trend dat AEP onrechtmatig jegens haar handelt moet daarom verworpen worden.

5.8. Groen Trend verwijt AEP voorts dat zij in strijd handelt met het Europese en Nederlandse kartelverbod, zoals neergelegd in de artikelen 81 van het EG-verdrag en artikel 6 van de Mededingingswet (Mw), en dat zij misbruik maakt van haar machtspositie dan wel van een collectieve machtspositie.

Gesteld al dat er (niettegenstaande de protesten van Groen Trend tegen de internetcondities) sprake is van een overeenkomst tussen Groen Trend en AEP in de zin van de hiervoor genoemde bepalingen, dan geldt dat deze overeenkomst naar het oordeel van de rechtbank niet de strekking of tot gevolg heeft dat de mededinging in Nederland of binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst. De vrijheid van toetreding tot het economische verkeer noch de wijze van deelneming aan het economisch verkeer wordt door de overeenkomst beperkt, terwijl zich ook niet de situatie voordoet dat aan Groen Trend bepaalde verplichtingen bij deelneming aan het economisch verkeer worden opgelegd. Mededinging door Groen Trend wordt niet in absolute zin verhinderd door de overeenkomst. Het enkele feit dat AEP voor internetverkopers andere condities hanteert dan voor keukenvakzaken brengt nog niet met zich dat er sprake is van vervalsing van de mededinging. AEP stelt aan keukenvakzaken (hogere) kwalitatieve eisen, zodat er in zoverre geen sprake is van gelijke gevallen.

5.9. Zo de overeenkomst tussen Groen Trend en AEP al kan worden aangemerkt als een overeenkomst als bedoeld in voormelde artikelen, dan is de rechtbank van oordeel dat het daarin neergelegde verbod niet geldt voor deze overeenkomst omdat AEP terecht een beroep doet op EG-verordening 2790/99 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde gedragingen (hierna: de Groepsvrijstelling). Op grond van de Groepsvrijstelling blijft artikel 81, lid 1, van het EG-Verdrag buiten toepassing in geval van overeenkomsten en onderling afgestemde gedragingen waarbij twee of meer, met het oog op de toepassing van de overeenkomst elk in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen werkzame ondernemingen partij zijn en die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder de partijen bepaalde goederen of diensten kunnen kopen, verkopen of doorverkopen, mits het marktaandeel van de leverancier op de relevante markt niet meer dan 30% bedraagt. AEP (als leverancier) en Groen Trend als afnemer staan in een dergelijke verhouding tot elkaar en de voorwaarden die Groen Trend in deze procedure bestrijdt zijn inkoopvoorwaarden van AEP-goederen.

Groen Trend heeft de stelling van AEP dat haar marktaandeel in West-Europa in 2004 substantieel beneden 5% ligt en dat dit marktaandeel in 2005 niet spectaculair is gestegen, niet weersproken, zodat ervan uit kan worden gegaan dat het marktaandeel van AEP ruim beneden de drempel van 30% blijft. Het verweer van Groen Trend dat AEP geen beroep op de Groepsvrijstelling toekomt omdat Groen Trend en AEP concurrenten zijn, slaagt niet. Uit artikel 2, lid 4 aanhef en onder b, van de Groepsvrijstelling volgt immers dat de Groepsvrij-stelling wel van toepassing is indien de leverancier (AEP) zowel producent als distributeur van goederen is, terwijl de afnemer (Groen Trend) een distributeur is die geen goederen produceert die met de contractgoederen concurreren. Anders dan Groen Trend heeft aangevoerd, doen de zogenaamde hard-core restricties in de zin van artikel 4 van de Groepsvrijstelling zich hier niet voor, zodat ook het verweer van Groen Trend dat AEP om die reden gen beroep op de Groepsvrijstelling toekomt, faalt. De overeenkomst heeft immers niet direct of indirect tot doel een vaste of een minimum wederverkoopprijs aan de wederverkoper op te leggen. Ook is er geen sprake van marktverdeling door middel van toewijzing van gebieden of categorieën klanten, terwijl evenmin zich de situatie voordoet dat aan Groen Trend beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de gebruikers aan wie zij mag verkopen. Na betwisting door AEP heeft Groen Trend haar stelling dat AEP haar wederverkopers verbiedt aan Groen Trend te leveren, niet nader onderbouwd. Dat geldt ook voor haar stelling dat AEP een “detectiesysteem”zou hanteren om verkoop aan bijvoorbeeld Groen Trend te kunnen opsporen. Dat AEP de overeenkomst met Schouten heeft beëindigd, omdat zij zich niet kon verenigen met de prijs die Schouten aan Groen Trend voor AEP-producten vroeg, is niet gebleken. AEP heeft ten aanzien van Schouten besloten dat in het vervolg de producten geleverd zouden worden tegen de condities voor internetverkopers. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat onderlinge leveringen tussen de wederverkopers van AEP verboden of beperkt worden.

5.10. Groen Trend heeft aangevoerd dat ook andere witgoedleveranciers er toe zijn overgegaan met internetwederverkopers onder afwijkende condities te contracteren. Haar stelling dat daardoor een cumulatief marktafschermingseffect optreedt, moet verworpen worden. Uit hetgeen zij heeft aangevoerd blijkt niet dat de mededinging door die condities wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor onder 5.9 is overwogen. Daarbij komt dat Groen Trend niet althans onvoldoende heeft aangetoond dat meer dan 50% van de markt in Nederland dan wel West-Europa wordt bestreken door overeenkomsten die een differentiatie aanbrengen tussen internetverkopen en verkopen door keukenvakzaken.

5.11. Voor wat betreft de langere garantieperiode die AEP hanteert voor aankopen via haar internetsite geldt dat gesteld noch gebleken is dat er sprake is van enige overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van ondernemersverenigingen of onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen. Het betreft hier een eenzijdige maatregel van AEP, dus zonder uitdrukkelijke of stilzwijgende medewerking van een andere onderneming. Van strijd met het mededingingsrecht is wat dit onderscheid betreft dan ook geen sprake.

5.12. Ten aanzien van het verwijt van Groen Trend dat AEP misbruik maakt van haar marktpositie dan wel van een collectieve marktpositie geldt dat uit het voorgaande volgt dat het marktaandeel van AEP in Nederland en in West-Europa niet zodanig groot is dat gezegd kan worden dat zij een economische marktpositie heeft op die markten. Van een collectieve economische machtspositie is sprake als twee of meer onafhankelijke economische eenheden op een specifieke markt door zodanige economische banden zijn verenigd, dat zij hierdoor hun optreden op de markt kunnen coördineren. Gesteld noch gebleken is dat tussen de door Groen Trend genoemde andere fabrikanten en importeurs van witgoed dergelijke economische banden bestaan. Misbruik van een collectieve marktpositie doet zich hier dan ook niet voor.

5.13. Nu geoordeeld moet worden dat AEP niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Groen Trend en zij evenmin onrechtmatig of in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld ten opzichte van Groen Trend, kan Groen Trend geen aanspraak maken op de door haar gevorderde schadevergoeding. De vorderingen als weergegeven onder 3.1 a tot en met g zijn gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, niet voor toewijzing vatbaar.

5.14. In haar brief van 18 maart 2005 heeft AEP aan Groen Trend geschreven:

“(..) Als beoogd tijdspad spraken wij af te streven naar implementatie per april 2005. Wij spraken tevens af uw huidige condities 2004 te verlengen tot 1 april 2005. (…)”

AEP heeft geen voorbehoud gemaakt ten aanzien van sommige onderdelen van deze condities. Groen Trend kon en mocht dan ook deze mededeling aldus opvatten dat de verlenging van de overeenkomst van 2004 gold voor alle onderdelen van die overeenkomst, dus ook voor de bonusbepalingen. De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Groen Trend dat de door haar gevorderde bonus betrekking heeft op haar omzet in de eerste dertien weken van 2005, de periode voorafgaande aan 1 april 2005. Zij heeft haar stelling dat zij in die periode een omzet heeft behaald van € 259.321,-- na gemotiveerde betwisting door AEP niet nader onderbouwd. AEP heeft, verwijzend naar het door Groen Trend als productie 53 bij dagvaarding in het geding gebrachte omzetoverzicht, aangevoerd dat uit die eigen cijfers van Groen Trend blijkt dat de omzet van Groen Trend in de eerste dertien weken van 2005 € 168.072,-- bedroeg. Nu Groen Trend op grond van de tussen partijen geldende condities 2004 pas bij het realiseren van een minimale omzet van € 200.000,-- recht had op een bonus, moet ook de vordering van Groen Trend onder 3.1. h worden afgewezen.

5.15.De overige stellingen en verweren behoeven geen bespreking meer, omdat deze, indien besproken, niet tot een andere beslissing zullen leiden.

5.16. Omdat Groen Trend in deze procedure in het ongelijk is gesteld, zal zij veroordeeld worden in de aan de zijde van AEP gevallen kosten van deze procedure. Bij de begroting van het salaris van de procureur van AEP zal worden uitgegaan van tarief V (€ 1.421,--

per punt). Aan de proceshandelingen zullen 4 punten worden toegekend.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. bepaalt dat Schouten Keukens B.V. geen partij (meer) is in deze procedure en dat haar vorderingen niet behandeld zullen worden;

6.2. wijst de vorderingen van Groen Trend af,

6.3. veroordeelt Groen Trend in de proceskosten, aan de zijde van AEP tot op heden begroot op € 5.684,-- aan salaris procureur en € 3.005,-- aan verschotten;,

6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. van Lee, mr. P.F.A. Bierbooms en mr. K. Gilhuis en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2007.