Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB6561

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-10-2007
Datum publicatie
26-10-2007
Zaaknummer
06/557999-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, bij niet verrichten te vervangen door 40 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank heeft in de strafmaat meegewogen dat verdachte zijn aandacht dusdanig heeft laten verslappen, dan wel dat hij in slaap is gevallen achter het stuur, dat hij de controle over zijn auto is verloren. Daarnaast heeft de verdachte ook niet zijn alarmlichten aangedaan op het moment dat hij ontdekte dat zijn auto niet meer te verplaatsen was. Hierdoor heeft hij een zeer gevaarlijke situatie doen ontstaan.

Anderzijds heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/557999-07

Uitspraak d.d.: 26 oktober 2007

Tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 oktober 2007.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 mei 2007 in de gemeente Epe als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A50, althans enige weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

niet voortdurend de aandacht aan de weg en/of aan het verkeer besteed en/of zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle gehad en/of niet voortdurend de handeling(en) verricht die van hem -verdachte- werden vereist en/of niet de rijbaan gebruikt,

immers is hij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, althans is zijn, verdachtes, aandacht tijdens het rijden verslapt, waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook in de rechterberm terecht is gekomen en (vervolgens) (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en de rijbaan in de middenberm en/of tegen de middenvangrail terecht is gekomen en (vervolgens) tot stilstand

is gekomen op de rechterrijstrook,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en/of op het door hem, verdachte, op de rijbaan achtergelaten voertuig en de door [slachtoffer] bestuurde personenauto die op voornoemde rechterrijstrook reed,

waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten nekklachten en/of rugklachten en/of letsel aan het borstbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 06 mei 2007 in de gemeente Epe als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, de Rijksweg A50, althans enige weg,

waarbij hij, verdachte,

niet voortdurend de aandacht aan de weg en/of aan het verkeer heeft besteed en/of zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad en/of niet voortdurend de handeling(en) heeft verricht die van hem -verdachte- werden vereist en/of niet de rijbaan heeft gebruikt,

immers is hij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, althans is zijn, verdachtes, aandacht tijdens het rijden verslapt, waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook in de rechterberm terecht is gekomen en (vervolgens) (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en de rijbaan in de middenberm en/of tegen de middenvangrail terecht is gekomen en (vervolgens) tot stilstand

is gekomen op de rechterrijstrook,

waarbij en/of waardoor een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en/of het door hem, verdachte, op de rijbaan achtergelaten voertuig, en de door [slachtoffer] bestuurde personenauto die op voornoemde rechterrijstrook reed, waarbij [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of schade heeft geleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering en bewezenverklaring

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende redenen zijn om schuld, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 aan te nemen en voorts dat er sprake is verontschuldigbare onmacht doordat de door bestuurde auto dusdanige schade had, dat deze niet meer verplaatst kon worden. De verdachte was niet onder invloed van alcoholhoudende drank en had tevens geen medicijnen geslikt. Daarnaast is er naar de mening van de verdediging geen sprake van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer en slechts een tijdelijke verhindering van de normale bezigheden door een shock, hetgeen niet in de tenlastelegging wordt bedoeld. Verdachte dient te worden vrijgesproken, dan wel te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van schuld.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat in het onderliggende dossier voldoende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, aanwezig zijn om tot wettig en overtuigend bewijs van het onder primair ten laste gelegde te komen. De verdediging heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

De aandacht van de verdachte is tijdens het besturen van zijn auto verslapt (en volgens verdachte zelf is hij wellicht in slaap gevallen), waardoor hij zijn auto niet meer onder controle had en derhalve uiteindelijk midden op de rechterrijbaan tot stilstand kwam. De verdachte heeft aangegeven dat zijn voertuig dusdanig was beschadigd, dat deze niet meer te verplaatsen viel. Deze stelling vindt dan wel geen aansluiting tot het gerelateerde in het proces-verbaal, echter ziet de rechtbank geen aanleiding te veronderstellen dat deze stelling niet op waarheid berust. De verdachte heeft echter nagelaten kenbaar te maken dat zijn voertuig op de rijbaan stond, door middel van bijvoorbeeld het aanzetten van zijn alarmlichten en/of het neerzetten van een gevarendriehoek. Uit het dossier en de onderliggende stukken is gebleken dat het slachtoffer, naast de psychische gevolgen ook, zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 06 mei 2007 in de gemeente Epe als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A50, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft hij, verdachte,

aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,

niet voortdurend de aandacht aan de weg en aan het verkeer besteed en zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle gehad en niet voortdurend de handelingen verricht die van hem -verdachte- werden vereist en niet de rijbaan gebruikt,

immers is hij, verdachte, tijdens het rijden in slaap gevallen, althans is zijn, verdachtes, aandacht tijdens het rijden verslapt, waarbij hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig via de vluchtstrook in de rechterberm terecht is gekomen en vervolgens (mede door een sterke stuurcorrectie naar links), via de vluchtstrook en de rijbaan in de middenberm en tegen de middenvangrail terecht is gekomen en vervolgens tot stilstand

is gekomen op de rechterrijstrook,

waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het door hem, verdachte, op de rijbaan achtergelaten voertuig en de door [slachtoffer] bestuurde personenauto die op voornoemde rechterrijstrook reed,

waardoor [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. .

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten: een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, ten aanzien van het onder primair ten laste gelegde.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zijn aandacht dusdanig heeft laten verslappen, dan wel dat hij in slaap in gevallen achter het stuur, dat hij de controle over zijn auto is verloren. Daarnaast heeft de verdachte ook niet zijn alarmlichten aangedaan op het moment dat hij ontdekte dat zijn auto niet meer te verplaatsen was. Hierdoor heeft hij een zeer gevaarlijke situatie doen ontstaan.

Anderzijds heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank acht voorts een deels voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats is, teneinde de verdachte in te scherpen oplettend en voorzichtig aan het verkeer deel te nemen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op van artikel 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

- een werkstraf gedurende 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen.

Ontzegt verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt, dat deze van deze bijkomende straf een gedeelte groot 4 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2007.