Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB6410

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
24-10-2007
Zaaknummer
06/460370-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor berovingen en pogingen tot afpersing met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460370-07

Uitspraak d.d.: 24 oktober 2007

Tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 oktober 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven:

De vordering tot wijziging van de tenlastelegging is toegewezen.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffe[slachtoffer 1] en/of [sla[slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en/of enig goed van verdachte en/of diens mededader(s) gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffe[slachtoffer 1] en/of [sla[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- tegen de fiets en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben/heeft getrapt en/of

geschopt en/of

- tegen de fiets van die [slachtoffer 2] hebben/heeft getrapt en/of geschopt en/of die [slachtoffer 2] van de fiets hebben/heeft afgetrokken en/of

- die [slachtoffer 2] hebben/heeft getackeld en/of op de grond hebben/heeft laten vallen en/of tegen het lichaam hebben/heeft geduwd en/of aan het lichaam hebben/heeft getrokken en/of

- (terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) tegen het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft getrapt en/of geschopt en/of

- aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] de woorden hebben/heeft toegevoegd: "Hé, geef geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2, incident 5)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Deventerstraat, in elk geval op of aan een of meer openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffe[slachtoffer 1] en/of [sla[slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het

- trappen en/of schoppen tegen de fiets en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- trappen en/of schoppen tegen de fiets van die [slachtoffer 2] en/of het van de fiets aftrekken van die [slachtoffer 2] en/of

- tackelen van die [slachtoffer 2] en/of op de grond laten vallen en/of deze tegen het lichaam duwen en/of aan het lichaam trekken en/of

- (terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag) tegen het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer 2] trappen en/of schoppen;

(incident 2, incident 5)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk: Nokia), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachto[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of diens mededader(s) die [slachtoffer 3] (onverhoeds) (van achteren) heeft/hebben vastgepakt en/of deze (met kracht) tegen een hek heeft/hebben aangeduwd en/of die [slachtoffer 3] zodanig heeft/hebben geduwd dat deze ten val is gekomen en/of (terwijl die [slachtoffer 3] op zijn buik op de grond lag), diens jaszak(ken), althans diens kleding heeft/hebben nagevoeld;

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slach[slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) (andere) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

die [slachtoffer 4] hebben/heeft achtervolgd/gevolgd en/of tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd: "Ik wil niet vechten, ik wil doekoes" en/of "Krijgen we nou doekoes of hoe zit dat?", althans woorden van gelijke aard of strekking toegevoegd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] (met kracht) in diens gezicht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of deze (met kracht) tegen diens lichaam hebben/heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 8)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of een of meer (andere) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slach[slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke (poging tot) diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [slachtoffer 4] hebben/heeft achtervolgd/gevolgd en/of tegen die [slachtoffer 4]

hebben/heeft gezegd: "Ik wil niet vechten, ik wil doekoes" en/of "Krijgen we nou doekoes of hoe zit dat?", althans woorden van gelijke aard of strekking toegevoegd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 4] (met kracht) in diens gezicht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en/of deze tegen diens lichaam hebben/heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

(incident 8)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 mei 2007 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Kanaal Noord (Oostzijde), in elk geval op of aan een of meer openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slach[slachtoffer 4] en/of [ge[getuige 6], welk geweld bestond uit het achtervolgen van en/of het zich opdringen tegen en/of in de richting van die [slachtoffer 4] en/of die [getuige 6] en/of die [slachtoffer 4] (met kracht) in diens gezicht slaan en/of stompen en/of die [slachtoffer 4] en/of die [getuige 6] tegen diens/hun licha(a)m(en) duwen;

(incident 8)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen inzake het bewijs

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten.

2. De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, althans ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging, van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat niet bewezen is dat tegen het lichaam van [slachtoffer 1] en tegen het lichaam en hoofd van [slachtoffer 2] is getrapt en/of geschopt. Ook is geen sprake geweest van een poging tot afpersing. De verdachte is daarnaast vrijwillig teruggetreden in de zin van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht.

3. De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat [slachtoffer 3] in diens gezicht is geslagen of gestompt. Voor het overige heeft zij zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit gerefereerd.

4. De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder onder 3 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feit, althans dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is geweest van een poging tot afpersing. De verdachte is daarnaast vrijwillig teruggetreden in de zin van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1

5. Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 20 mei 2007 omstreeks 03.30 uur met [slachtoffer 2] en [getuige 1] over de Deventerstraat te Apeldoorn fietste. Hij zag daar drie jongens op een bankje langs Kanaal Noord. Een donkere jongen uit dat groepje liep op hem toe en schopte tegen zijn fiets en tegen zijn rechterbeen. [slachtoffer 1] hoorde de jongen zeggen: “Hee geef geld”. [slachtoffer 1] kon doorfietsen, maar zag vervolgens dat twee jongens [slachtoffer 2] van zijn fiets aftrokken, met hun handen bij hun schouders pakten en dat [slachtoffer 2] evenals diens fiets op de grond viel. Vervolgens zag hij dat [slachtoffer 2] tegen zijn lichaam werd getrapt en hoorde dat ook tegen [slachtoffer 2]: “geef geld” werd geroepen. [slachtoffer 1] herkende een van de drie jongens als [medeverda[medeverdachte A].

6. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 20 mei 2007 omstreeks 03.30 uur met [slachtoffer 1] en [getuige 1] over de Deventerstraat te Apeldoorn fietste. Hij zag dat een jongen met een donkere huidskleur tegen het voorwiel van [slachtoffer 1] trapte. Hij merkte vervolgens zelf dat hij van zijn fiets viel. Nadat hij overeind was gekomen werd hij achterna gezeten door een jongen met een licht getinte huidskleur en pootje gehaakt door een blanke jongen. Toen hij op de grond lag, hoorde hij iemand: “geld, geld” roepen.

7. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een trap tegen hun fiets kregen. Vervolgens zag zij dat twee jongens (van de drie die op het bankje zaten) een trap tegen het hoofd en twee of drie trappen tegen de benen van [slachtoffer 2] gaven. Ze hoorde de jongens: “Geef geld, geef geld” roepen, terwijl ze op [slachtoffer 2] intrapten. Toen [slachtoffer 2] probeerde weg te rennen, zag ze dat hij getackeld werd.

8. De [medeverda[medeverdachte A] heeft bekend dat hij in de nacht van 20 mei 2007 tussen 03.30 en 04.00 uur langs het Kanaal bij de Deventerstraat te Apeldoorn samen met de verdachte heeft geprobeerd mensen te beroven. Hij zag dat de verdachte een fietser (uit een groepje van twee jongens en een meisje) tegen de fiets trapte. [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij zich er ook mee is gaan bemoeien en daarbij “geld, geld” heeft geroepen en geweld heeft gebruikt.

9. De [medeverda[medeverdachte A] heeft voorts verklaard dat de verdachte had voorgesteld om mensen lastig te gaan vallen en dat hij daar ook wel voor voelde.

10. Getuige [getuige 2] heeft verklaard met de [verdachte] en een blonde jongen die hij niet kende (de rechtbank begrijpt dat hiermee [medeverdachte A] wordt bedoeld) langs het Kanaal te hebben gelopen in de nacht van 20 mei 2007. Hij hoorde de [verdachte] en [medeverdachte A] erover praten dat ze iemand van zijn geld wilden beroven. Hij zag vervolgens dat de verdachte agressief en raar deed. De getuige zag dat de verdachte een jongen van zijn fiets begon te trappen en niet ophield met trappen. De getuige herkende het slachtoffer als [slachtoffer 1]. Hij hoorde [medeverdachte A] roepen: “Geef me je geld, geef me je geld”.

11. De verdachte heeft verklaard dat het mogelijk zou kunnen zijn dat hij in de nacht van 20 mei 2007 meerdere mensen heeft geprobeerd te beroven met [medeverdachte A], ook al kan hij zich dat niet meer herinneren door zijn alcoholgebruik.

12. De rechtbank leidt uit de inhoud van deze bewijsmiddelen af dat de verdachte de donkere jongen is geweest die [slachtoffer 1] tegen zijn fiets en tegen zijn lichaam heeft getrapt. Vast staat voorts dat [slachtoffer 2] tegen het lichaam en het hoofd is getrapt. Het feit dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij niet de indruk had dat het de jongens om geld te doen was, betekent niet dat geen sprake was van een poging tot afpersing. Uit de bewijsmiddelen komt immers naar voren dat [medeverdachte A] en de verdachte het opzet hebben gehad om voorbijgangers te gaan beroven, zich aldus hebben uitgelaten, en hebben gepoogd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te bewegen om geld af te geven.

13. Gezien het voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte het hem primair onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierna onder het kopje ‘bewezenverklaring’ is omschreven.

Ten aanzien van feit 2

14. Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op 20 mei 2007 omstreeks 03.50 uur op de Deventerstraat te Apeldoorn ter hoogte van de Noorderlaan plotseling van achteren werd aangevallen. Hij voelde zich vastgepakt worden door een aantal personen, tegen een hek aangeduwd en ten val worden gebracht. Toen hij met zijn buik op de grond lag werd er in zijn zakken gevoeld en werd zijn telefoon weggenomen.

15. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij samen met de [verdachte] en ene [naam] in de nacht van 20 mei 2007 op de Deventerstraat vlak voor de woning van de verdachte een man heeft beroofd van zijn telefoon en zijn portemonnee. [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij deze man eerst heeft getackeld en toen hij op de grond lag zijn portemonnee te hebben gepakt en hem zijn telefoon aan hen te hebben laten overhandigen.

16. De verdachte heeft bekend in de buurt van zijn woning op de Deventerstraat een jongen van zijn portemonnee en van zijn mobiele telefoon te hebben beroofd.

17. De getuige [getuige 3] heeft drie jongens zien wegrennen, die voordat ze wegrenden over iemand heen gebogen stonden. Het zag eruit alsof deze jongens aan de jongen die op de grond lag duwden en trokken. Nadat de jongens weggerend waren, zag ze dat de achtergebleven jongen eruit zag alsof hij in elkaar was geslagen en hoorde ze hem zeggen dat hij beroofd was.

18. De getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij in de nacht van 20 mei 2007 met de verdachte in diens woning was en dat daar nog een jongen met een camouflagejas met capuchon was (de rechtbank begrijpt dat hiermee [medeverdachte A] wordt bedoeld). De verdachte en [medeverdachte A] gingen naar buiten. Hij liep achter ze aan en zag toen een jongen op de grond liggen bij de kruising van de Noorderlaan. Vervolgens zag hij [medeverdachte A] en de verdachte weer hard naar de woning van de verdachte rennen en rende met hen mee.

19. Gezien het voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte het hem onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierna onder het kopje ‘bewezenverklaring’ is omschreven.

Ten aanzien van feit 3

20. Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 20 mei 2007 tussen 03.00 en 04.00 uur met een fiets aan de hand samen met [getuige 6] en [getuige 5] op de Deventerstraat te Apeldoorn liep, toen twee jongens achter hun aan kwamen. [slachtoffer 4] hoorde een van de jongens zeggen: “Ik wil doekoes”, en toen zij weigerden geld te geven: “Krijgen we nou nog doekoes of hoe zit dat?” [slachtoffer 4] kreeg vervolgens een harde klap tegen zijn wang. Een derde jongen die [slachtoffer 4] eerder iets verderop had zien bellen kwam er uiteindelijk bij en zorgde ervoor dat de twee jongens hen lieten gaan.

21. De getuige [getuige 6] heeft verklaard dat ze door twee jongens werden aangesproken, die om “doekoes” vroegen. [getuige 6] zag dat [slachtoffer 4] door een van de jongens op zijn kaak werd geslagen.

22. De getuige [getuige 5] heeft verklaard dat twee jongens achter hen aanliepen dan om “doekoes” vroegen. Zij zag een van de jongens al rennend [slachtoffer 4] hard op zijn hoofd slaan. Een derde jongen die [getuige 5] eerder iets verderop had zien bellen kwam er uiteindelijk bij en zorgde ervoor dat de twee jongens hen lieten gaan.

23. Medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij in de nacht van 20 mei 2007 langs het Kanaal Noord ook (de rechtbank begrijpt naast het incident met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) ruzie had met een grote Nederlandse jongen die samen was met een andere jongen en een meisje. Het zou goed kunnen dat toen ook geld door hem en de verdachte is gevraagd. In ieder geval had hij die grote jongen een klap gegeven.

24. De [medeverda[medeverdachte A] heeft voorts verklaard dat de verdachte had voorgesteld om mensen lastig te gaan vallen en dat hij daar ook wel voor voelde.

25. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [medeverdachte A] en de verdachte vóór het incident met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ook nog ruzie hebben gehad met twee jongens en een meisje. Daar was een grote, beetje dikke, jongen bij. [getuige 2] had staan bellen iets verderop toen dit gebeurde. Hij had de verdachte zien duwen. Hij was er heen gelopen en had ze uit elkaar gehaald. Toen hij tussenbeide kwam, was er nog een beetje geduwd.

26. De getuige [getuige 2] heeft verklaard met de [verdachte] en een blonde jongen die hij niet kende(de rechtbank begrijpt dat hiermee [medeverdachte A] wordt bedoeld) langs het Kanaal te hebben gelopen in de nacht van 20 mei 2007. Hij hoorde de [verdachte] en [medeverdachte A] erover praten dat ze iemand van zijn geld wilden beroven.

27. De verdachte heeft verklaard dat het mogelijk zou kunnen zijn dat hij in de nacht van 20 mei 2007 meerdere mensen heeft geprobeerd te beroven met [medeverdachte A], ook al kan hij zich dat niet meer herinneren door zijn alcoholgebruik.

28. De rechtbank leidt uit de inhoud van deze bewijsmiddelen af dat de verdachte en [medeverdachte A] de jongens zijn geweest die [slachtoffer 4] gevolgd hebben en om geld hebben gevraagd. Het feit dat de getuige [getuige 5] heeft verklaard dat ze – nadat [slachtoffer 4] op zijn hoofd geslagen was - sterk de indruk had dat de jongens het wel genoeg vonden en het feit dat [medeverdachte A] [getuige 6] een hand zou hebben gegeven, brengt niet met zich dat geen sprake was van een poging tot afpersing. Uit de bewijsmiddelen komt immers naar voren dat [medeverdachte A] en de verdachte het opzet hebben gehad om voorbijgangers te gaan beroven en hebben gepoogd [slachtoffer 4] te bewegen om geld af te geven.

29. Gezien het voorgaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte het hem primair onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierna onder het kopje ‘bewezenverklaring’ is omschreven.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1 primair: hij in de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en

bedreiging met geweld [slachtoffe[slachtoffer 1] en [sla[slachtoffer 2] te dwingen tot de

afgifte van een geldbedrag,

- tegen de fiets en het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben/heeft getrapt en/of

geschopt en

- tegen de fiets van die [slachtoffer 2] hebben/heeft getrapt en/of geschopt en die [slachtoffer 2] van de fiets hebben/heeft afgetrokken en

- die [slachtoffer 2] hebben/heeft getackeld en op de grond hebben/heeft laten vallen en tegen het lichaam hebben/heeft geduwd en aan het lichaam hebben/heeft getrokken en

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag tegen het lichaam en hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft getrapt en/of geschopt en

- aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] de woorden hebben/heeft toegevoegd:

"Hé, geef geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2: hij in de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk: Nokia), toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of diens mededader(s) die [slachtoffer 3] onverhoeds van achteren heeft/hebben vastgepakt en deze met kracht tegen een hek heeft/hebben aangeduwd en die [slachtoffer 3] zodanig heeft/hebben geduwd dat deze ten val is gekomen en terwijl die [slachtoffer 3] op zijn buik op de grond lag, diens jaszak(ken), althans diens kleding heeft/hebben nagevoeld;

3 primair: hij in de nacht van 19 op 20 mei 2007 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van geld die [slachtoffer 4] hebben/heeft achtervolgd/gevolgd en tegen die [slachtoffer 4] hebben/heeft gezegd: "Ik wil niet vechten, ik wil doekoes" en "Krijgen we nou doekoes of hoe zit dat?", althans woorden van gelijke aard of strekking toegevoegd en vervolgens die [slachtoffer 4] met kracht in diens gezicht hebben/heeft geslagen en/of gestompt en deze met kracht tegen diens lichaam hebben/heeft geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1 primair:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3 primair:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat de verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 3 ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging, omdat de verdachte vrijwillig is teruggetreden in de zin van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht slaagt niet. Ten aanzien van feit 1 geldt dat de verdachte en zijn medeverdachte [slachtoffer 2] pas hebben laten gaan, nadat [slachtoffer 1] en [getuige 2] erop hebben aangedrongen dat zij ophielden. Ten aanzien van feit 3 geldt dat de verdachte en medeverdachte hun poging tot afpersing van [slachtoffer 4] pas hebben gestaakt, nadat een derde, te weten [getuige 5], tussenbeide is gekomen. Onder deze omstandigheden kan telkens niet gezegd worden dat het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte de aanwijzingen van de reclassering opvolgt, ook als die inhouden het meewerken aan een behandeling, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, gevorderd.

2. De raadsvrouw heeft gelet op het door haar ingenomen standpunt primair vrijspraak en subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging van het onder 1 en 3 ten laste gelegde bepleit. Subsidair en ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft zij als strafmaatverweer aangevoerd dat het uitgeoefende geweld zeer beperkt is gebleven, dat het aandeel van de verdachte gering is geweest en dat hij niet de voordelen heeft geïncasseerd. De raadsvrouw heeft bepleit, indien de rechtbank tot een strafoplegging komt, deze niet langer te doen zijn dan de periode dat de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

3. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, alsmede de inhoud van het reclasseringsrapport van 3 september 2007, met inbegrip van de opmerkingen die daarover ter terechtzitting zijn gemaakt, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte zich, onder invloed van alcoholhoudende drank, in een korte periode heeft schuldig gemaakt aan twee pogingen tot afpersing, waarbij geweld gepleegd is, en een beroving, waarbij eveneens geweld is gebruikt. De verdachte heeft, door te handelen als bewezenverklaard, de willekeurig uitgekozen slachtoffers een traumatische ervaring bezorgd en bovendien bijgedragen aan de in de samenleving levende onveiligheidsgevoelens.

4. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte en het feit dat de verdachte nauwelijks eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Ten voordele van verdachte wordt meegewogen dat het erop lijkt dat de medeverdachte van de verdachte een voortrekkersrol heeft gespeeld bij het plegen van de bewezenverklaarde delicten, maar daar staat echter tegenover dat de verdachte zelf ook geweld heeft gepleegd en bij het tweede feit het initiatief heeft genomen. Ter zitting heeft de verdachte evenwel meermaals gezegd veel spijt te hebben van de feiten.

5. Gelet hierop zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden met aftrek van voorarrest. De rechtbank zal de helft van deze straf, te weten 12 (twaalf) maanden, voorwaardelijk opleggen om de veroordeelde ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Zij zal het advies van de reclassering volgen om een verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die de veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang dit noodzakelijk wordt geoordeeld, ook als dit inhoudt dat de veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door een door de reclassering aan te wijzen instelling. De veroordeelde zal zich houden dan aan regels die door of namens de leiding van die instelling zullen worden gegeven

Geeft de reclassering opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kleinrensink en Varenhorst, rechters, in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2007.

Mr. Varenhorst is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 21 mei 2007 inhoudende de aangifte van [slachtoffer 1], p. 208-211 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 21 mei 2007 inhoudende de aangifte van [slachtoffer 2], p. 262-264 eind-pv

21 mei 2007 inhoudende de verklaring van E.M.E. [getuige 1], p. 265-267 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 25 juni 2007 inhoudende de verklaring van [medeverdachte A], p. 272-273 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2007 inhoudende de verklaring van [medeverdachte A], p.158-159 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 juni 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 2], p. 295-303 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 17 juli 2007 inhoudende de verklaring van [verdachte], p. 290-291 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 21 mei 2007 inhoudende de aangifte van [slachtoffer 1], p. 208-211 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 mei 2007 inhoudende de aangifte van de aangifte van [slachtoffer 3], p. 305-306 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 16 juli 2007 inhoudende de verklaring van [medeverdachte A], p. 316-318 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 17 juli 2007 inhoudende de verklaring van [verdachte], p. 319-320 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 22 mei 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 3], p. 312-313 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 24 juli 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 4], p. 321-323 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 25 mei 2007 inhoudende de verklaring van slachtoffer 4], p. 337-340 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 29 mei 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 6], p. 341-344 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 30 mei 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 5], p. 346-348 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 16 juli 2007 inhoudende de verklaring van [medeverdachte A], p. 158-159 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2007 inhoudende de verklaring van [medeverdachte A], p. 158-159 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 juli 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 2], p. 354-359 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 10 juni 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 2], p. 295-303 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 17 juli 2007 inhoudende de verklaring van [verdachte], p. 290-291 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 30 mei 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 5], p. 346-348 eind-pv

Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 29 mei 2007 inhoudende de verklaring van [getuige 6], p. 341-344 eind-pv