Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB6284

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
24-10-2007
Zaaknummer
06/460360-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte wegens beroving van willekeurige voorbijganger tot gevangenisstraf en reclasseringstoecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460360-07

Uitspraak d.d.: 24 oktober 2007

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. Achterhoek, HvB Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 oktober 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

Het namens verdachte door de raadsvrouw gedane verzoek tot opheffing van het bevel voorlopige hechtenis en de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 30 juni 2007

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (merk Siemens), in elk geval enig goed en/of Euro 5,--,

althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer] (steeds) heeft/hebben tegen/vastgehouden, en/of

- bij die [slachtoffer] in de broekzak(ken) heeft/hebben gegraaid en/of gevoeld,

en/of (vervolgens)

- (dat) geld (uit de broekzak(ken)) heeft/hebben gepakt, en/of

- die telefoon uit de hand(en) van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt en/of

gegrist, en/of (daarbij)

- de fiets van die [slachtoffer] op slot heeft/hebben gezet en/of (vervolgens) de

fietssleutel op de grond/ weg heeft/hebben gegooid, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen op de knieen te gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal tegen/op het hoofd hebben/heeft

gestompt en/of geslagen,;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 30 juni 2007

in de gemeente Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van een mobiele telefoon (merk Siemens), in elk geval van enig goed

en/of Euro 5,--, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer] (steeds) hebben/heeft tegen/vastgehouden, en/of

- bij die [slachtoffer] in de broekzak(ken) hebben/heeft gegraaid en/of gevoeld,

en/of

- de fiets van die [slachtoffer] op slot hebben/heeft gezet en/of (vervolgens) die

fietssleutel op de grond / weg hebben/heeft gegooid, en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen op de knieen te gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal tegen/op het hoofd hebben/heeft

gestompt en/of geslagen,

en/of daarbij die [slachtoffer] hebben/heeft toegevoegd:

- "Geef ons je geld", en/of

- "Geef me je geld", en/of

- "Geef me/ons je mobiele telefoon, anders krijg je klappen"

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Verdachte heeft bekend op 30 juni 2007 met anderen een geldbedrag te hebben gestolen van [sl[slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld. Verder heeft verdachte bekend met anderen diezelfde [slachtoffer] door geweld en bedreiging met geweld te hebben gedwongen tot afgifte van een mobiele telefoon.

De rechtbank betrekt in haar overwegingen de volgende bewijsmiddelen:

de aangifte van [slachtoffer] d.d. 1 juli 2007, p. 75-78

de verklaring van medeverdachte [verdachte A] d.d. 18 en 19 juli 2007, p. 129-133

de verklaring van medeverdachte [verdachte B] d.d. 1, 2 en 3 juli 2007, p. 106-112

de verklaring van medeverdachte [verdachte C] d.d. 3 en 4 juli 007, p. 115-122

de verklaring van medeverdachte [verdachte D] d.d. 19 juli 2007, p. 134- 136

een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek naar de in beslag genomen mobiele telefoon d.d. 20 augustus 2007, p. 137-138

de verklaring van [getuige 1] d.d. 30 juni 2007, p. 87-88

de verklaring van [getuige 2] d.d. 1 juli 2007, p. 89-90

de verklaring van [getuige 3] d.d. 3 juli 2007, p. 91-93

de verklaring van [getuige 4] d.d. 3 juli 2007, p. 94-95

de verklaring van [getuige 5] d.d. 4 juli 2007, p. 99-101

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 30 juni 2007 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld jegens [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen

- die [slachtoffer] hebben vastgehouden, en

- bij die [slachtoffer] in de broekzakken hebben gegraaid en/of gevoeld, en

- geld uit de broekzakken hebben gepakt, en

- de fiets van die [slachtoffer] op slot hebben gezet en de fietssleutel op de grond hebben gegooid, en

- die [slachtoffer] hebben gedwongen op de knieën te gaan zitten, en die [slachtoffer] op het hoofd hebben geslagen

en

dat verdachte op 30 juni 2007 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een mobiele telefoon toebehorend aan die [slachtoffer], welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen

- die [slachtoffer] hebben vastgehouden, en

- bij die [slachtoffer] in de broekzakken hebben gegraaid en/of gevoeld, en

- geld uit de broekzakken hebben gepakt, en

- de fiets van die [slachtoffer] op slot hebben gezet en de fietssleutel op de grond hebben gegooid, en

- die [slachtoffer] hebben gedwongen op de knieën te gaan zitten, en die [slachtoffer] op het hoofd hebben geslagen

- en die [slachtoffer] hebben toegevoegd “geef ons je mobiele telefoon, anders krijg je klappen”.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

Afpersing, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en met de bijzondere voorwaarde van begeleiding door de reclassering, en voorts met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank overweegt dat de beroving van een willekeurig gekozen slachtoffer een traumatische gebeurtenis voor het slachtoffer moet hebben betekend. Bovendien draagt een dergelijke handelwijze bij aan een gevoel van onveiligheid in onze samenleving. De rechtbank merkt bovendien op dat in dit geval weliswaar geen gebruik is gemaakt van extreem geweld, maar dat er wel is gekozen voor een zeer vernederende handelwijze,

waarbij in de kleding van het slachtoffer is gevoeld, en waarbij het slachtoffer onder meer is gedwongen te smeken om teruggave van zijn spullen (onder andere door op de knieën te moeten gaan zitten). Verdachte is bovendien al meerdere malen met justitie in aanraking geweest.

De rechtbank overweegt anderzijds dat verdachte geen voortrekkersrol heeft gespeeld, dat het initiatief tot de beroving door twee medeverdachten is genomen, en dat verdachte bekent een grote misstap te hebben begaan, en daar spijt van heeft. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte expliciet te kennen heeft gegeven dat hij hulp nodig heeft bij het omgaan met zijn problemen, waaronder een alcoholprobleem, en dat hij de aangeboden hulp van de reclassering graag wil aanpakken. Om hem de kans te geven op korte termijn met de aangeboden hulp aan de slag te gaan zal de rechtbank een minder zware straf opleggen dan de straf zoals geëist door de officier van justitie.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 63, 310, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Reclassering (afdeling IrisZorg, Justitiële verslavingszorg Arnhem-Nijmegen-Doetinchem), zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt diagnostiek en begeleiding bij een polikliniek voor verslavingszorg en/of begeleiding bij de Tender. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van de betreffende instelling(en) zal/zullen worden gegeven.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door mr. Varenhorst, voorzitter,

mr. Kleinrensink en mr. Gilhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2007.