Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB6034

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-10-2007
Datum publicatie
19-10-2007
Zaaknummer
07/1694 en 07/1695
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het bezwaar van eisers is gericht tegen verweerders op 20 juni 2007 door verzending aan de derde-partij bekendgemaakte mededelingen dat de in geding zijnde bouwvergunningen van rechtswege zijn verleend, althans tegen die bouwvergunningen zelf. Voor zover de betreffende bouwvergunningen niet al eerder op of na 14 april 2007 van rechtswege zijn verleend, zijn verweerders mededelingen van 20 juni 2007 daaromtrent aan te merken als besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nrs.: 07/1694 en 07/1695

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak, in het geding tussen:

[eisers]

te Harderwijk,

verzoekers/eisers, hierna: eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk

verweerder.

Harders Plaza B.V.

te Harderwijk,

derde-partij.

1. Bestreden besluit

Besluit van verweerder van 12 september 2007.

2. Feiten en procesverloop

Bij brieven van 20 juni 2007, bekendgemaakt op diezelfde datum, heeft verweerder aan de derde-partij meegedeeld dat de termijn voor het beslissen op de aanvragen om reguliere bouwvergunningen voor het revitaliseren van de bestaande feestzalen en het aanbrengen van een tweetal daksparingen op het perceel, plaatselijk bekend Flevoweg 2 te Harderwijk op

13 april 2007 afliep, dat niet binnen deze termijn op de aanvragen is beslist, dat de bouwplannen niet in strijd zijn met het vigerende bestemmingsplan en dat de bouwvergunningen daarom van rechtswege zijn verleend.

Op 28 juni 2007 is in de officiële publicaties van de gemeente Harderwijk kennisgegeven van de verlening van deze reguliere bouwvergunningen. Daarbij is meegedeeld dat iedere belanghebbende tegen deze besluiten binnen 6 weken nadat het besluit aan de aanvrager is bekendgemaakt, een bezwaarschrift kan indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

Namens eisers is bij brief, gedagtekend 7 augustus 2007, bij verweerder ingekomen op

6 augustus 2007, bezwaar gemaakt tegen deze beslissingen.

Bij het thans bestreden besluit is het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard.

Namens eisers heeft mr. M. Kuiper, advocaat te Harderwijk, bij brief van 4 oktober 2007 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van gelijke datum is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoek is behandeld ter zitting van 17 oktober 2007, waar namens eisers [naam] is verschenen, bijgestaan door mr. Kuiper voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Huisman. Namens de derde-partij is [naam] verschenen, bijgestaan door ing. I.T.G.M. Martens.

3. Motivering

Indien de voorzieningenrechter na de behandeling ter zitting van een verzoek om een voorlopige voorziening van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij, ingevolge artikel 8:86 van de Awb, onmiddellijk uitspraak doen in de bij de rechtbank aanhangige hoofdzaak. Van deze bevoegdheid wordt in dit geval gebruik gemaakt.

Het bezwaar van eisers is gericht tegen verweerders op 20 juni 2007 door verzending aan de derde-partij bekendgemaakte mededelingen dat de in geding zijnde bouwvergunningen van rechtswege zijn verleend, althans tegen die bouwvergunningen zelf. Voor zover de betreffende bouwvergunningen niet al eerder op of na 14 april 2007 van rechtswege zijn verleend, zijn verweerders mededelingen van 20 juni 2007 daaromtrent aan te merken als besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

De wettelijke bezwaartermijn van zes weken is derhalve uiterlijk op 20 juni 2007 aangevangen en op 1 augustus 2007 geëindigd.

Vaststaat en tussen partijen niet in geschil is dat het bezwaarschrift op 6 augustus 2007 bij verweerder is ingediend, terwijl gesteld noch gebleken is dat het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn ter post is bezorgd. Uit het voorgaande volgt dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.

Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

In de officiële publicaties van de gemeente Harderwijk van 28 juni 2007, waarvan eisers kennis hebben genomen, is uitdrukkelijk vermeld dat de bezwaartermijn is aangevangen met de bekendmaking van de besluiten aan de aanvrager.

Eisers hebben geen redenen aangevoerd die grond kunnen vormen voor het oordeel dat eisers redelijkerwijs niet in verzuim zijn geweest.

Verweerder heeft het bezwaar van eisers dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is derhalve ongegrond. Gelet hierop zijn er voorts geen termen voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek af.

Aldus gegeven door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2007 in tegenwoordigheid van mr. P.M. Saedt als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak in de hoofdzaak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Afschrift verzonden op: