Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4917

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-10-2007
Datum publicatie
05-10-2007
Zaaknummer
06/580225-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor handelen in strijd met de in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580225-07

Uitspraak d.d.: 5 oktober 2007

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1980,

wonende te Oude IJsselstreek,

thans gedetineerd in Huis van Bewaring te Doetinchem, Hogenslagweg 8.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 augustus 2007 en 21 september 2007.

Ter terechtzitting geuite voornemen ontnemingsvordering

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie conform artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het voornemen kenbaar gemaakt in een later stadium een afzonderlijke ontnemingsvordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2006

tot en met 27 mei 2007 in Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of in de

gemeente Doetinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens)

opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelhe(i)d(en) speed

(amfetamine), zijnde (telkens) materiaal bevattende amfetamine als bedoeld in

de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B en C Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 28 mei 2007 in Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of in

de gemeente Doetinchem en/of in Bocholtz, gemeente Simpelveld, en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,6 kilogram, in elk

geval een hoeveelheid speed (amfetamine), zijnde een materiaal bevattende

amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B en C Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot

en met 27 mei 2007 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of in de gemeente

Doetinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk

aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelhe(i)d(en) XTC-pillen, zijnde

(telkens) materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of

N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine)

en/of 2CB (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine),

zijnde (telkens) MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA

en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 2CB

4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine,

zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B en C Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 mei 2007 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en/of in

de gemeente Doetinchem, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk

aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 4 XTC-pillen en/of (drie) flesjes vloeistof,

zijnde (telkens)

materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl

MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 2CB

(4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine),

zijnde (telkens) MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA

en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 2CB

4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine,

zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B en C Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 september 2006 tot en met 27 mei 2007 in Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en in de gemeente Doetinchem, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden speed (amfetamine), zijnde telkens materiaal bevattende amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 28 mei 2007 in de gemeente Doetinchem en in Bocholtz, gemeente Simpelveld, en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,6 kilogram, speed (amfetamine), zijnde een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 27 mei 2007 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en in de gemeente Doetinchem, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, hoeveelheden XTC-pillen, zijnde telkens materiaal bevattende MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of

N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 2CB (4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine), zijnde (telkens) MDA (metamfetamine) en/of MDMA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of MDEA (methyleendioxyethylamfetamine) en/of 2CB 4-broom-2,5-dimethoxyfenethylamine, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij op 28 mei 2007 te Ulft, gemeente Oude IJsselstreek, en in de gemeente Doetinchem, opzettelijk aanwezig heeft gehad, 4 XTC-pillen en drie flesjes vloeistof, telkens materiaal bevattende MDMA, zijnde telkens MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feiten 1 en 3: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 4: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf als na te melden op zijn plaats.

De rechtbank heeft dienaangaande in het bijzonder in aanmerking genomen de grote hoeveelheid speed die de verdachte bij zijn aanhouding aanwezig had. Tevens neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich geruime tijd bezig heeft gehouden met de handel in speed en XTC; hierdoor heeft hij bijgedragen aan de instandhouding van de verslaving van (mede)verslaafden en zo de gezondheid van die anderen in gevaar gebracht.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat ten voordele van verdachte rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor soortgelijke feiten, alsmede dat hij openheid van zaken heeft gegeven door namen van zijn leveranciers te noemen. De rechtbank laat, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zwaarder meewegen bij de op te leggen vrijheidsstraf dan de officier van justitie in de eis heeft gedaan.Verder gaat de rechtbank met betrekking tot de feiten 1 en 3 uit van een kortere delictsperiode dan de officier van justitie.

De rechtbank acht voorts een deels voorwaardelijke gevangenis¬straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, en dat hij zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de ambulante verslavingszorg ook als dat inhoudt meewerken aan een psycho- diagnostisch onderzoek en meewerken aan een eventuele aansluitende behandeling of begeleiding op grond van die diagnostiek.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op:

de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht

de artikelen 2, 10 en 13 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van de “ambulante zorg’ van de verslavingszorg, en zal meewerken aan een psycho-diagnostisch onderzoek en aan een eventuele aansluitende –ambulante- behandeling of begeleiding op grond van de diagnostiek

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Hödl, voorzitter, Hemrica en Van Beuge, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 oktober 2007.

Mr. Van Beuge is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.