Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2422

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-08-2007
Datum publicatie
28-08-2007
Zaaknummer
06-460628-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag op ex vriendin op 18 november 2006 te Neede leidt tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met een bijzondere voorwaarde gericht op behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460628-06

Uitspraak d.d.: 28 augustus 2007

tegenspraak/ dip - oip 2x

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats, adres],

thans verblijvende in de FPK “De Gelderse Roos”, afdeling Kompas, te Wolfheze.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 mei 2007 en van 14 augustus 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 november 2006 te Neede, gemeente Berkelland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al

dan niet met voorbedachte rade, [slachtoffer] van het leven te beroven, met

dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

voornoemde [slachtoffer] met beide handen bij en/of om de keel en/of de hals

heeft gepakt en/of daarbij de keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen

en/of dichtgedrukt/dichtgeknepen gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer]

geen lucht meer kreeg en/of het bewustzijn heeft verloren,

en/of (vervolgens), nadat voornoemde [slachtoffer] weer bij bewustzijn was

gekomen, haar (van achter) heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of daarna

met een mes in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 18 november 2006 te Neede, gemeente Berkelland, aan een

persoon, te weten [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachte

rade, zwaar lichamelijk letsel, één of meer (diepe) snij- en/of steekwond(en)

in het gezicht, heeft toegebracht, door haar opzettelijk, al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, haar met een mes in het gezicht

te steken en/of te snijden;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 18 november 2006 te Neede, gemeente Berkelland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade, zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

voornoemde [slachtoffer] met beide handen bij en/of om de keel en/of de hals

heeft gepakt en/of daarbij de keel heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen

en/of dichtgedrukt/dichtgeknepen gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer]

geen lucht meer kreeg en/of het bewustzijn heeft verloren,

en/of (vervolgens), nadat voornoemde [slachtoffer] weer bij bewustzijn was

gekomen, haar (van achter) heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of daarna

met een mes in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 18 november 2006 te Neede, gemeente Berkelland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, [slachtoffer] van het leven te beroven, met

dat opzet

voornoemde [slachtoffer] met beide handen om de keel heeft gepakt en daarbij de keel heeft dichtgedrukt en dichtgeknepen en dichtgedrukt/dichtgeknepen gehouden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] geen lucht meer kreeg en het bewustzijn heeft verloren,

en vervolgens, nadat voornoemde [slachtoffer] weer bij bewustzijn was gekomen, haar (van achter) heeft vastgegrepen en daarna met een mes in het gezicht heeft gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank via de weg van het voorwaardelijk opzet bewezen dat verdachte de opzet had zijn slachtoffer van het leven te beroven, gelet op de omstandigheden waaronder een en ander heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft na het nuttigen van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol in een hectische situatie zijn slachtoffer van achteren vastgegrepen en daarbij een groot vleesmes gehanteerd, waarbij de kans dat zij daarbij dodelijk gewond zou raken naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk was. Verdachte heeft dusdoende willens en wetens de aanmerkelijk kans daarop aanvaard.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt, bestaande uit een rapport van de psychiater dr. Kaiser gedateerd 20 februari 2007 en een rapport van de psycholoog drs. Van Eynde gedateerd 31 januari 2007.

Met de conclusie van deze gedragsdeskundigen, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd - het subsidiair tenlastegelegde bewezen achtend - verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht en behandeling in de FPK De Gelderse Roos voor een termijn van maximaal 1 jaar. De officier van justitie heeft verder de onttrekking aan het verkeer gevorderd van twee inbeslaggenomen messen.

2. Door de verdediging is vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde en is de door de officier van justitie voorgestelde strafmaat niet bestreden

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. Met betrekking tot de aard en de ernst van de feiten wordt het volgende overwogen.

Verdachte heeft op 18 november 2006 zijn voormalige vriendin [voornaam slachtoffer], zij had kort tevoren de relatie met verdachte verbroken, diverse keren de keel dichtgeknepen en haar vervolgens met een mes in het gezicht gesneden.

Dit gebeurde, nadat zij met vrienden uit waren geweest, in de woning van verdachte en zijn moeder. Verdachte was onder invloed van alcohol en stelde zich dreigend op tegenover genoemde [voornaam slachoffer], daarbij gebruikmakend van een broodmes om de dreiging kracht bij te zetten. Verdachte raakte door het dolle heen toen [voornaam slachtoffer] zich aan die situatie wilde onttrekken en zij in paniek de broer van verdachte had gebeld om haar te helpen. Op het moment dat [voornaam slachtoffer] een auto aan hoorde komen rijden en probeerde weg te lopen, werd zij door verdachte met beide handen met kracht om de keel gegrepen en op de grond gedrukt, zodanig dat zij enige tijd buiten bewustzijn raakte. Nadat zij vervolgens weer bij kennis was gekomen, kwam verdachte met een groot keukenmes op haar af, en heeft zij getracht via de voordeur te vluchten. Toen dit niet lukte en zij een andere vluchtweg zocht, werd zij van achteren door verdachte beetgegrepen en maakte hij een uithalende, trekkende beweging met het mes in haar gezicht. [voornaam slachtoffer] kon vervolgens wegkomen via de schuur en verdachte is kort daarop overmeesterd door zijn broer en een neef.

Verdachte heeft met zijn agressieve daad zijn slachtoffer in het gezicht verwond en grote angst aangejaagd, zij vreesde voor haar leven. Zij heeft nog steeds onder de gevolgen van zijn daad te lijden, zoals blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring.

5. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij op 7 december 2005 door de politierechter in deze rechtbank - na in juni 2004 nog een transactie te hebben ontvangen voor een mishandeling - is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens zware mishandeling.

6. Uit het over verdachte uitgebrachte multidisciplinaire rapport kan het volgende worden afgeleid.

Verdachte is een 24 jarige man bij wie sprake is van een persoonlijkheidsstoornis van het bordeline type. De scheefgroei in zijn persoonlijkheid kenmerkt zich door recidiverende suïcidale gestes, zelfbeschadiging, langere periodes van depressiviteit, dissociatieve verschijnselen en een instabiel zelfbeeld. Dit kan ertoe leiden dat verdachte in intieme relaties zichzelf volledig wegcijfert, waardoor een opeenhoping aan onderdrukte agressie kan ontstaan die onder specifieke condities op een grove wijze tot uitbarsting kan komen. Verdachte heeft voor de tweede maal agressief gereageerd op het moment dat een relatie ten einde kwam.

De kans op herhaling moet zonder een forensisch psychiatrische behandeling als groot worden beschouwd. Verdachte is wel erg geschrokken van het gebeuren, maar hij zal zonder een behandeling van zijn problematiek weer vastlopen in een relatie. Positief is dat verdachte inzicht heeft in zijn problematiek en gemotiveerd is voor een behandeling.

Geadviseerd wordt verdachte in het kader van een voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde op te leggen zich te laten behandelen in een forensisch psychiatrische kliniek.

7. Verdachte verblijft thans sinds enkele weken op de afdeling Kompas van de FPK “De Gelderse Roos” te Wolfheze, waar een aanvang met zijn behandeling is gemaakt. Verdachte heeft ter terechtzitting nogmaals bevestigd gemotiveerd voor behandeling te zijn.

8. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf als door de officier van justitie gevorderd, recht doet aan de ernst van het gepleegde feit. Het voorwaardelijk strafdeel heeft hopelijk tot effect dat verdachte ervan wordt weerhouden om weer in dit soort strafbare feiten te vervallen. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank een tweetal bijzondere voorwaarden verbinden, zoals door de gedragsdeskundigen en de reclassering is geadviseerd.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu het bewezenverklaarde met behulp daarvan is begaan, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.141,96 gevoegd in het strafproces voor de tot op heden geleden schade.

Door de officier van justitie is integrale toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat de vordering voor zover ziende op de materiële schade dient te worden afgewezen, dan wel gematigd tot een bedrag van € 250,--

(bij gebrek aan bonnen inzake de kleding/schoenen en aangepast voedsel, alsmede het ontbreken van een no-claimoverzicht). Terzake van de immateriële schade heeft de raadsman eveneens afwijzing bepleit, althans matiging van de vordering, gelet op en in vergelijking met de door Slachtofferhulp Nederland aangehaalde Smartengeldgids uitspraken.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Namens verdachte is gesteld dat de vordering voor een deel niet is onderbouwd met bonnen of andere bewijzen. De rechtbank acht de bedragen die zijn opgevoerd terzake van kleding en schoenen niet buitensporig en in overeenstemming met bedragen die in het economisch verkeer gebruikelijk zijn.

Nu de benadeelde partij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de stukken te completeren met het no-claimoverzicht, dient een bedrag van € 255,-- in mindering te worden gebracht op het door de benadeelde geclaimde bedrag.

Het gevorderde bedrag voor vergoeding van immateriële schade vindt de rechtbank billijk, gelet op de aard, de ernst en de gevolgen van het letsel.

De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 1.886,96 en voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na ter melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat

1. de veroordeelde de reeds aangevangen behandeling bij de FPK “De Gelderse Roos” te Wolfheze zal voortzetten gedurende een termijn van maximaal anderhalf jaar na het ingaan van de proeftijd of zoveel korter als de leiding van genoemde instelling dit geïndiceerd acht.

De veroordeelde zal zich gedurende die opname gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door de leiding van die instelling.

2. de veroordeelde zich gedurende de proeftijd overigens zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een keukenmes met zwart heft, lemmetlengte circa 20 cm;

- een broodmes, zwart heft.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding (van de tot op heden geleden schade) aan de benadeelde partij [slachtoffer, postcode, plaats, adres](bankrekeningnummer [nummers]), van een bedrag van € 1.886,96, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.886,96, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 36 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, De Bie en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 augustus 2007.