Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2282

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-08-2007
Datum publicatie
24-08-2007
Zaaknummer
06/580212-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Integrale vrijspraak.

Met betrekking tot het meer subsidiair ten laste gelegde: Voor een bewezenverklaring van het delict opzetheling dan wel schuldheling, is vereist dat verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden hebben/krijgen van het goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het van een misdrijf afkomstig goed betrof. Het "verwerven", “voorhanden hebben” of "overdragen" van een goed omvat alle handelingen, die tot gevolg hebben dat iemand de feitelijke zeggenschap over een goed verkrijgt, heeft of overdraagt. In het geval van verdachte is de rechtbank niet gebleken dat hij op enig moment de feitelijke zeggenschap had over de van misdrijf afkomstige goederen die in de loods op 18 april 2005 zijn aangetroffen. Het enkele feit dat verdachte de betreffende loods heeft gehuurd is voor een bewezenverklaring niet voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 250

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580212-05

Uitspraak d.d.: 24 augustus 2007

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1966,

wonende te [adres en woonplaats],

thans uit andere hoofde verblijvende in de penitentiaire inrichting te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 10 augustus 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Heerde tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een oplegger met (zee)container (inhoudende 3700 DVD spelers), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij A] en/of [benadeelde partij B] en/of [benadeelde partij C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

een persoon in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Heerde tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een oplegger met (zee)container (inhoudende circa 3700 DVD spelers), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij A] en/of [benadeelde partij B] en/of [benadeelde partij C], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die perso(o)n(en) en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 maart 2005 tot en met 18 april 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of die loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd(e) gestolen goed(eren);

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een oplegger en/of een (zee)container en/of 3700 , althans een aantal DVD spelers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die oplegger en/of die container en/of die DVD spelers wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(incident 1)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een oplegger en/of een (zee)container en/of 3700 , althans een aantal DVD spelers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die oplegger en/of die container en/of die DVD spelers redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(incident 1)

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Hattem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk:Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,(een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

een persoon in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Hattem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type FL7H, kenteken: [kenteken]) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die persoon en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 april 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of die loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd gestolen goed;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(incident 2)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Volvo, type: FL7H, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(incident 2)

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19FLS, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

een persoon in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een vrachtauto/trekker (merk:Man, type: 19FLS, kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die persoon en/of diens mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die persoon en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, (een) valse sleutel(s) en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 maart 2005 tot en met 29 maart 2005 te Brummen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk een loods te huren en/of deze loods aan die persoon en/of diens mededader(s) ter beschikking te stellen als opslagruimte voor voornoemd gestolen goed;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19 FLS, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

( incident 3)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 18 mei 2005 te Brummen, in elk geval in Nederland, een vrachtauto/trekker (merk: Man, type: 19 FLS, kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vrachtauto/trekker redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(incident 3)

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

1. De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Voorts heeft hij gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

2. Door en namens verdachte is integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

3. De rechtbank is met verdachte en zijn raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Voor zover door de officier van justitie is gesteld dat het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 meer subsidiair bewezen kan worden verklaard, wordt als volgt overwogen. Voor een bewezenverklaring van het delict opzetheling dan wel schuldheling, is vereist dat verdachte ten tijde van het verwerven of het voorhanden hebben/krijgen van het goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het van een misdrijf afkomstig goed betrof. Het "verwerven", “voorhanden hebben” of "overdragen" van een goed omvat alle handelingen, die tot gevolg hebben dat iemand de feitelijke zeggenschap over een goed verkrijgt, heeft of overdraagt. In het geval van verdachte is de rechtbank niet gebleken dat hij op enig moment de feitelijke zeggenschap had over de van misdrijf afkomstige goederen die in de loods op 18 april 2005 zijn aangetroffen. Het enkele feit dat verdachte de betreffende loods heeft gehuurd is voor een bewezenverklaring niet voldoende.

Gelet op het voorgaande behoort verdachte van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde integraal te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partijen [benadeelde partij C], gevestigd aan [adres en plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) en [benadeelde partij A], gevestigd aan [adres en plaats] (bankrekeningnummer: [nummer]) hebben zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 12.600,47 respectievelijk

€ 6.715,27 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij C] en [benadeelde partij A] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mr. Draisma, voorzitter, mrs. Kleinrensink en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2007.