Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB1116

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-08-2007
Datum publicatie
06-08-2007
Zaaknummer
06/923209-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overbelading met slachtkuikens leidt tot een genuanceerd oordeel van de economische politierechter (zie ook LJN BB1142, BB1148 en BB1127).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Economische politierechter

Parketnummer: 06/923209-06

Uitspraak d.d.: 6 augustus 2007

tegenspraak/ dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

de besloten vennootschap [verdachte],

gevestigd te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 25 juli 2005 tot en met 26 augustus 2005 te

Wezep, gemeente Oldebroek, slachtkuikens, zijnde pluimvee, heeft vervoerd

terwijl niet werd voldaan aan het terzake van voornoemde soort of categorie

bepaalde in de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG, aangezien verdachte

slachtkuikens, zijnde pluimvee, in containers heeft vervoerd met een

gemiddeld gewicht van groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg, waarbij het

pluimvee niet de beschikking had over een ruimte van 160 cm2/kg levend gewicht;

art 7 lid 1 Besluit dierenvervoer 1994

2.

zij op of omstreeks 7 november 2005 te Wezep, gemeente Oldebroek,

slachtkuikens, zijnde pluimvee heeft vervoerd terwijl niet werd voldaan aan

het terzake van voornoemde soort of categorie bepaalde in de bijlage bij

richtlijn 91/628/EEG, aangezien verdachte slachtkuikens, zijnde pluimvee, in

containers heeft vervoerd met een gemiddeld gewicht van groter dan 1,6 kg en

kleiner dan 3 kg, waarbij het pluimvee niet de beschikking had over een ruimte

van 160 cm2/kg levend gewicht;

art 7 lid 1 Besluit dierenvervoer 1994.

Beroep partiële nietigheid dagvaarding

Door de raadsman van verdachte is betoogd dat de dagvaarding voor wat feit 1 betreft nietig dient te worden verklaard, nu deze louter kwalificatief van aard is. In de tenlastelegging staat niet beschreven om welk verwijt het nu feitelijk gaat en wat de rol van verdachte daarin is geweest. Een en ander is in strijd met de bedoeling van de wetgever en verdachte kan in redelijkheid haar verdediging daarop niet prepareren.

Door de officier is - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de kwalificatieve betekenis ook feitelijk betekenis kan hebben, zoals ook in het onderhavige geval.

De politierechter is van oordeel dat de dagvaarding op dit punt voldoende feitelijk en informatief van aard is en voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, terwijl blijkens haar proceshouding voor verdachte ook voldoende duidelijk was waar zij zich tegen had te verdedigen.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

1. begrip vervoer

Overeenkomstig de richtlijn 91/628/EEG moet onder ‘vervoer’ worden verstaan: elke verplaatsing van dieren met behulp van een vervoermiddel, het in- en uitladen van de dieren inbegrepen.

Vast is komen te staan dat [verdachte] de kuikens in ontvangst neemt en zij daarmee ‘uitlaadt’ in de betekenis van deze richtlijn en dus kuikens ‘vervoert’.

2. overige overwegingen

Blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de KvK voor de Veluwe en Twente is de besloten vennootschap [holding verdachte] (voorheen [naam]) gevestigd te Wezep, een holdingmaatschappij, welke deelneemt, toezicht uitoefent op en de directie voert over ondernemingen en vennootschappen, leningen en kredieten verstrekt, onroerende zaken beheert en gelden en ander vermogen belegt. Enig aandeelhouder is [aandeelhouder].

[holding verdachte] is bestuurder van [verdachte], waarvan, blijkens het uittreksel van de Kamer van koophandel, [verdachte] enig aandeelhouder is. De bedrijfsomschrijving van [verdachte] luidt: het bewerken en verwerken van en de handel in voedingsmiddelen, in het bijzonder pluimveevlees-artikelen. In het proces-verbaal nr. 30349 van de Algemene Inspectiedienst wordt [verdachte] aangeduid als slachterij.

[holding verdachte] is eveneens bestuurder van de besloten vennootschap De [medeverdachte] Enig aandeelhouder is [verdachte] De bedrijfsomschrijving van de [medeverdachte] luidt: aan en verkoop van broedeieren en slachtpluimvee en het verzorgen van een integratie tussen pluimveeproducenten. Ter terechtzitting van 23 juli 2007 is door [vertegenwoordigers (mede)verdachte], die [verdachte] en De [medeverdachte] vertegenwoordigde, verklaard dat De [medeverdachte] het vervoer van het slachtpluimvee van de pluimveehouder naar de slachterij coördineerde.

Het vervoer van het pluimvee geschiedt door vrachtautocombinaties, bestaande uit een vrachtauto en een aanhangwagen. Op de vrachtautocombinatie worden containers geplaatst. Een volledig beladen vrachtautocombinatie bevat vierentwintig containers. Elke container bevat tweemaal vier lades (in het totaal per container dus acht lades). De oppervlakte van een lade is 113 bij 119 cm, d.i. 13447 vierkante centimeter. De Richtlijn (Hoofdstuk VI, artikel 47 (beladingsdichtheid) onder E) schrijft voor dat per kilogram levend gewicht 160 vierkante centimeter ter beschikking moet staan, hetgeen inhoudt dat per lade 13447/160 = 84,04 kilogram per lade vervoerd mag worden. Voor de hele combinatie komt dat neer op 8 lades van 84,04 kilogram vermenigvuldigd met 24 (containers per volledig beladen combinatie) = 16135,68 kilogram. De volledig beladen combinatie mag dus niet meer dan 16135,68 kilogram levend gewicht bevatten. Wordt dit gewicht overschreden, dan is er sprake van overbelading.

Berekende overbeladingen inzake proces-verbaal nr. 30349

Datum Kenteken Overbelading (in kilogram) Bijlage Daadwerkelijk Toegestaan Planning

25.7.2005 [nummer1] / [nummer2] 1024 2 45 41 42

[nummer3] / [nummer4] 784 3 42 39 42

[nummer5] / [nummer6] 244 4 42 40 43

27.7.2005 [nummer1] / [nummer2] 1344 5 41 37 41

[nummer5] / onbekend 1324 5 41 37 41

[nummer3] / [nummer4] 888 5 40 37 41

5.8.2005 [nummer5] / [nummer6] 1184 9 44 40 44

[nummer7] / aanhanger 57 1224 9 44 40 44

[nummer3] / onbekend 1444 9 44 40 44

[nummer8] / onbekend 1264 9 44 40 44

8.8.2005 [nummer1] / [nummer2] 824 14 40 37 40

[nummer9] / onbekend 564 14 40 37 40

[nummer8] / onbekend 2424 14 42 37 40

26.8.2005 [nummer3] / onbekend 464 18 38 36 38

[nummer8] / [nummer10] 764 18 38 36 38

[nummer7] / [nummer11] 724 18 38 36 38

Berekende overbeladingen inzake proces-verbaal nr. 31776

Datum Kenteken Overbelading (in kilogram) Bijlage

7.11.2005 [nummer8] / [nummer10] 1604 12

[nummer1] / onbekend 1864 13

[nummer7] / [nummer11] 1464 14

[nummer5] / [nummer6] 350 15

Stelt men het gemiddelde gewicht per slachtkuiken op twee kilogram, dan kan men aan de hand van de cijfers in de kolom ‘overbelading’ gemakkelijk berekenen hoeveel slachtkuikens er per transport teveel waren ingeladen. In gevallen waarin sprake was van overbelading kon dit resulteren in het bovenop elkaar zitten van de kuikens tijdens het transport.

De overbelading werd steeds geconstateerd bij [verdachte] te Wezep, waar de vrachtautocombinatie werd gewogen.

Ten aanzien van het vervoer is er een werkverdeling, in dier voege dat De [medeverdachte] zorg draagt voor de coördinatie en de integratie van de diverse het vervoer betreffende werkzaamheden.

In alle gevallen lag het gemiddelde gewicht van de kuikens boven het door [verdachte] gehanteerde maximum streefgewicht van 2050 gram.

De [medeverdachte] heeft, aldus haar vertegenwoordiger [vertegenwoordigers (mede)verdachte] ter terechtzitting, in het bijzonder tot taak de planning van het vervoer van de kuikens van de pluimveefokbedrijven naar de slachterijen. Daarbij houdt zij, aldus haar zeggen, het welzijn van de kuikens in het oog. De activiteiten van [medeverdachte] monden uiteindelijk uit in een opgave aan de fokbedrijven, de chauffeurs van de vrachtautocombinaties en de kuikenvangbedrijven over het aantal kuikens dat per lade vervoerd mag worden. Ten behoeve van de berekening van dat aantal voorziet [medeverdachte] zich in de eerste plaats van cijfers betreffende het gewicht van de kuikens bij de fokbedrijven. Daar worden de kuikens regelmatig gewogen. Met regelmaat worden tot enkele dagen voor het transport uit de hele stal tien kuikens gevangen, in een zak gedaan en dan gewogen, waarna het gemiddelde gewicht kan worden berekend. Om de fokbedrijven te bewegen zo precies mogelijk de kuikens op het opgegeven gewicht te hebben, is er een bonus-malussysteem, volgens welke de fokbedrijven beloond, dan wel bestraft worden al naargelang de kuikens al dan niet op het opgegeven gewicht zitten. In de laatste dagen voor het transport wordt uitgegaan van een gewichtstoename van 75 gram per dag. Op basis van deze cijfers berekent [medeverdachte] het gewicht van een kuiken. Aangezien per lade vastligt hoeveel gewicht zich daarin mag bevinden (namelijk 84,04 kilogram per lade, zie hierboven) kan het aantal kuikens per lade berekend worden door het gewicht per lade te delen door het gewicht van het kuiken. Dat getal wordt, zoals gezegd, bekend gemaakt aan de fokbedrijven, de chauffeurs en de kuikenvangbedrijven. In de praktijk, zo blijkt uit diverse verklaringen in het proces-verbaal, worden de lades gevuld door de kuikenvangers, die daarbij gemakshalve de “instructies” opvolgen van de chauffeurs. Daarbij spelen praktische problemen een rol. De kuikenvangers kunnen steeds even aantallen kuikens vangen, dus het opgegeven aantal kuikens moet tenminste een even getal zijn. Indien bijvoorbeeld 42 kuikens per lade opgegeven worden, dan kunnen zeven kuikenvangers steeds zes kuikens vangen en in de lade doen. Zou de opgave 43 of 44 kuikens luiden, dan kunnen er zeven maal zes kuikens plus één of twee kuikens in de lade gedaan worden. Er moeten dan dus steeds een of twee kuikens apart gevangen worden en in de lade gedaan worden, hetgeen niet efficiënt is. Kuikens die in een lade gestopt zijn proberen hier dikwijls ook weer uit te ontvluchten, hetgeen reden kan zijn om aanvankelijk de lades met meer kuikens te vullen dan is opgegeven, aangezien het juiste aantal of minder bereikt wordt na ontsnapping. Het door [medeverdachte] per kuiken berekende gewicht is geen precies gewicht maar een benadering van het actuele gewicht. Dat kan bij een afwijking naar boven, d.w.z. wanneer de kuikens zwaarder zijn dan waarvan [medeverdachte] is uitgegaan, dat lades bij het opgegeven aantal kuikens per lade qua gewicht overbeladen zijn. Bij een afwijking naar beneden, d.w.z. wanneer de kuikens minder wegen dan waarvan [medeverdachte] is uitgegaan, dan betekent dit, indien het opgegeven aantal kuikens per lade in acht genomen wordt, dat er kuikens 'over' zijn. De fokker die zijn hele stal leeg wil hebben zal er bij de vangers op aandringen deze kuikens ook in te laden. Daarvoor apart een vrachtauto te laten komen is duur en gebeurt dan ook niet.

Hiervoor werd voor enkele transporten de daadwerkelijke, de toegestane en de geplande aantallen kuikens in de tabel opgenomen. De economische politierechter merkt met betrekking van het voorgaande op, dat de daadwerkelijke aantallen in het merendeel van de gevallen overeenkomen met de geplande aantallen. Uit deze cijfers valt niet op te maken dat de chauffeurs regelmatig met hun instructies ten aanzien van het in de lades onder te brengen aantal kuikens afwijken van de door de planning opgegeven aantallen; evenmin geven de cijfers aanleiding aan te nemen dat de kuikenvangers bij het vullen van de lades zich niet storen aan de instructies, maar geheel hun eigen gang gaan, zoals wel is beweerd. Uit het voorgaande kan volgen dat de door [medeverdachte] gegeven voorschriften wat betreft de aantallen in het algemeen goed opgevolgd worden; dit onderstreept het belang van een planning waarbij de uitkomsten zo dicht mogelijk bij de toegestane aantallen liggen. Nu liggen de daadwerkelijke aantallen in vrijwel alle besproken gevallen hoger dan de toegestane aantallen. Op dit punt laat de planning te wensen over.

Dat niet aan een uiteenwijken van toegestane en geplande aantallen valt te ontkomen, lijkt onvermijdelijk bij de gegeven methodiek, waarbij het kuikengewicht bij benadering wordt berekend. Slechts wanneer ieder in te laden kuiken afzonderlijk gewogen zou worden, zou een optimale precisie bereikt kunnen worden. Aangenomen mag worden dat een dergelijke handelwijze de kosten, en daarmee de door de consument te betalen prijs, flink zou opjagen.

Dit leidt tot de conclusie dat het met de gegeven methodiek onvermijdelijk is dat in een aantal gevallen de wettelijke norm overschreden wordt. Men zal, tenzij men bij het inladen ieder dier afzonderlijk weegt, steeds van een benadering van het daadwerkelijke gewicht uit moeten gaan en dusdoende aanvaarden dat slechts bij benadering aan de norm wordt voldaan, d.w.z. met een zekere normoverschrijding genoegen moeten nemen. Welke normoverschrijding aanvaardbaar is hangt af van de uitkomst van een belangenafweging, te weten het belang van het welzijn en de gezondheid van de kuikens en het belang van kostenefficiency van het transport. De norm zal dus een in de praktijk hanteerbare vertaling moeten krijgen, zodanig dat daarbij en het welzijn van de kuikens en de economische belangen (waaronder een efficiënte uitvoering van de regeling) gediend worden.

Uit de ter terechtzitting overgelegde stukken valt af te leiden dat wat betreft de slachterijen de gewenste aanvoergewichten gemiddeld op 1900 of 1950 gram bedragen met een plafond van respectievelijk 2000 en 2050 gram en een vloer van 1800 en 1850 gram. Uitgaande van het gemiddelde gewicht houdt zulks voor de bezetting van de lades dat in dat er per lade 43 of 44 kuikens vervoerd kunnen worden. Ter terechtzitting is door de kuikenvangbedrijven aangevoerd dat 43 en 44 kuikens per lade voor hen onpraktisch is. Daarmee rekeninghoudend is de economische politierechter van oordeel dat aan de richtlijn 91/628/EEG en het Besluit dierenvervoer 1994 op juiste wijze uitvoering wordt gegeven indien de lades een bezetting hebben van ten hoogste 42 kuikens per lade, mits het aanvoergewicht van de kuikens niet boven 2050 gram uitkomt.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij in de periode van 25 juli 2005 tot en met 26 augustus 2005 te Wezep, gemeente Oldebroek, slachtkuikens, zijnde pluimvee, heeft vervoerd terwijl niet werd voldaan aan het terzake van voornoemde soort of categorie bepaalde in de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG, aangezien verdachte slachtkuikens, zijnde pluimvee, in containers heeft vervoerd met een gemiddeld gewicht van groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg, waarbij het pluimvee niet de beschikking had over een ruimte van 160 cm2/kg levend gewicht;

2.

zij op 7 november 2005 te Wezep, gemeente Oldebroek, slachtkuikens, zijnde pluimvee heeft vervoerd terwijl niet werd voldaan aan het terzake van voornoemde soort of categorie bepaalde in de bijlage bij richtlijn 91/628/EEG, aangezien verdachte slachtkuikens, zijnde pluimvee, in

containers heeft vervoerd met een gemiddeld gewicht van groter dan 1,6 kg en kleiner dan 3 kg, waarbij het pluimvee niet de beschikking had over een ruimte van 160 cm2/kg levend gewicht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de overtredingen:

1.

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon;

2..

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, begaan door een rechtspersoon.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd - het tenlastegelegde bewezen achtend - verdachte te veroordelen tot een geldboete van € 5.000,--, gelijk aan het transactievoorstel dat in deze zaak is gedaan.

Door de raadsman van verdachte is vrijspraak voor [verdachte] bepleit, omdat verdachte niet de normgeadresseerde is.

De economische politierechter acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de straftoemeting is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft bij transporten van slachtkuikens zich schuldig gemaakt aan overbelading en heeft in die zin het welzijn van de dieren geschaad.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij in april 2002 met justitie in aanraking is gekomen terzake van artikel 7, eerste lid van het Besluit dierenvervoer 1994, resulterend in een transactie van € 340,--.

De economische politierechter acht het opleggen van geldboetes op zijn plaats, waarbij rekening is gehouden met de draagkracht van verdachte.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde in het midden heeft gelaten of het hier één of meer overtreding betreft. Bij de bewezenverklaring is in ieder geval komen vast te staan dat verdachte éénmaal in strijd heeft gehandeld met de bedoelde richtlijn/regelgeving. Daarvan uitgaande zal de economische politierechter voor het hier bewezenverklaarde strafbare feit niet meer dan éénmaal een geldboete opleggen.

De economische politierechter ziet verder aanleiding om een aanzienlijk deel van de geldboetes voorwaardelijk op te leggen, nu van verschillende zijde is gebleken dat, waaronder door verdachte, veel in het werk is gesteld om de kuikens conform de richtlijn te vervoeren. Weliswaar is verdachte daarin thans (nog) tekort geschoten, maar met het voorwaardelijk deel wil de economische politierechter tot uitdrukking brengen dat verdachte daarmee wel op de goede weg is en haar een extra een stimulans geven om de voor verbetering vatbare onderdelen aan te pakken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 62, 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 60 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 7 van het Besluit dierenvervoer 1994 en de EEG richtlijn 91/628/EEG.

Beslissing

De economische politierechter beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Ten aanzien van feit 1:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro).

Bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 1.000,-- (duizend euro), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van feit 2:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.500,-- (vijftienhonderd euro).

Bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 1.000,-- (duizend euro), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Brouns, economische politierechter, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 augustus 2007.