Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA9722

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-07-2007
Datum publicatie
17-07-2007
Zaaknummer
06/580501-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 7 jaar en 6 maanden voor zeven gewapende overvallen en drie pogingen daartoe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/580501-06

Uitspraak d.d.: 17 juli 2007

ad informandum: 06/580501-06

tegenspraak / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Irak) op [geboortedatum] 1984,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Almelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

De vordering nadere omschrijving tenlastelegging (artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering) is toegewezen.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 december 2006, te Nulde, althans in de gemeente Putten,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld (1.400 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Jemie benzinestation en/of Gulf, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is

binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer A] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar

voor die [slachtoffer A] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld" en/of "Al

het geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 19 december 2006 te Nulde, althans in de gemeente Putten,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld

(1.400 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Jemie benzinestation en/of Gulf, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is

binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een

wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer A]

heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer A] een pistool/wapen,

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld" en/of "Al

het geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen (uit een kassalade) een hoeveelheid geld (195

euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan TEM

Nederland B.V./ Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te

maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is

binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer B] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer B] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd "Dit is een overval" en/of "Geen geintjes dit is een overval", althans woorden van soortgelijke aard of strekking;

(incident 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (200

euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tamoil,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd,

het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een

wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer C] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer C] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer C] heeft

gezegd "Geld kassa open, geld snel", althans woorden van soortgelijke aard of

strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 17 december 2006 te Harderwijk tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (200 euro), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tamoil Harderwijk, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer C], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd,

het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een

wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer C] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer C] een pistool/wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer C] heeft

gezegd "Geld kassa open, geld snel", althans woorden van soortgelijke aard of

strekking;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 17 december 2006, te Nijkerk, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer D] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of

Texaco, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd,

het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een

wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer D] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer D] een pistool/wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd

"Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking

en/of

hij op of omstreeks 17 december 2006 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of Texaco, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer D], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht

mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het

benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een

wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer D] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer D] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd

"Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking;

(incident 4)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 13 december 2006, te Hierden, gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander het voornemen heeft gehad en heeft gepoogd om, tezamen en in vereniging met een ander en met het oogmerk om zich en/of ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer F] te dwingen tot de afgifte

van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan TEM Nederland BV / Shell, welke poging tot afpersing hieruit heeft bestaan dat hij – verdachte- en/of zijn mededader:

- een auto voor de auto van die [slachtoffer F] hebben/heeft gezet en/of

- (vervolgens) zijn/is uitgestapt en/of

- naar de auto van die [slachtoffer F] zijn/is gelopen en/of

- een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer F] hebben/heeft gericht en/of

- die [slachtoffer F] hebben/heeft vastgepakt en/of aan haar hebben/heeft gerukt en/of getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 13 december 2006, te Hierden, gemeente Harderwijk, tezamen

en in vereniging met een ander, [slachtoffer F] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer F] gericht en/of die [slachtoffer F] vastgepakt en/of aan haar gerukt en/of getrokken;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

(incident 5)

6.

hij op of omstreeks 08 december 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H] te dwingen tot afgifte

van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

met een bivakmuts over zijn/hun gezicht/hoofd, die [slachtoffer G] en/of die

[slachtoffer H] op de hoek van het bankgebouw heeft/hebben opgewacht en/of

(vervolgens) op die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] is/zijn toegerend/gelopen

en/of een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp op die [slachtoffer G] en/of op die [slachtoffer H] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerpheeft/hebben vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] heeft/hebben gezegd dat het een overval was en/of

dat die [slachtoffer H] de goede code in moest drukken, althans woorden van

soortgelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 december 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten

dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te

doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H], te plegen

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

met een bivakmuts over zijn/hun gezicht/hoofd, die [slachtoffer G] en/of die

[slachtoffer H] op de hoek van het bankgebouw heeft/hebben opgewacht en/of

(vervolgens) op die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] is/zijn toegerend/gelopen

en/of een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp op die [slachtoffer G] en/of op die [slachtoffer H] heeft/hebben gericht, althans

duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer G] en/of

die [slachtoffer H] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] heeft/hebben gezegd dat het een overval was en/of dat die [slachtoffer H] de goede code in moest drukken, althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 8)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 5 december 2006 te Ede, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft gedwongen tot de afgifte van een

hoeveelheid geld (500 euro) en/of een bankpas, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader de woning van die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] is/zijn

binnengedrongen en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] een pistool/wapen,

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

vastgehouden en/of dat pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben doorgeladen en/of die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gedwongen naar beneden te gaan en/of een (slagers)mes van het aanrecht heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens) aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] voorgehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gezegd "Geld, ik wil geld" en/of "ik weet dat

je boven geld hebt" en/of "ik moet je pinpas en de pincode hebben", althans

woorden van soortgelijke aard of strekking ;

(incident 10)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 22 oktober 2006 te Zeewolde tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtof[slachtoffer L] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld

(9.200 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Action Factory en/of Center Parcs, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader een bivakmuts

over zijn/hun hoofd droeg(en) en/of [slachtoffer M] klem heeft/hebben gezet en/of

die [slachtoffer M] heeft/hebben (weg)geduwd en/of (vervolgens) een pistool, althans

een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer L] en/of [slachtoffer M] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer L] en/of [slachtoffer M] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben

vastgehouden;

(incident 13)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank noemt daarbij met name de kennelijke schrijffout in het gewijzigde feit 5 primair. De officier van justitie heeft in de wijziging tenlastelegging opgenomen “toebehorende aan TEM Nederland BV / Shell” terwijl zowel in de “voorlopige” tenlastelegging als in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging staat vermeld “toebehorende aan de Rabobank”.

Vrijspraak

De officier van justitie heeft het onder 8 tenlastegelegde bewezen geacht en heeft daarbij de volgende feiten en omstandigheden genoemd.

De aangiften van de medewerkers [slachtoffer L] en [slachtoffer M], waarin onder meer een zilverkleurig wapen genoemd wordt.

Verdachte beschikte naar eigen zeggen over een zilverkleurig (nep)pistool.

De aanvullende verklaring van [slachtoffer L], die verklaard heeft dat tegelijkertijd met haar een jongen genaamd [naam verdachte] is aangenomen.

Het feit dat verdachte werkzaam is geweest bij de Eemhof, dat uit getuigenverhoren naar voren komt dat [verdachte] bekend was met de afstortingsprocedure en dat er kasverschillen waren op de momenten dat hij aan het werk was en hem daarom geadviseerd is ontslag te nemen, hetgeen ook gebeurd is.

De verklaring van [medeverdachte A] die [verdachte] gehoord had dat deze [verdachte] met [naam], die later [medeverdachte B] blijkt te zijn, een overval had gepleegd op de Eemhof. [medeverdachte A] herkent verdachte van een foto. [verdachte] had over de buit verteld, over zijn ontslag bij Centerparcs en over de wijze waarop de overval gepleegd was.

De officier van justitie heeft daarbij gewezen op de overeenkomsten tussen de verklaring van [medeverdachte A] en de aangiften wat betreft de modus operandi.

Verdachte en [medeverdachte B] kenden elkaar.

De omstandigheid dat verdachte de meeste feiten heeft erkend maar niet de feiten die hij mogelijk met [medeverdachte B] zou hebben gepleegd.

De verklaring van verdachte dat [medeverdachte B] een crimineel is, die nooit zal toegeven dat hij overvallen heeft gepleegd.

Het ontbreken van een alibi voor [medeverdachte B] en [verdachte].

De vele contacten tussen de mobiele telefoon van [verdachte] en die van [medeverdachte B] tussen 20 oktober en 22 oktober 2006 en het ontbreken van die contacten ten tijde van de overval.

De officier van justitie heeft voorts gewezen op de belastende CIE-informatie.

De raadsvrouwe van verdachte heeft vrijspraak voor feit 8 bepleit. Zij heeft daarbij aangevoerd dat haar cliënt bij de Eemhof heeft gewerkt en hij, aangezien hij zich heeft schuldig gemaakt aan andere overvallen, de schijn tegen heeft. De raadsvrouwe acht de verklaring van [medeverdachte A], die haar cliënt belast, onbetrouwbaar en onbruikbaar voor het bewijs. De historische printgegevens leveren in haar visie geen bewijs op voor betrokkenheid van haar cliënt bij de overval. Concluderend is er volgens de verdediging onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. De raadsvrouwe heeft tot slot gewezen op de verklaring van getuige [naam] (dossierpagina 3209-3210) die verklaart over de schulden van werkneemster [slachtoffer L], zodat het volgens de verdediging mogelijk is dat de overval door anderen is gepleegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 8 tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daarbij dat de directe betrokkenheid van verdachte slechts zou kunnen blijken uit de verklaring van [medeverdachte A]. Deze verklaring is ex artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering onvoldoende voor een bewezenverklaring. De rechtbank is met de raadsvrouwe van oordeel dat de analyse van de historische printgegevens geen bewijs oplevert voor betrokkenheid van verdachte bij het feit.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 19 december 2006, te Nulde, tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld (1.400 euro), toebehorende aan Jemie benzinestation,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte met een bivakmuts

over zijn hoofd, het benzinestation is binnengegaan en vervolgens een pistool

op die [slachtoffer A] heeft gericht en tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld";

2.

hij op 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit een

kassalade) een hoeveelheid geld (195 euro), toebehorende aan TEM Nederland B.V.,

welke diefstal werd voorafgegaan bedreiging met geweld te[slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte met een bivakmuts over zijn hoofd, het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer B] heeft gericht en tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd

"Dit is een overval" en "Geen geintjes dit is een overval";

3.

hij op 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een

hoeveelheid geld (200 euro), toebehorende aan Tamoil, welke bedreiging met

geweld hierin bestond dat zijn mededader met een bivakmuts over zijn hoofd,

het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer C]

heeft gericht, en tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd "Geld kassa open, geld snel”;

4.

hij op 17 december 2006, te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging

met geweld [slachtoffer D] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld,

toebehorende aan [slachtoffer E], welke bedreiging met geweld hierin bestond

dat verdachte met een bivakmuts over zijn hoofd het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer D] heeft gericht en tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd "Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking;

5.

hij op 13 december 2006, te Hierden, gemeente Harderwijk, het voornemen heeft gehad om, tezamen en in vereniging met een ander en met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer F] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan de Rabobank, welke poging tot afpersing hieruit heeft bestaan dat hij - verdachte- en/of zijn mededader:

- een auto voor de auto van die [slachtoffer F] hebben/heeft gezet en

- (vervolgens) zijn/is uitgestapt en

- naar de auto van die [slachtoffer F] zijn/is gelopen en

- een pistool op die [slachtoffer F] hebben/heeft gericht en

- die [slachtoffer F] hebben/heeft vastgepakt en aan haar hebben/heeft gerukt en/of getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op 08 december 2006 te Zwartebroek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk

om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H] te dwingen tot afgifte

van een hoeveelheid geld, toebehorende aan de Rabobank,

met een bivakmuts over hun hoofd, die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] op de hoek

van het bankgebouw hebben opgewacht en (vervolgens) op die [slachtoffer G] en

die [slachtoffer H] zijn toegerend/gelopen en een pistool duidelijk zichtbaar voor die

[slachtoffer G] en die [slachtoffer H] hebben vastgehouden en tegen die [slachtoffer G] en die [slachtoffer H] hebben gezegd dat het een overval was en

dat die [slachtoffer H] de goede code in moest drukken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op 5 december 2006 te Ede, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

bedreiging met geweld [slachtoffer I] en [slachtoffer J] heeft gedwongen

tot de afgifte van een hoeveelheid geld (500 euro) en een bankpas, toebehorende

aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en zijn mededader de woning van die [slachtoffer I] en [slachtoffer J] zijn

binnengedrongen en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] hebben gericht en dat pistool hebben doorgeladen en

die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] hebben gedwongen naar beneden te gaan en een

(slagers)mes van het aanrecht hebben gepakt en (vervolgens) aan die

[slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] voorgehouden en tegen die [slachtoffer I]

En/of [slachtoffer J] hebben gezegd "Geld, ik wil geld" en "ik weet dat

je boven geld hebt" en "ik moet je pinpas en de pincode hebben”.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feiten 1, 3, 4 en 7 telkens: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feiten 5 en 6 telkens: poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar gevorderd. De officier van justitie heeft daarbij enerzijds rekening gehouden met de hoeveelheid ernstige feiten en de impact daarvan op slachtoffers en op de maatschappij en anderzijds met de omstandigheid dat verdachte first offender is voor dit soort feiten, dat hij schoon schip heeft willen maken en met de authenticiteit van zijn verklaring dat hij feiten als de onderhavige nooit meer zal plegen.

2. De raadsvrouwe heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte en een straf op maat op te leggen, waarin naar haar oordeel een voorwaardelijk deel op zijn plaats is. Zij zoekt daarbij aansluiting bij hetgeen de reclassering heeft geadviseerd en wijst er op dat het strafblad van verdachte gering is.

3. Verdachte heeft zich inclusief de ad informandum gevoegde feiten zeven keer schuldig gemaakt aan kort gezegd gewapende overvallen en driemaal aan pogingen daartoe, in de meeste gevallen tezamen en in vereniging met een ander.

Verdachte is steeds professioneel te werk gegaan en heeft slachtoffers onder schot gehouden met een pistool. Bij feit 7 is hij zelfs met zijn mededader in de nachtelijke uren een woning binnengedrongen en heeft aldaar een gewapende overval gepleegd met behulp van een vuurwapen en een mes.

4. Verschillende personen zijn slachtoffer geworden van het strafbare handelen en er is reeds gebleken hoeveel angst bij die mensen is ontstaan. Algemeen bekend is dat de psychische gevolgen van dergelijke gebeurtenissen ernstig en langdurig kunnen zijn. Verdachte en zijn mededader hebben zich op geen enkele wijze bekommerd om het welzijn van hun slachtoffers en hebben hun drang naar geldelijk gewin laten prevaleren.

5. Rekenkundig gezien kunnen de feiten de oplegging van een gevangenisstraf als door de officier van justitie gevorderd rechtvaardigen. Ook de rechtbank vindt een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Vanzelfsprekend houdt de rechtbank daarbij enerzijds rekening met wat verdachte door die explosie van gewapende overvallen in ongeveer anderhalve maand tijd heeft aangericht, maar dient zij anderzijds oog te hebben voor de omstandigheden van de verdachte. Zijn jeugdige leeftijd, vrijwel blanco strafblad en proceshouding, waarmee hij blijk geeft het verwerpelijke van zijn gedragingen in te zien, leiden de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 7,5 jaren.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/580501-06, incidenten 6, 11, 12, 18 en 19, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer C], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.545,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is voor toewijzing vatbaar.

De benadeelde partij Tamoil Harderwijk/Tollengroep B.V., [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 320,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte telkens op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van geldbedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 45, 47, 57, 63, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 8 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer C], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 1.545,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2006.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C], een bedrag te betalen van € 1.545,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 30 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Tamoil Harderwijk/Tollengroep B.V., [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 320,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Tamoil voornoemd, een bedrag te betalen van € 320,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. De Bie, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juli 2007.

Mr. Follender Grossfeld is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.