Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA7867

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-06-2007
Datum publicatie
22-06-2007
Zaaknummer
06/460647-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

2 jr gevangenisstraf ter zake medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven. In juni 2006 is na een financieel conflict het slachtoffer, een Turkse zakenman, van zijn vrijheid beroofd. Er was sprake van een vooropgezet plan. De rechtbank neemt in aanmerking de lange duur van de vrijheidsberoving en de wijze waarop het slachtoffer is behandeld. De rechtbank rekent het verdachte(n) zwaar aan de gruwelijkheid en de schijnbare vanzelfsprekendheid waarmee het slachtoffer op mensonterende wijze is behandeld uit puur geldelijke motieven. Zo is het slachtoffer onder meer vastgebonden en geblinddoekt, is hem geen eten aangeboden en is hem slechts in beperkte mate water te drinken gegeven. Verdachte(n) hebben de laatste dagen van het leven van het slachtoffer tot een hel gemaakt. Het slachtoffer moet vreselijk veel angst hebben gevoeld gedurende deze laatste twee dagen van zijn leven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 282
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460647-06

Uitspraak d.d.: 22 juni 2007

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Turkije) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

verblijvende in PI Flevoland, huis van bewaring Almere Binnen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 maart 2007, 1 juni 2007 en 8 juni 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

De rechtbank heeft op 9 maart 2007 het verzoek van de raadsman om opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De rechtbank heeft verder op 9 maart 2007 het verzoek van de officier van justitie, strekkende tot aanvulling van de gronden van de voorlopige hechtenis afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006,

te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort

en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in

de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slac[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte, en/of één of meer van

zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- afgesproken dat de boerderij aan de [adres] te Angerlo, gemeente

Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting",

althans "het verblijf" van [slac[slachtoffer], althans een gast en/of

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente

Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto vastgepakt en/of vastgehouden en/of in

een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres]),

gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] een prop in de mond

gestopt, althans die [slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of

vastgebonden laten hangen en/of

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in

een ruimte gelegd en/of

- die [slachtoffer] geboeid in een kofferbak van een auto laten plaatsnemen,

althans gelegd en/of

buiten deze boerderij:

- (vervolgens) die [slachtoffer] in (een kofferbak van) een auto naar de afslag

Beekbergen van de snelweg A50 vervoerd en/of gebracht en/of gereden

en/of (aldus) voor deze [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen

ontstaan waaraan die [slachtoffer] zich niet kon onttrekken;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[verd[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte G]

en/of [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s) in of omstreeks de

periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006,

te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort

en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in

de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [verdachte A] en/of die [verdachte B]

en/of die [verdachte C] en/of die [verdachte D] en/of die [verdachte G] en/of die [verdachte F] en/of één of

meer andere mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk:

- afgesproken dat de boerderij aan de [adres] te Angerlo, gemeente

Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting",

althans "het verblijf" van [slac[slachtoffer], althans een gast en/of

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met

[verd[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of

[verdachte G] en/of [verdachte F] en/of één of meer van zijn/hun mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente

Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto vastgepakt en/of vastgehouden en/of in

een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres]),

gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] een prop in de mond

gestopt, althans die [slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of

vastgebonden laten hangen en/of

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in

een ruimte gelegd en/of

- die [slachtoffer] geboeid in een kofferbak van een auto laten plaatsnemen,

althans gelegd en/of

buiten deze boerderij:

- (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto naar de afslag Beekbergen van de

snelweg A50 vervoerd en/of gebracht en/of gereden

en/of (aldus) voor deze [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen

ontstaan waaraan die [slachtoffer] zich niet kon onttrekken

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of één of meer van

zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot en met 26

juni 2006 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek

en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente

Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in

de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem, althans in de provincie

Gelderland, althans in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

behulpzaam is geweest door:

- met een auto naar Presikhaaf te rijden en/of bij een afspraak tussen één of

meer van de mededader(s) en [slachtoffer] aanwezig te zijn en/of (daarbij) op

uitkijk te staan en/of

- met een auto achter [slachtoffer] aan te rijden richting Angerlo en/of

- diverse benodigheden mee te nemen waaronder (een) touw(en) en/of (een)

overall(s) en/of (een) handschoen(en) en/of een blinddoek en/of diverse

doeken en/of

- die [slachtoffer] te bewaken en/of op de boerderij te passen, althans op de

uitkijk staan en/of te beletten dat [slachtoffer] zich aan zijn en/of zijn

mededader(s) heerschappij kon onttrekken en/of

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

A.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 te

Giesbeek en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar, althans in de

provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- meerdere, althans één, creditcard(s) en/of

- meerdere, althans één bankpas(sen) en/of

- een portemonnee en/of

- meerdere, althans één, mobiele telefoon(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] naar een boerderij aan de [adres] te

Angerlo, gemeente Zevenaar, heeft/hebben vervoerd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben geboeid en/of vastgebonden en/of

geblinddoekt en/of een prop in de mond gestopt en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben gefouilleerd, althans de kleding van

die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht

ALTHANS, dat

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte G]

en/of [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s) in of omstreeks de

periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006, te Angerlo, althans in de

gemeente Zevenaar, althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- meerdere, althans één, creditcard(s) en/of

- meerdere, althans één bankpas(sen) en/of

- een portemonnee en/of

- meerdere, althans één, mobiele telefoon(s),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of

[verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte G] en/of [verdachte F] en/of één of meer andere

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of T.

[verdachte D] en/of [verdachte G] en/of [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s):

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] naar een boerderij aan de [adres] te

Angerlo, gemeente Zevenaar, heeft/hebben vervoerd en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben geboeid en/of vastgebonden en/of

geblinddoekt en/of een prop in de mond gestopt en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] heeft/hebben gefouilleerd, althans de kleding van

die [slachtoffer] heeft/hebben doorzocht

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of één of meer van

zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 10 juni 2006 tot en met 26

juni 2006 te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek

en/of te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente

Westervoort en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in

de gemeente Rheden en/of in de gemeente Arnhem, althans in de provincie

Gelderland, althans in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- met een auto naar Presikhaaf te rijden en/of bij een afspraak tussen één of

meer van zijn mededader(s) en die [slachtoffer] aanwezig te zijn en/of (daarbij)

op uitkijk te staan en/of

- met een auto achter die [slachtoffer] aan te rijden richting Angerlo en/of

- diverse benodigheden naar de boerderij mee te nemen waaronder (een) touw(en)

en/of (een) overall(s) en/of (een) handschoen(en) en/of een blinddoek

en/of diverse doeken en/of

- die [slachtoffer] te bewaken en/of op de boerderij te passen, althans op de

uitkijk staan en/of te beletten dat [slachtoffer] zich aan hun en/of hun

mededader(s) heerschappij kon onttrekken

en/of

B.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006

te Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of de gemeente Apeldoorn,

althans in de provincie Gelderland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:

- identiteitspapieren (op naam van [slachtoffer]) en/of

- een horloge en/of

- een jas en/of

- een (paar) schoen(en) en/of

- meerdere, althans één, zogenaamde muska('s)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006

te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort

en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in

de provincie Gelderland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 20.000 Euro

en/of 40.000 Euro, althans meerdere, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) geld, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

immers heeft/hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s):

in de periode van 10 juni 2006 tot en met 24 juni 2006:

- een afspraak met die [slachtoffer] gemaakt en/of die [slachtoffer] op een

parkeerplaats nabij Presikhaaf onder druk gezet en/of

- die [slachtoffer] meermalen aangesproken om tot betaling over te gaan en/of

in de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006:

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente

Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgepakt en/of vastgehouden in een auto en/of in

een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres]),

gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] een prop in de mond

gestopt, althans die [slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of

vastgebonden laten hangen en/of

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in

een ruimte gelegd en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of

de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer]

getrapt en/of gestompt en/of geslagen

- terwijl die [slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en/of

- meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp

tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de

schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] geslagen

en/of

- die [slachtoffer] (telkens) de woorden toegevoegd:

- "Heb jij een schuld aan ons, ja of nee" en/of

- "Ga jij het geld nog betalen" en/of

- "Ben je nog van plan te betalen" en/of

- "Je moet zorgen dat er geld komt. Dit is geen kinderspel" en/of

- "Je kan doodvallen en zeg tegen Allah dat hij jou moet helpen" en/of

- "Waar heb jij mij in betrokken. Je kan wel betalen"

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte G]

en/of [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s) in of omstreeks de

periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni 2006,

te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in gemeente Westervoort en/of

in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in

de provincie Gelderland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door die [verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D]

en/of [verdachte G] en/of [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s) voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte

van 20.000 Euro en/of 40.000 Euro, althans meerdere, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of [verdachte G]

en/of [verdachte F] en/of zijn/hun mededader(s),

immers heeft/hebben die [verdachte A] en/of die [verdachte B] en/of die [verdachte C] en/of die

[verdachte D] en/of die [verdachte G] en/of die [verdachte F] en/of één of meer andere mededader(s):

in de periode van 10 juni 2006 tot en met 24 juni 2006:

- een afspraak met die [slachtoffer] gemaakt en/of die [slachtoffer] op een

parkeerplaats nabij Presikhaaf onder druk gezet en/of

- die [slachtoffer] meermalen aangesproken om tot betaling over te gaan en/of

in de periode van 25 juni 2006 tot en met 27 juni 2006:

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met

[verdachte A] en/of [verdachte B] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of

[verdachte G] en/of [verdachte F] en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente

Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgepakt en/of vastgehouden in een auto en/of in

een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de [adres]),

gemeente Zevenaar vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [slachtoffer] geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] een prop in de mond

gestopt, althans die [slachtoffer] het spreken verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap vastgebonden en/of

vastgebonden laten hangen en/of

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in

een ruimte gelegd en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of

de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer]

getrapt en/of gestompt en/of geslagen

- terwijl die [slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en/of

- meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp

tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de

schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] geslagen

en/of

- die [slachtoffer] (telkens) de woorden toegevoegd:

- "Heb jij een schuld aan ons, ja of nee" en/of

- "Ga jij het geld nog betalen" en/of

- "Ben je nog van plan te betalen" en/of

- "Je moet zorgen dat er geld komt. Dit is geen kinderspel" en/of

- "Je kan doodvallen en zeg tegen Allah dat hij jou moet helpen" en/of

- "Waar heb jij mij in betrokken. Je kan wel betalen"

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) in of omstreeks de periode van 10 juni 2006 tot en met 27 juni

2006, te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort

en/of in de gemeente Duiven en/of de in gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of de in gemeente Arnhem, althans in de provincie Gelderland,

althans in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

behulpzaam is geweest door:

- met een auto naar Presikhaaf te rijden en/of bij een afspraak tussen één of

meer van de mededader(s) en [slachtoffer] aanwezig te zijn en/of (daarbij) op

uitkijk te staan en/of

- met een auto achter [slachtoffer] aan te rijden richting Angerlo en/of

- diverse benodigheden naar de boerderij mee te nemen waaronder (een) touw(en)

en/of (een) overall(s) en/of (een) handschoen(en) en/of een blinddoek

en/of diverse doeken en/of

- die [slachtoffer] te bewaken en/of op de boerderij te passen, althans op de

uitkijk staan en/of te beletten dat [slachtoffer] zich aan hun en/of hun

mededader(s) heerschappij kon onttrekken en/of

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2006 tot en met 26 juni 2006 te

Angerlo, gemeente Zevenaar en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een

persoon (te weten [slachtoffer]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze [slachtoffer]

opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk deze

[slachtoffer]:

- meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) te boeien en/of vast

te binden en/of vastgebonden gehouden en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig een prop in de mond te stoppen, althans

het spreken te verhinderen en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig te blinddoeken en/of

- aan een balk en/of een keldertrap vast te binden en/of vastgebonden te laten

hangen en/of

- geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in een ruimte te

leggen en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of

de enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam te trappen en/of te

stompen en/of te slaan:

- terwijl die [slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en/of

- meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp

tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de

schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam te slaan;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2006 tot en met 26 juni 2006,

te Huissen, althans in de gemeente Lingewaard en/of te Giesbeek en/of te

Angerlo, althans in de gemeente Zevenaar en/of in de gemeente Westervoort

en/of in de gemeente Duiven en/of in de gemeente Doesburg en/of in de gemeente

Rheden en/of in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Apeldoorn, althans in

de provincie Gelderland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig

overleg, althans met dat opzet:

- heeft afgesproken dat de boerderij aan de [adres] te Angerlo,

gemeente Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de

huisvesting", althans "het verblijf" van [slachtoffer], althans een gast en/of

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting van

verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] met een auto heeft opgehaald in Huissen, gemeente

Lingewaard en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto heeft vastgepakt en/of vastgehouden

en/of in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de

[adres]), gemeente Zevenaar heeft vervoerd en/of

op deze boerderij:

- (vervolgens) meermalen en/of langdurig de hand(en) en/of voet(en) van

die [slachtoffer] heeft geboeid en/of vastgebonden en/of vastgebonden gehouden

en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] een prop in de mond

heeft gestopt, althans die [slachtoffer] het spreken heeft verhinderd en/of

- (daarbij) meermalen en/of langdurig die [slachtoffer] heeft geblinddoekt en/of

- die [slachtoffer] aan een balk en/of een keldertrap heeft vastgebonden en/of

vastgebonden heeft laten hangen en/of

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer, althans in

een ruimte heeft gelegd en/of

- meermalen, althans eenmaal tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de

enkel(s) en/of de buik, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft

getrapt en/of gestompt en/of geslagen:

- terwijl die [slachtoffer] geboeid was en/of

- terwijl die [slachtoffer] was opgehangen aan een balk en/of keldertrap en/of

- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en/of

- meermalen, althans eenmaal met een stuk hout, althans een hard voorwerp

tegen de knie(ën) en/of de sche(e)n(en) en/of de enkel(s) en/of de

schouder(s) en/of de buik, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft

geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artt. 303 lid 1, art 302 lid 1, 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

De rechtbank overweegt dat de verklaringen van medeverdachte [verdachte A] de belangrijkste bewijsmiddelen zijn in deze zaak. Hij heeft immers vanaf zijn 29ste verklaring op hoofdlijnen gedetailleerde verklaringen, waarin hij zichzelf en anderen belast, afgelegd omtrent de verdwijning en de dood van [slachtoffer]. [verdachte A] verklaart daarin over zichzelf als degene die de opdrachten van anderen heeft uitgevoerd en als iemand die geen controle had over de gebeurtenissen die plaatsvonden. In zoverre zouden zijn verklaringen voor de rechtbank als leidraad kunnen gelden, maar de rechtbank overweegt eveneens dat [verdachte A] ook het volgende heeft verklaard:

“Niet degene die een moord pleegt maar degene die aanzet tot de moord is de hoofdverdachte.” en “In onze cultuur is niet degene die de moord pleegt maar degene die aanzet tot de moord de schuldige. Het is dus niet belangrijk wie uitvoert, maar degene die aanzet is de dader”.

Daarenboven heeft [verdachte A] verklaard dat hij een zware verantwoordelijkheid legt bij diegenen die uiteindelijk - in zijn visie - mogelijk hebben gemaakt wat er is gebeurd, waarbij hij doelde op [verdachte D] (die zijn boerderij ter beschikking stelde) en [verdachte F] (die faciliterend optrad).

Gelet op die visie van [verdachte A] en het feit dat hij zijn eigen rol tot die van “slechts” uitvoerende terugbrengt, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden uitgesloten dat hij het aandeel van de verschillende betrokkenen in de gebeurtenissen anders, lichter of zwaarder dan wel anderszins onjuist, weergeeft. Voorts zijn de verklaringen van [verdachte A] niet op alle onderdelen consistent. Zo verklaart hij bijvoorbeeld verschillend over een cruciaal moment waarop (voor of na het pinnen in Doesburg) en door wie het slachtoffer in de boerderij met een touw onder zijn armen door aan de balken is gehangen. Verder verklaart hij eerst dat hij hierbij aanwezig is geweest en, zo concludeert de rechtbank, hiervan dus ooggetuige moet zijn geweest, terwijl hij later verklaart dat hij naar buiten werd gestuurd en dus op dit punt niets kan hebben gezien.

Het voorgaande leidt ertoe dat de verklaringen van [verdachte A] kritisch moeten worden beschouwd en dat de rechtbank voor bewezenverklaring van de verschillende onderdelen van de tenlastelegging op ieder specifiek punt aanmerkelijk ondersteunend bewijs noodzakelijk acht.

Feiten

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan het volgende als vaststaand worden aangenomen.

Begin juni 2006 bestond bij medeverdachten [verdachte A] en [verdachte B] het idee dat het uiteindelijke slachtoffer, [slac[slachtoffer], hen financieel benadeelde. Het plan werd gemaakt het slachtoffer onder druk te zetten zodat hij zijn schulden zou gaan betalen. Medeverdachte [verdachte C] werd gevraagd om daarbij te bemiddelen. [verdachte C] zelf heeft verklaard dat zijn inzet was dat er druk op [slachtoffer] werd gezet.

Met [slachtoffer] werd een afspraak gemaakt voor een bespreking in de middag van 25 juni 2006 in Huissen. Vanuit Huissen reden [verdachte A], [verdachte B], [verdachte C], medeverdachte [verdachte G] en verdachte, met [slachtoffer] naar een afgelegen boerderij te Angerlo, in gebruik bij medeverdachte [verdachte D], zoals blijkt uit printgegevens van diverse telefoons.

De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer] tijdens de rit van Huissen naar Angerlo in de auto is geslagen, vastgepakt en/of vastgehouden. Buiten de verklaring van [verdachte A] is hiervoor geen bewijs voorhanden.

Kort na aankomst bij de boerderij is [verdachte D] vertrokken.

In een nis op de deel van de boerderij is met [slachtoffer] een gesprek gevoerd over de betaling van schulden.

Over hetgeen zich daarna in de boerderij heeft afgespeeld, zijn door de verdachten die daar over verklaard hebben, wisselende verklaringen afgelegd. Op grond van de verklaringen van [verdachte A] en die van onder meer [verdachte D], acht de rechtbank bewezen dat de handen van het slachtoffer zijn vastgebonden en dat het slachtoffer is geblinddoekt. Voor het stoppen van een prop in de mond van het slachtoffer is, naast de verklaring van [verdachte A], onvoldoende ondersteunend bewijs. Ook is bewezen dat het slachtoffer vervolgens op de deel van de boerderij met touw onder zijn armen door aan een balk is vastgebonden en dat hij daar vastgebonden aan die balk heeft gehangen. [verdachte A] heeft in deze zin verklaard en tijdens de op 2 april 2007 gehouden schouw heeft hij de exacte plek aangewezen. Deze verklaring van [verdachte A] wordt gesteund door de bevindingen van de verbalisanten [verbalisant A] en [verbalisant B], proces-verbaal d.d. 11 januari 2007, dat bovenop de balken op de door [verdachte A] aangewezen plek sprake is van een doorbreking van het stofpatroon. Voor wat betreft het op de boerderij op [slachtoffer] toegepaste geweld wordt overwogen dat met uitzondering van het trappen tegen de schenen van [slachtoffer] door [verdachte C], ieder steunbewijs ontbreekt. Immers, noch op de plaats van het delict noch in de kleding van [slachtoffer] zijn bloedsporen aangetroffen en uit de sectie op het lijk komt naar voren dat geen sprake is geweest van afwijking van de beenderen dan wel van botbreuken.

Op zondag 25 juni 2006 om 18.17 uur is bij de ABN-AMRO bank in Doesburg met de bankpasjes en creditcards van [slachtoffer] geprobeerd te pinnen.

Naast [verdachte A] verklaren zowel [verdachte D] als [verdachte F] dat zij het slachtoffer op 26 juni 2006 geblinddoekt hebben zien liggen achter de betimmering op een slaapkamer. [verdachte D] verklaart daarbij dat het slachtoffer was vastgebonden. [verdachte F] heeft verklaard te hebben gezien dat [verdachte C] het slachtoffer in die toestand tegen de schenen heeft geschopt, hetgeen door [verdachte C] is bevestigd.

Uit de verklaringen van [verdachte F] en [verdachte D] blijkt dat [verdachte B] op enig moment op het terras van de boerderij papieren van [slachtoffer] heeft verbrand.

Later die dag is [slachtoffer] van de bovenverdieping verplaatst naar de kelder. Dat [slachtoffer] ook met een touw onder zijn armen door aan de keldertrap zou zijn opgehangen, is niet komen vast te staan, nu daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Immers, er is in de kelder of aan de keldertrap geen enkel spoor aangetroffen en geen van de medeverdachten verklaart hierover in gelijke zin als [verdachte A]. Daarenboven is aan twijfel onderhevig of het fysiek mogelijk is om iemand met de lengte die het slachtoffer had aan die trap te hangen.

In de loop van de ochtend zijn verdachte en [verdachte G] van de boerderij vertrokken, zo blijkt uit de verklaring van [verdachte A], hetgeen wordt ondersteund door de mastgegevens van hun mobiele telefoons.

De rechtbank neemt op basis van de verklaringen van [verdachte F] en [verdachte D] tevens aan dat op 26 juni 2006 op enig moment door in elk geval [verdachte B] is gezegd dat [slachtoffer] niet kon worden vrijgelaten en dat hij in de door [verdachte F] aangegeven zin heeft gesproken over het ombrengen van het slachtoffer.

In de avond van 26 juni 2006 is het slachtoffer door [verdachte A] en [verdachte B] naar een bos nabij Beekbergen gebracht, daar gewurgd en is zijn lichaam met zand en takken bedekt. Hoewel niet valt uit te sluiten dat daarbij ook nog een ander betrokken is geweest, acht de rechtbank dit niet bewezen omdat ondersteunend bewijs daarvoor ontbreekt. Het ontzielde lichaam van [slachtoffer] werd op 10 augustus 2006 in verregaande staat van ontbinding door een wandelaar ontdekt.

Op grond van de print- en mastgegevens van de mobiele telefoons van verdachte en [verdachte G], in combinatie met de door [verdachte A] afgelegde verklaringen omtrent de aanwezigheid van beide verdachten op de boerderij, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en [verdachte G] in de nacht van 25 op 26 juni 2006 bij het slachttoffer zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat het opzet op de wederrechtelijke vrijheidsberoving besloten ligt in het feit dat verdachte moet hebben geweten dat [slachtoffer] ook in de boerderij was en met een touw onder zijn armen door aan de balken was gehangen. Door in die wetenschap op de boerderij te blijven, heeft verdachte ten minste een actieve bijdrage geleverd aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Het voorgaande leidt tot het volgende.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is er naast de verklaring van [verdachte A] geen ondersteunend bewijs voorhanden en daarom acht zij niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2a primair, 2a subsidiair, 2b, 3 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 24 juni 2006 tot en met 27 juni 2006 in de provincie Gelderland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders opzettelijk wederrechtelijk:

- afgesproken dat de boerderij aan de [adres] te Angerlo, gemeente

Zevenaar, gedurende enkele dagen gebruikt zal worden voor "de huisvesting",

althans "het verblijf" van [slachtoffer], althans een gast en

- een telefonische afspraak met die [slachtoffer] gemaakt voor een ontmoeting met zijn mededaders en

- vervolgens die [slachtoffer] met een auto opgehaald in Huissen, gemeente Lingewaard en

- vervolgens die [slachtoffer] in een auto naar een boerderij in Angerlo (te weten aan de

[adres]), gemeente Zevenaar vervoerd en

op deze boerderij:

- vervolgens langdurig de handen van die [slachtoffer] vastgebonden en vastgebonden gehouden en

- daarbij langdurig die [slachtoffer] geblinddoekt en

- die [slachtoffer] aan een balk vastgebonden en vastgebonden laten hangen en

- die [slachtoffer] geboeid achter de betimmering op een slaapkamer gelegd en

en aldus voor deze [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waaraan die [slachtoffer] zich niet kon onttrekken.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Verweren

Foto/dossierkennis

Verdachte heeft betrokkenheid bij de strafbare feiten ontkend.

Ten aanzien van de verklaringen van medeverdachte [verdachte A] heeft de raadsman het verweer gevoerd dat niet valt uit te sluiten dat [verdachte A] dossierkennis en daderkennis heeft gecombineerd. [verdachte A] verklaart in zijn 29ste verhoor over een ‘tweede persoon’. Tevens verklaart hij dat hij een foto van deze persoon in zijn dossier heeft gezien. Volgens de raadsman is de verklaring van [verdachte A] daarom geconstrueerd en dus onbetrouwbaar.

De rechtbank overweegt als volgt. Ter terechtzitting heeft verdachte desgevraagd verklaard dat hi[verdachte]a[verdachte] is. De rechtbank stelt vast dat de in het dossier aanwezige foto van [verdachte] een foto van verdachte is. Voor zover de raadsman zou bedoelen te betogen dat de door [verdachte A] genoemde ‘tweede persoon’ een ander dan verdachte is, wordt dit verweer verworpen.

De rechtbank heeft de cd/dvd-schijfjes bekeken, waarop het 29ste verhoor van [verdachte A] is vastgelegd. De manier waarop [verdachte A] zijn verklaringen heeft afgelegd, dragen bij aan de overtuiging dat hij en de door hem genoemde personen betrokken zijn geweest bij de gebeurtenissen. Zo geeft hij een grote hoeveelheid informatie en corrigeert hij zonodig de verbalisant. Hij gebruikt geen aantekeningen. Voorafgaand aan dit verhoor had [verdachte A] dan wel de beschikking over printgegevens, maar deze waren van de op dat moment vastzittende verdachten. Vaststaat dat verdachte ([verdachte]) op dat moment nog niet vastzat. Verder werd zijn naam niet in de printlijsten genoemd en kwam zijn telefoonnummer alleen voor in relatie tot medeverdachte [verdachte C]. [verdachte A] kende [verdachte] niet.

Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de verklaring van [verdachte A] slechts is geconstrueerd op basis van dossierkennis. Een ‘fosloconfrontatie’ behoefde naar het oordeel van de rechtbank niet plaats te vinden.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Telefoon

Met betrekking tot de telefoon heeft de raadsman aangevoerd dat op geen enkele wijze bewezen kan worden dat de mobiele telefoon alsmede het daarbij behorende nummer,

[nummer], aan verdachte toebehoort. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de telefoon en het nummer door veel mensen werd gebruikt en dat hij niet weet of het nummer al dan niet aan hem toebehoort.

De rechtbank overweegt dat in het adresboek van de telefoon van medeverdachte [verdachte C] bij genoemd telefoonnummer de naam van verdachte stond vermeld. Ook in het telefoonboek van getuige [naam getuige], zwager van verdachte, is het genoemde telefoonnummer, verbonden aan de naam [verdachte] aangetroffen. [naam getuige] heeft verklaard dat hij twee mensen kent met de naam [zelfde voornaam]. [zelfde voornaam + aanduiding] is iemand die in Irak woont en verder kent hij niemand anders met de naam [zelfde voornaam] dan zijn zwager [verdachte]. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de telefoon met het nummer

[nummer] van verdachte was en bij hem in gebruik was.

Historische printgegevens

De raadsman heeft verweer gevoerd, dat kort gezegd hierop neer komt. Uit het feit dat de telefoon van verdachte is gepeild op de Kleefslagsestraat te Wehl, kan, gelet op het bestaan van hand-overrelaties, niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte zich ook daadwerkelijk in het gebied rondom deze zendmast heeft opgehouden.

De rechtbank passeert dit verweer en overweegt als volgt. Uit hetgeen door deskundige [naam] bij de rechter-commissaris is verklaard en de informatie die door hem is overgelegd, kan het volgende worden afgeleid. Over het algemeen kiest de GSM terminal het sterkste signaal of het kwalitatief beste basisstation. Dat hoeft niet per se het dichtstbijzijnde basisstation te zijn. Het geografische gebied waar een GSM-gesprek het meest waarschijnlijk, via dat basisstation zal worden geleid, wordt het ‘best server’ gebied genoemd. Vanaf de [adres] te Angerlo is het basisstation met nr. 22323, basisstation Kleefslagsestraat te Wehl, het meest waarschijnlijke aangestraalde basisstation.

Onder omstandigheden wordt gebruik gemaakt van zogenaamde handovers. Wanneer bijvoorbeeld een zendmast de grenzen van haar capaciteit heeft bereikt en daardoor overbelast wordt, dan wordt het signaal door middel van een handover naar een ander basisstation omgeschakeld. Handovers kunnen ook worden veroorzaakt door bijvoorbeeld reflecties van signalen op gebouwen, reflecties door langsrijdende vrachtwagens, stalen constructies.

Het toestel van [verdachte] is op 25 juni 2006 van 16.08.03 tot 16.18.02 uur en op 26 juni 2006 van 07.34.50 tot 7.35.01 gepeild door het basisstation aan de Kleefslagsestraat te Wehl. Van bijzondere omstandigheden die een handover aannemelijk maken, is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank acht ook niet aannemelijk dat de zendmast aan de Kleefslagsestraat te Wehl in deze periodes overbelast is geweest naar aanleiding van de wedstrijd in het WK voetbal in de avond van 25 juni 2006. Concrete gegevens hieromtrent zijn ook niet overgelegd.

Op basis van het voorgaande concludeert te rechtbank dat, nu niet blijkt van bijzondere omstandigheden die een handover tot stand zouden hebben gebracht, aannemelijk is dat het toestel van [verdachte] zich in de middag van 25 juni 2006 en de ochtend van 26 juni 2006 bevond binnen het bedekkingsgebied van basisstation 22323. Tevens stelt de rechtbank vast dat dit basisstation de ‘best server’ is van de [adres] te Angerlo.

De rechtbank overweegt voorts dat door getuigen is verklaard dat verdachte en medeverdachte [verdachte G] vaak samen werden gezien. Daarnaast blijkt uit de printgegevens dat verdachte en [verdachte G] elkaar met grote regelmaat bellen. Opvallend is echter dat zij elkaar in de periode 25 en 26 juni 2006 niet hebben gebeld. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat als hij samen was met [verdachte G], dat hij [verdachte G] dan niet belde. Uit de printgegevens blijkt ook dat het toestel van [verdachte G] op 26 juni 2006 van 08.53.02 tot 11.59.12 uur wordt gepeild door het basisstation aan de Kleefslagsestraat te Wehl.

Tegen de achtergrond van het voorgaande is voldoende aannemelijk dat verdachte en [verdachte G] op 25 en 26 juni 2006 bij elkaar en op de boerderij zijn geweest.

Vormverzuim

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat hij het ongepast vindt dat zijn cliënt er niet op is gewezen dat hij zich bij de DNA-procedure kon laten bijstaan door een raadsman. In die periode heeft er een wisseling van raadslieden plaatsgevonden. Dit vormverzuim moet leiden tot bewijsuitsluiting van de resultaten van het DNA-onderzoek.

De rechtbank overweegt dat uit het 8ste verhoor van verdachte naar voren komt dat hij toestemming had gegeven voor afname van DNA-materiaal. Voorafgaand aan het verhoor heeft hij, zo blijkt uit zijn verklaring, contact gehad met zijn raadsman en afgesproken dat hij niets meer zou verklaren en niets meer zou ondertekenen. Met betrekking tot het ondertekenen van de DNA-formulieren besluit verdachte vrijwillig deze te ondertekenen, nadat de tolk de formulieren voor hem had vertaald. Niet kan worden gesteld dat verdachte onder deze omstandigheden in zijn verdediging is geschaad. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer dat het voormelde vormverzuim dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de resultaten van het DNA-onderzoek. Ook overigens dienen hier geen gevolgen aan te worden verbonden.

Peuk

Ten aanzien van de sigarettenpeuk die op de boerderij is aangetroffen, heeft de raadsman betoogd dat niet vaststaat dat de peuk vanaf 25 of 26 juni 2006 in de boerderij aanwezig is geweest. Niet uitgesloten is dat de peuk op een later tijdstip in de boerderij is terechtgekomen.

De rechtbank overweegt dienaangaande dat niet aannemelijk is geworden dat de sigarettenpeuk op een ander moment dan op 25 en/of 26 juni 2006 in de boerderij is achtergebleven. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat tijdens het verhoor op 16 oktober 2006 aan medeverdachte [verdachte D] een foto is getoond, waarop verdachte stond afgebeeld. [verdachte D] heeft verklaard dat hij de persoon op de foto niet kende. Voorts heeft getuige [getuige], destijds werkzaam bij Thoma Makelaardij in Lochem op 19 april 2007 verklaard dat hij de woonboerderij aan de [adres] te Angerlo altijd in zijn portefeuille heeft gehad om deze te verkopen, dat dit de periode van april 2006 tot half januari 2007 betrof en dat niemand anders van het kantoor bemiddeld heeft dan wel een bezichtiging heeft verzorgd. [getuige] heeft verder verklaard dat hij nooit contact heeft gehad met Turkse of Marokkaanse mensen met betrekking tot de aankoop of bezichtiging van het pand. Aan [getuige] is vervolgens onder meer een foto van verdachte getoond, waarop [getuige] verklaarde dat hij de persoon niet kende en nooit had ontmoet. Verdachte heeft voorts op geen enkele wijze anderszins aannemelijk gemaakt dat hij op een ander tijdstip op de boerderij is geweest. Hij herkent zelfs bij een bezoek met de verbalisanten de boerderij, noch de omgeving.

De rechtbank verwerpt derhalve ook dit verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Feit 1 primair:

medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, inhoudende de veroordeling van verdachte ter zake de feiten 1 primair, 2 primair 1ste alternatief, 3 primair en 4 subsidiair, tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen en - vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte niet de aanstichter is van hetgeen heeft plaatsgevonden, maar dat hij niet kritisch is geweest ten opzichte van de situatie.

De rol van verdachte heeft hieruit bestaan dat hij tezamen met zijn medeverdachten het slachtoffer van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking de lange duur van de vrijheidsberoving en de wijze waarop het slachtoffer is behandeld. De rechtbank rekent verdachte en zijn mededaders aan de gruwelijkheid en de schijnbare vanzelfsprekendheid waarmee het slachtoffer op mensonterende wijze is behandeld uit puur geldelijke motieven. Zo is het slachtoffer onder meer vastgebonden en geblinddoekt, is hem geen eten aangeboden en is hem slechts in beperkte mate water te drinken gegeven.

Dat de rechtbank de feitelijkheden met betrekking tot de beweerde martelingen niet bewezen acht, doet niet af aan het feit dat verdachte en zijn mededaders de laatste dagen van het leven van het slachtoffer tot een hel hebben gemaakt. Het slachtoffer moet vreselijk veel angst hebben gevoeld gedurende deze laatste twee dagen van zijn leven.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank ermee rekening dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het 2a primair en subsidiair, 2b, 3 primair en subsidiair en 4 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Hemrica, voorzitter, Kleinrensink en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 juni 2007.