Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA7478

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
19-06-2007
Zaaknummer
06/580065-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zeven insluipingen/inbraken in woningen bestraft met 14 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren, onder meer omdat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580065-07

Uitspraak d.d.: 19 juni 2007

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1957,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2007.

Ter terechtzitting gegeven voornemen ovj ontnemingsvordering

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie conform artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het voornemen kenbaar gemaakt in een later stadium een afzonderlijke ontnemingsvordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2007 te Steenderen,althans in de gemeente

Bronckhorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

(bruine leren) portefeuille (inhoudende een geldbedrag van (ongeveer) 1900,-

euro) en/of een enveloppe (inhoudende een geldbedrag van (ongeveer)

350,- euro)) en/of een (zwarte leren) portemonnee (inhoudende een geldbedrag

van (ongeveer) 280,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 08)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2007 tot en met 25 januari 2007

in de gemeente Waalre, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een of meer siera(a)d(en) en/of een of meer horloge(s) en/of een

(zilveren) lepel en/of een geldkist (inhoudende een geldbedrag van (ongeveer)

500,- euro) en/of een of meer sieradendo(o)(s)(zen) en/of een (rieten) mand,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming

en/of een valse sleutel;

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 09)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2007 te Mill, althans in de gemeente Mill en

Sint Hubert, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

of meer mobiele telefoon(s)(merk Samsung en/of Sony Ericsson), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);)

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 10)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2007 tot en met 21 februari

2007 te Mill, althans in de gemeente Mill en Sint Hubert en/of in de gemeente

Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, een of meer mobiele telefoon(s) (merk Samsung en/of

Sony Ericsson) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 10)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 26 februari 2007 in de gemeente Brummen tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vioolkoffer en/of een viool

en/of een of meer (2) strijkstok(ken) en/of een of meer (2) kinstuk(ken) en/of

een of meer vioolsna(a)r(en) en/of een portemonnee (inhoudende een of meer

bankpas(sen) en/of een of meer winkelpas(sen) en/of een bibliotheekpas en/of

een zwempas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 13)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 26 februari 2007 in de gemeente Rozendaal tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen een (bruine

leren) portemonnee (inhoudende een of meer bankpas(sen) en/of creditcard(s)

en/of een geldbedrag ((ongeveer) 30,- euro) en/of een of meer

(auto)sleutel(s)) en/of een of meer kentekenbewij(s)(zen) (deel I en/of deel

II en/of deel II) en/of een paspoort en/of een rijbewijs, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming

en/of een valse sleutel;

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 28 februari 2007 te Otterlo,althans in de gemeente Ede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of een

(personen)auto heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende een of meer

bankpas(sen) en/of winkelpas(sen)) en/of een autoradio/cd-wisselaar en/of een

of meer sleutel(s) en/of een geldbedrag ((ongeveer) 500,- euro), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming

en/of een valse sleutel;

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 15)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 26 februari 2007 te Oosterbeek, althans in de gemeente

Renkum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

(telefoon)oplader en/of een fotocamera (merk Canon) en/of een portemonnee

(inhoudende een of meer bankpas(sen)/creditcard(s) en/of winkelpas(sen) en/of

een geldbedrag ((ongeveer) 50,- euro)) en/of een zwemkaart, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 17)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2007 tot en met 27 februari

2007 in de gemeente Rhenen en/of te Malden, althans in de gemeente Heumen

en/of (elders) in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 1000,- euro en/of

een geldbedrag van (ongeveer) 250,- euro en/of een geldbedrag van (ongeveer)

750,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten (een) pinpas(sen)

(met bijbehorende pincode(s));

(parketnummer 06/580065-07, zaakdossier 17)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 19 februari 2007 te Steenderen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (bruine leren) portefeuille (inhoudende een geldbedrag van ongeveer 1900,- euro) en een enveloppe (inhoudende een geldbedrag van ongeveer 350,- euro) en een (zwarte leren) portemonnee (inhoudende een geldbedrag van ongeveer 280,- euro), toebehorende aan [slachtoffer A], waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij in de periode van 24 januari 2007 tot en met 25 januari 2007

in de gemeente Waalre, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden en horloges en een (zilveren) lepel en een geldkist (inhoudende een geldbedrag van ongeveer 500,- euro) en sieradendozen en een (rieten) mand, toebehorende aan [slachtoffer B];

3.

hij op 20 februari 2007 te Mill, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoons, (merk Samsung en Sony Ericsson), toebehorende aan [slachtoffer C];

4.

hij op 26 februari 2007 in de gemeente Brummen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vioolkoffer en een viool en 2 strijkstokken en 2 kinstukken en vioolsnaren en een portemonnee (inhoudende

bankpassen en winkelpassen en een bibliotheekpas en een zwempas), toebehorende aan [slachtoffer D];

5.

hij op 26 februari 2007 in de gemeente Rozendaal tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning heeft weggenomen

een (bruine leren) portemonnee (inhoudende bankpassen een creditcard en een geldbedrag (ongeveer 30,- euro) en (auto)sleutel(s) en kentekenbewijzen (deel I en/of deel II en/of deel III) en een paspoort en een rijbewijs, toebehorende aan [slachtoffer E];

6.

hij op 28 februari 2007 te Otterlo, tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende bankpassen en winkelpassen) en sleutels en een geldbedrag ((ongeveer) 500,- euro), toebehorende aan [slachtoffer F], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

7.

hij op 26 februari 2007 te Oosterbeek, tezamen en in vereniging met een ander, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (telefoon)oplader en een fotocamera en een portemonnee (inhoudende bankpassen/creditcards en winkelpassen en

een geldbedrag (ongeveer 50,- euro)) en een zwemkaart, toebehorende aan [slachtoffer G];

8.

hij in de periode van 26 februari 2007 tot en met 27 februari

2007 in de gemeente Rhenen en te Malden, en in Duitsland, tezamen en in vereniging met

een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 1000,- euro en een geldbedrag van 250,- euro en een geldbedrag van 750,- euro, toebehorende aan [slachtoffer G], waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten pinpassen met bijbehorende pincodes;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feiten 1 en 8 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feiten 2, 3 primair, 4, 5 en 7 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde daarbij te stellen reclasseringscontact.

De raadsman heeft oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk bepleit met daarbij verplicht reclasseringscontact.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Verdachte heeft zich zeven keer met zijn mededader schuldig gemaakt aan kort gezegd insluipingen in woningen en heeft daarbij telkens geld en/of goederen weggenomen.

Verdachte en zijn mededader zijn daarbij professioneel en geraffineerd te werk gegaan en zijn binnengeslopen in woningen terwijl bewoners thuis of in de buurt waren. Gevoelens van onveiligheid bij bewoners maar ook in de maatschappij in het algemeen zijn het gevolg. Verdachte houdt hiermee geenszins rekening en pleegt de feiten puur uit geldelijk gewin.

Dergelijke feiten kunnen wat betreft hun ernst naar het oordeel van de rechtbank nagenoeg gelijk gesteld worden aan woninginbraken.

Ten aanzien van een woninginbraak zijn in de strafrechtspleging oriëntatiepunten straftoemeting ontwikkeld, inhoudende een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 weken. Vergeleken hiermee acht de rechtbank voor een insluiping in vereniging gepleegd een zelfde straf passend. Een optelsom zou neerkomen op ongeveer 16 maanden gevangenisstraf.

Echter, nu verdachte nooit eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en gelet op de persoon van verdachte en zijn inmiddels gekozen proceshouding, ziet de rechtbank aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk en een deel van de straf in de vorm van een werkstraf op te leggen.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis¬straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die verdachte zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Nu de in beslag genomen middelen, te weten twee pakketjes wit poeder, middelen zijn als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, dienen deze op grond van artikel 13a van de Opiumwet te worden onttrokken aan het verkeer.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.530,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is voor toewijzing vatbaar.

De benadeelde partij [slachtoffer F], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 834,75 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot een bedrag van € 684,75 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is in zoverre voor toewijzing vatbaar.

Voor het overige (autoradio van € 150,-) zal de vordering van deze benadeelde partij worden afgewezen, nu op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken die schade niet is komen vast te staan.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank telkens aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13a van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee pakketjes wit poeder;

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

twee portofoons en drie wollen mutsjes.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer A], [adres en plaats],

bankrekeningnummer [nummer] € 2.530,-- ;

2. [slachtoffer F], [adres en plaats],

bankrekeningnummer [nummer] € 684,75;

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partijen Bedrag vervangende hechtenis

1. [slachtoffer A] voornoemd € 2.530,00 50 dagen;

2. [slachtoffer F] voornoemd € 684,75 13 dagen.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij telkens in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat telkens in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. Van der Hooft, voorzitter, mrs. De Bie en Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juni 2007.