Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA6399

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
06/460088-07 en 06/802209-05 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt 12 maanden gevangenisstraf op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van diefstallen, valsheid in geschrift en oplichting. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf een bijzondere voorwaarde verbonden, namelijk verplicht reclasseringscontact.

De verdachte wordt vrijgesproken van een ander oplichtingsfeit, betrekking hebbende op afsluiten van telefoonabonnementen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460088-07 en

06/802209-05 (tul)

Uitspraak d.d.: 5 juni 2007

Tegenspraak/ dip

Vord. tul: oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2007.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot 24 juni 2006 te Terborg,

gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland, een aanvraagformulier (voor

het aanvragen van een ANWB Visacard) - zijnde een geschrift dat bestemd was om

tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk op dat aanvraagformulier (onder meer) als

naam van de aanvrager ingevuld: [naam slachtoffer A] en/of als

geboortedatum:[geboortedatum]1978 ingevuld en/of

dat aanvraagformulier ondertekend als ware hij die [naam slachtoffer A], zulks met het

oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen

te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot 24 juni 2006 te Terborg,

gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) aanvraagformulier (voor het aanvragen

van een ANWB Visacard), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij dat aanvraagformulier heeft

opgestuurd naar International Card Services ter verkrijging van een ANWB

Visacard op naam van [naam slachtoffer A],

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat op dat aanvraagformulier

(onder meer) als naam van de aanvrager was ingevuld: [naam slachtoffer A] en/of als

geboortedatum:[geboortedatum]1978 was ingevuld en/of dat aanvraagformulier was

ondertekend als ware die ondertekening/handtekening afkomstig van [naam slachtoffer A];

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot en met 24 juni 2006 te

Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een ANWB Visacard (creditcardnummer

[nummer]) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer A] en/of aan International Card Services BV, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2006

tot en met 03 juli 2006 te Terborg, althans in de gemeente Oude IJsselstreek

en/of te Doetinchem en/of te [plaats] en/of te Nijmegen en/of elders in

Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit(een) pin-/betaalautoma(a)t(en) heeft weggenomen (een) geldbedrag(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer A] en/of

een of meer andere perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks 15 augustus 2006 t/m 25 september 2006 te Terborg, gemeente

Oude IJsselstreek, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, American Express International Inc heeft

bewogen tot de afgifte van een creditcard (met nummer:[nummer]), in

elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid voornoemde Creditcard via internet aangevraagd terwijl

hij zich voordeed als zijnde [naam slachtoffer A], werkzaam bij [naam bedrijf] te

[plaats] en /of heeft verdachte een rekeningnummer opgegeven zijnde het

rejkeningnummer van voornoemde [slachtoffer A], althans heeft verdachte zich voorgedaan

als ware hij [slachtoffer A], waardoor American Express voornoemd werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari

2006 tot en met 07 februari 2007 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, en/of

te Doetinchem en/of te Arnhem en/of elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer B]

en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer A] en/of [slachtoffer E] en/of een of meer

andere perso(o)n(en) heeft bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een

telefoonabonnement en/of

- de afgifte van (een) mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid zich aan die [slachtoffer E] en/of die [slachtoffer D] en/of die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] en/of die perso(o)n(en) voorgedaan als (een) perso(o)n(en) die de rekening(en)

voor die/dat telefoonabonnement(en) zou(den) kunnen en/of wil(len) betalen,

en/of ervoor zou(den) (laten) zorgen dat die/dat abonnement(en) uit het

systeem van de telefoonprovider(s) werd(en) verwijderd,

waardoor die [slachtoffer E] en/of die [slachtoffer D] en/of die [slachtoffer A] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer B] werd(en) bewogen tot het aangaan van bovenomschreven schuld en/of tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan.

De steller van de tenlastelegging heeft, hoewel in de tenlastelegging wel de oplichtingsmiddelen “valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen” zijn opgenomen, deze vervolgens niet feitelijk gepreciseerd. Naar het oordeel van de rechtbank is van die oplichtingsmiddelen ook geen sprake geweest.

Het ten laste gelegde kan evenmin leiden tot bewezenverklaring van oplichting door het oplichtingsmiddel “samenweefsel van verdichtsels”. Voor zover uit de aangiftes al blijkt van de in de tenlastelegging omschreven twee verdichtsels, moet in dit verband gelden, dat zij zich onderling slecht verhouden en dat verdachte zich jegens de aangever dan ook beperkte tot inzet van slechts één dezer leugens. Dit levert niet op het samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (HR 16-3-93, NJ1993,718).

De verdachte behoort hiervan vrijgesproken te worden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 01 juni 2006 tot 24 juni 2006 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, een aanvraagformulier voor het aanvragen van een ANWB Visacard - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft verdachte valselijk op dat aanvraagformulier onder meer als naam van de aanvrager ingevuld: [naam slachtoffer A] en als geboortedatum:[geboortedatum]1978 ingevuld en dat aanvraagformulier ondertekend als ware hij die [naam slachtoffer A], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot en met 24 juni 2006 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een ANWB Visacard (creditcardnummer [nummer]), toebehorende aan [naam slachtoffer A] en/of aan International Card Services BV;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2006 tot en met 03 juli 2006 te Terborg en te Doetinchem en te Gaanderen en te Nijmegen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pin-/betaalautomaat heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte telkens het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

4.

hij in de periode van 15 augustus 2006 tot en met 25 september 2006 te Terborg, gemeente

Oude IJsselstreek, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen American Express International Inc heeft bewogen tot de afgifte van een creditcard (met nummer:[nummer]), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid voornoemde Creditcard via internet aangevraagd terwijl hij zich voordeed als zijnde [naam slachtoffer A],

werkzaam bij [naam bedrijf] te [plaats] en heeft verdachte een rekeningnummer opgegeven zijnde het rekeningnummer van voornoemde [slachtoffer A], waardoor American Express voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. valsheid in geschrift;

2. diefstal;

3. diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

4. oplichting.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

Zij stelt vast dat de door de officier van justitie op schrift gestelde en vervolgens aan de rechtbank overgelegde vordering daarmee niet in overeenstemming is.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zich uit geldzucht schuldig heeft gemaakt aan een aantal strafbare feiten. Hij heeft daardoor zijn slachtoffers niet alleen financieel benadeeld, maar ook het vertrouwen van een vriend en het vertrouwen in het economisch verkeer schade berokkend.

De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en in de proeftijd in het kader van die veroordeling liep.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Tevens zal de rechtbank na te melden bijzondere voorwaarde stellen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.471,86 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer D] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.497,96 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.

Vordering tenuitvoerlegging

Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 22 mei 2006 (parketnummer 06/802209-05) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 225, 310, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door VGGNet of een soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van die instelling zullen worden gegeven.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 22 mei 2006, te weten van:

1 (een) maand gevangenisstraf.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer C] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer D] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Van der Hooft en Krijger, rechters,

in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

5 juni 2007.