Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA6043

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
30-05-2007
Zaaknummer
06/460067-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in trein leidt tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460067-07

Uitspraak d.d.: 30 mei 2007

tegenspraak/ dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorte[woonplaats] op [geboortedatum],

domicilie gekozen te [woonplaats] ten kantore van zijn raadsman.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 mei 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 december 2006 op het spoorwegtraject van Zwolle tot en

met Putten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een koffer met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 01 december 2006 op het spoorwegtraject Zwolle tot en met

Putten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een koffer met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn

mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als vinder(s), onder zich

had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 01 december 2006 op het spoorwegtraject van Zwolle tot en

met Putten alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een koffer met inhoud, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer].

Daarbij overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsman heeft betwist dat er sprake was van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening en trekt een vergelijking met joyriding. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte zich niet als heer en meester heeft gedragen over de koffer met inhoud. Verdachte was nieuwsgierig en heeft de koffer korte tijd onder zich gehouden om deze nieuwsgierigheid te bevredigen, niet om de koffer toe te eigenen. Er is, zo stelt de raadsman, aldus geen sprake van diefstal of verduistering, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat deze stelling van de raadsman niet kan slagen. Verdachte trof de achtergelaten koffer aan en nam deze mee naar een andere plek in de trein. Hij was niet van plan de koffer onder zich te houden of af te geven ten behoeve van de eigenaar. In tegendeel, hij heeft deze geopend en is zich als heer en meester over de goederen gaan gedragen. Dit geeft verdachte ook wel toe als op pagina 63 van het dossier verklaart dat hij (toen hij de koffer meenam) wist dat hij zich schuldig maakte aan diefstal van de koffer en hij het toch deed. Gelet daarop acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte ten tijde van het wegnemen van de koffer wel degelijk het oogmerk had deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot 36 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met aftrek en een proeftijd van 2 jaar.

De raadsman heeft aangegeven dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de eis van 6 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf redelijk is. Echter de raadsman stelt dat een voorwaardelijke gevangenisstraf niet nodig is omdat er geen recidivegevaar is.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een koffer met inhoud, waardoor hinder is ontstaan voor de rechtmatige eigenaar hiervan [slachtoffer]. De rechtbank ziet geen aanleiding een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen omdat verdachte geen strafblad heeft en de kans op recidive laag is blijkens het voorlichtingsrapport van de Stichting CAD .

Vordering tot schadevergoeding

Benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste instantie een vordering tot schadevergoeding ingediend. Blijkens de brief van slachtofferhulp Nederland van 1 mei 2007 heeft de benadeelde partij telefonisch doorgegeven dat verdachten € 650,= aan haar hebben vergoed en dat zij daarom haar voeging wenst in te trekken. De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat voornoemde benadeelde partij haar vordering heeft ingetrokken zodat dit niet hoeft te worden behandeld. De raadsman stemt hiermee in.

Gelet op het bovenstaande beschouwt de rechtbank voornoemde vordering als ingetrokken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) dagen.

Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Lucassen, voorzitter, Krijger en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. Steenweg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 mei 2007.

Mr. Follender Grossfeld en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.