Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA5563

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
23-05-2007
Zaaknummer
06/580032-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Apeldoornse verdachte is vrijgesproken van het toebrengen van letsel aan zijn nog zeer jonge tweeling.

Ten aanzien van zoon L:

Bij gebreke van plausibele verklaringen en daarop gebaseerde theoretische conclusies, dat het letsel opzettelijk door verdachte is toegebracht, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat er sprake is geweest van mishandeling en dat verdachte zich daaraan schuldig zou hebben gemaakt.

Ten aanzien van zoon N:

De rechtbank is van oordeel dat de conclusie in het rapport van de deskundigen een te smalle basis vormt voor een bewezenverklaring van het ten lastegelegde feit en dat het dossier ook overigens daarvoor onvoldoende aanknopingspunten geeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/580032-07

Uitspraak d.d.: 23 mei 2007

Tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 mei 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

- Het namens verdachte gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is

afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november

2006 tot en met 13 december 2006 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, en/of alleen,

aan zijn kind(eren)

- [slachtoffer 1] (roepnaam [slachtoffer 1], [geboren op geboortedatum]) en/of

- [slachtoffer 2] (roepnaam [slachtoffer 2], [geboren op geboortedatum])

(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) breuk(en) aan

de groeischijven/groeischijf in be(e)ntje(s) ), heeft toegebracht,

door (telkens) opzettelijk

- die [slachtoffer 1] met zodanige kracht door elkaar te schudden en/of aan de/het

beentje(s) van die [slachtoffer 1] te trekken en/of zodanige druk op de/het

beentje(s)van die [slachtoffer 1] en/of elders op/tegen het lijfje van die [slachtoffer 1]

uit te oefenen, dat diens groeischijf brak en/of

- die [slachtoffer 2] met zodanige kracht door elkaar te schudden en/of aan de/het

beentje(s) van die [slachtoffer 2] te trekken en/of zodanige druk op

de/het beentje(s) van die [slachtoffer 2] en/of elders op/tegen het lijfje van die

[slachtoffer 2] uit te oefenen, dat diens groeischijf brak;

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november

2006 tot en met 13 december 2006 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, en/of alleen,

(telkens) opzettelijk mishandelend zijn kind(eren)

- [slachtoffer 1] (roepnaam [slachtoffer 1], [geboren op geboortedatum]) en/of

- [slachtoffer 2] (roepnaam [slachtoffer 2], [geboren op geboortedatum])

met zodanige kracht door elkaar heeft geschud en/of aan de/het beentje(s)

heeft getrokken en/of zodanige druk op de/het beentje(s) van die [slachtoffer 1] en/of

die [slachtoffer 2] en/of elders op/tegen het/de lijfje(s) van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

heeft uitgeoefend, dat hun/diens groeischijven/groeischijf brak(en),

tengevolge waarvan deze [slachtoffer 1] en/of deze [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel

althans enig lichamelijk letsel, te weten (een) breuk(en) aan de

groeischijven/groeischijf in be(e)ntje(s), hebben/heeft bekomen en/of pijn

hebben/heeft ondervonden;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november

2006 tot en met 13 december 2006 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander en/of alleen aan zijn kind

[slachtoffer 1] (roepnaam [slachtoffer 1], [geboren op geboortedatum])

(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

(telkens) met dat opzet die [slachtoffer 1] met kracht op/tegen (de rechterkant van)

diens hoofdje heeft gedrukt en/of geduwd en/of gestompt en/of geslagen

en/of deze tegen diens (onder)beentje(s) heeft geslagen en/of gestompt

en/of daarin geknepen en/of daarin gebeten en/of daaraan gekrabt en/of deze

in diens onderlijfje heeft gebeten en/of gekrabt en/of deze in diens penis

heeft gebeten en/of daaraan gekrabt en/of (met kracht) aan diens penis heeft

getrokken en/of (met kracht) tegen diens penis gedrukt/geduwd en/of deze

(met kracht) elders op/tegen/in/aan diens lijfje heeft geduwd en/of gedrukt

en/of geknepen en/of gebeten en/of gekrabt en/of deze door elkaar heeft

geschud en/of heeft laten vallen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november

2006 tot en met 13 december 2006 in de gemeente Apeldoorn en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen,

(telkens) opzettelijk mishandelend zijn kind(eren)

- [slachtoffer 1] (roepnaam [slachtoffer 1], [geboren op geboortedatum]) met

kracht op/tegen (de rechterkant van ) diens hoofdje heeft gedrukt en/of

geduwd en/of gestompt en/of geslagen

en/of deze tegen diens (onder)beentje(s) heeft geslagen en/of gestompt

en/of daarin geknepen en/of daarin gebeten en/of daaraan gekrabt en/of deze

in diens onderlijfje heeft gebeten en/of gekrabt en/of deze in diens penis

heeft gebeten en/of daaraan gekrabt en/of (met kracht) aan diens penis heeft

getrokken en/of (met kracht) tegen diens penis gedrukt/geduwd en/of deze

(met kracht) elders op/tegen/in/aan diens lijfje heeft geduwd en/of gedrukt

en/of geknepen en/of gebeten en/of gekrabt en/of deze door elkaar heeft

geschud en/of heeft laten vallen en/of

- [slachtoffer 2] (roepnaam [slachtoffer 2], [geboren op geboortedatum]) in diens

gezicht (onder diens oogje) heeft gekrabt en/of met kracht over diens

gezicht heeft geveegd,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] letsel hebben/heeft bekomen

en/of pijn hebben/heeft ondervonden;

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde en de raadsman heeft ten aanzien van die feiten ook vrijspraak bepleit.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Uit het rapport van R.A.C. Bilo en R.A.K. Rutgers, forensisch geneeskundigen, consulenten forensische pediatrie, blijkt ten aanzien van [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]) dat de afwijking die aanvankelijk is aangeduid als een metafysaire hoekfractuur, geen fractuur blijkt te zijn, maar een normale variant. Ten aanzien van het bij [slachtoffer 1] vastgestelde hematoom op het hoofd wordt op theoretische gronden geconcludeerd dat bij het ontbreken van een plausibele verklaring, dit een gevolg is van uitwendig stomp mechanisch geweld. Ook ten aanzien van de blauwe plekken aan het onderbeen wordt, nu in het dossier geen verklaring is aangetroffen voor het ontstaan daarvan, geconcludeerd dat deze verdacht zijn voor een niet-accidentele oorzaak. Ten aanzien van het letsel aan de penis is de rechtbank, gezien de conclusie van de deskundigen dat dit letsel suggestief is voor een knijpletsel, van oordeel dat – zou het knijpletsel zijn – daarmee nog niet vast is komen te staan dat dit ook opzettelijk en bovendien door verdachte is toegebracht, terwijl voorts het knijpen in de penis niet ten laste is gelegd.

Bij gebreke van plausibele verklaringen en daarop gebaseerde theoretische conclusies, dat het letsel opzettelijk door verdachte is toegebracht, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat er sprake is geweest van mishandeling van [slachtoffer 1] en dat verdachte zich daaraan schuldig zou hebben gemaakt. De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2]) wordt in voornoemd rapport geconcludeerd dat er wel sprake is van een metafysaire hoekfractuur. Bij het ontbreken van een plausibele verklaring hoe dat letsel is ontstaan trekken de rapporteurs de conclusie dat dit beschouwd moet worden als hoogst specifiek voor toegebracht letsel bij kindermishandeling. Ook ten aanzien van het letsel in het gelaat wordt door de deskundigen geconcludeerd dat, wederom vanwege het ontbreken van een plausibele verklaring, het vermoeden van mishandeling is gerechtvaardigd. De rechtbank is van oordeel dat de conclusie ter zake in meergenoemd rapport een te smalle basis vormt voor een bewezenverklaring van het ten lastegelegde feit en dat het dossier ook overigens daarvoor onvoldoende aanknopingspunten geeft.

De verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en

2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, De Bie en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 mei 2007.

Mr. Follender Grossfeld is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.