Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4304

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-05-2007
Datum publicatie
03-05-2007
Zaaknummer
84432 - KG ZA 07-65
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Herinrichtingsplan gebied rondom het station van Winterswijk. Een in het gebied gevestigd garagebedrijf werkt mee aan een grondruil met de projectontwikkelaar. Door deze ruil zou een weg kunnen worden aangelegd waaraan het garagebedrijf zou komen te liggen. De geprojecteerde weg gaat niet door. Niet aannemelijk dat het garagebedrijf heeft gedwaald toen zij meewerkte aan de grondruil. Garagebedrijf kon en moest weten dat de mogelijkheid bestond dat de benodigde vergunning voor de weg niet zou worden verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 84432 / KG ZA 07-65

Vonnis in kort geding van 3 mei 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENNINK-VELDBOOM B.V.,

gevestigd te Winterswijk,

eiseres,

procureur mr. C.B. Gaaf,

advocaat mr. J.J. Paalman te Almelo

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VICTORIA WINTERSWIJK B.V.,

gevestigd te Winterswijk,

gedaagde,

advocaat mr. A. ter Mors te Enschede,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WINTERSWIJK,

zetelende te Winterswijk,

gedaagde,

advocaat mr. C.N.J. Kortmann te Amsterdam.

Partijen zullen hierna MV, Victoria en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van MV

- de pleitnota van Victoria

- de pleitnota van de Gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. MV is een bedrijf dat zich bezig houdt met de exploitatie van een personenvervoer inclusief groepsvervoer. MV verhuurt ook auto's en exploiteert een benzinestation met een daarbij behorende "shop". MV ligt midden in de bebouwde kom, tegen het centrum van Winterswijk aan in een gebied dat globaal begrensd wordt door de Stationsstraat, de Spoorstraat, het parkeerterrein Sleeswijk en de achterzijde van de winkels van de Misterstraat.

2.2. Partijen hebben op 12 mei 1999 een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst), waarvan de preambule (onder meer) als volgt luidt:

"(..)

In aanmerking nemende

- dat “Victoria Winterswijk B.V.” hierna te noemen “Victoria” gronden in eigendom heeft aan de noordzijde van het station, de zogenaamde locatie Huiskamp en omgeving en voornemens is de bestaande bebouwing grotendeels te amoveren en het gebied opnieuw te bebouwen

- dat in het gebied Huiskamp en omgeving daartoe onder andere infrastructurele voorzieningen waaronder wegen noodzakelijk zijn

- dat "Mennink-Veldboom B.V." hierna aan te duiden met “MV” aan de Stationsstraat gronden met daarop gebouwen in eigendom heeft en aldaar een taxibedrijf en een tankstation (incl. shop) exploiteert (...)

- dat Victoria in overleg is getreden met MV om na te gaan of ook de eigendommen van MV (of gedeelten daarvan) betrokken kunnen worden bij de herontwikkeling van het gebied Huiskamp en omgeving

- dat dit overleg tussen Victoria en MV heeft geleid tot een inrichtingsplan voor een groot deel van de locatie van MV, weergegeven op tekening (...) S8 (...) en dat de tekening S8 daarop wordt aangepast (...) welke aangepaste tekening hierna “nieuwe S8” wordt genoemd (...)

- dat MV voor de realisering van het inrichtingsplan aangegeven op nieuwe S8 o.a. vergunningen van de gemeente Winterswijk behoeft

- dat het inrichtingsplan (...) aan de zijde van de Stationsstraat te verenigen is met de reconstructie van die Stationsstraat en voorts de aan de noordzijde van de tekening aangeduide nieuwe weg past in de herontwikkeling van het gebied Huiskamp en omgeving

- dat de reconstructie van de Stationsstraat ter hoogte van MV is uitgesteld in verband met het op korte termijn door of vanwege MV uit te voeren goedgekeurde saneringsplan en een aanpassing van het tankstation en dat het inrichtingsplan nieuwe S8 de reconstructie-plannen mogelijk maken (...)

- dat Victoria en MV overeenstemming hebben bereikt over ruiling van eigendommen en de voorwaarden waaronder dit zal plaatsvinden en dat Victoria en MV er behoefte aan hebben het afgesprokene zo goed mogelijk in een overeenkomst vast te leggen

- dat alle partijen bereid zijn het inrichtingsplan aangegeven op nieuwe S8 als uitgangspunt te nemen en de aan te vragen vergunningen hierop te baseren, alsmede de eigendomssituatie in dier voege te veranderen dat elk der partijen hun funkties c.q. activiteiten op eigen terrein kunnen uitoefenen, behoudens verkrijging van de vereiste vergunningen”

2.3. De overeenkomst voorzag onder meer in sloop van op het perceel van MV gelegen opstallen, de door MV beoogde nieuwe bebouwing, een met gesloten beurzen tot stand te komen grondruil tussen Victoria en Mennink - waarbij Victoria een stukje grond van MV verkrijgt, dat op de kaart behorende bij de overeenkomst wordt aangeduid met "E" en MV een stukje grond van Victoria, dat wordt aangeduid met de letter "F" en een bijdrage van Victoria aan Mennink in de sloop en nieuwbouw ten bedrage van € 200.000,--,

2.4. In artikel 4 van de overeenkomst is onder meer ook nog bepaald:

“Ten behoeve van het door MV nieuw op te richten kantoorgebouw zal, tot op de kaart gemerkt met “A”, (---), geprojecteerde ontsluitingsweg gereed is, een noodweg worden aangelegd, aldus dat MV’s nieuwe kantoorgebouw en het achter de taxistalling gelegen terrein op de voor haar bedrijfsvoering meest praktische wijze worden ontsloten, zodanig dat MV met haar taxi’s en bussen een goede toegang tot de achterzijde van haar gebouwen krijgt. (---)

Die noodweg, (...) zal worden aangelegd op kosten van Victoria en de noodweg eindigt bij de nieuwe eigendomsgrens van MV.”

2.5. Bij het sluiten van de overeenkomst hebben partijen gebruik gemaakt van een schetsplan waarop aangegeven stond hoe men dacht het onderhavige gebied in te richten. Op dit schetsplan staat getekend de in artikel 4 van de overeenkomst genoemde ontsluitingsweg, hierna ook te noemen de maanvormige weg. De maanvormige weg loopt van de Stationsstaat naar het parkeerterrein Sleeswijk. Op de plaats waar de weg uitkomt op de Stationsstraat is aan de ene kant het terrein van MV gelegen en aan de andere kant het terrein van Victoria. De maanvormige weg loopt onder meer over het stukje grond "E" dat MV met Victoria heeft geruild voor het stukje grond "F" van Victoria.

2.6. Om tot ruimtelijke inpassing van de maanvormige weg te komen is de weg opgenomen in het ontwerp-bestemmingsplan "Derde partiele herziening bestemmingsplan Sleeswijk".

2.7. De Gemeente heeft ingevolge artikel 10 Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 met de provinciale diensten overleg gepleegd over dit bestemmingsplan. Het hoofd van de onderafdeling Ruimtelijk Beleid Veluwe/Oost Gelderland heeft vervolgens op 13 februari 2002 aan het college van B&W van de Gemeente een brief geschreven die luidt, voorzover relevant:

"Planologische-stedenbouwkundige beoordeling

(...)

Naar het oordeel van de diensten draagt het voorgestane concept daarom niet bij tot het ontstaan van een ruimtelijk en stedenbouwkundig verantwoorde aanhechting aan de beide aangrenzende, bestaande gebiedsdelen met cultuurhistorische elementen/raakvlakken. Door een andere invulling kan er een meer ruimtelijk harmonieuze eenheid van het totale gebied ontstaan.

Het stedenbouwkundige concept draagt die kenmerken niet in zich en geeft aanleiding tot de navolgende drie kritische hoofdopmerkingen:

(...)

- Ten tweede ten aanzien van de gebogen 'verbindingsweg' [de maanvormige weg, rb].

Deze in het plan opgenomen weg brengt, behalve de ontsluiting van aanwezige parkeerfuncties in het achterliggende gebied, in stedenbouwkundige zin geen enkele aanhechting tot stand met aanliggende gebieden, noch met het binnenstedelijke verzorgings- en winkelgebied van het centrum noch met de stationsomgeving.

(...)

CONCLUSIE

Naar aanleiding van vorengestelde opmerkingen ontraden de diensten ten zeerste om met dit plan verder in procedure te gaan. Zij willen daarentegen met kracht bepleiten om voor dit gebied een hernieuwd concept te ontwikkelen, dat in belangrijke mate tegemoet komt aan de in het voorgaande weergegeven kritische opmerkingen.

(...)"

2.8. Op grond van deze kritiek van de provinciale diensten, heeft de Gemeente het bestemmingsplan teruggetrokken en hebben Victoria en de Gemeente een nieuw plan ontwikkeld. In het nieuwe plan is de maanvormige weg vervallen en zal er op het terrein van Victoria inclusief de strook grond "E", in plaats van woningen, een stadskantoor met koopappartementen en een parkeergarage worden gerealiseerd.

2.9. Op 5 juli 2005 en 24 oktober 2005 heeft de Gemeente aan Victoria een bouwvergunning eerste en tweede fase verleend voor het bouwen van het stadskantoor en de 10 appartementen. Tegen deze bouwvergunningen en de daarbij behorende vrijstelling heeft MV een zienswijze, bezwaarschriften en een verzoek tot schorsing van de verleende bouwvergunningen ingediend bij respectievelijk de Gemeente en bij de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank. De voorzieningenrechter heeft de beslissing op bezwaar, waarin de verleende vrijstelling ex artikel 19 lid 2 Wet op de Ruimtelijke Ordening met bouwvergunning was gehandhaafd, vernietigd en heeft onder meer de verleende vrijstelling/bouwvergunning geschorst.

2.10. Op 30 januari 2006 heeft de raadsman van MV aan het College van B&W van Winterswijk een brief geschreven die luidt, voor zover relevant:

" Zoals u bekend zal zijn behartig ik de belangen van Mennink-Veldboom, ook in de civiele procedure tussen Victoria Winterswijk B.V. en cliënte.[bij deze rechtbank bekend onder nummer 74500 / HAZA 05-1327, rb]

In de civiele procedure is door mij voor cliënte een beroep gedaan op vernietiging van artikel 8 van de overeenkomst d.d. 12 mei 1999, waarbij ook uw Gemeente partij is. Op voet van het bepaalde in artikel 3:51 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek doe ik u van dit gedane beroep op vernietiging bij dezen mededeling"

Op 28 april 2006 heeft MV aan Victoria een brief geschreven die luidt, voor zover relevant:

"Bijgaand zend ik kopieën van mijn brief d.d. vandaag aan de Gemeente Winterswijk en van de in die brief genoemde brief van 30 januari 2006 aan de Gemeente (…)

De inhoud van de genoemde brieven geldt mutatis mutandis voor u: ook ten opzichte van u doet cliënte dus een beroep op vernietiging van de gehele driepartijen overeenkomst van mei 1999 wegens dwaling."

2.11. In december 2006 heeft de Raad van State, afdeling rechtspraak het door Victoria en de Gemeente ingestelde beroep tegen de beslissing van deze rechtbank om de vrijstelling/bouwvergunning te schorsen gegrond verklaard.

2.12. MV heeft inmiddels haar oude kantoor gesloopt en een nieuw kantoorgebouw laten bouwen. Dit gebouw is gelegen op de grond die reeds in haar bezit was en op het stuk grond "F" dat zij door middel van ruiling van Victoria verkregen heeft. Victoria heeft in dit kader € 200.000,-- aan MV betaald.

2.13. De in artikel 4 van de overeenkomst genoemde noodweg is door Victoria aangelegd.

2.14. De procedure tussen Victoria en MV met nummer 74500 / HAZA 05-1327 is op 21 februari 2007 geëindigd door middel van een vonnis. In dit vonnis is, voor zover van belang, in reconventie voor recht verklaard dat Victoria gehouden is geen wijzigingen - zoals wijzigingen in de lengte en/of de breedte - te brengen in de noodweg totdat de in artikel 4 van de overeenkomst genoemde ontsluitingsweg gereed is. Victoria is voorts veroordeeld om toe te blijven staan dat medewerkers van MV gebruik blijven maken van deze noodweg, totdat de in artikel 4 van de overeenkomst genoemde ontsluitingsweg gereed is. De veroordeling van Victoria is – ongemotiveerd – niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, hoewel MV dit gevorderd had.

3. Het geschil

3.1. MV vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:

1. Victoria en de Gemeente zal verbieden om de op de kaartbijlage "C" bij de overeenkomst van 12 mei 1999 met "E" aangeduide strook grond op welke wijze dan ook te (laten) betreden, bouwrijp te (laten) maken, te (laten) ontgraven, te (laten) bebouwen of op enigerlei (andere) wijze een feitelijk onomkeerbare situatie te laten ontstaan en/of met de hiervoor bedoelde activiteiten een aanvang te (laten) maken, dit op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag of een gedeelte van de dag dat Victoria en de Gemeente hiermee na betekening van dit vonnis in strijd handelen of in gebreke zijn, dan wel de voorzieningen te treffen die in goede justitie geraden worden geacht;

2. Victoria en de Gemeente zal veroordelen toe te (blijven) staan dat MV, haar bestuurders, personeelsleden, bezoekers, huurder en wat dies meer zij, gebruik maken van de op 1 januari 2002 aanwezige noodweg over het per alsdan bestaande tracé van die noodweg en Victoria en de Gemeente zal verbieden de uitoefening van dit gebruik op welke wijze dan ook te verhinderen of te belemmeren totdat de in artikel 4 van de overeenkomst van 12 mei 1999 bedoelde ontsluitingsweg gereed is, dit op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag of een gedeelte van een dag dat Victoria en de Gemeente hiermee na betekening van dit vonnis in strijd handelen of in gebreke zijn dan wel voorzieningen te treffen die in goede justitie geraden worden geacht;

3. Victoria en de Gemeente zal veroordelen in de kosten van deze procedure .

3.2. Aan deze vordering legt MV in het licht van de feiten de volgende stellingen ten grondslag. Victoria en de Gemeente wilden tezamen het gebied rond het station in Winterswijk ontwikkelen. In de plannen stond de aanleg van de maanvormige weg van het parkeerterrein Sleeswijk naar de Stationsstraat opgenomen. Omdat het onroerend goed van MV deels de aanleg van de weg blokkeerde heeft Victoria de grondruil aan MV voorgesteld. De weg zou dan kunnen worden aangelegd en MV zou mede op het door haar van Victoria verworven stuk grond een nieuw pand kunnen bouwen waaraan Victoria mee zou betalen. Op de kaarten die Victoria en de Gemeente gebruikten stond dit nieuwe pand zó getekend dat het aan de maanvormige weg lag. Deze zichtlocatie van haar nieuwe pand was voor MV de reden om de overeenkomst met Victoria en de Gemeente te sluiten en aan de grondruil mee te werken. Victoria en de Gemeente hebben echter zonder de toestemming van MV de plannen aanzienlijk en ten nadele van MV gewijzigd. De maanvormige weg is vervallen waardoor haar nieuwe kantoorpand niet meer de gewenste zichtlocatie krijgt maar wordt weggestopt achter het door Victoria te bouwen stadskantoor. Door de bouw van het stadskantoor komt een goede ontsluiting van het bedrijfspand van MV in gevaar. Ook komt het standskantoor veel dichter op het kantoor van MV te liggen dan de oorspronkelijk geprojecteerde bebouwing. Nu MV op basis van de informatie van Victoria en de Gemeente over de maanvormige weg en de daarbij behorende zichtlocatie van het pand van MV de overeenkomst heeft gesloten, is er sprake van dwaling aan haar kant in de zin van artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ten gevolge van de bij brieven van 30 januari 2006 en 28 april 2006 ingeroepen nietigheid van de overeenkomst op grond van deze dwaling, is thans MV weer eigenaar geworden van de strook grond "E". MV kan in bestuursrechtelijke zin niet meer voorkomen dat Victoria gaat bouwen. In civielrechtelijk opzicht zijn er echter grote belemmeringen tegen de bouw. Hoewel de bouwvergunning voor het stadskantoor aan Victoria is verleend, is ook de Gemeente in rechte betrokken teneinde te voorkomen dat zowel Victoria als de Gemeente een onomkeerbare situatie laten ontstaan doordat Victoria gaat bouwen.

3.3. Subsidiair heeft MV gesteld dat de door haar geschetste feiten en omstandigheden een beroep op artikel 6:258 BW rechtvaardigen. MV heeft niet behoeven te verwachten dat de aanleg van de maanvormige weg niet door zou gaan. Deze gewijzigde omstandigheden komen naar de aard van de overeenkomst of de verkeersopvattingen niet voor haar rekening.

3.4. Victoria en de Gemeente voeren beide hun eigen verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vorderingen tegen Victoria

4.1. Zoals hiervoor vermeld heeft Victoria een bouwvergunning om het stadskantoor op haar grond te gaan bouwen. Nu dit stadskantoor voor een klein deel op het stuk grond "E" gebouwd gaat worden, dat eigendom is van Victoria, staat in beginsel niets aan deze bouw in de weg. In het licht van het door MV gevraagde verbod moet nu worden beoordeeld of MV aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemrechter, indien het geschil aan hem wordt voorgelegd, tot de conclusie zal komen dat MV, toen zij de overeenkomst sloot heeft gedwaald en dat het per brief van 30 januari 2006 en 28 april 2006 gedane beroep op vernietiging van de overeenkomst met betrekking tot de grondruil, doel treft.

4.2. Hoewel MV wil doen geloven, dat alleen Victoria en de Gemeente belang hebben bij de herinrichting van het gebied rondom het station en zij uitsluitend aan de grondruil heeft meegewerkt omdat haar bedrijf dan aan de maanvormige weg zou komen te liggen, volgt dit niet uit de stukken. MV schrijft zelf dat de aanleiding voor het sluiten van de overeenkomst was dat zij moest gaan voldoen aan de aangescherpte eisen op het gebied van het Besluit tankstations, een Algemene maatregel van Bestuur op basis van de Wet milieubeheer. Dit volgt - weliswaar indirect – ook uit de preambule bij de overeenkomst, waar die luidt:

"dat de reconstructie van de Stationsstraat ter hoogte van MV is uitgesteld in verband met het op korte termijn door of vanwege MV uit te voeren goedgekeurde saneringsplan en een aanpassing van het tankstation

(...)"

Uit de preambule kan daarentegen niet worden opgemaakt dat de aanleg van de maanvormige weg de reden is geweest voor MV om mee te werken aan de overeenkomst, hetgeen - indien dit het geval was geweest - voor de hand gelegen. Dit laatste ook al omdat MV en Victoria onder het kopje "In aanmerking nemende" - zie hiervoor onder 2.2 - hun beweegredenen voor het sluiten van de overeenkomst hebben vastgelegd. MV heeft verder geen feiten en/of omstandigheden genoemd waaruit volgt dat de weg nu juist de reden was dat zij met Victoria grond wilde ruilen en dat Victoria dit had moeten en/of kunnen begrijpen.

4.3. Uit de overeenkomst kan worden opgemaakt dat partijen – en dus ook MV – bij het sluiten van de overeenkomst zich er van bewust zijn geweest dat de uitvoering van de plannen afhankelijk was van het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Partijen hebben dit op meerdere plaatsen in hun overeenkomst aangegeven en hebben daarbij in de overeenkomst een inspanningsverplichting opgenomen.

De preambule luidt terzake

"dat MV voor de realisering van het inrichtingsplan aangegeven op nieuwe S8 o.a. vergunningen van de gemeente Winterswijk behoeft

(...)

dat alle partijen bereid zijn het inrichtingsplan aangegeven op nieuwe S8 als uitgangspunt te nemen en de aan te vragen vergunning hierop te baseren

(...)

behoudens verkrijging van de vereiste vergunningen."

De overeenkomst bevat terzake de volgende bepalingen:

"1. (...) De gemeente zal de voor de sloop benodigde vergunningen zo mogelijk verlenen met inachtneming van de daarvoor wettelijke regels.

2. MV zal een bouwvergunning aanvragen voor de op het inrichtingsplan nieuwe S8 aangegeven "nieuwe bebouwing",

(...)

De gemeente is bereid hiervoor de noodzakelijk procedures te starten om te kunnen komen tot verlening van de benodigde vergunningen, zulks met in achtneming van de wettelijke regelgeving."

4.4. Van belang is verder dat tussen partijen onbetwist is dat zij wisten dat op het moment dat zij de overeenkomst sloten, er geen weg liep over het stuk grond waar de maanvormige weg was geprojecteerd. Dat in een dergelijke situatie een vergunning nodig is om een weg aan te mogen leggen wordt als een feit van algemene bekendheid geacht.

4.5. In het licht van het voorgaande wordt dan ook niet aannemelijk geacht dat de maanvormige weg voor MV dé reden was om mee te werken aan de grondruil, dat Victoria dit wist en/of kon weten, dat MV niet wist dat voor de aanleg van de weg een vergunning vereist was en dat het MV niet bekend was dat de mogelijkheid bestond dat een dergelijke vergunning niet zou worden verleend. Dit laatste te meer nu MV niet heeft bestreden dat zij bij de onderhandelingen en het sluiten van de overeenkomst, werd bijgestaan door een advocaat. Tegen deze achtergrond ligt het niet voor de hand dat de bodemrechter zal oordelen dat MV bij het sluiten van de overeenkomst over dit aspect van de overeenkomst heeft gedwaald en dat de ingeroepen vernietiging van de overeenkomst doel treft.

4.6. MV heeft ook nog betoogd dat zij pas in het voorjaar van 2005 er van op de hoogte is geraakt dat de aanleg van de maanvormige weg niet zou doorgaan. Als veronderstellenderwijs hiervan moet worden uitgegaan, dient dit gebrek aan wetenschap voor rekening van MV te blijven. Indien de aanleg van de maanvormige weg voor MV van een zodanig belang was dat zij daarom de overeenkomst heeft gesloten, had het op haar weg gelegen om zich op de hoogte te houden van de stand van zaken.

4.7. Het subsidiaire beroep van MV op artikel 6:258 BW wordt in die zin opgevat dat MV stelt dat het aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat MV niet had behoeven te verwachten dat Victoria niet trouw aan haar woord zou zijn dat de maanvormige weg er zou komen. Op grond hiervan, zo meent MV zal de bodemrechter de overeenkomst terzake de grondruil ontbinden. Ook deze stelling treft geen doel. Een wanprestatie van een contractspartij is geen onvoorziene omstandigheid waar artikel 6:258 BW op doelt.

4.8. Gelet op het voorgaande zal de vordering onder 1. dan ook worden afgewezen.

4.9. Terzake de vordering onder 2. heeft MV aangevoerd dat Victoria haar heeft laten weten dat zij aan MV het gebruik van de noodweg wil laten. Het belang dat MV desalniettemin bij dit deel van haar vordering heeft, zo heeft MV toegelicht, is gelegen in de omstandigheid dat de veroordeling van Victoria in het vonnis van 21 februari 2007 niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat Victoria van deze veroordeling in hoger beroep is gegaan. De vordering onder 2, komt dan ook – zo heeft MV nog toegevoegd – neer op het alsnog uitvoer bij voorraad verklaren van voornoemde veroordeling van Victoria.

4.10. Dit deel van de vordering dient hetzelfde lot te treffen als het onder 1. gevorderde. De voorzieningenrechter kan slechts dan een beslissing van de bodemrechter alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren indien er sprake is van een omissie of van nieuwe omstandigheden waarmee de bodemrechter geen rekening heeft kunnen houden en die nopen tot het treffen van een voorziening. Nu Victoria ter zitting nogmaals heeft herhaald dat zij aan MV het ongestoorde gebruik van de noodweg zal laten en MV geen feiten en omstandigheden heeft genoemd die aannemelijk maken dat Victoria haar toezegging niet gestand zal doen, wordt het treffen van de gevorderde voorziening overbodig geacht. Hier komt bij dat aan MV de weg van artikel 234 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering openstaat. MV heeft niet gemotiveerd waarom zij van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.

De vorderingen tegen de Gemeente

4.11. Zoals hiervoor overwogen wordt niet aannemelijk geacht dat de bodemrechter een zodanige beslissing zal geven dat de strook grond "E" weer in bezit van MV zal komen. Als uitgangspunt dient dus te gelden dat "E" van Victoria is en dat Victoria een definitieve bouwvergunning heeft om onder andere op deze strook grond het stadskantoor te gaan bouwen. De Gemeente heeft onbetwist aangevoerd dat de grond betreden moet worden door een gemeentelijk toezichthouder in de uitvoering van zijn functie. MV heeft daartegenover niet gemotiveerd waarom dit de Gemeente verboden moet worden. In hoeverre MV de vrees moet hebben dat de Gemeente op de grond de overige activiteiten gaat ontplooien waarvan MV een verbod jegens de Gemeente vordert, wordt niet ingezien en MV zet dit ook niet uiteen. MV heeft aldus niet voldaan aan haar stelplicht. Reeds hierom zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

4.12. Ook het onder 2 gevorderde zal worden afgewezen. De vordering is geheel toegesneden op de verhouding tussen MV en Victoria en MV heeft niets gesteld ter weerlegging van het verweer van de Gemeente dat zij niet in de positie is om te verhinderen dat MV de noodweg gebruikt op een wijze als door haar wordt gewenst. Ook hier heeft MV dus niet voldaan aan haar stelplicht.

4.13. Gelet op het voorgaande luidt de beslissing als volgt.

4.14. MV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Victoria worden begroot op:

- vast recht €251,00

- salaris procureur €816,00

Totaal € 1.067,00

en aan de zijde van de Gemeente:

- vast recht € 251,00

- salaris procureur €816,00

Totaal € 1.067,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt MV in de proceskosten, aan de zijde van Victoria tot op heden begroot op € 1.067,00;

5.3. veroordeelt MV in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.067,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2007.?