Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4083

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-05-2007
Datum publicatie
02-05-2007
Zaaknummer
06-460507-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachtingen en mishandeling van ex-vriendin leveren 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk op en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Voorts dient veroordeelde schade te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460507-06

Uitspraak d.d.: 2 mei 2007

Tegenspraak / dip / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1978,

wonende te [adres en woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het tussenvonnis van 24 januari 2007 en het onderzoek op de terechtzittingen van 17 januari en 18 april 2007.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting is het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september 2006 tot en met 26 september 2006, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, en/of (elders) in Nederland,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn penis in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] duwde/bracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- een of meermalen die [slachtoffer] in/tegen het gezicht heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] op/tegen de grond heeft gegooid of geduwd, althans die [slachtoffer] onverhoeds en onverwachts heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer] op/tegen de grond viel en/of

- die [slachtoffer] tegen een deur heeft geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gescholden en/of

- die [slachtoffer] bij de (boven)armen heeft vastgepakt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd of gezegd dat het haar eigen schuld was en/of

- bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen en/of zitten en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en/of omhoog heeft geduwd of getrokken en/of

- die [slachtoffer] naar de douche heeft getrokken en/of (vervolgens) onder de douche heeft geduwd en/of gezet en (aldaar) die [slachtoffer] tegen de muur heeft geduwd en/of gedrukt en/of tegen die muur heeft (vast)gehouden en/of

- tegen een bank en/of een tafel van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt en/of

- een foto van die [slachtoffer] heeft verfrommeld, althans heeft vernield en/of

- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke en/of fysieke verhoudingen ontstaan overwicht en/of

- (aldus) en in ieder geval voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september 2006 tot en met 26 september 2006, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, en/of (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer] in/tegen het gezicht en/of het lichaam heeft geslagen en/of op/tegen de grond heeft gegooid en/of geduwd, althans onverhoeds en onverwachts heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer] kwam te vallen, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verweren

Namens verdachte is aangevoerd dat sprake is van een één-op-één-situatie wat betreft het bewijs. Verdachte heeft erkend dat hij en [slachtoffer] seks hebben gehad, maar hij ontkent de verkrachting. Aangeefster legt volgens de verdediging inconsistente verklaringen af, die op een aantal punten ronduit ongeloofwaardig zijn. De verdediging heeft er voorts op gewezen dat [slachtoffer] pas aangifte van verkrachting doet nadat de politie dit woord voor het eerst heeft genoemd en anderen in een hele stressvolle situatie enorme druk uitoefenen op haar om aangifte te doen. De verdediging concludeert tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

De rechtbank verwerpt het verweer. Naar haar oordeel kan er in de gewelddadige context, waarin de seks heeft plaatsgevonden, geen sprake zijn geweest van vrijwilligheid en kunnen het geweld en de seks ook niet los van elkaar worden gezien. In essentie legt aangeefster een geloofwaardige verklaring af. De verklaring van aangeefster en verdachtes eigen verklaring in onderling verband en samenhang bezien, leveren naar het oordeel van de rechtbank niet alleen wettig maar ook overtuigend bewijs op. De totstandkoming van de aangifte van verkrachting is voor de rechtbank tegen de achtergrond van voormelde causaliteit tussen geweld en seks, niet relevant. Zij wijst daarbij overigens nog op de verklaring van getuige [naam] op pagina 78 van het proces-verbaal van de politie. Hij verklaart het slachtoffer te hebben gevraagd of verdachte meer had gedaan dan haar geslagen. Op deze open vraag heeft het slachtoffer toen “ja”gezegd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 25 september 2006 tot en met 26 september 2006, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

telkens door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn penis in de vagina en de anus van die [slachtoffer] duwde/bracht, en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- meermalen die [slachtoffer] tegen het gezicht heeft geslagen en

- die [slachtoffer] tegen de grond heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer] op/tegen de grond viel en

- die [slachtoffer] tegen een deur heeft geduwd en

- die [slachtoffer] bij de (boven)armen heeft vastgepakt en

- tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd of gezegd dat het haar eigen schuld was en

- bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen en/of zitten en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar en omhoog heeft geduwd en

- die [slachtoffer] naar de douche heeft getrokken en vervolgens onder de douche heeft gezet en aldaar die [slachtoffer] tegen de muur heeft geduwd en heeft vastgehouden en

- tegen een bank en een tafel van die [slachtoffer] heeft geschopt en

- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke en fysieke verhoudingen ontstaan overwicht en

- aldus en in ieder geval voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 25 september 2006 tot en met 26 september 2006, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, telkens opzettelijk mishandelend [slachtoffer] tegen het gezicht heeft geslagen en tegen de grond heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer] kwam te vallen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 : verkrachting, meermalen gepleegd;

feit 2 : mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is naar aanleiding van het tussenvonnis van 24 januari 2007 een multidisciplinair rapport gedateerd 3 en 4 april opgemaakt door de psychiater Van Beek en de GZ-psycholoog drs. Labrijn.

Met de conclusie van deze rapportage, te weten dat bij verdachte geen sprake is van een persoonlijkheidsstoornis noch van gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is te achten, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook indien deze inhouden dat verdachte zich onderwerpt aan drugscontroles.

In het standpunt van de verdediging is er geen ruimte voor oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die in duur het reeds ondergane voorarrest zou overtreffen, ook niet indien de door verdachte betwiste verkrachtingen bewezen zouden worden verklaard. De verdediging stemt in met een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zijn ex-vriendin op grove wijze heeft gedwongen tot het hebben van seks met hem, waarbij hij grensoverschrijdend seksueel gedrag heeft vertoond. Hij heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer en bij haar angstgevoelens teweeggebracht.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de gecompliceerde relatie tussen verdachte en [slachtoffer] en de onduidelijke status ervan ten tijde van het bewezenverklaarde.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Zij zal daarbij na te melden bijzondere voorwaarde stellen.

Nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geen drugs meer zal gebruiken, hij zich tijdens zijn voorarrest vrijwillig op de VBA van het huis van bewaring heeft laten opnemen en de kans op recidive als gemiddeld wordt ingeschat, kan een proeftijd van twee jaar naar het oordeel van de rechtbank volstaan.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer], [adres], [plaats], girorekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.126,54 gevoegd in het strafproces.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs-middelen en hetgeen verder ter terecht-zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde-ring is voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 55, 57, 242 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], [plaats], girorekeningnummer [nummer], van een bedrag van € 3.126,54, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 3.126,54, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 62 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. Hemrica, voorzitter, Van Harreveld en Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 mei 2007.