Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4074

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-05-2007
Datum publicatie
01-05-2007
Zaaknummer
460018-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inrijden op groep jongeren levert een bedreiging op. Verdachte wordt daarnaast voor dronken rijden, wederspannigheid en wapenbezit veroordeeld tot onder meer:

- 8 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden met aftrek van voorarrest;

- een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden;

- een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van een jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 460018-07

Uitspraak d.d.: 1 mei 2007

tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in de PI Achterhoek te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 april 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer A]

en/of aan [slachtoffer B] en/of aan [verdachte C] en/of aan [slachtoffer D], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem

bestuurde auto met hoge, althans een aanzienlijke snelheid op/naar een bank,

waarop die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer B] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D]

zat(en)/zich bevond(en), is toe gereden ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, [slachtoffer A]

en/of [slachtoffer B] en/of [verdachte C] en/of [slachtoffer D], heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers is verdachte opzettelijk dreigend met een door hem bestuurde auto met

hoge, althans een aanzienlijke snelheid op/naar een bank, waarop die [slachtoffer A]

en/of die [slachtoffer B] en/of die [slachtoffer C] en/of die [slachtoffer D] zat(en)/zich bevond(en),

toe gereden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, toen de

aldaar dienstdoende agent van politie Team Heerde-Hattem H.G. Dethmers en/of

surveillant van politie Team Heerde-Hattem A-M. Sliekers verdachte op

verdenking van het overtreden van artikel 287 ivm artikel 45 van het Wetboek

van Strafrecht en artikel 302 ivm artikel 45 Wetboek van Strafrecht, in elk

geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op

heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den)

teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van

justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor (te weten

een politiebureau) zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde

opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening

zijner/harer/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te

trekken in een richting, tegengesteld aan die waarin voornoemde Dethmers en/of

voornoemde Sliekers hem trachtte(n) te geleiden, en/of (wild) te schoppen

en/of te trappen in de richting van het/de licha(a)m(en) van die Dethmers

en/of die Sliekers;

art 180 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, als

bestuurder van een voertuig, (een personenauto, een zwarte Opel Astra,

kenteken [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, na zondanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn bloed bij een

onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1,50 milligram, in elk geval hoger dan een halve

milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

art 8 lid 2 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, als

bestuurder van een voertuig, (een personenauto, een zwarte Opel Astra,

kenteken [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder

zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten,

dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een

andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk

besturen in staat moest worden geacht;

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

4.

hij op of omstreeks 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, een wapen

van categorie I, onder 1, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad

en/of vervoerd en/of gedragen;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak voor het onder 1 primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft onder meer gewezen op de verkeersongevallenanalyse en geconcludeerd dat de poging tot zware mishandeling niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

2. De raadsvrouwe heeft gepleit voor vrijspraak van feit 1 en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de feiten 2, 3 en 4. De raadsvrouwe heeft met betrekking tot feit 1 primair aangevoerd dat haar cliënt voor de verhoging, waarop het bankje stond, heeft geremd omdat hij voor de verhoging wilde stoppen om aan de jongeren te vragen wat er aan de hand was. De raadsvrouwe concludeert evenals de officier van justitie tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouwe aangevoerd dat haar cliënt niet met een aanzienlijke snelheid op de jongeren is afgereden, dat hij geremd heeft en dat hij niet de intentie had om de personen op het bankje te bedreigen. Het gebeurde houdt volgens de verdediging geen bedreiging in.

3. Uit de verkeersongevallenanalyse (voetnoot 1) blijkt dat verdachte met zijn auto tot stilstand is gekomen tegen de voorrand van het plateau van de zitbank en dat kennelijk alle snelheid van de personenauto er al uitgeremd was. Verdachte verklaart verder dat hij niet de bedoeling heeft gehad de jongeren aan te rijden. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zodat hij van het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

4. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt. Aangever [slachtoffer A] heeft verklaard (voetnoot 2) dat hij op 5 januari 2007 om 2130 uur op een bankje bij de Aldi aan de Stationsweg te Wapenveld zat met [vriend], [slachtoffer C] en [slachtoffer D]. Hij zag een man bij een telefooncel. De man kwam naar hen toegelopen, hij schreeuwde "Had je wat". De man begon hun kant op te rennen. Vervolgens trapte hij de fiets van [slachtoffer C] om. Hij ging heel dicht bij hen staan en schold. Hij keek raar uit zijn ogen. Na een minuut liep de man weg, stapte in een Opel Astra en reed weg. Ongeveer 15 minuten zag [slachtoffer A] dezelfde Opel Astra weer rijden. Hij zag dat daarin dezelfde persoon zat als de man die eerst bij hen was. De man kwam recht op hen toe rijden, raakte de fiets van [naam]. Daarna zag [slachtoffer A] dat de man met een snelheid van ongeveer 30 km/u tegen het muurtje aanreed. Volgens [slachtoffer A] zou de man, als het muurtje er niet had gestaan, tegen hen aangereden zijn.

Aangever [slachtoffer B] heeft het volgende verklaard (voetnoot 3) . Hij was met zijn vrienden [vriend], [slachtoffer D], [slachtoffer A] en [slachtoffer C] op de hangplek (rechtbank: het bankje tegenover de Aldi). Verdachte kwam keihard de straat inrijden, remde iets, maar reed nog steeds hard door, waarop hij de verhoging onder hun bankje raakte. De jongen stuurde de weg af naar het bankje toe. Iedereen was hevig geschrokken en bang voor deze jongen. Ook de aangevers [verdachte C] (voetnoot 4) en [slachtoffer D] (voetnoot 5) hebben verklaard bang te zijn geweest toen de Opel Astra op hen kwam afgereden.

5. Verdachte heeft verklaard (voetnoot 6) dat hij geschreeuw van jongens in zijn richting hoorde. Hij reed gelijk naar die jongens toe, die bij de telefooncel in Wapenveld stonden. Hij reed harder dan normaal, hij dacht 50 of 60 km/u en in de tweede versnelling. Verdachte verklaart dat hij fors remde, omdat hij niet volgas tegen het bankje wilde rijden. Verder verklaart hij dat hij wild was in zijn hoofd.

6. Anders dan de raadsvrouwe acht de rechtbank op grond van het rijgedrag van verdachte, de aanzienlijke snelheid waarmee hij in de richting van het bankje reed, zijn agressieve houding en zijn beschonken toestand waardoor van een bedreigende situatie kon worden gesproken, het onder 1 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

7. Verbalisanten hebben gerelateerd (voetnoot 7) dat verdachte werd aangehouden op 5 januari 2007 om 22:50 uur op verdenking van poging doodslag en/of poging zware mishandeling. Tijdens zijn aanhouding verzette verdachte zich dusdanig dat hij met geweld onder controle moest worden gebracht om hem de handboeien om te doen. Na het boeien verzette hij zich nog steeds door middel van hard schoppen. Hierop is hij naar de grond gewerk. Nog steeds schopte verdachte wild om zich heen. De verdachte werd 23:05 uur voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Tijdens het vervoer van verdachte naar het cellencomplex bleef verdachte zich lichamelijk verzetten.

8. Verdachte heeft ter terechtzitting het onder 2 ten laste gelegde feit bekend.

Verdachte heeft bekend (voetnoot 8) dat hij op 5 januari 2007 ongeveer 10 borrels tequila heeft gedronken en dat hij in zijn auto naar het centrum van Wapenveld is gereden.

Uit het rapport van het NFI (voetnoot 9) blijkt dat verdachte 1,50 milligram alcohol per milliliter bloed had.

9. Verdachte heeft bekend (voetnoot 10) dat het mes, dat in zijn auto is aangetroffen is, zijn eigendom is.

Over het wapen is gerelateerd (voetnoot 11) dat het mes dat bij verdachte is aangetroffen een vlindermes betreft en dat dit wapen valt onder categorie I van artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

10. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

11. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, [slachtoffer A]

en [slachtoffer B] en [verdachte C] en [slachtoffer D], heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht,

immers is verdachte opzettelijk dreigend met een door hem bestuurde auto met

een aanzienlijke snelheid op/naar een bank, waarop die [slachtoffer A]

en die [slachtoffer B] en die [slachtoffer C] en die [slachtoffer D] zich bevonden, toe gereden;

2.

hij op 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, toen de aldaar

dienstdoende agent van politie Team Heerde-Hattem H.G. Dethmers en

surveillant van politie Team Heerde-Hattem A-M. Sliekers verdachte op

verdenking van het overtreden van artikel 287 ivm artikel 45 van het Wetboek

van Strafrecht en artikel 302 ivm artikel 45 Wetboek van Strafrecht, op heterdaad

ontdekt, hadden aangehouden teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor

(te weten een politiebureau) zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk wild te schoppen;

3.

hij op 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, als

bestuurder van een voertuig, (een personenauto, een zwarte Opel Astra,

kenteken [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn bloed bij een

onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1,50 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

4.

hij op 05 januari 2007 te Wapenveld, gemeente Heerde, een wapen

van categorie I, onder 1, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad

en vervoerd.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2: wederspannigheid;

feit 3: overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 4: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 4 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden: het volgen van de aanwijzingen van de reclassering, ook indien die inhouden een behandeling agressieregulatie en het volgen van een klinische behandeling bij Heesteroord voor maximaal 9 maanden of zoveel korter als de instelling in overleg met de reclassering geraden acht. Met betrekking tot feit 1 subsidiair vordert hij een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren en met betrekking tot feit 3 een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met aftrek. Tot slot heeft de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de nummers 2, 4, 6, 9, 10 op de lijst met in beslag genomen voorwerpen en teruggave van de nummers 3 en 5.

2. De raadsvrouwe van verdachte heeft zich aangesloten bij het advies van de reclassering en de psychiater om een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen en een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden behandeling bij Heesteroord en verplicht reclasseringscontact. De raadsvrouwe heeft zich met betrekking tot de ontzegging van de rijbevoegdheid en het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. Verdachte is na het nuttigen van alcoholische drank in een agressieve bui in verband met problemen thuis naar het centrum van Wapenveld gereden. Geïrriteerd door een groepje jongeren is hij met aanzienlijke snelheid dreigend in de richting van die jongeren gereden, die daardoor erg geschrokken zijn en angstig werden. Verdachte heeft daarnaast de verkeersveiligheid in gevaar gebracht door dronken te rijden, heeft zich verzet tijdens zijn aanhouding en heeft een verboden vlindermes voorhanden gehad.

5. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als door de officier van justitie gevorderd, vindt de rechtbank passen bij het kwalijke gedrag van verdachte jegens de jongeren, zijn verzet tegen aanhouding en het bezit van een vlindermes. Teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf geboden. De rechtbank zal daarbij met het oog op verdachtes verslavings- en agressieproblematiek en zijn problematische thuissituatie na te melden bijzondere voorwaarden stellen, die aansluiten bij de eis van de officier van justitie.

6. Volgens de in de strafrechtspleging ten aanzien van het rijden onder invloed ontwikkelde oriëntatiepunten straftoemeting past een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met aftrek bij het onder 3 bewezenverklaarde.

7. Omdat verdachte zijn personenauto als middel heeft gebruikt om mensen te bedreigen

(feit 1), acht de rechtbank een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats, om verdachte in te scherpen dat hij dergelijk rijgedrag voortaan achterweg moet laten. De rechtbank vindt dat met een voorwaardelijke ontzegging van een jaar kan worden volstaan.

In beslag genomen voorwerpen

Nu de in beslag genomen middelen, te weten de inhaler (drugs), de 10 weedzakken en het zakje met weed middelen zijn als bedoeld in artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet, dienen deze op grond van artikel 13a van de Opiumwet te worden onttrokken aan het verkeer.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven vlindermes, met betrekking waartoe het onder 4 bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Nu zich geen strafvorderlijk belang meer daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze oplegging van de straffen en maatregel is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36c, 57, 91, 180 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, 13a van de Opiumwet, 8, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 en 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1 subsidiair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook indien deze inhouden dat veroordeelde zich met het oog op agressieregulatie ambulant zal laten behandelen door De Tender in Deventer of een soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van de instelling zullen worden gegeven;

- dat veroordeelde zich zo spoedig mogelijk na zijn detentie klinisch zal laten behandelen in de Verslavingskliniek Heesteroord te Ermelo of een door de reclassering aan te wijzen soortgelijke instelling, voor een periode van maximaal 9 maanden.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Ontzegt verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.

Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt verdachte ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt, dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 167 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de inhaler (drugs);

- 10 weedzakken;

- een zakje met weed;

- een vlindermes.

Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- de personenauto, Opel Astra;

- het glas (de glasscherven);

- de bumper;

- de schroevendraaier;

- de rekenmachine;

- de handgeschreven brief.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. De Bie, voorzitter, mrs. Hemrica en Lunenborg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 mei 2007.

Voetnoten:

1 Proces-verbaal, dossierpagina 36 ev, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 januari 2007 ondertekend door Gelderblom, brigadier van politie, verkeersongevallen analist en Wassink, ongevallen analist in opleiding.

2 Aangifte van [slachtoffer A], dossierpagina 56 ev, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door Dethmers, agent van politie Team Heerde-Hattem.

3 Aangifte van [slachtoffer B], dossierpagina 59 ev, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door De Boer, hoofdagent van politie Team Heerde-Hattem.

4 Aangifte van [verdachte C], dossierpagina 64 ev, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door De Boer, voornoemd.

5 Aangifte van [slachtoffer D], dossierpagina 68 ev, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door Dethmers, voornoemd

6 Verklaring van verdachte, dossierpagina 91 ev, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 7 januari 2007 ondertekend door Palm en Vermeule, respectievelijk brigadier van politie District Noord-west Veluwe en brigadier van politie Team Heerde-Hattem.

7 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door Dethmers, voornoemd en Sliekers, surveillant van politie Team Heerde-Hattem.

8 Verklaring van verdachte, dossierpagina 88, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 januari 2007 ondertekend door Palm, voornoemd en Van den Brink, hoofdagent van politie District Noord-west Veluwe.

9 Een deskundigenrapport van 11 januari 2007, opgemaakt door dr. Lusthof, apotheker-toxicoloog bij het NFI, dossierpagina 102.

10 Zie voetnoot 1.

11 Ambtelijk verslag, dossierpagina 53, proces-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt en op 12 januari 2007 ondertekend door De Boer, voornoemd.