Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA4065

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-05-2007
Datum publicatie
02-05-2007
Zaaknummer
06-460003-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst tussenvonnis in zaak schietincident nieuwjaarsnacht te Nunspeet

voor nader onderzoek in verband met gevoerd verweer over slaapwandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460003-07

Uitspraak d.d.: 2 mei 2007

tegenspraak/ dip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in PI Overijssel, PIV Zwolle, Huub van Doornestraat 15.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 april 2006.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 1 januari 2007 in de gemeente Nunspeet, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een geladen (kogel)geweer, althans met een geladen vuurwapen, op die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 1 januari 2007 in de gemeente Nunspeet, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een geladen (kogel)geweer, althans met een geladen vuurwapen, op die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 01 januari 2007 in de gemeente Nunspeet opzettelijk mishandelend [slachtoffer] met een geladen (kogel)geweer, althans met een geladen vuurwapen in diens buikstreek heeft geschoten, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 300 Wetboek van Strafrecht

Gevoerde verweren

Door de raadsman is met betrekking tot het ten laste gelegde feit, met een toelichting als vermeld in de ter terechtzitting overgelegde pleitnotitie, aangevoerd dat het bestanddeel “opzet” niet kan worden bewezen en subsidiair dat zijn cliënte volledig ontoerekeningsvatbaar is geweest. De culpa in causa redenering van de psychologe mevrouw Labrijn met betrekking tot het alcoholgebruik, wordt door de verdediging niet gevolgd. Op geen enkele wijze had cliënte kunnen bevroeden dat haar alcoholgebruik zo zou uitpakken.

Door de verdachte is aangevoerd dat de politie haar tijdens de het eerste verhoor heeft gemanipuleerd, in die zin dat de verbalisanten haar dingen in de mond hebben gelegd. Dat verklaart waarom zij pas in haar derde verklaring heeft aangegeven, dat zij geen herinnering meer had aan het gebeuren en dat ze in een slaaptoestand verkeerde.

Heropening onderzoek

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat nader onderzoek noodzakelijk is. De rechtbank zal eerst de stukken in handen stellen van de rechter- commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde de verbalisanten G. Niebeek en N. Jongman als getuigen te horen over de wijze waarop de eerste verklaring van verdachte tot stand is gekomen, mede in het licht van de stelling van verdachte dat de politie haar bij die verklaring dingen in de mond heeft gelegd dan wel heeft gemanipuleerd. Voorts kan de rechter-commissaris ook andere onderzoekshandelingen verrichten indien en voor zover hij dat nuttig acht. Vervolgens zal de rechtbank ter terechtzitting getuige-deskundige mevrouw drs. S. Labrijn vragen stellen over haar rapport. In verband met dat laatste dient de rechter-commissaris bij beëindiging van zijn onderzoek aan mevrouw Labrijn copieën toe te zenden van de uit dit onderzoek voort gekomen stukken zomede van het rapport van prof. G.A. Kerkhof van 15 april 2007, het proces-verbaal van de zitting van 18 april 2007 en het onderhavige tussenvonnis.

De rechtbank zal derhalve het onderzoek in deze zaak heropenen, het vervolgens schorsen voor onbepaalde tijd, en de stukken in handen stellen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling voor strafzaken in deze rechtbank, ter fine als voormeld.

Wat de voorlopige hechtenis aangaat, is de rechtbank van oordeel, dat de recidivegrond niet meer aanwezig is en dat termen aanwezig zijn voor schorsing onder de voorwaarden als vermeld in de heden afzonderlijk geminuteerde schorsingsbeslissing.

Beslissing

De rechtbank schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, en stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, ter fine als voormeld.

De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte tegen de nader te bepalen terechtzitting met kennisgeving van daarvan aan haar raadsman.

De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de getuige deskundige mevr. drs. S. Labrijn tegen deze nader te bepalen terechtzitting.

Aldus gewezen door mrs. Lucassen, voorzitter, Van Harreveld en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 mei 2007.