Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA3099

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-04-2007
Datum publicatie
17-04-2007
Zaaknummer
06-802390-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor openlijke geweldpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/802390-05

Uitspraak d.d.: 17 april 2007

tegenspraak / onip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1983,

wonende te [adres en woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 april 2007, na verwijzing door de politierechter d.d. 15 januari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan [slachtoffer A] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (blijvend) gehoorverlies (aan de linkerzijde van 25 db bij 4000 Hz), heeft toegebracht, door deze [slachtoffer A] opzettelijk;

- in/tegen/op de rug, althans het lichaam, te trappen en/of schoppen en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met geschoeide voet) op en/of tegen het

hoofd en/of het lichaam te trappen en/of schoppen, op een moment dat deze

[slachtoffer A] op de grond lag en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht en/of met een vuist) tegen en/of op

het hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen en/of op het lichaam te

schoppen en/of trappen;

artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer A];

- in/tegen/op de rug, althans het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met geschoeide voet) op en/of tegen het hoofd

en/of het lichaam heeft getrapt en/of geschopt, op een moment dat deze

[slachtoffer A] op de grond lag en/of

- meermalen, althans éénmaal, met kracht (met een vuist) tegen en/of op het

hoofd, alhtans het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen en/of op het lichaam heeft

geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artikel 47 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Deken Hooijmansingel, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer A], welk geweld bestond uit het;

- in/tegen/op de rug, althans het lichaam, trappen en/of schoppen en/of

- meermalen, althans éénmaal (met geschoeide voet) op en/of tegen het hoofd

en/of het lichaam te trappen en/of schoppen, op een moment dat deze [slachtoffer A]

op de grond lag en/of

- meermalen, althans éénmaal, met kracht (met een vuist) tegen en/of op het

hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen en/of op het lichaam te

schoppen en/of trappen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer B] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer B],

- in/tegen/op de rug, alhtans het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt en/of

- meermalen, alhtans éénmaal (met geschoeide voet) tegen en/of op het hoofd

en/of het lichaam heeft getrapt en/of geschopt, op een moment dat deze

[slachtoffer B] op de grond lag en/of

- meermalen, althans éénmaal, met kracht (met een vuist) tegen en/of op het

hoofd, althans het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen en/of op het lichaam heeft

geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artikel 47 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Deken Hooijmansingel, in elk geval op of aan een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer B] welk geweld bestond uit het;

- in/op/tegen de rug, althans het lichaam, trappen en/of schoppen en/of

- meermalen, althans éénmaal (met geschoeide voet) op en/of tegen het hoofd

en/of het lichaam te trappen en/of schoppen, op een moment dat deze [slachtoffer A]

op de grond lag en/of

- meermalen, althans éénmaal, met kracht (met een vuist) tegen en/of op het

hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of stompen en/of

- meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen en/of op het lichaam te

schoppen en/of trappen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair acht de rechtbank de gedragingen die blijkens de telastelegging zouden hebben geleid tot (de poging tot) het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet bewezen. Uit de bij de politie afgelegde verklaringen en hetgeen door verdachte ter terechtzitting is verklaard, kan slechts worden afgeleid dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer A] tegen de rug heeft geschopt en tegen het lichaam heeft geslagen.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Feit 1 meer subsidiair:

hij op 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo met anderen, op de openbare weg, de Deken Hooijmansingel, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer A], welk geweld bestond uit het;

- tegen de rug schoppen en

- meermalen met kracht met een vuist tegen het lichaam slaan en/of stompen;

Feit 2 subsidiair:

hij op 22 mei 2005 in de gemeente Groenlo met anderen, op de openbare weg, de Deken Hooijmansingel, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer B] welk geweld bestond uit het

- tegen de rug schoppen en

- meermalen, met kracht met een vuist tegen het hoofd slaan en/of stompen;

Bewijsoverweging

De door en namens verdachte weergegeven toedracht, inhoudende - zakelijk weergegeven - dat niet verdachte maar de aangevers de initiators waren van de vechtpartij en verdachte zich slechts noodzakelijkerwijs heeft verdedigd tegen het op hem uitgeoefende geweld waarbij zijn vriend en medeverdachte hem te hulp is geschoten, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte heeft geen enkel initiatief genomen aangifte te doen bij de politie van hetgeen hem zou zijn overkomen. Integendeel: uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte blijkt dat zij met elkaar hadden afgesproken het voorval stil te houden. Na de aangiftes van de slachtoffers in mei 2005 heeft de politie ruim vier maanden opsporingsonderzoek verricht alvorens uit te komen bij beide verdachten. Bij de eerste verhoren hebben verdachte en zijn medeverdachte iedere betrokkenheid bij de vechtpartij stelselmatig ontkend, leidende tot het door verdachte en zijn medeverdachte meermalen afleggen van kennelijk leugenachtige verklaringen, met als doel de waarheid te bemantelen. Deze conclusie vindt steun in de later door verdachte en zijn medeverdachte afgelegde verklaringen, waaruit blijkt dat beiden bekennen wel degelijk betrokken te zijn geweest bij de vechtpartij met beide aangevers, alsook in de verklaringen van de slachtoffers.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verwondingen aan verdachtes gelaat het gevolg zijn geweest van de vechtpartij op 22 mei 2005. Er bevindt zich geen medische verklaring in het dossier, waaruit met zekerheid kan worden afgeleid dat verdachte die verwondingen bij de vechtpartij op 22 mei 2005 heeft opgelopen. De hieromtrent afgelegde verklaringen door de vader van verdachte en de medeverdachte acht de rechtbank onvoldoende duidelijk en specifiek.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de verklaringen van beide slachtoffers richtinggevend en is zij van oordeel dat op grond van de verklaringen afgelegd bij de politie en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat beide slachtoffers op 22 mei 2005, na een avondje uit, op hun wandeling terug naar huis gewond zijn geraakt ten gevolge van een onverhoedse, nagenoeg gelijktijdige aanval van achteren door verdachte en zijn medeverdachte. De verwondingen die de slachtoffers als gevolg van de bewezen verklaarde gedragingen hebben opgelopen zijn hun toegebracht door verdachte en zijn medeverdachte.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Het beroep op noodweer c.q. noodweer-exces

Op grond van hetgeen hiervoor onder Bewijsoverweging is overwogen, is niet aannemelijk geworden dat er voor verdachte sprake is geweest van een noodweersituatie, zodat het beroep op noodweer en op noodweer-exces moet worden verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair, telkens:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en 8 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte reeds eerder is veroordeeld terzake een soortgelijk feit en dat hij, door te handelen als bewezen verklaard, de slachtoffers een traumatische ervaring heeft bezorgd en -naar mag worden aangenomen- bovendien heeft bijgedragen aan de in de samenleving levende onveiligheidsgevoelens.

De rechtbank houdt ook rekening met het lange tijdsverloop tussen 22 mei 2005 en heden.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A], [adres en woonplaats], rekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.795,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 meer subsidiair bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag, te weten € 250,-- (derving no-claim ziektekosten verzekering) + € 545,-- (derving ploegentoeslag) = € 795,--, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de vordering wordt betwist en bovendien niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering voor het overige slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [slachtoffer B], [adres en woonplaats], rekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 307,32 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 subsidiair bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair en onder feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A] voornoemd, van een bedrag van € 795,-- (zevenhonderdvijfennegentig euro) met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2005.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A] voornoemd, een bedrag te betalen van € 795,-- (zevenhonderdvijfennegentig euro) met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 (vijftien) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B] voornoemd, van een bedrag van € 307,32 (driehonderdzeven euro en tweeëndertig cent) met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2005.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B] voornoemd, een bedrag te betalen van € 307,32 (driehonderdzeven euro en tweeëndertig cent) met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 (zes) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van der Hooft en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Erp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 april 2007.

Mr. Draisma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.